site-verification=8adc2fc3d443365f5c3bc1b5d2d80d29
top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

De gouden weken bij kleuters

Bijgewerkt op: 11 feb.

Een goed begin is het halve werk! Dat is ook de kern van de 'Gouden Weken'; de periode van de eerste schooldag tot aan de zesde week daarna, waarin het proces van groepsvorming weer opnieuw begint en waarin het accent ligt op het verkennen van de leerkracht, elkaar, de groepsregels en oudercontact. Wanneer je in deze eerste weken insteekt op het creëren van een goed fundament voor een veilig klimaat, heb je een gouden schooljaar, waarin kinderen de ruimte hebben om te leren en zich te ontwikkelen.

Maar hoe doe je dat bij kleuters? Zij zijn immers nog erg op zichzelf gericht en daarom is er in een kleutergroep natuurlijk nog niet echt sprake van een groepsvormend proces.

In deze blog lees je er meer over.



Groepsvorming


Voordat ik insteek op de 'Gouden Weken' bij kleuters vertel ik je eerst iets over groepsvorming in z'n algemeenheid.


Kinderen zitten op school in een groep. In een groep is er direct contact en interactie.

Elke groep ontwikkelt zijn eigen gezamenlijke waarden, doelen en normen.

In groepen is er sprake van een groepsstructuur: een netwerk van onderlinge relaties waarbij de groepsleden rollen vervullen en er leiders en volgers zijn.

Voor kinderen op de basisschool bepaalt de volwassene vooral de uitgangspunten.

Een nieuwe groep ontwikkelt zich gedurende ongeveer zes weken in vier herkenbare fases van groepsdynamica. De ene groep doorloopt deze fases sneller dan de andere.

De volgorde van de fasering hangt mede af van het gegeven of de groep zich met of zonder begeleiding van een volwassene vormt. In deze eerste zes weken is de invloed van de leraar om van de groep leerlingen een positieve groep te maken, van erg groot belang.

Hierna zijn de rollen, normen en waarden grotendeels bepaald voor de rest van het jaar.


Wanneer een groep wordt gevormd doorloopt het de volgende fases:


Fase 1: De oriëntatiefase ('Forming')

Deze eerste fase duurt gemiddeld een paar dagen tot een week. Hoe nieuwer de groep, hoe langer deze fase duurt. In deze eerste fase leert de groep elkaar vaak voor het eerst kennen of hebben de kinderen hun klasgenoten door de zomervakantie al een tijd niet gezien. De kinderen kijken in deze fase meestal de kat uit de boom en iedereen laat zich van zijn/haar beste kant zien. Ze observeren elkaar, doen nog geen stellige uitspraken en reageren voorzichtig op elkaar. Kinderen tasten af: Wat kan wel en wat kan niet in deze groep? Ze gaan discussies en conflicten uit de weg, kijken hoe anderen op hun inbreng reageren en ze zoeken naar ‘gelijkgestemden’. In deze fase staat acceptatie centraal en zijn kinderen op zoek naar veiligheid en structuur.

Dit is dus het juiste moment om een goed pedagogisch klimaat te creëren, een band op te bouwen en te zorgen dat er een fijne sfeer in de klas ontstaat. In deze fase is het daarom belangrijk dat je een rondleiding door de school en klas geeft, de kinderen elkaar kunnen leren kennen en dat de leerkracht ook laat zien wie hij/zij is. Als de leerkracht zichzelf laat zien, zullen kinderen namelijk ook eerder geneigd zijn dit te doen.


Fase 2: Conflictfase ('Storming')

Zodra de kinderen zich als leden van de groep gaan beschouwen, is de oriëntatiefase afgerond en komt de groep, meestal na een paar dagen tot een week, op gang.

In deze fase gaan de kinderen op zoek naar hun eigen plek in de groep, zich meer uitspreken en elkaar meer uittesten en wordt de verhouding tussen de leerlingen steeds duidelijker. De rollen binnen de groep worden verdeeld, In sommige groepen gaat dat rustig en nauwelijks merkbaar. In andere groepen is er soms onenigheid of komt er zelfs fysiek geweld bij te pas. In feite is er dan een soort strijd om de ‘macht’ bezig.

Dit proces vindt meestal gedurende de tweede en derde week plaats, maar kan soms ook langer duren. Deze fase is ook in positieve groepen niet te voorkomen en hoort bij een gezond groepsproces. Na deze fase kan er geconcludeerd worden of er een positieve of negatieve groep, meerdere subgroepen of een hoofdgroep met enkele outsiders wordt gevormd. In een negatieve groep kunnen de de kinderen met een informele leiderschapsrol, wanneer zij daarin niet worden gecorrigeerd door overige groepsleden of de hun leerkracht, een negatieve stempel op de groep gaan drukken en teveel invloed gaan krijgen op de groepsregels (terwijl zij zich overigens vaak niet eens bewust zijn van die natuurlijke machtspositie).


Fase 3: De integratiefase ('Norming')

Tijdens deze fase ontstaat er acceptatie en duidelijkheid naar elkaar en richting de leerkracht en komt de groep bij elkaar. De normen en doelen, die binnen de groep gelden, worden vastgesteld. Deze normen worden door de leiders bepaald en zullen het groep functioneren beïnvloeden. Positieve normen werken meestal ook positief op het leerklimaat. Zij bieden namelijk veiligheid en zekerheid.

Wanneer er echter sprake is van negatieve normen, dan zal dat een negatieve groep creëren en veel inspanning en begeleiding van externe deskundigen vergen. Wanneer je als leerkracht de fase van 'Norming' echter voor de fase van 'Storming' plaatst en dus eerst normeert, voordat leerlingen zelf de leiderschapsrollen verdelen, voorkom je dat de informele leider uit de groep zijn eigen regels opstelt.

Over gedrag praten als er problemen zijn is niet zo effectief als preventief gedragsverwachtingen uiten. Maak daarom meteen in het begin van het schooljaar duidelijk wat je van de kinderen verwacht in de klas en op school. Dat heeft meer kans van slagen dan eerst de teugels te laten vieren en later in het jaar proberen de regels aan te scherpen of bij te stellen. Bij een goed doorlopen 'Norming' is de sfeer na de 'Storming' meestal weer top.

Positief gedrag ontstaat echter niet vanzelf, hier is veel inoefenen, herhalen en evalueren voor nodig, bijvoorbeeld via rollenspel.


Fase 4: De uitvoeringsfase ('Performing')

Dit is de langste fase in een groep. In deze fase zijn de rollen verdeeld en de normen vastgesteld en is het tijd om tot uitvoering over te gaan. Wanneer er in de eerste drie fasen een positieve groep gevormd is, dan zullen een fijne samenwerking en sfeer de boventoon voeren en zal er goed mee te werken zijn, omdat er duidelijkheid is en de kinderen zich veilig voelen bij elkaar. In een negatief gevormde groep zal echter sprake zijn van minder productiviteit, veel onenigheid, verzet en concurrentie. Er zal dan continu een strijd om de macht heersen, die het leerproces negatief zal beïnvloeden. Als het resultaat negatief is, is er minder productiviteit, onenigheid, verzet en concurrentie.


Fase 5: De eindfase ('Reforming')

Deze fase geldt vooral voor groepen waarin groepsleden afscheid zullen gaan nemen, meestal aan het einde van een schooljaar en met name voor de groepen 2 en 8, omdat de kinderen daarna als groep uit elkaar zullen gaan.

In deze fase is de band onder de leerlingen vaak zeer sterk. Deze fase veroorzaakt onrust en geeft weer een nieuwe groepsdynamiek.

Sluit het jaar daarom goed af, besteed aandacht aan de emoties die gepaard gaan met alle veranderingen die in aantocht zijn en blik terug op het afgelopen schooljaar.


Na de 'Gouden Weken zijn de rollen, normen en waarden grotendeels bepaald voor de rest van het jaar. Na elke zomervakantie, bij elke nieuwe leraar, vindt er weer een nieuwe groepsvorming plaats. Ook gaandeweg het schooljaar kan er een nieuw groepsvormingsproces ontstaan, als er bijvoorbeeld nieuwe leerlingen komen.

 

Groepsvorming bij kleuters


Nu je wat meer inzicht hebt in groepsvorming, vraag je jezelf misschien af of deze 'Gouden Weken' ook van toepassing zijn bij kleuters?

Kleuters zijn in hun ontwikkeling natuurlijk nog erg op zichzelf gericht en kunnen zich nog niet goed inleven in anderen. Ze gaan er vaak nog van uit, dat de ander net zo denkt en voelt als zij. Langzamerhand gaan ze verschillen en overeenkomsten tussen zichzelf en anderen opmerken. Kleuters zijn zich dus nog niet zo bewust van groepssfeer.

Ze worden pas rond hun 5-6 jaar gevoeliger voor de goedkeuring van hun klasgenoten.

Daarom is er in een kleutergroep ook nog niet echt sprake van een groepsvormend proces, zoals hierboven beschreven.


Bij kleuters is er gedurende het schooljaar op verschillende momenten bovendien veel instroom, waardoor 'de 'Forming' steeds weer opnieuw (in mindere mate) plaatsvindt.


Voor kleuters ben jij als leerkracht de voornaamste bron van veiligheid en acceptatie.

Ondanks dat jij degene bent, die in de ogen van het kind de lakens uitdeelt en is jouw invloed en erkenning nog veel belangrijker, dan die van klasgenootjes, beginnen kleuters wel al wat oog te krijgen voor anderen, hebben zij een notie van een groep en verschillende soorten groepen en letten zij ook wel op wie er de baas speelt als zij samenspelen.

Kleuters krijgen na verloop van tijd ook wel degelijk voorkeuren voor bepaalde kinderen.


Om sociaal gevoelig gedrag en het inlevingsvermogen te versterken, is het ook bij kleuters niet verkeerd om alle ingrediënten voor een positieve groepsvorming tijdens de eerste periode wat extra in te brengen. Deze ingrediënten zorgen ook voor veiligheid en geborgenheid en dat is, ook voor de ontwikkeling van een kleuter, van groot belang. Het ontwikkelen van een eigen identiteit gebeurt namelijk in de nabijheid van anderen. Kinderen identificeren zich met hun omgeving en de mate van het functioneren en leren is daarbij sterk afhankelijk van de door hen ervaren veiligheid daarin.

 

De ingrediënten voor een positieve groepsvorming


In het volgende stukje ga ik je uitleggen hoe je het gevoel van veiligheid, de groepsvorming en groepsnormen als leerkracht in die "Gouden Weken' positief kunt beïnvloeden.

Daarvoor mogen de volgende ingrediënten zeker niet ontbreken:


1. Een warm welkom:

Zorg voor een warm welkom voor alle kinderen in hun nieuwe klas.

Een eerste hartelijke begroeting en een uitnodigend lokaal zijn essentieel voor een goede start. De kinderen moeten niet alleen elkaar en de leerkracht leren kennen, maar ook hun nieuwe lokaal. Geef daarom ook een rondleiding door de klas en school.

Een dagelijkse persoonlijke begroeting bij deur hoort daar ook bij.

Het biedt niet alleen de mogelijkheid om te laten blijken dat je blij bent dat de kinderen er zijn, het helpt ook nog eens om gericht te weten te komen hoe ‘de pet erbij staat’ voordat de kinderen de klas binnen komen. Mocht er iets vervelends of juist leuks gebeurd zijn in de thuissituatie, dan geeft je dat de mogelijkheid direct ernaar te handelen. Dat heeft een andere uitkomst dan gedurende de dag merken dat je leerling iets dwarszit en er dan pas wat mee kunnen doen. Mocht dit het geval zijn, dan is voorbeeldgedrag weer erg belangrijk: Benoem altijd je eigen gevoelens en help de kinderen hun gevoelens te benoemen.


2. Groepsregels:

Kleuters hebben nog weinig moreel bewustzijn. Ze hebben nog weinig inzicht in wat goed en fout gedrag is. Ze begrijpen vaak al wel of iets mag of niet mag, maar nog niet altijd waarom. Jonge kleuters hebben daarnaast nog een heel beperkt empathisch inzicht en gevoel. Ze kunnen zich nog heel moeilijk inleven in wat de ander denkt en voelt. Vandaar dat ze vaak nog een regel naleven omdat de leerkracht dit wil en niet omdat ze begrijpen dat dit nodig is om op een goede manier samen te leven. Kleuters vragen daarom nog om veel begeleiding van de leerkracht in de ontwikkeling van hun morele bewustzijn.

Maar hoe doe je dat?


Ten eerste door zelf, als leerkracht, het goede voorbeeld te geven. Goed voorbeeld doet volgen. Kinderen kopiëren in een groep elkaars gedrag en leren proefondervindelijk hoe ze met elkaar en de regels moeten omgaan. Als leerkracht ben je daarin het rolmodel.

Spreek daarom altijd met respect over kinderen (ouders en collega's).

Wees als leerkracht ook een duidelijke leider. Als leerkracht ben je het gezag van fatsoen. Spreek, indien nodig, leider taal: kort en duidelijk, geen discussie.

Hiermee geef je veiligheid aan de groep. Wanneer deze begeleiding ontbreekt, vormt de groep zichzelf en kan er een negatieve groep ontstaan.


Daarnaast is het heel belangrijk dat de leerkracht zijn/haar leidende rol vanaf de eerste dag pakt en de normen (afspraken en regels) meteen vanaf het begin van het nieuwe schooljaar vaststelt en die ook zelf in zijn/haar gedrag uitdraagt. Om het verantwoordelijkheidsgevoel bij de kinderen te stimuleren stel je deze groepsregels samen met de kinderen op, maak je er niet teveel (maximaal 10) en formuleer je de regels positief. Stel daarbij de vraag: hoe zorgen we er samen voor dat het fijn is in onze klas en dat we allemaal goed kunnen werken en spelen? Bespreek ook het doel van de afspraken.

Bij kleuters zijn prentenboeken hierbij een heel geschikt middel.

Mooie prentenboeken zijn o.a.:

Daarnaast werkt het bij kleuters erg goed om deze regels uit te spelen.


Regels geven kinderen houvast en veiligheid, mits er ook actief gewerkt wordt aan de naleving hiervan. Zie daarom ook toe op het veelvuldig herhalen en naleven van de groepsregels. Visualiseer de afspraken. Maak bijvoorbeeld foto’s van de gemaakte afspraken en plak die op een poster. Deze poster hang je op en zo kun je iedere dag weer even bekijken wat er afgesproken is met elkaar en hoe daarmee wordt omgegaan.

Daarbij is het de kunst om een balans te vinden tussen gematigde dominantie en het geven van verantwoordelijkheden en vrijheden. Kleuters leren regels vooral door ze tijdens concrete gebeurtenissen te bespreken, want ze kunnen echt nog niet alle regels onthouden.


Leg bij het niet nakomen van regels de nadruk op het belonen van gewenst gedrag. Immers: Wat je aandacht geeft groeit. Geef complimenten zoveel mogelijk klassikaal.

Kinderen groeien namelijk van klassikaal gegeven opstekers.

Ze zijn op die manier ook een voorbeeld voor de rest van de klas.


Dat wil overigens niet zeggen, dat je negatief gedrag geen aandacht moet geven. Begrenzen is erg belangrijk. Ga daarbij echter wel altijd uit van goede bedoelingen en kijk met vertrouwen naar kinderen. Het gaat bij iedereen wel eens mis.

Vraag, als dat gebeurt, of het de bedoeling was om te storen of iemand een vervelend gevoel te geven en biedt alternatieven aan. Probeer altijd de reden erachter te begrijpen, maar laat het begrip nooit een excuus zijn. Een kind mag boos zijn, maar het mag, wat de reden ook is, anderen geen pijn doen.


Corrigeer en bestraf zoveel mogelijk een-op-een. Correcties zijn veel effectiever als je dat niet klassikaal maar in direct persoonlijk contact doet. Zo bouw je aan je relatie met de leerling in plaats van het af te breken. Een correctie ten overstaan van een hele groep werkt ook status verlagend. Als kinderen regels niet naleven en/of teveel invloed willen hebben, dan is oogcontact maken vaak al voldoende ter correctie.

Corrigeer zoveel mogelijk in de ik vorm. Beschrijf het gedrag (ik zie...), wat dat gedrag bij jezelf oproept en wat de gevolgen zijn van dit gedrag.

Praat ten alle tijden kalm en respectvol met kinderen, luister naar ze en laat ze uitpraten.

Geef het kind een time-out als het gedrag voortkomt uit overprikkeling. Als je toch straft, straf dan altijd snel na de verkeerde actie en houd de straf kort, benoem je het ‘foute’ gedrag, bied je hiervoor een alternatief aan en stem je de straf af op het gedrag.


Wanneer er conflicten tussen kinderen zijn, maak je het kind medeverantwoordelijk en stimuleer je hem om het conflict zelf te laten oplossen.

Door als leerkracht de gevolgen van het gedrag voor de ander te benoemen, stimuleer je de ontwikkeling van het empathisch vermogen van de kleuter.

Ga als leerkracht na een conflict in ieder geval nooit rechter spelen om een dader en een slachtoffer te identificeren, maar richt je op een oplossing: 'Willen jullie het oplossen?' en 'Hoe zou je dit de volgende keer anders op kunnen lossen?'.

Bespreek wat je ziet door kinderen vragen te stellen, zodat zij bewuster gaan nadenken over hun eigen gedrag. Voorbeelden van vragen die je zou kunnen stellen zijn:

'Is het je bedoeling om de ander verdrietig te maken?'

'Hoe kun je het goedmaken?

'Hoe kun je het doen op een manier die fijn is voor jezelf EN de ander?'

'Vind je dat jet het handig hebt aangepakt?'

'Ben je zo te vertrouwen?'

'Wil je hiermee doorgaan?'

Uiteindelijk wil je de kinderen laten ervaren dat ze vertrouwen in zichzelf en de ander kunnen hebben, de kinderen in hun kracht zetten, op een manier die fijn is voor henzelf en de ander.


Meer informatie over het maken van regels en afspraken vind je in mijn blog:


3. Kennismaken, energizers en groepsvormende activiteiten:

Organiseer veel activiteiten waarbij de kinderen kennismaken met elkaar en met de leerkracht. Kennis over elkaar versterkt namelijk de onderlinge verbindingen.

Bekend maakt bemind. Hoe beter kinderen elkaar kennen, hoe groter de kans is dat ze van elkaar weten hoe de ander in elkaar zit en elkaar eerder zullen vertrouwen en meer van elkaar zullen verdragen.

Kennismakingsoefeningen hebben te maken met: Duidelijk spreken, oogcontact maken, jezelf voorstellen en presenteren (en daarbij stevig staan), elkaars naam onthouden, verschillen en overeenkomsten ontdekken, contact met elkaar en met verschillende kinderen maken, praten met elkaar, ruimte durven innemen, luisteren, elkaar beter leren kennen, iets over jezelf delen en belangstelling tonen door bijvoorbeeld vragen aan elkaar te stellen.

Dat geldt overigens ook voor de leerkracht. Hoe meer de leerkracht van zichzelf laat zien, hoe meer de kinderen geneigd zullen zijn dit ook te doen.


In vertrouwensoefeningen wordt veel lichamelijk contact gemaakt en dit vergroot vaak het onderling vertrouwen. En onderling vertrouwen is een belangrijke voorwaarde om op een fijne manier met elkaar om te gaan en elkaar ook aan te kunnen spreken wanneer je iets niet prettig vindt. Zet dit soort oefeningen dus regelmatig in. Vertrouwensoefeningen gaan o.a. over competenties, zoals: Leren samenwerken, dichtbij komen, vertrouwen geven en ervaren, je grenzen aangeven, aangeven wat je fijn vindt, ontwikkeling van de motoriek, positieve aanrakingen, elkaar helpen, doen wat je belooft, praten en luisteren naar elkaar, leiding geven en leiding opvolgen.


Zet daarnaast ook veel energizers en coöperatieve werkvormen in.

Energizers hebben vaak een speels karakter en zijn gericht op het concentreren en bewegen. Met energizers maak je energie in de groep los. Tijdens de 'Gouden Weken' worden ze echter niet alleen ingezet om nieuwe energie te creëren na lang stilzitten, maar ook om de groep een positieve boost te geven en hechter te maken.

Het kan lastig zijn om coöperatieve werkvormen te starten met jonge kinderen.

Soms is het een drukke en onoverzichtelijke chaos. Vaak komt dat doordat de kinderen niet weten wat er van hen verwacht wordt. Oefen daarom eerst met kleine groepen en leg de stappen uit. Dit kan het proces beter laten verlopen en zorgen voor minder chaos.

En uit chaos ontstaan soms de mooiste dingen.


Laat kinderen daarnaast ook in veel wisselende combinaties samenwerken.

Hierdoor geef je op een natuurlijke wijzing sturing aan het formuleren van positieve normen.

Samenwerken is het bijdragen aan een gezamenlijk resultaat door het inzetten van je eigen kwaliteiten en behulpzaam zijn voor de ander. Samenwerken vereist een aantal competenties, zoals kunnen luisteren naar een ander, op elkaar letten, aanwijzingen en opdrachten kunnen opvolgen, initiatief durven nemen, niet opgeven, kunnen volgen, strategieën kunnen bedenken, kunnen meedenken, overleggen, flexibel zijn, creatief denken, leiding geven, helpen, doorzetten, jezelf kunnen focussen en communicatieve vaardigheden, die nog wel heel lastig zijn voor kleuters. Door deze vaardigheden op elkaar af te stemmen en het groepsproces boven je eigen succes te plaatsen ontstaat er een samenwerking. Het is niet hetzelfde als vriendschap. Je kunt met veel mensen samenwerken, zonder bevriend te zijn. Wel vergroot samenwerking de kans op onderlinge vriendschappen.

Doe wel alleen groepsvormende activiteiten, waarbij kinderen met elkaar tot een goed resultaat moeten komen door samen te werken en die zodoende de groepsgeest bevorderen. Geef geen coöperatieve opdrachten die concurrentie bevorderen tussen individuele kinderen of tussen sub groepjes.


Suggesties voor allerlei kennismakingsactiviteiten vind je in mijn blog: Kennismakingsactiviteiten


4. Een persoonlijke, positieve band:

Besteed daarnaast ook veel aandacht aan een positieve relatie met leerlingen.

Voor kleuters ben jij als leerkracht de voornaamste bron van veiligheid en acceptatie.

Om een goede relatie met leerlingen te kunnen opbouwen is het van belang dat je weet welke typen leerlingen je in de klas hebt en waar hun behoeften liggen.

Door veel individueel (oog-)contact te maken met een kind en je te verdiepen in zijn/haar achtergrond en interesses ontstaat er niet alleen meer diepgang in je relatie met een kind. Het geeft je daarnaast ook de mogelijkheid om de persoonlijke ervaringen en de belevingswereld van de leerling te koppelen aan de leerstof.

Dat zal de intrinsieke motivatie van de leerling en de leeropbrengsten verhogen.

Het is daarbij belangrijk dat een leerkracht de stille kinderen ook ziet en geen duidelijke voorkeuren voor bepaalde kinderen heeft.

Als een kind zich niet voldoende veilig voelt (of bij de groep voelt horen), let dan op non-verbale signalen om te ontdekken wat het kind wél wil, waar het belangstelling voor heeft enz. Handel onderzoekend en kijk dus bij alles wat je doet wat de reactie van het kind is. Maak (oog)contact waardoor het zich gezien voelt, geef het kind (non-)verbale aandacht zodat het zich niet genegeerd voelt en accepteer de ruimte die het kind nodig heeft. Bejegen het kind positief, daag het uit in kleine stapjes en zoek een vast maatje voor het kind.


5. Kennis en inzicht over groepsvorming en rolverdelingen:

Kennis van de leerkracht over de hiërarchische positie in een groep is belangrijk om snel actie te kunnen ondernemen als kinderen last hebben van hun eigen positie in de groep.

Deze verkrijg je bijvoorbeeld door het regelmatig afnemen van een sociogram.

Zet minder populaire leerlingen eens naast meer populaire leerlingen en of laat ze vaak samenwerken. Aanvankelijk zal er misschien verzet zijn, maar uit onderzoeken blijkt, dat wanneer je dit minimaal drie maanden volhoudt minder populaire kinderen bij een vervolgmeting positiever scoren in een sociogram.

Bespreek met de kinderen hoe belangrijk je het vindt dat iedereen zich prettig voelt in de groep en geeft kinderen handvatten om daar zelf een bijdrage aan te leveren. Vraag kinderen bijvoorbeeld altijd goed te kijken naar een ander kind: ‘Wat doet hij? Hoe zou hij zich voelen? Wat zou hij hiervan vinden?’ Om ervoor te zorgen dat iedereen zich thuis voelt in de groep, is het immers belangrijk dat kinderen zich leren verplaatsen in een ander.

Goed kijken naar een ander is daarin de eerste stap. Zorg daarnaast voor gedeelde verantwoordelijkheid. Geef bijvoorbeeld een oudere kleuter die aan het werk is aan de tekentafel de opdracht om ervoor te zorgen dat de jongste kleuter ook de potloden krijgt. Op die manier leer je de kinderen in jouw klas voor elkaar te zorgen en zijn ze er ook medeverantwoordelijk voor dat iedereen zich betrokken voelt bij de groep.


6. Oudercontact:

Opvoeden doe je niet alleen. Investeer daarom in de relatie met de ouders van je leerlingen. Samen met ouders bereik je veel meer en obstakels overwin je gemakkelijker als je een goede relatie met hen hebt opgebouwd. Laat de ouders voelen dat ze welkom zijn en dat hun mening van belang is. Maak, bijvoorbeeld in een omgekeerd oudergesprek, kennis met ze, laat ze iets over hun kind vertellen en vertel jouw regels aan het begin van het schooljaar.

Betrek de ouders ook bij de activiteiten en vertel regelmatig iets positiefs over het kind, geef open lessen en laat Social Media een effectieve rol spelen in het oudercontact.

Tijdens de ‘Gouden Weken’ is het verder goed om de aandacht hiervoor niet alleen binnen de muren van je (kleuter)klas te houden. Betrek ook de ouders bij het proces van groepsvorming. Plaats bijvoorbeeld foto's van de activiteiten op je groepspagina en/of laat de kinderen een feest organiseren waarin ze aan de ouders presenteren hoe ze dit jaar samen een groep maken. Onderdelen kunnen bijvoorbeeld zijn: Samen koken, samen iets presenteren, samen gezelschapsspelletjes spelen, samen spelen op het plein, rollenspel enz.


7. Een school brede aanpak:

Het is belangrijk dat de 'Gouden Weken' in de hele school breed gedragen worden.

Het is daarom goed om het nieuwe schooljaar met het hele team rond dit onderwerp te starten. Zorg daarnaast ook voor een goede overdracht voor de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Een goede overdracht zorgt voor voldoende basiskennis van je individuele leerlingen om een vliegende start te kunnen maken en kan voorkomen dat je in onnodige situaties belandt. Doe dit zo mogelijk nog vóór de zomervakantie met je collega’s.


8. Vaste rituelen:

Kleuters zijn dol op herhaling. Het geeft ze duidelijkheid en daarmee ook veiligheid.

Door dingen te mogen herhalen ontdekken zij steeds weer nieuwe dingen.

Steeds wanneer er gedurende het schooljaar een nieuwe kleuter instroomt begint de groepsontwikkeling in het klein weer van voor af aan en start je weer bij de "Forming'.

Het is daarom goed om in een kleutergroep een vast ritueel te ontwikkelen voor als er tussendoor een nieuwe kleuter instroomt. Denk bijvoorbeeld aan een welkomstlied of een spel waarbij de kinderen zich voorstellen en/of iets vertellen over zichzelf.

 

Een gouden start


Bij de kleuters kun je de 'Gouden Weken' ook nog wat breder trekken door er het thema 'Goud' aan te verbinden, zodat het nog meer context krijgt en gaat leven. Op die manier zien de kinderen dat er iets bijzonders aan de hand is. Geef daarbij aan dat het de Gouden Weken zijn, waarbij ze leren met wie ze in de klas zitten. Enkele ideetjes:

  • Kleed je lokaal, hoeken, thematafel of je logeerknuffel met gouden spullen aan

  • Hang gouden ballonen op met gouden confetti en een samenwerkingsopdracht erin en laat er iedere dag eentje knallen.

  • Laat de kinderen met een zeef gouden steentjes in de zandtafel zoeken

  • Organiseer allerlei groepsvormende activiteiten met gouden voorwerpen, zoals goud gespoten ballen of balletjes, bijvoorbeeld: Ra, ra, wie heeft de bal van goud?

  • Laat de kinderen een gouden kroon knutselen

  • Laat de kinderen zichzelf tekenen en op een gouden ster plakken ('de sterren van groep 1-2 ').

  • Laat ze verven met gouden verven

  • Laat ze knutselen met gouden papier.

 

De 'Zilveren Weken'


De 'Gouden Weken' zijn goud waard, omdat ze voor een stevig fundament zorgen.

Een goed begin is weliswaar het halve werk, maar natuurlijk niet het hele.

Het proces gaat zeker in een kleutergroep gedurende het hele schooljaar door. En juist die herhaling maakt het werkend. Blijf dus continu aandacht hebben voor dit proces.


De weken na de Kerstvakantie worden de 'Zilveren Weken' genoemd: de tijd om de regels na twee weken vakantie weer aan te scherpen en weer volop te werken aan groepsvorming. Je kunt tijdens die weken de groepsvormende activiteiten gebruiken, die je in het begin van het schooljaar al gedaan hebt met je groep. Deze zijn bekend voor de kinderen en kosten de leerkracht ook minder voorbereiding. Daarnaast zijn er natuurlijk genoeg andere leuke energizers en coöperatieve activiteiten te vinden. Ook is het verstandig om tijdens de 'Zilveren weken' de regels en afspraken die aan het begin van het schooljaar zijn vastgesteld en besproken de eerste dagen na de Kerstvakantie weer regelmatig te herhalen.

Welke activiteiten ga jij doen?

 

Op zoek naar meer?


Boekentip:









Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke aanvullingen of suggesties? Laat dan een reactie achter!

 

Bronnen


Anke Vermeer. Jufanke.nl. (Jaartal onbekend). Groepsvorming & De Gouden Weken.

Geraadpleegd op 30 juni 2023


Jaimie Lee van Londen. Jufmaike.nl. (2018). Groepssfeer bereiken en behouden.

Geraadpleegd op 30 juni 2023


Juf Annelieke. Kleuteruniversiteit.nl. (2018). Mijn Gouden Weken bleken goud waard.

Geraadpleegd op 30 juni 2023


Jaap Marsman. Lerenleukermaken.nl. (2018). Maak van je klas een groep.

Geraadpleegd op 30 juni 2023


.






10.700 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Yorumlar


bottom of page