Zoeken

Woordenschat met kleuters

Bijgewerkt: mei 6

Werken aan de woordenschat staat in de kleutergroep centraal.

Door voorlezen en thema’s uit te diepen leren de kinderen veel nieuwe woorden.

Toch is het ook goed om doelgericht en bewust woorden aan te bieden.

In deze blog vertel ik je hoe je in de praktijk aan de woordenschat van kleuters kan werken.



Een doelgerichte aanpak


Alle kinderen komen met andere bagage in de kleuterklas, ook wat betreft de hoeveelheid woorden die ze kennen. De grootte van de woordenschat is van veel factoren afhankelijk: de thuissituatie, meertaligheid, eerdere VVE ondersteuning enz...

Het is hoe dan ook goed om bij kleuters intensief in te zetten op woordenschat, omdat je hierin ook een basis legt voor de verdere schoolloopbaan.

Zo is begrijpend lezen veel pittiger, wanneer je woordenschat klein is. En dat heeft dan ook weer effect op de zaakvakken. Een goed, doelgericht woordenschataanbod is dus erg belangrijk, naast andere woordenschat activiteiten die misschien minder doelgericht zijn.

Stap 1: Woorden kiezen


Voordat je doelgericht woorden gaat aanbieden moet je eerst een keuze maken.

Om de woorden te laten aansluiten bij de belevingswereld, is het een goed idee om woorden te kiezen die bij het thema passen waar je op dat moment in de klas over werkt.

Start het thema met de basiswoorden en biedt daarbij de lidwoorden aan.

Bied niet alleen voorwerpen aan, maar ook gerelateerde werkwoorden.

Bedenk voordat je start aan een thema ook welke woorden je op welke dag/welke week je gaat aanbieden. Je kunt dan ook activiteiten op deze dag aanbieden waarbij deze woorden herhaald zullen worden.

Stap 2: De woorden doelgericht aanbieden


Na de woordkeuze is het belangrijk om doelgericht de woorden aan te gaan bieden.

Creëer hiervoor een rijke situatie waarin je nagaat wat de voorkennis van de kinderen is en waarin de woorden aangeboden kunnen worden.

Activiteiten in deze fase zouden kunnen zijn:



In de kring:


Een woordveld:

Je hebt nodig:

- Vel papier

- Een stift.

Activeer de voorkennis en vergroot de woordenschat van de kinderen met behulp van een woordveld. Wat weten de kinderen al over dino's? Laat ze bijvoorbeeld in tweetallen nadenken over woorden die bij het thema horen en vertellen wat ze bedacht hebben. Laat ze ook beredeneren waarom ze vinden dat het woord erbij hoort.

Werk gedurende het thema verder vanuit dit woordveld. Schrijf de woorden op een vel papier. Welk lidwoord hoort ervoor? Je kunt hiervoor ook de woordkaarten bij het thema gebruiken. Laat de kinderen zinnen bij de woorden bedenken en klap de woorden.

Als er een letter van de week centraal staat, kun je deze letter met de kinderen opspeuren in het woordveld en er een cirkel omheen zetten.

Maak tekeningen bij de woorden, plak er afbeeldingen bij of laat de kinderen deze er zelf bij maken. Hang het woordveld op. Herhaal moeilijke woorden gedurende de week om de woordenschat uit te breiden.


Mindmappen:

Je hebt nodig:

- Een woordveld

- Een aantal hoepels.

Een mindmap is een techniek om je gedachten en denkpatronen in beeld te brengen.

De onderlinge relaties en aspecten worden zo duidelijk.

Je kunt de woordkaarten, maar bijvoorbeeld ook een prentenboek als uitgangspunt nemen.

Laat de kinderen nadenken over welke woorden bij elkaar in een hoepel moeten komen te liggen of spreek al een categorie af en laat de kinderen daar woorden bij zoeken.

Vraag steeds na waarom kinderen deze keuze maken.

Druk de woorden met afbeeldingen nogmaals af en laat de kinderen tijdens de werkles in tweetallen nog eens met de mindmap aan de slag gaan of geef ze juist de opdracht om een compleet nieuwe mindmap te maken. Bekijk meer voorbeelden van mindmappen met kleuters op de website: mindmappen met kleuters


Een digitale mindmap:

Je hebt nodig:

- Maak gebruik van een mindmap app, zoals iMindMap kids.

Zorg dat je van te voren verschillende plaatjes op je computer hebt staan die te maken hebben met het prentenboek of onderwerp. Wanneer je de iPad aansluit op het digibord kun je alle kleuters mee laten kijken.


Stap 3: Maak de betekenis duidelijk


Vervolgens is het belangrijk dat de leerkracht de betekenis van het woord duidelijk maakt.

Je kunt hier gebruik maken van de drie U's: uitbeelden, uitleggen en uitbreiden.

Hierdoor wordt de betekenis zichtbaar, toegelicht en wordt het netwerk van woorden gekoppeld. De woorden worden in deze fase geclusterd in grafische modellen aangeboden.



In de kring:


Afbeeldingen combineren met echte voorwerpen:

Je hebt nodig:

- Voorwerpen

- Woordkaarten, passende bij dit thema.

Laat de kinderen voorwerpen bij woordkaarten/afbeeldingen zoeken om er nog meer betekenis aan te geven. Zet de voorwerpen op de thematafel.


Betekenis geven aan woorden:

Je hebt nodig:

- Midden in de kring staat een kist met spullen die te maken hebben met kippen en eieren.

De spullen worden uitgedeeld aan tweetallen.

Zij bespreken samen waar de spullen voor nodig zijn. Dit delen ze in de kring.


Welke hoort er (niet) bij?

Je hebt nodig:

- Eventueel woordkaarten

- Een groot vel papier

- Een stift.

Noem steeds een rijtje woorden die bij elkaar horen. Kunnen de kinderen vertellen waarom deze bij elkaar horen? Bijv. ei-nest-kuiken

* Variatie: Welk woord hoort er niet bij? Zet er een woord tussen die er niet bij past.


Woorden clusteren:

Je hebt nodig:

-

Cluster de woorden in een woordkast, woordparaplu of een woordtrap. Welke woorden horen bij elkaar en waarom? Het is een aanrader om deze woordclusters zichtbaar op te hangen, zodat het woord elk moment van de dag in beeld blijft en er meerdere keren per dag aandacht aan kan worden geschonken. Maak de woorden die die dag centraal staan zichtbaar door een poster ervan op te hangen: "Het woord van de dag'.


Goed of fout?:

Je hebt nodig:

- Woordkaarten, passende bij dit thema

Jij vertelt iets over de woordkaart, passende bij het thema. Als dit waar is, mogen de kinderen gaan staan. Vertel jij iets wat helemaal niet klopt, dan blijven de kinderen zitten.

Voorbeelden:

Een ei is vierkant - fout

Een vogel vliegt - goed

Stap 4: Inoefenen


Nadat je woorden expliciet hebt aangeboden is het net zo belangrijk om het woord goed in te oefenen. Na één keer aanbieden onthouden de kinderen het woord en de betekenis namelijk nog onvoldoende. Het is dan ook nodig om het woord en de betekenis ervan in te oefenen door verschillende activiteiten aan te bieden. Deze activiteiten kunnen op verschillende momenten verdeeld over de dag/week plaatsvinden.

Wanneer je meerdere keren op verschillende manieren in de week de woorden herhaalt, zal dit woord beter beklijven. Er zijn veel verschillende activiteiten mogelijk, zoals:



In de kring:


Spel: Wie/wat ben ik?