Zoeken

Fijne motoriek: Schilderen

Bijgewerkt: mrt 26

Verf is een sensopathisch materiaal met een grote aantrekkingskracht op jonge kinderen. Kinderen kunnen zich met verf heerlijk uitleven en ontdekken steeds weer wat nieuws. Daarnaast stimuleert schilderen ook nog eens de ontwikkeling!

In deze blog vertel ik je er meer over.



Schilderen is leuk!


Werken met verf is voor ieder kind aantrekkelijk, omdat verf een heerlijk materiaal is om te manipuleren en het onmiddellijk resultaat geeft. Kinderen die thuis schoon moeten blijven vinden het misschien moeilijk zich over te geven aan de ‘vieze’ verf.

Of misschien vinden ze het juist wel heerlijk!


Schilderen is eigenlijk tekenen met verf. Toch is schilderen moeilijker omdat het hanteren van een kwast, in combinatie met het gebruik van verf, meer van een kind vraagt dan het gebruik van alleen een potlood. Je kunt natuurlijk vingerverf gebruiken om te schilderen, maar ook het goed gebruik maken van dat materiaal is heel wat gecompliceerder dan het maken van een tekening met potlood en papier.

Goed voor de ontwikkeling


Schilderen is niet alleen leuk, maar stimuleert de ontwikkeling van jonge kinderen ook nog eens op allerlei manieren:


Kinderen ontdekken met schilderen steeds weer iets nieuws: Bijvoorbeeld dat als je twee kleuren mengt, je steeds een andere kleur krijgt, dat je als je met de verfkwast op het papier "slaat", je iets anders krijgt dan als je over het papier strijkt of dat verven met een kwast een ander effect geeft dan verven met een schuursponsje enz.


Kinderen kunnen met verf naar hartenlust manipuleren en er kan niets misgaan.

Het is niets en het kan iets worden, maar dat hoeft niet. Er is geen vaststaand eindproduct. Als het niet lukt, mogen ze gewoon weer opnieuw beginnen.

Dit kan het zelfvertrouwen van kinderen vergroten.


Spelen met verf levert ook veel tactiele ervaringen op, waardoor de gevoeligheid van de handen en de handspieren worden versterkt. Bij kleien oefenen kinderen de fijne motoriek en de oog-hand coördinatie. Kinderen ontwikkelen zo de spieren in hun handen en technieken (denk aan de pincetgreep), die nodig zijn bij het leren schrijven in groep 3.


Schilderen kalmeert en ontspant. Het is een rustgevende activiteit die kinderen ook helpt om hun gedachten te ordenen en emoties en gebeurtenissen te verwerken.

Schilderen stimuleert ook de concentratie. Meestal kunnen kinderen tijdens het schilderen de aandacht heel goed richten op hun werk en laten ze zich niet afleiden door de omgeving. Schilderen maakt je daarnaast alert.

Wanneer we iets betasten hebben we daar een paar uur profijt van.

Kijken en luisteren daarentegen zorg slechts voor een korte opleving van alertheid.

Al schilderend doen kinderen zelf allerlei ontdekkingen en ervaringen en kennis op.

Als leerkracht heb je hier bijna geen rol in. Deze ervaringen zorgen ervoor dat de kinderen steeds moeilijkere technieken aankunnen.

Schilderen zorgt hiermee voor een natuurlijke progressie in de fases van hun ontwikkeling met materialen (van experimenteren naar meer doelgericht).


Door te schilderen bevorder je ook de creativiteit van kinderen.

Het stimuleert het zelf creëren en prikkelt de fantasie.


Je kunt schilderen tenslotte ook heel goed gebruiken bij allerlei schoolse activiteiten en zo het leren nog leuker maken. Laat kinderen bijvoorbeeld schrijfpatronen, de cijfers, vormen of letters schilderen.

Schilderen in opbouwende stapjes


Bij het werken met verfdoorlopen kinderen verschillende stappen.

Wat betreft het doelgericht werken zie je de volgende opbouw:

  1. De verkenningsfase: Laat kinderen altijd eerst zelf ontdekken en experimenteren met verf. De hele jonge kleuter geniet van het spelen met verf en heeft geen doel voor ogen. Hij heeft daar voldoende aan.

  2. De iets oudere kleuter benoemt zijn verfproduct achteraf.

  3. Daarna gaat het kind al tijdens het proces zijn verfresultaat een naam geven, maar stelt het zijn doel nog heel makkelijk bij wanneer het tijdens de activiteit in zijn product toch iets anders meent te herkennen.

  4. Een oudere kleuter heeft vooraf een plan gemaakt en werkt doelgericht. Als hij nog niet over de vaardigheden om dat doel te bereiken blijkt te beschikken, stelt hij zijn doel bij door het aan te passen aan zijn mogelijkheden.

  5. Een kleuter die over voldoende vaardigheid beschikt, maakt volgens een vooropgezet plan een verfproduct en slaagt daar ook in.

Wat betreft de motoriek zie je, dezelfde ontwikkeling als bij het tekenen:

  1. Het jonge kind schildert/krabbelt aanvankelijk nog vanuit zijn hele lichaam of de schouder.

  2. Vervolgens gaat het kind kleine vormpjes schilderen, die vanuit de arm ontstaan

  3. Vanuit deze kleine vormpjes gaat het kind grotere vormen schilderen. De krabbels worden steeds minder talrijk omdat de beweging steeds minder vanuit de schouder wordt gemaakt. Het kind maakt nog geen gebruik van een onder- of bovenkant van het blad papier, schildert over het hele vel en keert het vel ook om terwijl het rustig verder schildert. De voorstelling is duidelijk nog van ondergeschikt belang aan de beweging en de daaruit ontstane vormen.

  4. Daarna volgt de koppoter-periode. De kleuter schildert nu een hoofd met voeten en deze vorm is ook voor ons herkenbaar.

  5. De koppoter wordt vervolgens uitgebreid. Het kind schildert nu een romp, vaak nog zonder armen. Het kind schildert ook allerlei figuurtjes, die afgeleid zijn van de koppoter, zo is een koppoter met vier poten een koe en een met een driehoek op zijn hoofd (snavel) een vogel. De koppoter wordt tenslotte een figuurtje met ledematen, de kleding is vaak doorzichtig. Je ziet de benen van het poppetje door de broek omdat die in een later stadium over het basisfiguurtje is geschilderd en ook navels zijn daardoor zichtbaar door de trui.

  6. Het kind hanteert de rand van het vel papier als grondlijn


Het proces is bij verven altijd belangrijker dan het product. Het is voor kleuters erg belangrijk om het verven nog met hun hele lichaam te mogen ervaren.

Observeer tijdens het werken de motoriek van de kinderen.

Werken ze vanuit hun schouders, elle bogen, bewegen beide armen soepel, heeft het kind een voorkeurshand?

De materialen


Laat de kinderen om te beginnen altijd een plastic verfschort aandoen. Heb je die niet? Laat dan een handige ouder elastiek in de mouwen van een overhemd zetten en daar een sluiting van klittenband in maken. Stoffen schorten kunnen echter wel doorlekken.


Verf altijd op een beschermde ondergrond, zoals een plastic vuilniszak, die je hebt open geknipt. Na afloop kun je deze zo weg gooien en zijn je tafels weer schoon. Je kunt natuurlijk ook kranten of een waterdicht hoeslaken gebruiken (die je regelmatig wast).

Zet de verf en de materialen van tevoren klaar op tafel, zodat de kinderen niet hoeven te lopen als ze bezig zijn.


Verf is in allerlei soorten verkrijgbaar.

Waterverf, vingerverf en plakkaatverf zijn de meest geschikte en uitwasbare verfsoorten om mee te beginnen.

  • Waterverf: Het werken met waterverf biedt andere mogelijkheden omdat de kleuren niet dekkend zijn en door elkaar heen kunnen vloeien. Het resultaat lijkt op een aquarel, maar kinderen kunnen zich daardoor wel beperkt voelen in hun mogelijkheden. Het materiaal leent zich niet voor wat zij voor ogen hadden en dat kan ergernis veroorzaken. Vandaar dat het in eerste instantie vaak beter werkt om bij jongere kleuters waterverf in combinatie met waskrijt te gebruiken. Ecoline is ook erg leuk om mee te werken, maar wel erg dun en ecolinevlekken zijn erg moeilijk van de handen te wassen en niet of nauwelijks te verwijderen uit kleding.

  • Vingerverf: Deze verf is uitermate geschikt voor jonge kinderen, die nog vanuit de schouders werken. Werk bij vingerverf op grote vlakken, bijvoorbeeld op rollen behang zodat het kind de ruimte heeft. Jonge kinderen schilderen vaak niet alleen met hun vingers maar met hun hele hand. Ze ontdekken dat ze de vorm van hun hand af kunnen drukken en met hun nagels in de verf kunnen krassen. Het werken met vingerverf kan enorm ontladend werken en meestal gaat de activiteit voor jonge kinderen boven het resultaat. Om toch een mooi werkstuk over te houden kan de leerkracht een mooie vorm uit het vingerverfproduct knippen en die op een gekleurd papier plakken. Je sluit op die wijze aan bij de behoefte van het kind om het lekker te laten experimenteren met verf zonder dat het doelgericht aan een resultaat moet werken. Wanneer het nadien toch een resultaat kan laten zien, vindt het kind dat geweldig. Door deze omgekeerde benadering: het kind eerst lekker zijn gang laat gaan en uit die bezigheid pas achteraf een product laat ontstaan, heb je twee vliegen in een klap. Je sluit én aan op zijn behoefte om te experimenteren én je houdt er een product aan over.

  • Plakkaatverf: Oudere kleuters geven vaak de voorkeur aan het schilderen met plakkaatverf, omdat zij meer oog hebben voor details.


Doe de verf bij voorkeur in een afsluitbaar verfpotje. Vul deze wel maar voor een derde met verf, zodat de kwast er niet te diep in kan worden gedoopt.

Je kunt ook gebruik maken van een eierdoos, maar de verf zal dan wel eerder uitdrogen.

Je kunt de verf onverdund gebruiken, maar als je b.v. gaat verfblazen kun je het ook verdunnen met water.

Start met de primaire kleuren, rood, blauw en geel en biedt daarnaast zwart aan.

Die vier kleuren zijn in eerste instantie meer dan voldoende om te gaan schilderen.

Als het kind behoefte aan meer kleuren krijgt, kun je het kleurenassortiment uitbreiden of een menglesje geven.


Kies bij voorkeur voor penselen of kwasten van varkenshaar. Geef bij iedere kleur een aparte kwast om geklieder te voorkomen en laat de kwasten niet steeds uitspoelen.

Jonge kleuters beheersen die vaardigheid vaak nog niet en komen door geklieder niet echt aan schilderen toe.


Daarnaast is het belangrijk om het geschikte papier te vinden. Zorg voor stevige vellen papier of karton, waar een kind niet doorheen kan schilderen.

Kies voor de jongere kleuters een groot formaat papier. Oudere kleuters kunnen ook op kleiner formaat papier schilderen, maar aangezien het kind met verf streken in plaats van lijnen maakt, leent het materiaal zich toch beter voor het werken op een groter formaat papier. Indien je tóch op een kleiner formaat wilt laten werken, dien je daar ook kleinere kwasten of penselen bij aan te bieden, zodat het kind daardoor onbewust al fijnere streken gaat maken.


Vervang de standaard schildervellen eens door andere materialen als planken, lappen stof en door andere vormen papier zoals bijvoorbeeld cirkels, harten of ovalen. Stof kan ook om een karton heen worden geniet zodat de ondergrond steviger wordt om daarna beschilderd te worden. Daarnaast kun je gebruiksvoorwerpen zoals dozen, schoenen, vazen, bordjes, bloempotten en glazen potjes laten beschilderen en eventueel vernissen. Laat de kinderen ook eens op andere structuren verven, zoals behangpapier met structuur.


Bevestig het papier met magneten of grote wasknijpers bovenaan het verfbord, dan hoef je het vel alleen aan de onderkant nog maar met plakband te bevestigen en heb je minder kans op beschadiging van het papier,

Plak het papier, wanneer kinderen aan een tafel verven, vast met schilders tape, zodat het niet verschuift.


In het begin heb je niet veel meer dan de verf zelf nodig.

Wanneer een kind wat meer bekend is met de verf, dan kun je gedoseerd extra materialen en accessoires toevoegen. Voeg deze liever niet te snel toe, zodat je kinderen genoeg uitdaagt om de verf op een andere manier kunnen manipuleren.


Materialen die je aan de verf zou kunnen toevoegen om de textuur dikker te maken (en eventueel sporen te trekken) zijn:

  • Behangplaksel

  • Haargel

Materialen die je aan de verf zou kunnen toevoegen om de structuur te veranderen zijn:

  • Confetti

  • Glitters

  • Rijst

  • Zand

  • Zout

Verder kun je denken aan attributen om mee te stempelen, zoals:

  • Aardappels

  • Achterkant van een potlood

  • Afwasborstels

  • Ballonnen

  • Bladeren

  • Bubbeltjesplastic

  • Kurken

  • Proppen papier

  • Sponsjes

  • Stukjes eierdoos

  • Wc rollen


Attributen om verfsporen mee te maken, zoals:

  • Autootjes

  • Kammen

  • Knikkers

  • Stukjes karton)


Attributen om mee te verven, zoals:

  • Piepschuim

  • Takjes

  • Veren

  • Verfrollers

  • Wattenbollen

  • Wattenstaafjes


Of overige attributen, zoals:

  • Spatschermpjes en tandenborstels (om mee te spatten)

  • Schilder tape (om te tamponneren)

Gebruik een droogkast om de werkstukken te laten drogen

Een geschikte plek


Ook de plaats van de verfactiviteit is erg belangrijk.

Verven op de tafel of op de grond geeft een heel ander gevoel dan verticaal verven op een verfbord. Heb je geen verfbord, maak deze dan eens zelf door een stevige tafel op zijn kant te zetten en het papier er met een plakbandje aan te plakken.

Natuurlijk kan er ook op tafel geschilderd worden, maar dat geeft een kind minder zicht op zijn schilderwerk dan het schilderen in staande positie. Wanneer kinderen tijdens het verven mogen staan, dan kunnen zij zich bovendien vrijer bewegen,

Verftechnieken


Er zijn verschillende verftechnieken, zoals:


  • Afdrukken maken

  • Blazen

  • Lijnen arceren (een omtrek opvullen met gekleurde lijnen).

  • Mengen:

Gebruik daarvoor eierdozen met kleine beetjes verf. Laat de kinderen vrij mengen of teken op een groot karton drie keer twee cirkels, die elkaar in het midden overlappen. Laat het kind bijvoorbeeld eerst de linker cirkel met rood opvullen, daarna de rechter cirkel met geel en vervolgens beide kleuren mengen in het overlappende gedeelte en kijk, het heeft een nieuwe kleur getoverd. Vervolgens herhaal je dit met blauw en rood en daarna met blauw en geel. Kinderen hebben hierdoor het gevoel dat ze kunnen toveren. Als je dit werkstuk zelf als voorbeeld maakt (of print, maar dat is minder echt) en boven het verfbord hangt, hebben de kleuters een geheugensteuntje op het moment dat ze ook zelfstandig kleuren willen gaan mengen. Variatie: Doe eens twee kleuren verf in een afsluitbare zak en laat de kinderen de verf al knijpend vermengen tot een nieuwe kleur. Laat ze daarna ook eens met een wattenstaafje aan de buitenkant van de zak tekenen. Als variatie kun je de zak ook vullen met haargel of behangplak en kleurstof en/of glitters toevoegen. Ideaal voor kinderen die verf vies vinden!

  • Spatten

  • Stempelen

  • Stippelen (met wattenstaafjes, zodat een soort pointillisme ontstaat)

  • Tamponneren

  • Vingerverven

  • Waterverven

Een stappenplan


Maak met behulp van een stappenplan de volgorde van handelingen voor de kinderen visueel:

  1. Doe een schort aan en help elkaar bij het dichtmaken, zodat je niet onnodig lang op hulp hoeft te wachten.

  2. Hang je papier op

  3. Open de verfpotten

  4. Zet in iedere pot een kwast, zodat de kleuren niet door elkaar raken

  5. Noteer je naam linksboven op het papier

  6. Start met schilderen

Maak ook een stappenplan voor het opruimen:

  1. Laat je schilderij hangen/liggen

  2. Maak de kwasten met een afwasborstel schoon

  3. Doe de deksels weer op de verfpotjes (je kunt de kwasten ook met de haren naar beneden in een pot met water en afwasmiddel laten zetten en zelf aan het einde van de dag afwassen. Op die manier drogen ze niet uit. Wanneer je ze te lang zo laat staan worden de haren echter plat of springerig)

  4. Was je handen

  5. Doe je schort uit


Onder het tabblad "Motoriek/Fijne motoriek" op deze website vind je meer achtergrondinformatie over de fijne motoriek van kleuters.

Daarnaast vind je allerlei praktische suggesties voor de fijne motoriek en schilderen in mijn blogs "Beeldend/2D" op de diverse themapagina's.

Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest


Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën in een reactie op deze blog te delen!

16 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com