Zoeken
  • Juf Angelique

Spanning en stress bij kleuters

Kinderen die opvallend gedrag laten zien, willen met dit gedrag iets duidelijk maken, bewust of onbewust. Hun gedrag is een signaal. Een signaal dat heel vaak voorkomt, is spanning. Spanning kan zich uiten in teruggetrokken gedrag, maar ook in druk of zelfs agressief gedrag. Kleuters hebben regelmatig te maken met stressvolle momenten en spanning.

De wijze waarop je als leerkracht met deze momenten omgaat kan een groot verschil maken in hoe een kind de volgende keer op zo’n situatie reageert.

In deze blog vertel ik je er meer over.



Wat is stress?


Stress is een gevoel of fysieke reactie op een bepaalde situatie die om alertheid vraagt.

Aan het woord ‘stress’ hangt vaak een negatieve lading, maar het is niet perse een verkeerde reactie: tijdelijke, kortdurende en milde stress zorgt ervoor dat kinderen informatie scherp in zich opnemen, geconcentreerd en alert kunnen leren en dat ze eerder verworven kennis en creativiteit inzetten om nieuwe vaardigheden te leren. Achteraf zijn ze meestal trots, omdat ze iets nieuws geleerd hebben. Het brein geeft dan het stofje dopamine af, dat ook wel het geluk hormoon wordt genoemd.

Af en toe een beetje stress op zijn tijd hoort er dus bij.

 

Wat doet stress met je?


Om te begrijpen wat stress met je kan doen, moet je eerst weten hoe het brein in elkaar zit. Het brein is, simpel gezegd, te verdelen in drie stukken.

  1. Het reptielenbrein: Dit is het onderste gedeelte van ons brein. Hier bevinden zich de functies die nodig zijn om te overleven, zoals de behoefte om te eten en te slapen en het regelen van de bloeddruk en de hartslag. Om te overleven moet je soms ook huilen, vechten, vluchten of doodstil blijven staan. Karakter en omgevingsfactoren bepalen welke strategie je kiest. Stress uit zich bij kinderen dan ook op verschillende manieren. De meeste kinderen ontwikkelen in interactie met de omgeving een voorkeursstrategie.

  2. Het zoogdierenbrein: In dit gebied bevindt zich een klein gebied dat een emotie aan gebeurtenissen koppelt en een gebied die een rol speelt bij het opslaan van gebeurtenissen. Als een gebeurtenis veel impact maakt op een kind koppelt zijn brein hier dus een heftige positieve óf negatieve emotie aan. Hoe vaker een gebeurtenis zich voordoet hoe groter de impact hiervan is.

  3. Het mensenbrein: Hiermee onderscheidt de mens zich van de andere zoogdieren. In dit gebied van het brein wordt de binnengekomen informatie verwerkt en omgezet naar gedrag. Jonge kinderen kunnen hun eigen gedrag nog niet zo goed aansturen: daar hebben ze volwassene hard bij nodig! Kinderen kunnen zich pas optimaal ontwikkelen als de twee andere delen van het brein zich rustig houden.


De reactie van ons lichaam op spanning lijkt op de reactie op gevaar.

Direct gevaar duurt vaak maar relatief kort, zoals het moment dat er een hond grommend of blaffend op je af komt, of wanneer je een uitzwenkende auto moet ontwijken.

Wanneer er gevaar dreigt, reageert ons lichaam meteen door ons hart sneller te laten kloppen en het bloed sneller te laten stromen. De ademhaling gaat omhoog en de spieren spannen zich aan. Behalve deze fysieke reacties is er ook een cognitieve reactie: we houden onze omgeving nauwlettend in de gaten en richten onze aandacht op de gevaarlijke situatie. Die reactie van ons lichaam is functioneel: het maakt ons klaar om de confrontatie met het gevaar aan te gaan, of om het juist uit de weg te gaan. Het is de bekende 'fight or flight'-reactie. Op het moment dat het gevaar is geweken, verdwijnt deze reactie uit ons lichaam. De opgebouwde spanning verdwijnt.


Direct gevaar duurt kort, maar in het dagelijks leven zijn er ook veel situaties die geen kortdurende spanning opleveren als gevolg van direct gevaar, maar die langer aanhouden. Die situaties zorgen voor een langer durende stressreactie.

In het leven van kinderen zijn er verschillende zaken die voor aanhoudende spanning kunnen zorgen. Denk bijvoorbeeld aan bijzonderheden in de thuissituatie, zoals echtscheiding, verhuizing, het overlijden van een familielid, maar ook de geboorte van een broertje of zusje. In het dagelijks functioneren op school bouwen eveneens veel kinderen spanning op. Ze moeten immers de hele dag nieuwe dingen leren en zich voegen naar de regels en werkwijzen van de klas. Ook houden ze zich bezig met de sociale verhoudingen in de groep. Een ruzie tussen klasgenoten, of de komst van een nieuw kind in de groep kan de gedachten van een kind behoorlijk bezighouden.

De fysieke en cognitieve reacties op gevaar zijn er in het geval van aanhoudende spanning voortdurend. Ze zijn dan niet langer functioneel, maar gaan ons juist belemmeren in het dagelijks functioneren. De voortdurende spierspanning, een hoge hartslag en een snelle ademhaling kosten veel energie. Langdurige stress kan een negatief effect op het brein hebben, met name als kinderen niet op de juiste manier in hun gevoelens worden begeleid of wanneer er geen tijd is om te ontspannen en aan een natuurlijk herstel te werken.


In de vroegste ontwikkelingsjaren zijn de hersenen het meest kneedbaar. In deze periode kan ook het snelst de meeste winst geboekt worden of de meeste schade worden aangericht. Het is dus een belangrijke periode voor preventieve begeleiding.

 

Uitingsvormen van stress


Als spanning te lang aanhoudt, verliezen kinderen langzaam de grip op hun gedachten en gedrag. Dat zorgt ervoor dat ze steeds vaker primair reageren in plaats van een gepaste reactie te geven. Langdurige stress uit zich vaak in allerlei vage klachten, die erg tegengesteld van aard kunnen zijn; van heel agressief naar juist heel erg teruggetrokken.

Mogelijke signalen kunnen bijvoorbeeld zijn:


Gedrag

  • Weer in bed gaan plassen

  • Kinderlijk gedrag vertonen die niet bij de leeftijd past

  • Agressief zijn

  • Veel snauwen tegen een ander

  • Veel schelden als er iets tegenzit.

  • Een kort lontje hebben, snel geïrriteerd zijn of kunnen explosief reageren

  • Niet meer in eigen bed willen slapen

  • Verminderde eetlust óf juist veel meer eten

  • Nagelbijten

  • Hyperactiviteit en/of gejaagdheid

  • Concentratieproblemen. Doordat de gedachten steeds afdwalen naar de situatie die de spanning veroorzaakt, is het lastig om voldoende aandacht te richten op andere zaken die nu belangrijk zijn. Je ziet dan dat kinderen zich moeilijk kunnen concentreren op de instructie, hun werk of spel, snel het overzicht kwijtraken en dat ze zich daardoor steeds laten afleiden of voor zich uitstaren.

  • Impulsiviteit: meteen doen wat in hen opkomt.

  • Van de hak op de tak springen.

  • Hard en snel praten.

  • Teruggetrokken en liever alleen willen zijn dan met anderen


Lichamelijk

  • Buikpijn

  • Hoofdpijn

  • Gespannen spieren

  • Slaapproblemen

  • Duizeligheid

  • Verhoogde hartslag

  • Koude rillingen

  • Vermoeidheid, veel geeuwen en soms zelfs in slaap vallen


Geestelijk

  • Verdrietig zijn

  • Boos zijn

  • Snel geïrriteerd

  • Bang zijn of snel in paniek

  • Zich zorgen maken en veel piekeren

  • Geen zin (of geen fut) om te spelen of werken

  • Vaak in gedachten zijn

  • Plotseling kwaad en/of agressief zijn

  • Snel huilen


Negatieve gedachten

  • ‘Ik kan het niet’

  • ‘Ik ben niet goed genoeg’

  • ‘Ik ga mijn best niet meer doen, het lukt toch niet’

  • ‘Ik ben bang dat er iets ergs gebeurd’

  • ‘Niemand die mij begrijpt’

  • ‘Ik stel mij vast aan’

 

Hoe begeleid je een kind met stress?


Kinderen reageren dus verschillend op spanning. Sommige kinderen worden onrustig, andere trekken zich juist terug. Toch kun je in de eerste instantie op dezelfde manier op deze kinderen reageren. De belangrijkste onderwijsbehoefte van deze kinderen komt namelijk voort vanuit het signaal dat ze met dit gedrag geven: ‘Ik voel me gespannen.’

Hun belangrijkste behoefte om weer tot leren en functioneren in de klas te kunnen komen is ontspanning.


Maar hoe kun je een kind dat gevoelig is voor spanning leren te kalmeren en weer vertrouwen te krijgen in zichzelf? Een gezonde basis van zelfvertrouwen is goud waard!

Als je lekker in je vel zit, kan je de hele wereld aan en is een stressvolle situatie snel minder heftig. Laat het kind merken én voelen dat het goed genoeg is zoals hij/zij is!

Mét de kwaliteiten die je hij bezit en mét de dingen die hij nog moeilijk vindt.


De eerste stap die je kan nemen is om de emoties te erkennen.

De emoties die een kind uit zijn oprecht. Omdat een kleuter nog niet altijd de juiste woorden vindt om zijn gevoelens te uiten doet hij dit vaak door dit direct om te zetten in gedrag. Toon dus begrip, wees een luisterend oor, probeer te achterhalen wat een mogelijke oorzaak is van de stress en kijk of je hierin iets kan betekenen qua verlichting van de spanning. Zeg ‘soms gebeurt er iets wat best spannend is, maar daar ga ik je dan bij helpen’ in plaats van ‘stel je niet aan’.

Als je als leerkracht ervan overtuigd bent dat een leerling zelf kiest om zich te misdragen of om afwijkend gedrag te vertonen, draag je alleen bij aan het ontwikkelen van meer stress.

De manier waarop je als leerkracht reageert op een stressvolle situatie kan een kind doen ontsporen of juist helpen om op het goede spoor te komen.

Vervolgens is het goed om de emoties van een kind te benoemen.


Soms kun je als leerkracht iets doen om de directe oorzaak van de spanning weg te nemen. Je kunt bijvoorbeeld helpen om een ruzie op te lossen, of de lesstof nog eens heel duidelijk uitleggen. Maar vaak is het niet mogelijk om de oorzaak weg te nemen.

Dat betekent dat een bepaald niveau van spanning een gegeven is. En zo lang de oorzaak blijft bestaan, blijft er ook sprake van enige spanning bij een kind.

Dat is het geval bij veel kinderen. Ze moeten immers constant leren, presteren en functioneren in de sociale setting van de groep, en dat levert in veel gevallen enige spanning op.


Maar juist dan zijn kleine ontspanningsmomenten tijdens de schooldag extra belangrijk om kinderen telkens een beetje te laten ontladen. In sommige gevallen is er vervolgens nog meer nodig om het overgebleven gedrag te veranderen. Maar als je het gedrag van een kind wilt ombuigen, is een voorwaarde dat het kind zelf enige grip heeft op zijn eigen gedrag. Zorgen dat het kind ontspannen is, is daarvoor een onmisbare eerste stap.

Het is voor álle kinderen heel belangrijk om tijdens de schooldag regelmatig een ontspanningsmoment te hebben. De pauzes zijn daarvoor uiteraard onmisbaar.

Maar ook tijdens de lessen of tussen de lessen door kun je korte ontspanningsmomenten organiseren.


Je doet als leerkracht vast al van alles om te zorgen dat kinderen tijdens een schooldag tussendoor ontspannen. Toch is het goed om eens bewust te kijken naar je ‘repertoire’.

Bied je bijvoorbeeld genoeg afwisseling tussen de verschillende manieren van ontspanning? Wat voor het ene kind ontspannend is, kan een ander namelijk juist energie kosten. Daarom is het belangrijk om te zorgen voor voldoende afwisseling gedurende de dag, zodat elk kind een aantal ontspanningsmomenten heeft. Sommige kinderen hebben bijvoorbeeld behoefte om lekker te bewegen. Bewegen heeft veel positieve effecten op het brein: zo worden er allerlei groeistoffen aangemaakt en het werkt daarnaast ook stress verlagend.

Andere kinderen hebben meer baat bij voldoende rust, ontspanning of een lichte mindfulness-activiteit, die ook stress verlagend kan werken en bijdraagt aan het concentratievermogen. Probeer in overleg met het kind te bepalen wat voor hem helpend zou kunnen zijn. De één vindt de rust in de natuur, de ander vind het heel fijn om te knutselen, te lezen, te niksen, enzovoorts. Het kan ook fijn zijn om je repertoire uit te breiden. Laat je bijvoorbeeld eens inspireren door collega’s. Wissel concrete ideeën met elkaar uit. Vaak kom je zo weer op nieuwe ideeën.


Plan je ontspanningsactiviteiten in tijdens de schooldag? Bekijk dan vooraf of je voldoende afwisselt tussen deze vier verschillende elementen.


1. Beweging

Kinderen zitten soms een tijdlang aan hun tafel te werken. Goed bewegen met het hele lijf, dus niet alleen het lopen naar de kast om een schaar te pakken, zorgt ervoor dat kinderen hun energie kunnen verdelen over het hele lichaam en dat ze overtollige energie kwijtraken. Energizers of dansjes van Just Dance zijn bijvoorbeeld goede opties.


2. Ademhaling

Kinderen die gespannen zijn, hebben vaak een snelle en hoge (borst)ademhaling.

Sommige meditatie- of yoga-oefeningen kunnen helpen om een rustige buikademhaling toe te passen. Maar ook zingen helpt om een ongunstig ademhalingspatroon te doorbreken.


3. Eigen keuze

Als kinderen vaak dingen moeten doen volgens regels, een standaard manier of vaste strategieën, kan dit spanning opleveren. Geef ze, waar het kan, daarom even de gelegenheid om het op hun eigen manier te doen. Een voorbeeld hiervan is buiten spelen, waarbij kinderen de ruimte krijgen om zelf te mogen kiezen wat ze willen doen.


4. Geen prestatie:

Kinderen zijn op school de hele dag bezig om nieuwe dingen te leren. Dat vraagt constant inspanning van ze. Werk op beheersingsniveau kan ontspanning bieden. Kleien of tekenen zonder daar een opdracht aan te verbinden kan dan bijvoorbeeld prettig zijn. Hiermee kunnen kinderen even hun volle hoofd leegmaken


Je zou het kind ook een activiteit kunnen geven waar hij de stress kan verlagen en dit ook zo te benoemen. Een kind zal dan de volgende keer ook eerder denken: ‘Ik word rustig wanneer ik die activiteit doe’ en deze activiteit vaker uit zichzelf inzetten.


Kijk ook eens naar je eigen stressniveau. Misschien is een kind ook niet helemaal op zijn gemak, omdat jij dat niet bent en spiegelt hij jou dit gevoel.


Wanneer een kind langdurig stresssignalen vertoont doe je er goed aan om hem door te verwijzen naar een huisarts.

 


Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest.

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!


.

95 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven