top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

Werken met speel-/leermaterialen

Bijgewerkt op: 11 feb.

Bij het werken met speel-leermaterialen zijn jonge leerlingen actief en handelend bezig.

Het is een manier van leren die past bij hun ontwikkeling. In deze blog lees je er meer over.

Leren met speel-/leermaterialen

Jonge kinderen leren door te ontdekken en te spelen. Door middel van spelen leert het kind de wereld om zich heen te ontdekken en maakt het zich stapsgewijs eigen.

Daarom is een rijke speel-leeromgeving voor een kind belangrijk.


Spel is het begin van leren. Kinderen doorleven spelend kennis met al hun zintuigen door te experimenteren én te doen. Deze kennis blijft daardoor beter hangen, dan wanneer zij de leerstof meteen op een werkblad krijgen aangeboden.


Het werken met speel-leermaterialen kent veel voordelen, zoals:

  • Door de speel-/leermaterialen aan doelen te koppelen, kunnen kinderen in spelvorm werken aan een ontwikkelingsdoel. Daarvoor is het wel belangrijk dat je niet alleen de doelen maar ook de mogelijkheden van de materialen goed kent. Lees er meer over in mijn blog Beredeneerd spelen

  • Omdat ze zelf actief betrokken zijn en het resultaat zien, geeft het werken met speel-/leermaterialen kinderen voldoening en werkt het motiverend.

  • Veel speel-leermaterialen hebben opdrachten in verschillende niveaus, van makkelijk naar moeilijk. Zo kan ieder kind zich op zijn eigen niveau ontwikkelen.

  • Kinderen worden door het werken met speel-/leermaterialen voorbereid op het werken van 3d naar 2d.

  • Speel-leermaterialen geven structuur en voorspelbaarheid en bieden mogelijkheden tot samenwerking.

  • Speel-leermaterialen stimuleren de concentratie, taak-werkhouding en het geheugen.


Er is echter ook kritiek op het gebruik van speel-leermaterialen in groep 1-2.

Sommige leerkrachten vinden dat het materiaal niet betekenisvol genoeg zou zijn en een te gesloten en ‘toetsend’ karakter heeft. Met een creatieve blik kun je echter de ontwikkelingsmogelijkheden bij de diverse materialen vergroten en verrijken.

 

Verschillende soorten speel-/leermateriaal


In een rijke leeromgeving, die is afgestemd op de belevingswereld en ontwikkeling van de kinderen in je groep, kunnen kinderen in combinatie met de juiste begeleiding tot ontwikkeling komen. Als leerkracht zorg je dus voor gevarieerd en krachtig speel-/leermateriaal, waar kinderen steeds iets nieuws aan kunnen ontdekken.


In iedere kleutergroep staan kasten gevuld met materialen.

Veel van deze materialen zijn ontwikkeld door de drie bekendste pedagogen uit de 18de en 19de eeuw, te weten: Fröbel, Decroly en Montessori.

Er zijn veel soorten speel-/leermaterialen. Elk speel-/leermateriaal stimuleert een bepaald doel of bepaalde doelen, zoals taal- en rekenvaardigheden, motoriek, ruimtelijk inzicht, begrippen, sociaal-emotioneel, techniek, enzovoort.


Naast speel-leermaterialen zijn er nog drie soorten materialen:

  1. Vormgevende materialen, zoals teken- en knutselmaterialen, mozaïek, blokken, constructie, kralenplanken, stokjes en ringen. Kinderen vervormen en bewerken dit materiaal om een idee met behulp van het materiaal en bijbehorende technieken zichtbaar te maken.

  2. Ongevormde materialen, zoals zand en klei. Kinderen verkennen dit materiaal en ontdekken zo de eigenschappen van het materiaal.

  3. Gerichte ontwikkelingsmaterialen, zoals lotto’s (kaarten op een rij leggen van klein naar groot), puzzels, werkbladen en materialen die de ontluikende geletterdheid en gecijferdheid stimuleren. Ze zijn doelgericht, omdat de opdracht en oplossing van het materiaal is ingebouwd. Dat betekent dat het materiaal een eenduidige bedoeling en uitkomst heeft en niet naar eigen inzicht gebruikt kan worden. Bij gerichte ontwikkelingsmaterialen is er in tegenstelling tot bij speel-/leermaterialen geen sprake van spel (onder andere flexibiliteit, eigen regels en handelingen) . Wel wordt er volgens vaste stappen geleerd en dat draagt ook bij aan ontwikkeling. Eigenlijk zou je deze materialen dus als toets materialen kunnen zien.

Een handig overzicht van speel-/leermaterialen vind je o.a. op:


Goed materiaal:

  • Prikkelt de nieuwsgierigheid.

  • Nodigt uit tot handelen en onderzoeken met je zintuigen.

  • Is veelzijdig en prikkelt de verbeelding en de fantasie van kinderen. De kinderen kunnen er steeds iets nieuws aan ontdekken. Je kunt er meerdere dingen mee en er zijn meerdere uitkomsten mogelijk.

  • Is afgestemd op de verschillende ontwikkelingsniveaus van de kinderen.

Of materialen de ontwikkeling van een kleuter stimuleren zie je vrijwel meteen terug in het spelgedrag van kleuters en hun betrokkenheid.

Haal de feedback dus vooral uit hun spelgedrag. Wanneer zij materialen onberoerd in de kasten laten staan, weet je vaak al meer dan genoeg.

 

De kasten inrichten


Zet materialen overzichtelijk in kasten neer.

Zet open kasten die dwars op de muur staan zo neer dat je er niet meteen in kijkt als je binnenkomt. Het is namelijk rustiger om tegen de achterkant van een kast aan te kijken.

Zet dichte kasten en kasten met lades op de plekken die in het zicht staan.


Richt je kasten in op ontwikkelingsgebied; een kast met rekenmateriaal, een taalkast en een kast met kleur- en vormmateriaal en motorisch materiaal.

Zet de kasten ook niet te vol. Less is more! Kinderen kunnen heel goed spelen met weinig materialen, zeker als het materialen met een open eind zijn en dus niet van tevoren al vaststaat wat je ermee kan doen. Vergeet ook niet dat de kinderen eerst ervaringen met de materialen moeten kunnen opdoen en vaardig moeten worden in het gebruik hiervan.

En dat lukt ook minder goed als er teveel ligt. Breng voor optimale spelkansen dus orde en structuur aan, doseer en wissel liever af met de spullen.


Stapel de werkjes niet. Wanneer je werkjes stapelt, zul je namelijk zien dat kinderen de onderste werkjes nooit pakken. Ze zien niet wat erin zit en het is niet handig om het werkje te pakken. Volgestapelde kasten zien er ook niet overzichtelijk en aantrekkelijk uit.


Kies bij voorkeur voor open kasten, halfhoge doorzichtige dozen en haal de deksels van de werkjes. Kinderen onthouden namelijk nog niet goed welk materiaal er is, wanneer ze het niet kunnen zien. De kans is ook klein dat de kinderen gesloten bakken vanzelf zullen openen. Plak foto's of etiketten op de bakken, zodat kinderen de materialen ook weer zelfstandig kunnen opruimen. Foto's zijn ook handig om te laten zien welke spullen op welke plek bewaard moet worden en hoe een hoek opgeruimd moet worden.


Heb je te veel materiaal? Misschien heb je dan ergens een plekje om wat materiaal op te bergen, zodat het materiaal wat je op dat moment aan wilt bieden netjes in de kasten kan staan. Dit materiaal kun je dan zo nu en dan omwisselen met materiaal uit de voorraad.

Zo blijft het aanbod ook altijd interessant voor de kinderen.


Wil je meer beredeneerd werken? Zet dan per periode alleen de materialen in de kast die de doelen uit die periode ondersteunen. Bied de materialen zorgvuldig aan en vraag je daarbij steeds af welke leerervaring of welke ontwikkeling je op gang brengt.

 

Kiezen of verdelen?


Sommige leerkrachten delen het werken met speel-/leermaterialen uit en noteren ook waar de kinderen hebben gewerkt. Maar waarom eigenlijk? Waarom houden we dit bij?

Wat doen we ermee? En wat maakt het uit hoe vaak een kind ergens speelt?

Spelen is een spontane activiteit. Spelen doe je niet in opdracht

Kleuters hebben ruimte nodig om echt te 'kleuteren', om lekker kind te zijn.

Om te spelen, te experimenteren en te herhalen. Meerdere keren achter elkaar met dezelfde materialen spelen is dus helemaal niet erg! Misschien kiest een kind lange tijd voor eenzelfde materiaal omdat het er voordien een lange tijd weinig interesse voor had.

Een kleuter kan echter ook bang zijn dat iets niet gaat lukken en kan daarom altijd voor een vertrouwde activiteit kiezen. In dat geval is het goed het kind juist wel te stimuleren ook eens ander materiaal te kiezen. Door het spel van kinderen te observeren weet je snel genoeg of er sprake is van angst of interesse.


Wanneer je werkt vanuit je eigen interesse en betrokken en gemotiveerd bent, leert een kind het meest. Laat kinderen dus bij voorkeur zelf voor speel-/leermaterialen kiezen.

Op deze manier zal het kind ontdekken wat het leuk vindt en die dingen kiezen die aansluiten bij de eigen interesses en mogelijkheden en waar het op dat moment aan toe is. Elk kind heeft vaak zijn eigen voorkeur voor bepaalde materialen.

Deze heeft dan vaak weer te maken met bepaalde vaardigheden.

Zelf een keuze leren maken heeft bovendien een belangrijke waarde: ook in het latere leven moet er natuurlijk steeds opnieuw gekozen worden.


En wat als een kind uitgespeeld is en vraagt of het wat anders mag kiezen? Kijk dan goed naar het spel, probeer er achter te komen waarom het kind iets anders wilt en kies afhankelijk daarvan of het iets anders mag gaan doen of niet. Soms loopt het kind vast en kan jouw impuls een prikkel geven om het spel met materialen toch verder uit te diepen, soms gaan kinderen weg omdat ze zich bedreigd voelen door een klasgenoot die erbij komt en kan het helpen om afspraken te maken waardoor het kind zich veiliger voelt en soms is het gewoon op. Een hele werkles hetzelfde moeten doen is geen spel.


Natuurlijk hebben de kinderen ook sturing nodig, moeten ze ook wel eens een werkje doen dat ze misschien minder leuk vinden en moeten ze een bepaald aantal minuten met een werkje bezig kunnen zijn (een 4 jarige kan 15 min. spelen, een 6 jarige 30 min.). Bedenk goed hoe je dit wilt organiseren en wat jij van de kinderen verwacht.


Je kunt ook een kiesbord gebruiken om visueel te maken hoeveel of welke kinderen er met speel-/leermaterialen mogen gaan spelen. Op dit kiesbord zijn alle hoeken en activiteiten te zien waarvoor de kinderen kunnen kiezen en bij iedere hoek of activiteit hangen er evenveel spijkertjes, klittenbandjes of iets dergelijks als dat er speelplekken zijn.

Wanneer de kinderen voor een hoek of activiteit kiezen hangen ze hun naam, symbool of foto bij een afbeelding hiervan.

Je kunt de naamkaartjes, symbolen of foto's ook al zelf ergens bij hangen zodat de kinderen kunnen zien wat ze die dag gaan doen. Soms wordt er bij kleuters ook gebruik gemaakt van een takenbord, waar de taken die de kinderen die week moeten doen op staan of een planbord, waarop de kinderen vooraf kunnen aangeven wanneer ze een activiteit/taak gaan inplannen. Meer over het kiesbord, takenbord en planbord lees je in mijn blog:


Een andere manier om kinderen te laten werken met speel-/leermaterialen is door ieder kind een snelhechter te geven met daarin een overzicht van alle aanwezige materialen.

Als het werkje af is kun je daarbij noteren hoe het is gegaan. Je kunt de kinderen extra motiveren door ze, steeds wanneer ze een werkje hebben gemaakt, een sticker te geven.

Laat ze zelf ook eens evalueren hoe het is gegaan door ze een smiley bij de afbeelding van het materiaal groen of rood te laten kleuren.


Kinderen kunnen individueel of in een groepje met de speel-/leermaterialen werken.

 

Begeleiding


Spel is belangrijk voor de ontwikkeling van jonge kinderen, maar spelen gaat niet altijd vanzelf. Om de ontwikkeling te stimuleren is interactie met de leerkracht (of klasgenoten) het meest krachtige middel. Daarbij is het niet voldoende om een kleuter alleen te volgen en is het je taak als leerkracht om het kind verder helpen naar een volgende stap in de ontwikkeling. Maar hoe je dat doet? Hoe til je spel naar een hoger plan?


Observeer en registreer!

Tijdens het spelen met speel-/leermaterialen zie je als leerkracht veel, maar het is niet haalbaar om iedere dag van alle activiteiten iets te noteren. Leg liever regelmatig bewust een werkje neer, die je koppelt aan een doel waarvan nog informatie ontbreekt in jouw observatiesysteem.

Als je bijvoorbeeld wil weten hoe de kinderen puzzelen, leg je puzzels neer, observeer je dat heel doelbewust en noteer je hoe dat gaat. Dus soms observeer je iets heel bewust, soms zie je 'toevallig' iets wat opvalt en noteer je dat en soms noteer je helemaal niks.

Lees er meer over in mijn blog Observeren en registreren bij kleuters


Maak kinderen vertrouwd met de materialen!

Ook in de omgang met en mogelijkheden van de materialen hebben kinderen instructie nodig. Plan daarom tijd in om kinderen vertrouwd te maken met de speel-/leermaterialen in de klas. Laat nieuwe spullen altijd eerst in de kring zien en bespreek wat de kinderen ermee kunnen doen. Laat het manipulatieve spel eerst voordoen en bespreek wat je ermee kan doen. Veel kleuters pakken niet naar materialen, die ze niet kennen. Bekend maakt bemind.

Ben jij zelf enthousiast over materialen, dan zijn zij dat vaak ook.

Probeer bij ieder thema bijv. eens twee of drie materialen centraal te stellen.

Tip: Doe het volgende spel met de kinderen om ze de materialen in de kasten beter te leren kennen; laat een foto van een speel-/leermateriaal zien en laat de kinderen het materiaal zoeken. Bekijk daarna wat je er allemaal mee kan.


Differentieer!

Spel ontwikkelt zich van klein naar groot en van experimenteren naar verdiepen.

Bied daarom in het begin niet teveel materialen aan, omdat kinderen dit nog niet overzien, en breid dit langzaam uit.

Laat kinderen ook altijd eerst zelf onderzoeken met de materialen en verdiep de materialen geleidelijk. Heb jij slimme kleuters in de klas? Op SlimmeKleuters vind je allerlei uitdagende opdrachten bij speel-/leermaterialen.


Geef kinderen voldoende tijd!

Een voorwaarde om tot verdieping van het werken met materialen te kunnen komen is zorgen voor voldoende speeltijd (de speel-/werkles moet minstens 50-60 aaneengesloten minuten duren). Als er te weinig tijd is, dan zijn kinderen vooral bezig om materiaal te pakken en weer op te ruimen, wat ook erg frustrerend kan zijn.


Evalueer!

Laat kinderen na de speel-/werkles hun ervaringen met het nieuwe materiaal vertellen.

Dit brengt de andere kinderen vaak ook weer op nieuwe ideeën. Vragen, die je kun stellen zijn: Wat heb je gedaan? Hoe ging het samenwerken? Wat vond je moeilijk? Wat vond je makkelijk? Laat ook bijzondere werkjes of mijlpalen van kinderen aan de groep zien en vertel welke mooie dingen je hebt zien gebeuren.

Maak ook regelmatig foto's die je met de ouders of in het portfolio van de kinderen deelt.


Laat werkjes die de kinderen willen afmaken of waar ze trots op zijn staan!

De kinderen kunnen er hun naamkaartje bijzetten.

Meer opruimtips vind je in mijn blog Spelregels

 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën in een reactie op deze blog te delen!


.






399 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Het kiesbord

Comments


bottom of page