Zoeken
  • Juf Angelique

Thematisch onderwijs bij kleuters

Bijgewerkt op: 17 jul.

In de onderbouw is het werken met thema’s heel gangbaar. Maar waarom eigenlijk?

Welke thema’s kies je voor je groep en op welke manier geef je er vorm en inhoud aan?

In deze blog vertel ik je er meer over.



Thematisch werken bij kleuters


Thematisch werken past bij de ontwikkelingsfase van een kleuter, waarbij alle zintuigen worden ingezet en een kleuter door betekenisvolle contexten de wereld steeds beter leert begrijpen. Een grote valkuil bij de keuze voor en inrichting van een thema is dat je je richt op de aankleding en ‘leuke’ activiteiten. Bij thematisch onderwijs zorgen de doelen echter voor de basis. Het thema is de aankleding, verpakking van het beredeneerde aanbod en zorgt voor verbinding met passende inhouden van deze doelen in een betekenisvolle context.

Het is dus belangrijk om vanuit de doelen de activiteiten te bepalen. Maak daarbij gebruik van bronnen die je kunnen ondersteunen voor de verdere invulling.


Voordelen van thematisch werken zijn:

  • Het zorgt voor betrokkenheid

  • Het biedt ruimte aan vele invalshoeken

  • Het geeft inhoud en betekenis

  • Het haalt de werkelijkheid van buiten naar binnen

  • Het vergroot het sociale contact tussen kinderen

  • Het stimuleert de taalontwikkeling

Kleuters zijn van nature nieuwsgierig, willen de nieuwe leeromgeving verkennen en ontwikkelen zich door het spel. Kleuters willen beleven en spelen de handelingen van de volwassen wereld na. Binnen een thema is spel is de motor van ontwikkeling en komen alle ontwikkelingsdomeinen samen. Geef kleuters de ruimte om in een vertrouwde omgeving, die uitnodigt tot activiteit, te experimenteren. Zorg voor voldoende variatie, zodat spel wordt uitgelokt en ze nieuwe ervaringen kunnen opdoen. In de basishoeken (zand-/watertafel, huishoek en bouw-/constructiehoek) komen spel en leren samen. Neem je thema ook eens mee naar buiten en bedenk hoe je er buiten mee verder kan.

 

Rijke thema's kiezen


Niet elk thema is een rijk thema. De belangrijkste voorwaarde bij de themakeuze is dat de kinderen al over enige voorkennis beschikken, zodat het brein de nieuwe (leer)ervaringen kan integreren in de bestaande netwerken. Naast voorkennis, zijn er nog een aantal voorwaarden, namelijk:

  • Het thema past bij de belevingswereld van de kinderen.

  • Alle kinderen kunnen binnen het thema minimaal één rol aannemen.

  • Het thema daagt uit tot onderzoeken en doen

  • Kinderen kunnen onderdelen van de themahoek zelf ontwerpen/maken.

  • Het thema biedt de mogelijkheid om te werken aan taal, rekenen, gedrag of de motorische ontwikkeling. Je moet er veel leeractiviteiten aan op kunnen hangen.

 

De opbouw van een thema


Wanneer je een rijk thema hebt gekozen, dan ga je eerst bedenken hoe je alle losse ideeën vorm wil geven en voor een rode draad kunt zorgen. Misschien wil je vanuit leervragen werken of liever vanuit een prentenboek starten. Wil je dat het één groot spelverhaal wordt dan is verhalend ontwerpen met een doorlopende verhaallijn een fijne manier. Alles kan! Je kiest iets dat past bij het thema, bij jouw klas en bij jou!

Als je een keuze hebt gemaakt, dan ga je het thema in de basis voorbereiden.

Als leidraad kun je de zes fasen van procesgericht thematisch werken gebruiken.


1. De openingsfase

Je begint in week 1 van een nieuw thema met een startactiviteit zodat het thema in jouw groep gaat leven. Het is van belang om het thema bewust te introduceren.

Natuurlijk kun jij als leerkracht een thema kiezen. Of misschien ben je wel gebonden aan de thema’s uit je methode. Maar de allerleukste manier om met een thema aan de slag te gaan, is omdat het leeft in de klas. Een onderwerp uit de actualiteit waar je op in speelt en waardoor “ineens” een thema ontstaat. Dan groeit je thema helemaal vanzelf.

Of laat de kinderen zelf een thema kiezen. De meeste stemmen gelden.

Je kunt kinderen prikkelen en enthousiasmeren. Hoe je het thema introduceert, hangt af van de vorm die je gekozen hebt.

2. De verkenningsfase

Na de introductie kun je met de kinderen, in week 1, 2 en 3 van je thema, op verkenning gaan. Laat kinderen ideeën inbrengen voor de invulling van het thema. Dit creëert betrokkenheid, motivatie en je vergroot hiermee het eigenaarschap van de kinderen.

In de verkenningsfase doorloop je drie stappen:


1. Beginsituatie

Wat weten de kinderen al over het thema? Door inzicht te krijgen in de actuele woordenschat en kennis die de kinderen al bezitten, kun je je aanbod op het juiste niveau insteken. Voor het in beeld brengen van de beginsituatie kun je een mindmap gebruiken. Gedurende het thema vul je deze steeds aan. Zo krijg je een beter beeld van de beginsituatie en de actieve woordenschat van alle kinderen.

2. Verkennen

Verken het onderwerp verder samen met de kinderen. Middels een kringgesprek met open vragen kom je te weten wat er bij kinderen leeft. Start in deze stap meteen met het aanleggen van een lijst met onderzoeksvragen. Deze kun je tijdens het thema met nieuwe vragen aanvullen en gedurende het thema beantwoorden. Hiervoor kun je verschillende bronnen gebruiken of activiteiten ondernemen: boeken (voor)lezen, filmpjes bekijken, expert in de klas halen of misschien wel op excursie. Zorg ervoor dat de kinderen voldoende input krijgen om een goed beeld te vormen van het thema. Samen met de kinderen spreek je af welke themahoek er wordt gemaakt. Het blijkt toch altijd weer dat we te snel voor kinderen gaan denken in plaats van met kinderen gaan denken.


3. Ontwerpen

Brainstorm samen over de themahoek. Bespreek met de kinderen wat nodig is voor de inrichting van de themahoek en voor de rollen die er in de themahoek gespeeld kunnen worden. De brainstorm resulteert in een benodigdhedenlijst en een rollenlijst die je op een centrale plaats in je klas ophangt. De benodigdhedenlijst vul je gedurende het thema aan en gebruik je als een to-do lijst.

3. De constructiefase

In week 2, 3, 4 en 5 van een thema ontwerp je het thema.

Voordat de kinderen in de themahoek kunnen gaan spelen moet deze natuurlijk ingericht worden. Passende materialen bij het thema zijn van groot belang om kinderen betekenisvol te laten leren. Zorg dat je zelf niet alles kant en klaar hebt, laat juist kinderen hierin een belangrijke rol hebben. Behalve dat ze materialen verzamelen, kunnen ze ook dingen zelf maken. Hierdoor krijgt een thema nog meer betekenis. Stimuleer het creatief-handelend bezig zijn, het betekenisvol ontwerpen en het probleemoplossend vermogen. Als je eerst met elkaar bedenkt hoe iets eruit moet zien (ontwerptekening) geeft dit kinderen houvast om (samen) aan de slag te gaan. Gedurende de constructiefase wordt de hoek ingericht en langzaam wordt het mogelijk om in de hoek te spelen.

4. De uitvoeringsfase

In week 2, 3, 4,en 5 voer je het thema uit. Kleuters willen graag groot zijn en het spelen van echte rollen hoort daarbij. Maar daar hebben ze wel jouw hulp bij nodig. Om een rol te kunnen spelen moet je weten welke handelingen je moet uitvoeren, hoe je deze moet uitvoeren en in welke volgorde.

Het spelen van deze rollen en handelingen vraagt om spelinstructie en spelbegeleiding. Kinderen hebben die nodig om zich de werkelijkheid voor te kunnen stellen. Het lukt niet altijd om alles via spelinstructie en spelbegeleiding aan te leren. Indien nodig kun je de taal- en rekendoelen passend bij een rolhandeling ook eerst wegzetten in directe instructie.

Zorg er dan wel voor dat de doelen in de zone van de naaste ontwikkeling liggen en dat de kinderen deze later weer kunnen integreren in een rol. Om kinderen houvast te bieden in de rolhandelingen en overgangen kun je hen ondersteunen met een spelscript of een spelplan. Maak spelscripts en een spelplan samen met de kinderen. Gebruik bijvoorbeeld foto’s met tekst of een zelfgemaakt filmpje.

5. De verdiepingsfase

In week 4, 5 en 6 verdiep je het thema. Door goed te observeren kun je activiteiten toevoegen of de themahoek verbreden of verdiepen. Als je na verloop van tijd merkt dat de kinderen het spel in de hoek al redelijk onder de knie hebben of dat het spel stagneert dan is het tijd om weer in actie te komen. Dit kan op basis van nieuwe input vanuit de leerlingen, maar je kunt hier zelf ook het voortouw in nemen. Je kunt het thema van de camping bijvoorbeeld verdiepen door een ijswinkel toe te voegen of verbreden door een ‘plattegrond’ en ‘wegwijzers' te maken voor de camping.

6. De afsluitingsfase

Als je een tijd aan een thema hebt gewerkt en het thema is ‘op’, of de geplande tijd is voorbij, sluit je het thema af. Meestal is dit in de zesde week. Ga hier niet aan voorbij, want je hebt samen met de kinderen weken hard gewerkt. Er is veel geleerd en het is fantastisch om dit te kunnen delen met anderen. Welke afsluiting je ook kiest, zorg ervoor dat het verhaal rond is en dat je het thema samen met de kinderen opruimt. Een lege klas zorgt weer voor ruimte voor nieuwe inspiratie! Tip: leg de ontwikkelingen van een thema vast een fotoboek en bespreek dit in de laatste week met de kinderen. Hoe is het thema begonnen en waar zijn nieuwe ideeën ontstaan. Thema’s maak je samen.


Geef kinderen de tijd om leerervaringen op te doen. Basisspel ontstaat vaak pas na een eerste week. Het is dan ook aan te raden om voor een thema minimaal vijf weken en het liefst zes weken vrij te maken.

 

Op zoek naar meer?


Kijk dan eens op de volgende websites:

werken-met-thema's (onderwijsmaakjesamen.nl)

Thematisch werken: hoe kies je een thema? – Miranda Wedekind Onderwijsbegeleiding


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest Heb je zelf ook nog leuke suggesties voor ontwerpend leren?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën in een reactie op deze blog te delen!


.


67 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven