Zoeken

Thema Pasen: Gecijferdheid

Bijgewerkt: apr 7

In deze blog geef ik je suggesties voor kringactiviteiten rondom gecijferdheid bij het thema: Pasen.


Tellen: De telrij

Hazensprongen: Nodig: Een handpop, vingerpoppetje of knuffel van een Paashaas.

De Paashaas houdt van springen, dat doet hij de hele dag! Vandaag gaan we zijn sprongen eens tellen. Hij springt door de kring. De kinderen tellen hardop mee. Tel tot 10, tel tot 20.

Kan de Paashaas ook achteruit springen? Hij springt terug de kring door, van 10 naar 0 of van 20 naar 0. Nu wil de Paashaas naar een bepaald kind toe springen. In hoeveel sprongen zou hij bij dat kind zijn? Wat denkt de klas? We gaan eens tellen hoeveel sprongen de Paashaas nodig heeft. Hebben we het goed geraden? Nu springt de Paashaas weer terug naar de stoel van de juf/ meester. Hij springt achteruit en wij tellen achteruit terug. Als dat goed lukt, wil de Paashaas wel eens verder springen. Hij springt naar het eerste kind (bijv. 6 spongen) en daarna springt hij door naar het volgende kind. We oefenen het verder tellen vanaf een bepaald getal (in dit geval vanaf 6). Spelletje ter afsluiting: De Paashaas springt door de kring, máár, de kinderen mogen nu niet hardop meetellen. Ze tellen de sprongen in hun hoofd. Als de Paashaas stopt met springen, mogen de kinderen raden hoeveel sprongen hij gemaakt heeft.


Paaseieren tellen:

Nodig: een zak paaseieren

De paashaas is de tel kwijt. Hoeveel eieren had hij nu? De hele nacht heeft hij geteld en toen hij bijna klaar was, vergat hij waar hij was gebleven. Kunnen de kleuters helpen met tellen? Tel alle eieren uit de zak. Tel ze één voor één, leg ze in een rij, geef elk kind een ei, maak groepjes van vijf of tien, verdeel eieren over mandjes etc.


Tellen: Rangtelwoorden

Het geheime paasei:

Nodig: 10 Paaseieren.

Leg 10 paaseieren in het midden van de kring op een rij. Wanneer de kinderen gewoon in de ronde kring zitten, spreek je af welk paasei het eerste is en welke het laatste.

Je kunt de kinderen ook allemaal zo laten zitten dat ze de eieren vanuit de juiste richting zien. De helft van de kinderen gaat dan op de grond, voor een ander kind zitten.

Eén kind gaat naar de gang. De klas spreekt af welk paasei het geheime paasei is.

Laat de kinderen dit ei benoemen. Is het de eerste? Het zesde ei of het laatste?

Het kind komt van de gang terug de klas in en mag een paasei pakken. Is dit het geheime ei niet, dan blijft het stil in de klas. Het kind mag dit ei op zijn/haar stoel leggen.

Dan mag het kind een volgend ei pakken. Net zolang tot het kind het geheime ei vastpakt. De hele klas roept dan iets, bijv. 'BOEM!' Dit ei moet teruggelegd worden en het kind mag niets meer pakken. Hoeveel eieren heeft het kind kunnen pakken?

Vraag regelmatig welk ei het kind nu pakt, het tweede of het derde ei? En hoeveel eieren het kind al heeft kunnen pakken. Nu mag er iemand anders naar de gang en wordt het spel opnieuw gespeeld. Wie heeft er de meeste eieren gepakt? Wie de minste?

Speel het spel een aantal keer. Herhaal de rangtelwoorden en de begrippen meer, minder, evenveel, meeste en minste.


Tellen: Verder/terug tellen

Hazensprongenspel:

Nodig: -

De kinderen zitten in de kring. Jij begint en springt als een Paashaas door de kring. Je telt hardop 1, 2, 3, 4. Dan tik je een kind aan. Dit kind wordt nu de Paashaas en gaat verder waar jij gebleven was 5, 6, 7... net zolang totdat het kind een ander kind aantikt of tot jij het genoeg vindt en in je handen klapt. Tot hoeveel kunnen jullie doorgaan?


Getalbeelden

Paaseieren bezorgen:

Nodig: twee kleine mandjes en twee handpoppen van Paashazen. Stop in elk mandje 20 teldopjes of echte Paaseitjes.

Vertel de kinderen dat er vannacht iets vreselijk mis ging. De Paashaas ging op pad om cadeaus te bezorgen, maar er zat een gat in zijn zak. Eén voor één verloor hij de eitjes en nu liggen ze op straat. Haal de teldopjes één voor één uit één van de zakken en tel ze met de kinderen. Hoeveel teldopjes (of paaseitjes) zijn het? Vertel dat je op straat nog meer eitjes zag. Er was nóg een Paashaas met een kapotte mand! Haal de teldopjes ook uit de andere zak en tel ze met de kinderen. Leg de Paashazen in de kring en leg de teldopjes in twee lange rijen voor hen. Leg de mandjes erbij. Verdeel de klas in twee groepen.

Elke groep helpt een Paashaas met het terugvinden van de eitjes.

Om de beurt gooien de groepen met de dobbelsteen (liefst een 1-2-3 dobbelsteen) en stoppen het aantal teldopjes gelijk aan het aantal gegooide ogen in het mandje.

Vraag tijdens de activiteit regelmatig hoeveel eitjes er nog liggen, hoeveel er al teruggevonden zijn en welke groep de meeste of minste eitjes in zijn mand heeft gestopt. Ga door tot één groep alle eitjes teruggevonden heeft.


Getalsymbolen

Getalkaarten:

Getalkaarten voor Pasen vind je o.a. hier:

Juf Anke: Getalkaarten Paaseieren

Juf Shanna: Cijferkaarten Pasen

Sparkle Box: Numbers 0-50 on Easter eggs

Twinkl: Numbers 0-10 on Easter eggs (chicks)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter bunny rabbit

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (butterflies)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (coloured)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (cracked)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (hearts)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (rabbits)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (spots)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (stars)

Twinkl: Numbers 0-100 on Easter eggs (striped)

Twinkl Numbers 0-100 on Easter eggs (stripes)

Gebruik de getalkaarten bij de diverse lesjes rondom beginnende gecijferdheid.

Suggesties voor allerlei activiteiten met getalkaarten vind je in mijn blog:

Gecijferdheid: getalkaarten/-symbolen


Raad het getal:

Nodig: Getalkaarten, een afbeelding van een kuiken en een afbeelding van een Paashaas.

Bied dit spel klassikaal aan. Later kunnen de kinderen het spel ook in kleine groepjes spelen.

Bepaal van tevoren je doel: Wil je de getallenrij tot 10 oefenen of tot 20?

Leg de getallenlijn in de kring. Zorg ervoor dat alle kinderen aan de goede kant zitten (en het spel dus niet op z'n kop zien). Leg het kuiken aan het begin van de getallenlijn (voor de 1) en de paashaas aan het eind (achter de 10 of 20). Neem een getal in gedachten.

De kinderen mogen raden. Vertel of het geraden getal te hoog of te laag is.

Verplaats het kuiken naar rechts wanneer het getal meer moet zijn en verplaats de paashaas naar links als het getal minder moet zijn. Bijv. Jij hebt 7 in gedachten. Een kind raadt 4.

Dit is te laag. Verplaats het kuiken, schuif hem over de 1, 2, 3 en 4. De getallen tussen de paashaas en het kuiken kunnen nog geraden worden. Nu wordt 8 geraden. Dit is te hoog. Verplaats de paashaas naar de 8. De getallen tussen 4 en 8 blijven over. Ga zo verder.

Wie raadt het getal?


Getalsymbolen koppelen aan getalbeelden

Paashazenrace: Nodig: 42 paaseieren met 2 verschillende kleuren wikkels (bijv. blauwe eieren en rode eieren), 2 mandjes, 2 (paas)haasjes, kleine blokken, cijferkaartjes 1 t/m 6, 1 dobbelsteen.

Voorbereiding: Verdeel de paaseieren, op kleur, over de mandjes.

In het ene mandje zitten 21 blauwe eieren, in het andere mandje 21 rode. Bouw in de kring, op de grond, 6 kleine huisjes met de blokjes. Geef de huisjes de huisnummers 1 t/m 6 door er een cijferkaartje bij te leggen.

Het ene haasje vertelt aan de kinderen dat hij vandaag paaseieren gaat bezorgen.

Dat gaat hij in deze straat doen. Bij elk huis verstopt hij net zoveel eieren als het huisnummer dat het huis heeft. Maar… gewoon paaseieren verstoppen doet hij elke dag al.

Vandaag wil hij er een spannend spelletje van maken! Hij wil een paashazenrace houden met een ander haasje. Wie kan het eerst al zijn eieren bezorgen? Om de beurt gooien de haasjes met de dobbelsteen. Dit mogen de kinderen voor hen doen. Wat heeft de haas gegooid? Welk huis hoort daarbij? De kinderen leggen het juiste aantal eieren bij het huis. Wanneer er een getal gegooid wordt dat al geweest is, kan de haas geen eieren bezorgen en is de andere haas aan de beurt. Welke haas heeft zijn mandje het eerst leeg en dus bij alle huizen eieren bezorgd?

Stel de kinderen tijdens de activiteit allerlei vragen, zoals: Welke haas heeft op dit moment de meeste eieren bezorgd? Waarom denk je dat? Hoeveel eieren zitten er nog in de mandjes? Kunnen we een manier bedenken om handig en snel te zien hoeveel eieren de hazen nog moeten bezorgen? (de eieren uit de mandjes halen en in een rij leggen, naast elkaar, zodat je de rijen kunt vergelijken) Welke haas is bij de meeste huizen geweest om eieren te verstoppen? Bij welke huisnummers zijn beide hazen geweest? Bij welke huisnummers is nog niemand geweest? Wat moet Haasje ….. nu gooien om meer eitjes bezorgd te hebben dan Haasje …..?

Variatie: Gebruik nu 2 dobbelstenen en bouw 11 huisjes in de kring. Nu gooien de hazen telkens met 2 dobbelstenen tegelijk en leggen het juiste aantal eieren bij de huisjes. Ga door tot de eieren op zijn. Je hoeft nu niet bij elk huisje eieren te bezorgen, want dan heb je erg veel eieren nodig.

Vraag de kinderen waarom er geen huis is met huisnummer 1.

Paaseieren bezorgen:

Nodig: 21 paaseieren of plastic eieren, een dobbelsteen, cijferkaartjes, blokjes en een knuffel van een haasje.

Bouw 6 huisjes in de kring. Huisje 1 wordt gebouwd met 1 blokje, huisje 2 met 2 blokjes etc. Dit kun je de kinderen laten doen. Als de straat klaar is, leg je er met de kinderen cijferkaartjes bij. Dit zijn de huisnummers. Het eerste huis krijgt huisnummer 1, het laatste huis huisnummer 6. De paashaas gaat bij deze huizen eitjes bezorgen. Hij gooit hiervoor met de dobbelsteen. Dit aantal eitjes legt hij bij het huisnummer dat correspondeert met het aantal gegooide ogen. Bijv. Er wordt 4 gegooid. Een kind legt, samen met de paashaas, 4 eitjes bij huisnummer 4. De paashaas werkt net zolang tot de eitjes bij alle huizen bezorgd zijn.

Rekeninzicht: Erbij/eraf

Paaseieren tellen:

Nodig: 6 Paaseieren, een Paashaas.

Leg de paaseieren op een rij. De Paashaas heeft al heel wat eitjes geverfd. Hij is er super trots op. Hij vraagt hoeveel het er eigenlijk zijn? De kinderen tellen.

De Paashaas vertelt dat de kippen wel zo'n mooi versierd ei van hem willen hebben.

Laat een leerling een paasei wegpakken. Hoeveel eieren zijn er nu nog?

Kunnen ze de eieren mooi neerleggen, zodat ze meteen zien hoeveel het er zijn?

Telkens komt er zogenaamd een mens of dier langs die een paasei van de paashaas krijgt. Speel dit op een leuke, grappige manier. Leg telkens een cijferkaartje bij het aantal wat er ligt en een dobbelsteen met de juiste hoeveelheid. De paashaas blijft uitdelen, net zolang tot er niets meer ligt. Tenslotte wil de Paashaas zelf een eitje eten, maar hé, wat is dat nou? Waar zijn, zijn paaseieren gebleven?


Rekeninzicht: Splitsen/delen

De Paaseierendief:

De paashaas is druk aan het verven. Hij heeft al 5 of 10 eitjes af. Die liggen in zijn mandje. Maar... van achter de struiken gluurt de paasei-dief. De paashaas is zo druk bezig met verven en let niet op de eieren. De dief sluipt naar het mandje en steelt wat eieren.

De kinderen hebben de ogen dicht, de dief (een kind of de leerkracht) pakt wat paaseieren weg. De kinderen mogen weer kijken. Hoeveel eieren liggen er nog? Hoeveel eieren zijn er weg? Waarom denk je dat?



In de volgende blogs vind je allerlei activiteiten rondom gecijferdheid die bij ieder thema (aan te passen en) te gebruiken zijn:

Gecijferdheid: Tellen

Gecijferdheid: Getalbeelden

Gecijferdheid: Getalkaarten/-symbolen

Gecijferdheid: Rekeninzicht


Meer achtergrondinformatie over gecijferdheid op deze website vind je hier.

Kijk ook eens op mijn Pinterestbord!

Heb jij zelf ook nog leuke suggesties? Laat het in een reactie weten!

0 keer bekeken

© 2019 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com