In deze blog geef ik je suggesties voor gymlessen bij het thema paarden.

Loopvormen
Kruip in de rol van een paard
Benodigdheden:
- Een handtrom
De kinderen zijn allemaal een paard. Kruip vervolgens met allerlei beweegopdrachten in de rol van een paard.
Lopen als een paard zijwaarts, achteruit
Parmantig op je tenen lopen
Sluipen
Op 1 been staan
Huppelen
Galopperen
Draven
Knieën optillen
Knielen
Springen
Rennen en omkeren (wendbaar zijn)
Je lichaamsdelen afzonderlijk van elkaar bewegen
Slapen
Speel verschillende ritmes op de trommel en laat de kinderen hetzelfde ritme volgen. Laat het paard langzaam, snel, draven, in galop, stapvoets enz... rijden.
De achtervolging
Benodigdheden:
- Geen
De kinderen gaan in tweetallen staan. Het ene kind is de ruiter en achtervolgt het andere kind, die paard is. Het paard is weggelopen. De ruiter loopt er achteraan..
Gaat dit kind sneller of langzamer, dan gaat de achtervolger ook sneller of langzamer.
Stopt het voorste kind, dan stopt het achterste kind ook.
Variatie: Voeg twee groepjes samen, wijs de voorste aan en laat ze met z'n vieren een achtervolging lopen.
Doe maar na!
Benodigdheden:
- Een paardenknuffel
De knuffel doet bewegingen voor en de kinderen doen deze bewegingen na.
Niet botsen!
Benodigdheden:
- Geen
De kinderen zijn de paarden en proberen zonder te botsen rond te lopen/rennen/springen/galopperen etc.
Reactiepel
Benodigdheden:
- Geen
Dit is een actief spel met veel beweging en laat kinderen oefenen met goed luisteren.
Zorg voor een lang touw of een stuk tape om de gymzaal te verdelen of gebruik de middenstreep van de zaal als die er is.
Jij bent de boer en de kinderen zijn de paarden.
Aan de ene kant van de grens is de stal en aan de andere kant is het weiland.
Als de jij 'stal' zegt moet iedereen naar de stalkant springen.
Als jij 'weiland' zegt, springen ze naar de andere kant. Wanneer jij 'schaap' zegt, moeten de kinderen zo snel mogelijk als een paard op vier poten gaan staan.
Stoeien en contactspelletjes
Paardrijden
Benodigdheden:
- Geen
Een kind gaat op de rug van een lopend of kruipend kind zitten.
Het paard loopt een stukje of een parcours met het kind op zijn rug.
Tikspelen
Zakdoekje leggen
Benodigdheden:
- Een wortel
Dit bekende spel behoeft verder geen uitleg.
Variatie: Verander 'Zakdoekje' ineen wortel voor het paard.
Paard kom uit je stal
Benodigdheden:
- Een kast of iets dergelijks
Eén kind (het paard) zit aan één kant van het speellokaal achter een kast o.i.d.
De andere kinderen staan aan de andere kant achter de lijn. Ze lopen richting het paard en roepen: ”Paard, kom uit je stal”. De kinderen komen steeds dichter bij en blijven roepen.
Plotseling komt het paard uit zijn stal en probeert zoveel mogelijk kinderen te tikken.
De kinderen vluchten terug naar hun plek achter de lijn. Wie voor die tijd getikt is, gaat op de bank zitten. Als de kinderen weer achter de streep zijn, mogen ze niet meer getikt worden.
Staartenroof
Benodigdheden:
- Linten
- Hoepels
Elk kind heeft een lint in zijn of haar broek; de staart van een paard.
Een ruiter of boer probeert de linten te roven.
In een aantal hoepels aan de zijkant van de zaal liggen extra linten. Die mogen de kinderen die hun lintje kwijt zijn pakken. Ben je je staart kwijt en zijn er geen extra linten meer?
Dan kom je aan de kant zitten! De staarten/linten worden na afloop steeds geteld.
Aan de teugels
Benodigdheden:
- Een lang touw
Een kind is het paard en krijgt een lang touw om zijn middel, dat wordt vastgehouden door zijn baasje, de ruiter. Wie door hem gepakt wordt is af.
Paardje, paardje, hoe laat is het?
Benodigdheden:
- Een lint of ander herkenningsteken voor de tikker
Een van de kinderen speelt voor paard en kijkt naar de muur. De andere kinderen zijn veulens en staan op ongeveer 10 meter achter hem/haar. Ze roepen: 'Paardje, paardje hoe laat is het?' Het paard antwoordt bijvoorbeeld met 'drie uur'; de kinderen zetten dan drie stappen vooruit, richting het paard. Bij vijf uur nemen ze vijf stappen enz. Het paard kan onverwacht ook roepen: 'Het is etenstijd', zich vervolgens omdraaien en proberen om een van haar veulens te pakken. Wie gepakt wordt is het volgende paard
Ruiter mag ik overlopen?
Benodigdheden:
- Geen
Dit spel speel je als 'schipper mag ik overvaren?'. De kinderen steken alleen over als zij het genoemde gemeen hebben. Als de ruiter ‘ja’ antwoordt en de klas vraagt ‘hoe?’ dan zegt de ruiter bijvoorbeeld: ‘Als je een blauwe trui aan hebt hebt.’ Kinderen met een blauwe trui rennen of galopperen naar de overkant en de ruiter probeert ze te tikken.
Tikkertje met de boer
Benodigdheden:
- Een mat
De tikker is de boer, de andere kinderen zijn de paarden.
Geef de tikker een rode sjaal, zodat hij goed opvalt.
Verander een mat (of bijv. een kast of een stoel) in een hok.
Als je daar staat, kun je niet getikt worden, maar je mag er maar wel vijf tellen op blijven staan. Hardop tellen mag!
Pak me dan, als je kan!
Benodigdheden:
- Geen
Een kind is de ruiter. Hij/zij is tikker. De andere kinderen zijn paarden en staan achter de streep en roepen: 'Pak me dan, als je kan!'. Zij proberen naar de overkant te komen zonder getikt te worden.
In de rij
Benodigdheden:
- Een pion
Alle kinderen zijn paarden en rennen door de zaal. Er zijn twee tikkers, de ruiters, die de kinderen proberen te tikken. Als een kind getikt is, dan gaat hij in de rij, achter de pion, staan: de paardenstal. Spreek af dat de kinderen achteraan aansluiten. Als er vijf paarden in de rij staan en de zesde komt, dan mag de eerste weer meedoen.
Boer, ik kom op je land!
Benodigdheden:
- Matten
Maak een groot weiland van matten, zo'n 60 cm van de muren vandaan. De kinderen zijn paarden en staan aan de zijkanten en proberen op het land te komen, zonder daarbij getikt te worden door de boer of de boerin, die op het land aan het werk is. De kinderen vragen: 'Boer(-in), mag ik over je land?' Zegt de boer 'nee', dan gaan ze toch. De boer of boerin probeert ze te tikken.
Paardentikkertje
Benodigdheden:
- Twee matten
Een van de kinderen is de ruiter en probeert zoveel mogelijk paarden te tikken. De andere kinderen zijn de paarden en rennen rond. Als ze getikt zijn, gaan ze in het midden op twee matten zitten. Als de leerkracht roept; ik gaslapen! stopt het spel en kan de leerkracht samen met het kind dat de ruiter was, de paarden tellen.
Wie van de drie?
Je hebt nodig:
- 3 Matten
Leg de matten in het midden van de speelzaal neer. Op elke mat komt een tikker te zitten: de ruiter. De andere kinderen zijn paarden en lopen van de ene kant naar de andere kant van de speelzaal. De tikkers mogen de kinderen tikken, dan zijn ze gevangen. De tikkers mogen echter niet van de matten af. Als je af bent ga je op de mat van de tikker zitten. Welke tikker vangt de meeste kinderen?
De boer en het paard
Benodigdheden:
- Geen
Maak een kring, staand en met de handen vast. In de kring is één opening, dit is de deur van de paardenstal. In de kring staat een paard. De boer staat buiten de kring. Hij klopt aan en vraagt: 'mag ik komen paardrijden?' Het paard heeft geen zin en zegt: 'nee!'. De boer loopt weg en gaat buiten de kring liggen slapen. Het paard sluipt er achteraan en maakt de boer met luid gehinnik wakker. Nu mag de boer het paard proberen te tikken. Maar... als het paard weer in zijn stal is (de kring), is hij vrij en heeft hij gewonnen.
In een stal
Benodigdheden:
- Hoepels
De helft van de kinderen is paard en krijgt een hoepel. Een kind is de ruiter en probeert de paarden te tikken. Deze zijn vrij als ze in hun stal staan. Maar in iedere hoepel mag wel maar 1 paard plaatsnemen. Komt er een tweede paard bij, dan moet het eerste paard uit de hoepel.
Estafette
Samenwerken
Benodigdheden:
- Een paardenknuffel
Twee kinderen houden de knuffel vast door het elk met een wijsvinger aan een uiteinde vast te houden. Door de spanning blijft het paard hangen.
Hierna leggen ze samen een paardenparcours af. Lukt dit zonder het voorwerp te laten vallen?
Variatie: Probeer het ook eens met andere lichaamsdelen.
Paardenstaartenrace
Benodigdheden:
- Touwen
- Blokjes
- Suikerklontjes
Hang de blokjes aan een touw. Alle kinderen gaan op een rij staan. Voor hen ligt een suikerklontje op de grond. Vijf meter verderop is de eindstreep. De bedoeling is dat ze het suikerklontje met behulp van hun zwierende staart naar de eindstreep brengen.
Stokpaardenrace
Benodigdheden:
- Twee stokpaarden
- Hindernissen
- Rozetten
De kinderen rijden op een stokpaard om verschillende hindernissen heen.
Creëer een paardenparcours, waarbij de paarden over hoge en lage hindernissen moeten springen. Deel na het parcours een eerste, tweede, derde prijs uit (rozet).
Naar de overkant
Benodigdheden:
- Vellen papier of hoepels
Gebruik de breedte van het lokaal en geef elk kind twee vellen papier of hoepels.
Dit is het weiland. De kinderen zijn paarden. Op 1 papier of hoepel gaan ze staan.
Ze leggen het tweede vel papier of de tweede hoepel voor hen neer en gaan dan daar op staan. Vervolgens pakken ze het andere papier of de andere hoepel weer en leggen die voor hen neer, zo komen ze vooruit naar de andere kant van het lokaal.
Wie komt er als eerste aan bij de overkant?
Doorgeefspel
Benodigdheden:
- Een paardenknuffel
- Hoepels
Verdeel de klas in twee groepen. De kinderen staan met de benen gespreid in een rij achter elkaar. Ze geven het paard onder hun benen door.
Welke groep legt het paard het eerste in de hoepel?
Variatie: Geef het voorwerp boven je hoofd door.
Paard en ruiter
Benodigdheden:
- Geen
Elk team bestaat uit een ruiter en een aantal paarden. Er is een renbaan uitgezet. Op een startsein springen de ruiters op de rug van een paard, die de ruiter zo snel mogelijk naar de andere kant brengt. Daar springt de ruiter van zijn paard en rent zo snel mogelijk terug naar het volgende paard. Welke ruiter bereikt als eerste op alle paarden het eindpunt?
Variatie: De ruiter gaat op de rug van een kind zitten. Het paard kruipt vervolgens over het parcours met de ruiter op de rug.
Balvaardigheid/mikken
Mikken
Benodigdheden:
- Kleine ballen of pittenzakken
- Verander een doos in een paard. Snijd er een gat voor de bek uit.
De kinderen proberen hier de kleine bal of een pittenzak in te mikken.
Blikgooien
Benodigdheden:
- Blikken
Pittenzakken of balletjes
Verander de blikken in paarden. Bouw een piramide van de blikken en probeer de blikken met een bal of pittenzakken vanaf een afstand omver te gooien. Wie gooit de meeste blikken omver? Hoeveel vallen er om?
Kleine materialen/pittenzakken
Pittenzak paarden
Benodigdheden:
- Pittenzakken
De kinderen zijn schildpadden en gaan op handen en knieën zitten met een pittenzak op hun rug. Daarna kruipen ze door het lokaal. Wie lukt dat zonder de pittenzak te laten vallen?
Pittenzak werpen
Benodigdheden:
- Pittenzakken
- een bak
Organiseer een wedstrijd pittenzak werpen. Wie lukt het om het eten voor het paard in de bak te gooien?
Volg de lijn!
Benodigdheden:
- Pittenzakken
- Een touw of stoepkrijt
Teken een rechte of juist een kronkelige lijn op de stoep of leg een touw neer.
De kinderen leggen een pittenzakje op hun hoofd en volgen de lijn.
Lukt dit zonder het zakje te laten vallen?
Pittenzakje gooien
Benodigdheden:
- 3 Hoepels
- 3 Pittenzakjes
- 3 Paardenknuffels
Leg drie hoepels achter elkaar. Meer mag ook als je het moeilijker wilt maken. Laat het kind achter de voorste hoepel staan en geef drie pittenzakjes. Dit is het voer voor de paarden, die in de hoepels (stallen) staan. Laat ze één voor één proberen de pittenzakjes in de hoepels te gooien. Wie lukt het om al zijn zakjes in de verste hoepel te gooien? Variatie: houd de hoepel omhoog (zoals een basketbalnet) en laat de kinderen proberen hun pittenzakjes hierin te gooien. De hoepel rechtop houden kan natuurlijk ook.
Kleine materialen/hoepels
In de stal
Benodigdheden:
- Hoepels
- Ritmestokjes
Leg de hoepels op de grond. Dat zijn de regenplassen.
Vertel een verhaal over de regen en doe alsof je regenkleding aan.
We lopen op het ritme van de stokjes om de stallen heen
We gaan om de stallen heenlopen
We springen erin en er weer uit
We stampen in de stal
We springen van stal naar stal en veranderen na een signaal van richting
We lopen langs het randje van de stal. Pas op; val er niet in!
Paardje spelen
Benodigdheden:
- Hoepels
Er staan twee kinderen in de hoepel. De één met zijn buik tegen de voorkant van de hoepel (dit is het paard) en de ander met zijn rug tegen de achterkant van de hoepel (dit is de ruiter). Loop of ren zo rondjes door de ruimte. De twee kinderen moeten tijdens dit onderdeel samenwerken om vooruit te kunnen komen.
Variatie: Laat het paard in de hoepel (de teugels) staan en laat de ruiter de hoepel vasthouden. Ze lopen zo een rondje over toestellen, springen over obstakels die ze onderweg tegenkomen (bijv. pittenzakken) enz..
Stal wisselen
Benodigdheden:
- Hoepels
We gaan stal wisselen spelen! De kinderen zijn paarden.
Leg de hoepels op de grond, dit zijn de stallen. Er is 1 hoepel minder dan het aantal kinderen. Alle kinderen staan in een hoepel, maar één kind staat in het midden.
Als jij 'wisselen' roept, dan moeten alle kinderen een ander hoepel zoeken.
Het kind dat in het midden staat probeert ook een hoepel te bemachtigen.
Eén kind blijft over en die moet nu in het midden staan.
Hoepeltikkertje
Benodigdheden:
- Hoepels
De kinderen zijn paarden en staan in een hoepel, die verspreid liggen door de gymzaal (niet te dicht bij elkaar). Een kind is de boer. Wanneer de boer roept: "uit de stal!" moeten alle kinderen in een andere hoepel gaan staan. Terwijl ze van de ene naar de andere hoepel lopen probeert de boer ze te vangen. Wie getikt wordt moet in een hoepel gaan zitten.
Wie als laatste moet gaan zitten is de winnaar.
Hoepelhoppen
Benodigdheden:
- Hoepels
Leg een aantal hoepels achter elkaar. Dat zijn de stallen. Leg ze zo dat de bovenkant van de ene hoepel de onderkant van de andere hoepel raakt (zie foto). Spring nu als een paard met beide benen van de ene hoepel naar de andere hoepel. Ga door tot het einde (en evt. weer terug).
Stoelendans met hoepels
Benodigdheden:
- Hoepels
- Een handtrom
De hoepels zijn de paardenstallen. In elke stal staat een paard. Op een teken gaan de paarden op pad. Ze lopen om de stallen heen. Als de leerkracht op de trom slaat, gaan de paarden zo snel mogelijk naar een stal. Zorg dat er steeds iets minder hoepels liggen dan er kinderen zijn. De paarden die geen stal hebben, zijn af.
Kleine materialen/overige
Voetenwerk
Benodigdheden:
- Een paardenknuffel
Alle kinderen gaan met hun gezicht naar een muur gericht zitten.
Ze zetten beide voeten tegen de muur. Klem bij het eerste kind de knuffel tussen de voeten. Hij geeft deze met zijn voeten door naar het volgende kind.
De handen mogen daarbij niet gebruikt worden! Ga zo verder.
Lukt het om de knuffel langs alle kinderen naar de andere kant te krijgen?
Paardrijden
Benodigdheden:
- Stokken of isolatiebuizen
Laat de kinderen op een stok rond galopperen en op die manier obstakels nemen (springen over voorwerpen die op de vloer liggen, over toestellen lopen enz.)
Variatie: Samen op een stok rondgalopperen.
Afsluiting
Er waren eens vier veulentjes
Benodigdheden:
- Geen
Speel dit spel op de wijs van: 'ik stond laatst voor een poppenkraam'. Verander het in: 'Er waren eens vier veulentjes, zo – zo klein. Die maakten samen een rondedans, piek – piek fijn. Zeg nummer een, kom er eens uit en toon je kunsten kleine guit. Dan doen we ‘t allemaal na, dan doen we ‘t allemaal na, dan doen we ‘t allemaal na'.
Wijs vier veulens aan die hun kunsten om de beurt mogen voordoen.
Daar zat een klein veulentje
Benodigdheden:
- Geen
Speel dit spel op de wijs van: 'daar zat een klein zigeunermeisje'.
Verander het in 'Daar zat een klein veulentje'.
Stiltespel:
Benodigdheden:
- Geen
Een kind is paard en doet zijn ogen dicht. De leerkracht wijst een aantal veulens aan die achter hem gaan zitten. Hoeveel veulens zitten er achter de reus?
Het paard wil los
Benodigdheden:
- Geen
De kinderen staan in de kring en houden elkaars handen stevig vast.
In het midden staat een paard. Zal het hem lukken uit het stevige hek te ontsnappen.
De worteldief
Benodigdheden:
- Een hoepel
- Een wortel
Een kind is paard en zit in een hoepel met een wortel achter zich.
Hij/zij heeft de ogen dicht. Een ander kind is de dief en probeert de wortel te pakken.
Als het kind in de hoepel hoort dat de wortel gepakt wordt, probeert hij de dief te tikken.
De dief mag de wortel wel aan een ander geven.
Als de wortel valt, is de dief af.
Ra, ra, ra, wie heeft de wortel?
Benodigdheden:
- Een wortel
In het midden zit een kind: het paard. De andere kinderen zitten er in een kring omheen.
Zij geven achter hun rug een wortel door. Als het liedje geëindigd is ("Ra, ra, ra, wie heeft de bal, die mooie bal van goud?", mag het kind raden wie de wortel op de rug heeft.
Op zoek naar meer?
Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!

.
.
Комментарии