Zoeken

Het Kleurenmonster: Auditief

Bijgewerkt: 6 dagen geleden


In deze blog geef ik je lessuggesties om de auditieve ontwikkeling van jonge kinderen bij het thema Het Kleurenmonster te stimuleren.


Geluid herkennen en lokaliseren

Tik, tik, wie ben ik??

Nodig: -

Een kind is Het Kleurenmonster, hij ligt te slapen in zijn holletje. Hij heeft zijn ogen dicht.

Een ander kind klopt op zijn rug en zegt: Tik, tik wie ben ik?


Waar is Het Kleurenmonster?

Nodig: -

De kinderen zitten in een grote kring, op de grond. In het midden staat een kind met een blinddoek voor. Eén kind, “Het Kleurenmonster”, loopt buiten de kring rond en maakt geluid (bijv. boos rond stampen). Het kind in het midden van de kring blijft wijzen naar het geluid. Wanneer de leerkracht “stop Kleurenmonster!” zegt, blijft het “Kleurenmonster” staan en het kind met de blinddoek mag kijken of het de goede kant op wijst.

Auditief geheugen

BOEM!

Nodig: 3-5 afbeeldingen van Kleurenmonsters.

Speel in de kring het spelletje “BOEM”. Leg 3-5 verschillende kleurenmonsters of afbeeldingen ervan in de kring en stuur 1 kind even naar de gang.

In de kring wordt afgesproken bij wel voorwerp er “BOEM” mag worden geroepen.

De kleuter in de gang komt terug en wijst de voorwerpen aan en gaat zo op zoek naar het voorwerp dat “BOEM” zal opleveren.


Reeksen herhalen:

Nodig: Woordkaarten.

Oefen het auditief geheugen van de kinderen door bijvoorbeeld twee, drie, vier of vijf woordkaarten van dit thema hardop te benoemen, laat de kinderen deze reeks woorden vervolgens herhalen en daarbij de genoemde kaarten in de juiste volgorde neerleggen.


Welk woord is er niet genoemd?

Nodig: Woordkaarten.

Leg een reeks van een aantal woordkaarten van dit thema neer en noem er eentje niet op. Welk woord heb je niet gehoord? Wijs het aan!


Spel: Welk woord heb jij?

Nodig: Geef elk kind een woordkaart uit dit thema.

De kinderen bestuderen hun kaart en leggen deze daarna omgekeerd onder hun stoel. Noem nu steeds een kaart op.

Het kind met de genoemde kaart gaat bij het horen van zijn kaart staan.

Het wordt lastiger als je de kinderen een aantal keer van kaart of van plaats laat wisselen.


Boos roepen:

Nodig: -

Zeg een woord alsof je boos bent en laat de kinderen dit woord herhalen.

Breid dit uit naar zinnen. Bijvoorbeeld: Weg!, Boos! Kwaad! Woest! Woedend! Wegwezen! Stop, hou op! Jij doet naar, bekijk het maar! Laat me met rust! Ik ben boos op jou!

Ga weg, ik wil jou niet meer zien! Ik wil niet meer met jou spelen!


Zinnen nazeggen:

Nodig: 2 Kleurenmonsterpoppen.

Het ene Kleurenmonster is nog in zijn huisje, de andere buiten. Het Kleurenmonster roept zinnen van 4 a 10 woorden door de brievenbus van het huisje en het andere Kleurenmonster zegt ze na.

Bijv. Ik voel me geel - Kom je ook buiten spelen? - Ik ben een beetje in de war - Ik ben gevallen en nu voel ik me blauw - enz..

Auditieve discriminatie

Spel: Wie heeft het woord?

Nodig; Woordkaarten.

Ieder kind heeft een woordkaart, behorende bij dit thema, in de hand. De leerkracht verzint een verhaal met de woorden op deze woordkaartjes. Zodra hij/zij een woord noemt wat bij iemand op het kaartje staat, moet diegene het kaartje in de lucht steken.


Reactiewoorden:

Nodig: -

Zeg steeds een rijtje woorden op. Steeds als de kinderen het woord rood horen klappen zij in hun handen. Bijv. Rood blauw geel rood rood zwart roze blij bang rood groen rood.


Reactieletter:

Nodig:-

Neem de letter van de week, bijv. de K van Kleurenmonster

Noem steeds een reeks letters. Steeds als de kinderen de letter K horen klappen ze.

Bijv. K - D - B - K - O - A - K - S- K - K- R - U - K.


Hetzelfde woord in twee zinnen:

Nodig: -

Zeg steeds twee zinnen met hetzelfde woord erin.

Horen zij hetzelfde woord in twee zinnen?

Bijv. Het Kleurenmonster is verdrietig - Als ik me verdrietig voel, dan huil ik

Het Kleurenmonster slaapt - Het Kleurenmonster gaat nar school

Enz...


Kleurenmonster zegt...:

Een variant op het commando-spel! Zeg: Kleurenmonster zegt… springen!

Alle kinderen springen. Maar pas op: als je geen ‘Kleurenmonster zegt’ dan moeten ze juist niet doen wat je zegt! Zeg bijvoorbeeld: Kuikentje zegt… zwaaien! Alle kinderen die dan toch zwaaien zijn ‘af’. Zij moeten even zitten (een beurt overslaan) en mogen later weer meedoen. Lekker veel bewegen! Springen, zwaaien, wiebelen, draaien, dansen, boksen, strooien, etc.

Rijmen

Zelf rijmwoorden bedenken:

Nodig: Woordkaarten.

Laat de kinderen rijmwoorden verzinnen bij de woordkaarten van dit thema.

Kies bij voorkeur voor eenlettergrepige woorden.


Zinnen afmaken:

Nodig: -

De kinderen maken rijmzinnen af. De zin wordt langzaam voorgelezen.

Het laatste woord moeten de kinderen aanvullen.

Bijv. Het Kleurenmonster hoort iets op de gang en is nu een beetje ...

Het Kleurenmonster is heel blij met een vriendje zoals ...

Het Kleurenmonster viert feest, hij is nog nooit zo blij ...

Het is tijd, nu opgelet, Het Kleurenmonster moet nu echt uit …

Het Kleurenmonster blijft maar gapen laat me toch nog even …

Het Kleurenmonster wast zijn gezicht en handen daarna poets hij zijn…

Laat de kinderen ook eens zelf rijmzinnen maken.


Rijmkroon:

Nodig: Een Kleurenmonsterkroon.

Geef een Kleurenmonsterkroon de kring rond. Vraag de kinderen op woorden te rijmen.

Wie een rijmwoord weet, krijgt de muts op en noemt zijn rijmwoord.


Rijmen met het Kleurenmonster

Nodig: Een afbeelding van een hangmat, een pootje geel, groen, zwart, rood, blauw, paars, wit, bruin, fiches of vouwrondjes en een Kleurenmonster.

Leg een route van het kleurenmonster naar de hangmat met steeds 5 fiches of vouwrondjes tussen de afbeeldingen. Vertel de kinderen dat dit de route is die het Kleurenmonster aflegt om naar de hangmat te komen. Steeds wanneer hij een rijmwoord bij de afbeelding die hij tegenkomt kan verzinnen mag hij een fiche of vouwrondje verder. Bijv. Rood: poot-noot-stoot-groot-dood. Vervolgens komt Het Kleurenmonster bij het volgende plaatje waarop hij moet rijmen. Lukt het hem om naar de overkant te komen? Schrijf de rijmwoorden evt. op de vouwcirkels en de afbeeldingen. Kinderen zien dan dat bij rijmen de achterkant van een woordje steeds hetzelfde blijft, maar dat het begin verandert. Het Kleurenmonster loopt de route ook weer terug, maar nu moeten de kinderen raden waar hij staat. Bv. Het Kleurenmonster liep heel gauw naar het potje ...


Ren je rot rijmspel:

Nodig: Hang of leg afbeeldingen van rijmwoorden verspreid door je lokaal, de speelzaal of op het speelplein. Noem een woord en laat de kinderen als een Kleurenmonster naar het juiste rijmwoord rennen. Mocht je het spel met een groep kinderen spelen, laat hen elkaar dan opdrachten geven: ‘Wat rijmt er op geel?’ De andere kinderen rennen naar de afbeelding van het rijmwoord. Het kind dat de opdracht heeft gegeven, controleert of het rijmwoord goed is. Daarna wordt er van beurt gewisseld.


Een versje bekijken:

Nodig: Een Kleurenmonsterversje op een groot vel papier.

De kinderen vinden een versje. Dit versje wordt gezamenlijk nog eens gelezen.

Vervolgens vraagt de leerkracht of de kinderen woordjes horen die rijmen.

De rijmwoorden worden onderstreept. Wat zien de kinderen bij deze woorden ? Rijmwoorden hebben dezelfde letters op het eind. Vraag de kinderen nog meer rijmwoorden bij deze woorden te bedenken. Deze woorden worden onder elkaar genoteerd. Telkens wordt gekeken of er dezelfde letters zijn en waar die staan.

Analyse/synthese

Maak de zin af:

Nodig: -

Zeg een zin met één woord in stukjes. De kinderen raden wat er gezegd wordt.

Bijv. Het monster stopt rood in zijn p-o-t

Het Kleurenmonster stampt, hij is b-oo-s

Het Kleurenmonster ligt in zijn hangmat te genieten van de z-o-n.

Een vervolg activiteit hierop kan zijn; alleen het losse woord herkennen.


Lange en korte woorden/zinnen:

Nodig: De woordkaarten van dit thema.

Hak de woorden op de woordkaarten en sorteer ze op lange-korte woorden, bijv. bij een afbeelding van een lang en kort Kleurenmonster.

Bied ook eens twee zinnen aan. Horen de kinderen welke het langste is?

Bijv. Het Kleurenmonster huilt - Het Kleurenmonster huilt tranen met tuiten.


Woorden hakken en plakken:

Nodig: Woordkaarten.

Klap de woorden op de woordkaarten, in lettergrepen en laat de kinderen raden welk woord het is. Gebruik hier alleen de klankzuivere woorden voor. Laat de kaarten daarna bij het juiste aantal leggen. Dit kunnen bijvoorbeeld dopjes of cijferkaarten zijn (of houd het simpeler en laat ze sorteren op lange of korte woorden).

Draai het ook eens om en laat de kinderen de lettergrepen weer verbinden tot woorden of vraag om een kaart waarbij je bijv. twee keer moet klappen.


Zinnen verdelen in woorden:

Nodig: Groot vel papier, stift.

Zeg zinnen en laat de kinderen evenveel blokjes neerleggen of stappen zetten (leg bijv. hoepels neer en laat ze van hoepel naar hoepel gaan).

Schrijf de zin daarna op en laat de kinderen de zin verdelen in woorden.

Bijv. Het Kleurenmonster huilt - Het Kleurenmonster is in de war - Mijn hartje voelt rood enz...

Klanken

Een beginklank verkennen:

Nodig: -

Schrijf de letter K van Kleurenmonster op een vel papier en verken de klank. Hoe klinkt deze? Kun je de klank maken met je neus dicht en met je mond dicht? Hoe ziet je mond er eigenlijk uit wanneer je deze klank maakt? Wat gebeurt er als je deze klank bij een spiegel maakt of tegen een raam (misschien ontstaat er een waas?).

Welke woorden kennen de kinderen met de letter ...?

Voorwerpen bij beginklanken zoeken:

Nodig: -

Ga in de klas op zoek naar voorwerpen die beginnen met de K van Kleurenmonster en verzamel ze of laat ze spullen van thuis meenemen.

Maak hier foto's van voor de lettermuur of lettertafel.


Welke hoort er (niet) bij?

Nodig: Eventueel woordkaarten, een groot vel papier en een stift.

Noem steeds een rijtje woorden met dezelfde beginletter. Spreek deze overdreven uit. Kunnen de kinderen vertellen waarom deze bij elkaar horen? Bijv. Kleur-krant-kop-kist.

* Variatie: Welk woord hoort er niet bij? Zet er een woord tussen die er niet bij past.

Ter controle kunnen de woorden op een groot vel papier geschreven worden.


Beginlank benoemen:

Nodig: Woordkaarten.

Laat een woordkaart, behorende bij dit thema, zien en horen. De kinderen benoemen de beginklank. Je kunt dit eenvoudiger maken door de keuze te beperken en te vragen: Begint het wel met de “K” of niet? Of noem een beginklank en laat de kinderen een woordkaart zoeken die daarbij hoort. Vraag de kinderen ook eens welke klank zij achteraan horen.


Bewegende letters:

Verzin allerlei bewegingen bij een klank die de kinderen kunnen uitvoeren. Bijv. bij de K: kroelen, knippen, klappen, kruipen, kussen, knielen.


Bedenk een naam!

Laat de kinderen namen bij het Kleurenmonster bedenken die met dezelfde beginletter beginnen, bijv. Karel Kleurenmonster, Kees Kleurenmonster, Katrien Kleurenmonster, Karin Kleurenmonster enz... Welke namen uit de klas beginnen ook met deze letter?


Een letterdoos:

Nodig: Verander een doos in een Kleurenmonster en snijd er een gat uit voor de mond. Leg er plaatjes bij die wel/niet beginnen met de letter/beginklank die je in de klas hebt aangeboden.

De kinderen mogen het Kleurenmonster eten geven. Ze geven hem de plaatjes die wel met de beginklank/letter beginnen. Je vindt de monsters hier.


Eerste/middelste/laatste

Eerst-middelste-laatste letter of woord:

Nodig: De woordkaarten bij dit thema.

Noem steeds een kort woord (bij voorkeur met drie letters). Wat was de eerste/middelste/laatste letter?

Noem steeds drie woorden van de woordkaarten, behorende bij dit thema.

Wat was het eerste/middelste/laatste woord?


Welke letter is er veranderd?

Verander de eerste, de middelste, of de laatste letter van woorden die met Kleurenmonsters te maken hebben. Weten de kinderen welk woord je bedoelt? Maak bijvoorbeeld van het woord boos het woord boot. Welk woord wordt bedoeld? En welke letter is veranderd?


Een letterslinger:

Nodig: Woordkaarten.

Maak met de kinderen een slinger van de woordkaarten bij dit thema. Begin bijv. met het woord boos. Vraag de kinderen welke klank je bij boos achteraan hoort. Bedenk samen een woord dat met deze klank, 's', begint, bijvoorbeeld somber. Vraag de kinderen wat de laatste letter van somber is en bedenk een woord dat met de 'r' begint. Schrijf de woorden op een lange strook papier, zodat de kinderen kunnen zien dat de eind- en beginklank telkens hetzelfde zijn. Ga door tot de kinderen geen woorden meer weten.


Woordkaarten bij dit thema, die van pas kunnen komen bij sommige van deze activiteiten, vind je hier.

Onder het tabblad geletterdheid op deze website vind je meer achtergrondinformatie over de auditieve ontwikkeling bij kleuters. Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!

© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com