Zoeken
  • Juf Angelique

Taalzwakke kleuters

Bijgewerkt op: 15 jun.

Het is bij taalzwakke kinderen erg belangrijk dat de leerkracht tijdig actie onderneemt.

Hiermee kan niet alleen het risico op didactische problemen bij de leerling worden verkleind, maar ook gedragsproblemen, die vaak worden veroorzaakt door problemen in de communicatie van een kind, kunnen dan tijdig worden aangepakt.

In deze blog vertel ik je er meer over.



Niet afwachten!


Op veel scholen wordt, als gevolg van bezuinigingen, de logopedische screening door de GGD steeds verder uitgekleed. Vaak blijft er alleen nog een screening over in groep 2.

De ontwikkeling van kinderen, die zwak (maar niet onvoldoende) presteren op taalgebied, wordt hierdoor niet meer gevolgd door de logopedist.

Doordat deze screening steeds verder wordt beperkt, is er voor de leerkracht een steeds grotere rol weggelegd met betrekking tot het signaleren van taalproblemen.

Het is dan ook belangrijk, dat de leerkracht weet wanneer het nodig is om in te grijpen, als hij/zij een taalzwakke leerling in de klas krijgt.

Als de leerkracht tijdig actie onderneemt, kan het risico op didactische problemen bij de leerling namelijk worden verkleind.

Ook gedragsproblemen, die vaak worden veroorzaakt door problemen in de communicatie van een kind, kunnen dan tijdig worden aangepakt.


Veel kleuterleerkrachten laten taalzwakke kleuters een jaar doubleren om de taalontwikkeling af te wachten. Er wordt gedacht aan een late rijping.

In tegenstelling tot andere gebieden in de ontwikkeling van een kind moet bij taalzwakke kinderen de taalontwikkeling echter niet worden afgewacht. Als een kind op vierjarige leeftijd op de basisschool komt, heeft het namelijk het grootste gedeelte van zijn/haar taalontwikkeling al doorlopen! Als daarom bij binnenkomst op de basisschool de taalontwikkeling als zwak wordt gezien, is het nodig om in te grijpen!


Een extra jaar doubleren in groep 2 heeft geen zin, als er niet actief wordt ingestoken op de taal. Het is dus belangrijk, dat de leerkracht de taalproblemen tijdig signaleert en met de ouders overlegt wat er moet worden gedaan om het kind optimaal te ondersteunen.

Het inschakelen van de logopedist is hierbij belangrijk, om te zorgen voor goede diagnostiek en om adviezen te krijgen over de beste aanpak.

 

Signaleren


Om te bepalen of de taalontwikkeling van een leerling goed verloopt, kan gebruik worden gemaakt van de volgende Minimum Spreeknormen.


12-18 maanden:

Begrijpt opdrachtjes met twee woorden.

Kan een of meer lichaamsdelen aanwijzen.

Veel en gevarieerd brabbelen.

Af en toe een herkenbaar woord.


18-24 maanden:

Zegt vijf tot tien woordjes.

Begrijpt zinnetjes met drie woorden.


2-2,5 jaar:

Tweewoorduitingen.

Woordopbouw nog onvolledig.


2,5-3 jaar:

Driewoorduitingen.

Woordopbouw nog onvolledig.


3-3,5 jaar:

Drie- tot vijfwoorduitingen.

Ongeveer de helft is verstaanbaar.

Vertelt spontaan wel eens een verhaaltje.


3,5-4 jaar:

Vertelt spontaan wel eens een verhaaltje.

Ca. 50-75% is verstaanbaar.

Kan een verhaaltje navertellen aan de hand van plaatjes.


4-5,5 jaar:

Maakt enkelvoudige zinnen.

Problemen met meervoudsvormen en vervoegingen.

ca. 75-90% is verstaanbaar.


Vanaf 5,5 jaar:

Goed gevormde, ook samengestelde zinnen.

Goed verstaanbaar.


De spreeknormen zijn talige mijlpalen, die op een bepaalde leeftijd moeten zijn behaald. Mocht een leerling hier niet aan voldoen, dan is er reden tot zorg.

Er kan pas met lezen en schrijven worden begonnen, als de Minimum Spreeknormen door de leerlingen behaald zijn. Pas als de mondelinge taalvaardigheid goed is opgebouwd en het kind in zijn/haar denken de wereld los van zichzelf kan beschouwen, is het namelijk toe aan een bewuste reflectie op taal. Dan begint ook het lezen en schrijven.

Indien dit niet het geval is, is het belangrijk, om de didactische ontwikkeling van de leerling goed in de gaten te houden. Didactische problemen zijn dan te verwachten en moeten tijdig aangepakt worden, om een grotere achterstand tegen te gaan!

 

Taalstoornissen


Het is wel belangrijk, om een onderscheid te maken tussen taalzwakke kinderen en kinderen met taalstoornissen. Primaire taalstoornissen zijn te herleiden tot een fout in het DNA van een kind en worden niet veroorzaakt door meertaligheid, een te gering taalaanbod vanuit de omgeving, enzovoort. Veel ontwikkelingsstoornissen hebben gevolgen voor de taalontwikkeling. Er wordt dan gesproken van een secundaire taalstoornis.

Hierbij kun je denken aan een verminderde intelligentie en leer- en gedragsstoornissen (zoals ADHD en ODD). Bij stoornissen in het autistisch spectrum is de communicatie altijd een gebied, dat problemen oplevert. En dit behoeft dus altijd aandacht te krijgen bij de begeleiding van een leerling met een ASS. Kinderen met primaire en secundaire stoornissen hebben een specifieke begeleiding nodig, omdat hun taalontwikkeling niet het pad volgt van de normale taalontwikkeling. Voor adviezen en informatie hierover kun je bijvoorbeeld bij de logopedist terecht.


Hoe weet de leerkracht of er sprake is van een taalachterstand óf van een taalstoornis? Doordat er veel verschillende factoren een rol kunnen spelen bij het belemmeren van de taalontwikkeling, is het belangrijk om hier tijdig naar te laten kijken.

Een onderzoek bij de logopedist naar de taalontwikkeling kan al plaatsvinden als een kind 18 maanden oud is! Bij audiologische centra in Nederland wordt multidisciplinair onderzoek gedaan bij kinderen. Tijdens zo’n onderzoek wordt een kind op één ochtend door zowel de logopedist als de psycholoog gezien. Zo kan de taalontwikkeling naast de totale ontwikkeling worden gezet en worden de mogelijke belemmerende factoren ook goed in beeld gebracht. Een goede diagnose is belangrijk voor de begeleiding van een leerkracht, voor de aanpak op school en voor de therapie door de logopedist.

 

Tweetaligheid


Tweetaligheid (of meertaligheid) hoort niet thuis onder het kopje taalstoornissen.

Voor een normaal ontwikkelend kind (een kind dat niet te kampen heeft met een verminderde intelligentie, ontwikkelingsstoornissen, enzovoort) heeft het moeten verwerven van twee talen géén nadelig effect. Wél is het belangrijk, om ouders de juiste adviezen te geven over het meertalig opvoeden van kinderen.

Hier ligt een belangrijke rol voor de leerkracht.

 

De taalontwikkeling stimuleren


Een kind van vier jaar heeft dus het grootste gedeelte van zijn/haar taalontwikkeling al doorlopen. Als taalzwakke kinderen met vier jaar op de basisschool komen, is het echter geen gelopen race. In de kleuterperiode zijn de hersenen nog volop in ontwikkeling. Hersenstructuren worden geformeerd op basis van stimulans uit de omgeving.


Een aantal dingen zijn dan noodzakelijk, om het kind straks een goede start te kunnen geven in groep 3:

  • Het stimuleren van de taal door extra taalactiviteiten.

  • Een Voorschot benadering

  • Het vragen van advies aan een logopedist.

  • De taalrijke omgeving van de kleuterklas biedt ook volop mogelijkheden tot deze stimulans.

 

Een doelgericht aanbod


Woordenschatontwikkeling gebeurt vooral in interactie met elkaar. Daarnaast is een goed, doelgericht woordenschataanbod ook erg belangrijk.

Deze bied je in de volgende vijf stappen aan:


Stap 1: Woorden kiezen

Voordat je doelgericht woorden gaat aanbieden moet je eerst een keuze maken.

Om de woorden te laten aansluiten bij de belevingswereld, is het een goed idee om woorden te kiezen die bij het thema passen waar je op dat moment in de klas over werkt.

Start het thema met de basiswoorden en biedt daarbij de lidwoorden aan.

Bied niet alleen voorwerpen aan, maar ook gerelateerde werkwoorden, verkleinwoorden, meervoudsvormen en plaats-/positiebegrippen. Bedenk voordat je start aan een thema ook welke woorden je op welke dag/welke week je gaat aanbieden. Je kunt dan ook activiteiten op deze dag aanbieden waarbij deze woorden herhaald zullen worden.


Stap 2: De woorden doelgericht aanbieden

Na de woordkeuze is het belangrijk om doelgericht de woorden aan te gaan bieden.

Creëer hiervoor een rijke situatie waarin je nagaat wat de voorkennis van de kinderen is en waarin de woorden aangeboden kunnen worden.


Stap 3: Maak de betekenis duidelijk

Vervolgens is het belangrijk dat je de betekenis van het woord duidelijk maakt.

Je kunt hier gebruik maken van de drie U's: uitbeelden, uitleggen en uitbreiden.

Hierdoor wordt de betekenis zichtbaar, toegelicht en wordt het netwerk van woorden gekoppeld. De woorden worden in deze fase geclusterd in grafische modellen aangeboden.


Stap 4: Inoefenen

Nadat je woorden expliciet hebt aangeboden is het net zo belangrijk om het woord goed in te oefenen. Na één keer aanbieden onthouden de kinderen het woord en de betekenis namelijk nog onvoldoende. Het is dan ook nodig om het woord en de betekenis ervan in te oefenen door verschillende activiteiten aan te bieden. Deze activiteiten kunnen op verschillende momenten verdeeld over de dag/week plaatsvinden.

Wanneer je meerdere keren op verschillende manieren in de week de woorden herhaalt, zal dit woord beter beklijven. Prentenboeken zijn hier bijvoorbeeld ook erg geschikt voor en ze zijn lekker laagdrempelig.


Stap 5: Controleren

Tenslotte controleer je of de leerlingen het woord en de betekenis kennen.

Daarbij zet je niet in op de passieve woordenschat, maar controleer je of de kinderen het woord actief beheersen. Doe dit bij voorkeur spelenderwijs en door te observeren en liever niet door het af te checken. Tijdens de activiteiten zie je al snel of een kind actief een woord gebruikt en of dat een kind het woord begrijpt.

 

Ondersteuning


Net zoals je ondersteuning biedt voor de taal- of rekenontwikkeling hebben sommige kinderen ook ondersteuning nodig op het gebied van woordenschat.

Maar hoe geef je de ondersteuning vorm? Deze kun je bijvoorbeeld vormgeven door de kinderen uit te nodigen in een kleine kring. Daarbij kies je in eerste instantie voor spellen waar de woordenschat passief toegepast kan worden, maar later kies je voor spellen waarbij die woorden actief gebruikt moeten worden. En vergeet daarnaast niet, dat begeleid spelen erg waardevol is om de woordenschat te stimuleren. Door het spel te leiden en taal toe te voegen aan het spel, kunnen de kinderen de woorden en taal eigen maken.


De thuissituatie is ook bepalend. Maak ouders daarom duidelijk hoe essentieel een grote woordenschat is en breng ze op ideeën om het een en ander te verbeteren.

Ouders kunnen met een kleine bijdrage al een grote bijdrage leveren aan de ontwikkeling van e woordenschat van hun kind. Geef ze bijv. de volgende tips:

  • Zorg voor veel interactie met je kind.

  • Spreek in volzinnen. Een zin als 'Wil je even je blauwe jas pakken die aan de kapstok in de gang hangt? ''heeft heel veel meer woordenschat in zich dan de zin 'Pak je jas!', ook al is de boodschap hetzelfde.

  • Wees niet terughoudend met moeilijke woorden.

  • Ook met een zesjarige kun je spreken over iets abstracts als het woord ‘inspiratie’. Misschien begrijpen ze het concept van het woord niet meteen of nog niet helemaal, maar ze kunnen er al wel mee oefenen. Hoe vaker ze zo’n woord horen in een betekenisvolle context, hoe sneller ze het oppakken.

  • Door voor te lezen komen kinderen met andere woorden in aanraking dan normaal.

  • Meertaligheid is geen belemmering, maar kan juist in het voordeel werken: de verschillende talen zorgen voor een breder woordbegrip.

Als ouders en school samenwerken aan de woordschat van kinderen, sluiten thuis en school op elkaar aan en creëren ouders en school samen een taalrijke omgeving

 

Op zoek naar meer?


Kijk dan ook eens op de volgende website:

kindentaal.nl


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën in een reactie op deze blog te delen!




.

20 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven