Zoeken

Taakgerichtheid: Motivatie

Een belangrijke factor bij leren is motivatie. Er zijn twee soorten motivatie: extrinsieke en intrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie komt vanuit de kleuter zelf.

Het stimuleren van de intrinsieke motivatie kan veel positieve gevolgen hebben.

Intrinsiek gemotiveerde kinderen doen het beter op school, ze voelen zich prettiger en meer gewaardeerd. Ondanks dat deze motivatie vanuit kleuters zelf komt, zijn er wel manieren om deze intrinsieke motivatie te stimuleren als leerkracht. In deze blog vertel ik je er meer over.



Verschillende typen motivatie


Motivatie kom je veelal tegen in twee vormen, namelijk: extrinsieke en intrinsieke motivatie.


Extrinsieke motivatie:

Bij extrinsieke motivatie ben je gemotiveerd om iets te doen, omdat een ander het van je verlangt. Je weet dat er een beloning op je staat te wachten wanneer je het wel doet of juist een straf wanneer je het niet doet. Het kind doet de taak, omdat het moet, niet omdat hij zelf gemotiveerd is om het te willen leren. Dit type motivatie is resultaatgericht en komt meestal voort uit negatieve gevoelens, zoals een beperkt geloof in het eigen kunnen ('dit kan ik niet', 'dit is veel te moeilijk'). Uiteindelijk zal iemand die extrinsiek gemotiveerd is minder plezier beleven aan dat wat hij of zij doet en altijd aansturing nodig hebben om ermee te beginnen. Het vertaalt zich regelmatig naar wat onverschillig of taakontwijkend gedrag. Een kind extrinsiek motiveren met bijvoorbeeld stickers of een beloningssysteem kan soms een prima tijdelijke oplossing zijn, maar is niet de vorm van motivatie die je graag wil bereiken met een kind.


Intrinsieke motivatie:

Intrinsieke motivatie daarentegen is motivatie vanuit jezelf. De drang om te leren komt dan van binnenuit en het leren verloopt als het ware spelenderwijs.

Bij intrinsieke motivatie ziet een kind zelf de meerwaarde in van datgene wat hij/zij gaat doen. Een intrinsiek gemotiveerde kleuter laat een geïnteresseerde, enthousiaste en actieve houding zien. Deze kinderen zijn leergericht. Intrinsieke motivatie gaat gepaard met positieve gevoelens, omdat een kleuter het nut ervaart ('als ik oplet, dan kan ik het straks zelf') of omdat de taak past bij zijn waarden ('iemand helpen met zijn veters strikken is fijn')


Het maakt voor de uitvoering van een taak heel wat uit of een kind intrinsiek of extrinsiek gemotiveerd is. Intrinsieke motivatie is belangrijk omdat het kind zelf verantwoordelijkheid neemt, een growth mindset heeft en zelf de wil heeft zijn werk af te ronden.

Hiermee kan ook de werkmotivatie en het welbevinden van het kind verhoogd worden.

De rol van de leerkracht verschuift hierbij van leider naar begeleider.

De drie basisbehoeften


Of er bij een kleuter meer sprake is van extrinsieke of intrisieke motivatie hangt nauw samen met de mate waarin je tegemoet komt aan de drie aangeboren basisbehoeften: relatie, competentie en autonomie.


1. Relatie:

Deze basisbehoefte houdt in dat je je gezien en gehoord voelt (ik hoor erbij).

Kinderen hebben behoefte aan relatie, zowel met de leerkracht als met klasgenoten.

Ze willen het gevoel hebben erbij te horen, geaccepteerd te worden en zich veilig te voelen. Deze wens naar verbondenheid brengt een verantwoordelijkheid met zich mee, namelijk dat kinderen en leerkracht samen zorgen voor een goede sfeer. Leerkrachten hebben veel invloed op de relaties en op de sfeer. Luisteren, vertrouwen bieden, ondersteuning bieden, het goede voorbeeld zijn, zorgen voor uitdaging en optreden als het echt nodig is zijn belangrijke pedagogische voorwaarden om te zorgen voor een goede sfeer van verbondenheid. Je kunt als leerkracht aan deze behoefte voldoen door bijv. begrip te tonen ('Ik vind het soms ook moeilijk om ...') en kinderen elkaar te laten helpen.


2. Competentie:

Deze basisbehoefte gaat over het geloof in je eigen kunnen (ik kan het).

De behoefte aan competentie sluit aan bij de wens ‘iets te kunnen’ en ergens goed in te zijn. Daarom is het noodzakelijk dat onderwijs is afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van kinderen, waarbij een uitdagende omgeving belangrijk is.

Het gevoel van competentie kan versterkt worden door reële verwachtingen te stellen, vertrouwen uit te spreken, complimenten te geven ('Ik zie dat je er steeds beter in wordt')en kinderen de ruimte te geven haalbare resultaten te boeken.

De leerkracht moet daarbij beschikbaar zijn voor hulp en ondersteuning.


3. Autonomie:

Deze basisbehoefte gaat over het het gevoel eigen keuzes te kunnen maken en zelf invloed te hebben op je eigen leerproces (ik mag iets). Autonomie gaat over het gevoel onafhankelijk te willen zijn. Voor de leerkracht is het daarom van belang de eigenheid van het kind te respecteren en hem/haar veiligheid, ruimte, begeleiding en ondersteuning te bieden. Geef het kind bijv. ruimte in tijd ('Wanneer wil jij in de huishoek?') of samenwerking (bijv. 'Wil jij samen of alleen opruimen?').


Besteed dus aandacht aan deze deze drie basisbehoeften.

Het vergroot de de kans op inzet, welbevinden en plezier.

Leer een kind de meerwaarde inzien van dat wat hij of zij leert en leer hem of haar bovenal ook trots te zijn op dat wat ermee bereikt kan worden, kortom richt je op intrinsieke motivatie!

Hoe stimuleer jij de intrinsieke motivatie van kleuters?

Inspireer jouw collega’s door jouw ideeën als reactie op deze blog te delen!

16 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com