Zoeken
  • Juf Angelique

Spinnen: Muziek (kring)

In deze blog vind je muzikale kringactiviteiten bij het thema spinnen.



Liedjes


De spin wiedewin

Uit: Eigenwijs

De spin Wiedewin De spin Wiedewin, die weeft een web, die weeft een web.

De spin Wiedewin, de spin Wiedewin die vangt daar mugjes en vliegjes in.

 

Een spin

Een spin, een spin, kijk eens wat ik heb.

Een spin, een spin, kijk eens wat ik heb.

Ik wil geen spinnen binnen, spinnen horen buiten.

Buiten in een web.

Daar mag je draden weven.

Om door de lucht te zweven.

Kriebel, kriebel, kriebelspin.

Ga jij maar gauw de tuin weer in.

Een spin, een spin, kijk eens wat ik heb.

Een spin, een spin, kijk eens wat ik heb.

Ik wil geen spinnen binnen, spinnen horen buiten.

Buiten in een web.

Daar mag je vliegen vangen.

En aan de takken hangen.

Kriebel, kriebel, kriebelspin.

Ga jij maar gauw de tuin weer in.

Kriebel, kriebel, kriebelspin.

Ga jij maar gauw de tuin weer in.


 

Slompie

Slompie wiebelt op zijn pootjes

1, 2, 3, 4, 5

maar de andere spinnen hebben

8 kriebelpoten aan hun lijf.

Slompie kan dus niet snel lopen,

hij sjokt achteraan.

Schiet toch op, mopperen de andere spinnen

Slompie, blijf niet staan!

1 - 2, 1 - 2, 1 - 2, 1 - 2 

1- 2, 1 - 2 maar Slompie kan niet mee.

 

Zingen


Algemeen:

  • Voor het aanleren van een nieuw lied is aandachtig luisteren belangrijk. Laat de kinderen bijvoorbeeld opstaan steeds als ze een bepaald woord horen en vervolgens weer gaan zitten als ze dit woord weer horen. Hoeveel keer hebben de kinderen het afgesproken woord in het liedje gehoord?

  • Vraag de kinderen uit te beelden wat ze in een liedje horen. Je kunt de kinderen vrij laten uitbeelden of je kan op basis van wat er bedacht wordt een gezamenlijke dans bedenken die de hele groep meedoet.

  • Hang pictogrammen op met daarop de belangrijkste woorden uit het aangeboden lied in de goede volgorde.

  • Deel de pictogrammen uit. Als kinderen het bijbehorende woord in het lied horen, dan steken zij deze omhoog.

  • De kinderen zingen alleen de laatste (rijm)woorden mee.

  • De kinderen zing alleen het laatste deel van iedere zin mee.

  • Alleen de jongens/meisjes zingen mee.

  • (Om en om) hard en zacht zingen.

  • (Om en om) langzaam en snel zingen.

  • (Om en om) hoog en laag zingen.

  • De leerkracht playbackt, de kinderen zingen het liedje hardop.

  • Om de beurt een regel zingen. Wijs aan wie de beurt heeft. Begin steeds opnieuw zodat alle kinderen aan de beurt komen.

  • Wie durft het alleen?


Zingen met emotie:

Je hebt nodig:

- Emotiekaartjes.

Laat de kinderen bij elke zin uit het aangeboden lied een andere emotie zien.

De kinderen zingen die regel vervolgens met de emotie die wordt getoond.

Je kunt hier een raadspel van maken. Jij of een kind zingt een bekend lied met een bepaalde emotie. De rest raadt welke emotie het is. Verzin samen met de kinderen ook eens andere manieren van zingen en maak er kaartjes van (bijvoorbeeld deftig, zo langzaam als een slak, zo snel als een haas enz.).


Liedje:

Je hebt nodig:

-

Zeg de tekst van een liedje zin voor zin. Bedenk welke woorden met de S-klank van Spin (of een andere) beginnen. Probeer het liedje te zingen zonder deze woorden uit te spreken of start met één woord dat wordt weggelaten en breid dit later uit.


Liedjesmand/-kist:

Je hebt nodig:

- Een mand

- Attributen, die bij het aangeleerde liedje horen

Doe de attributen in de mand en gebruik deze om een liedje te visualiseren

* Variatie: Stop 1 attribuut per aangeleerd liedje in de mand. Op die manier kun je steeds een attribuut kiezen en het bijbehorende liedje herhalen.


Liedjesmap:

Je hebt nodig:

- Een map

- Een kopie van het aangeleerde liedje, met afbeeldingen

Doe het aangeleerde liedje in de map. Op die manier wordt de verzameling steeds groter en kun je de aangeleerde liedjes regelmatig herhalen. Je kunt de liedjes ook kopiëren en aan de kinderen meegeven.


De volumeknop:

Je hebt nodig:

-

Zing samen een lied over spinnen. Zet de volumeknop laag/uit. De kinderen zingen in zichzelf door.

Zet de volumeknop daarna weer hoger/aan. Gaat iedereen op dezelfde plek door met hardop zingen?


Omhoog/omlaag:

Je hebt nodig:

- Een afbeelding van een spin

Gebruik de spin om de stem op te warmen. Laat de spin omhoog en omlaag kruipen, je stem gaat van laag tot hoog en weer terug. Gebruik verschillende klanken.


Neurien:

Je hebt nodig:

- Laat de kinderen het aangeboden lied neuriën. Dat is een goede resonan oefening.


Toontje hoger: Je hebt nodig:

-

Er kan prima aan de stembanden worden gewerkt door een fragment uit het liedje te halen en in dit fragment laat u dan met de toonhoogte variëren. Het liedfragment kan bijvoorbeeld steeds een toontje hoger worden gezongen. Zing het fragment voor en laat de kinderen het daarna nazingen.


Een knuffel doorgeven:

Je hebt nodig:

- Een spinnenknuffel.

Laat de kinderen tijdens het liedje een knuffel doorgeven, die voor het einde van het lied weer bij de leerkracht moet zijn. Kinderen ontwikkelen zo gevoel voor 'hartslag van de muziek', het puls gevoel.


Kiekeboe!

Je hebt nodig:

- Een spin

Als de spin verdwijnt, dan verdwijnt ook het geluid en stoppen de kinderen met zingen en gaat de leerkracht verder. Als de spin weer verschijnt, dan gaan ze weer verder met zingen. Zo kan je ze stukjes laten zingen die ze al kennen, maar de zinnen die nog te moeilijk zijn zelf zingen.

 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!


.

81 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven