Zoeken

Sociale vaardigheden

Bijgewerkt op: sep 12

Kleuters zijn meestal nog te veel op zichzelf gericht om zich in te kunnen leven in de ander. Ze gaan ervan uit, dat de ander net zo denkt en voelt als zij.

Langzamerhand beginnen kleuters overeenkomsten en verschillen op te merken.

In deze blog vertel ik je hoe je als leerkracht deze ontwikkeling kan stimuleren.



Vertrouwen


In vertrouwensoefeningen wordt veel lichamelijk contact gemaakt en dit vergroot vaak het onderling vertrouwen. En onderling vertrouwen is een belangrijke voorwaarde om op een fijne manier met elkaar om te gaan en elkaar ook aan te kunnen spreken wanneer je iets niet prettig vindt. Zet dit soort oefeningen dus regelmatig in. Vertrouwensoefeningen gaan o.a. over competenties, zoals: Leren samenwerken, dichtbij komen, vertrouwen geven en ervaren, je grenzen aangeven, aangeven wat je fijn vindt, ontwikkeling van de motoriek, positieve aanrakingen, elkaar helpen, doen wat je belooft, praten en luisteren naar elkaar, leiding geven en leiding opvolgen.

Samenwerken


Laat kinderen in veel wisselende combinaties samenwerken.

Samenwerken is het bijdragen aan een gezamenlijk resultaat door het inzetten van je eigen kwaliteiten en behulpzaam zijn voor de ander. Samenwerken vereist wel een aantal competenties, zoals kunnen luisteren naar een ander, op elkaar letten, aanwijzingen en opdrachten kunnen opvolgen, initiatief durven nemen, niet opgeven, kunnen volgen, strategieën kunnen bedenken, kunnen meedenken, overleggen, flexibel zijn, creatief denken, leiding geven, helpen, doorzetten, jezelf kunnen focussen en communicatieve vaardigheden, die voor veel kleuters nog lastig zijn.

Door deze vaardigheden op elkaar af te stemmen en het groepsproces boven je eigen succes te plaatsen ontstaat er een samenwerking.

Het is niet hetzelfde als vriendschap. Je kunt met veel mensen samenwerken, zonder bevriend te zijn. Wel vergroot samenwerking de kans op onderlinge vriendschappen.

Doe wel alleen groepsvormende activiteiten, waarbij kinderen met elkaar tot een goed resultaat moeten komen door samen te werken en die zodoende de groepsgeest bevorderen. Geef geen coöperatieve opdrachten die concurrentie bevorderen tussen individuele kinderen of tussen sub groepjes.

'Benzine' geven


Maak kinderen ervan bewust dat zij met hun reactie onbedoeld voeding kunnen geven aan het gedrag van anderen. Veel grensoverschrijders hebben namelijk de aandacht van anderen nodig om door te kunnen gaan met vervelend gedrag. De kern van deze aanpak is:

Geef geen benzine aan vervelend gedrag! Doe niet mee, dan doe je veel!


Leer de kinderen dat het beter werkt als ze zich niet op de kast laten jagen, er niet tegenin gaan, afstand nemen, zich niet irriteren en zich niet bang laten maken als iemand hen plaagt.

Dat het in dat geval beter werkt om steun te zoeken bij een vriendje en iets anders te gaan doen. Maak visueel wat zij kunnen doen, bijvoorbeeld:

  1. Zelf aangeven dat je iets vervelend vind en wil dat de ander stopt

  2. Gaat het toch door? Dan loop je weg en zoek je steun bij een vriendje

  3. Gaat het daarna nog steeds door? Dan ga je naar de leerkracht.

Leer kinderen ook, dat als hun vriendin of vriend vervelend gedrag vertoont en

ze daarom gaan giechelen, dat ze dan hun vriend/vriendin aanmoedigen om door te gaan.

Je bent juist stoer als je nee durft te zeggen tegen vervelend gedrag van jouw vrienden en vriendinnen. En als het te gek wordt loop je je niet mee, maar erbij weg.

De kans is groot dat vervelend gedrag dan uiteindelijk uitdooft.

Een vervelend lopende motor kan niets beginnen als het geen benzine heeft.

Benoem het hardop als je ziet dat kinderen ervoor kiezen geen benzine te geven aan een vervelende 'motor': 'Wat knap, dat je geen benzine geeft aan hem, terwijl hij druk doet. Fijn zeg! Zo help je hem om rustiger te worden'.

Als je ziet dat kinderen wel benzine geven, dan maak je ze hiervan bewust door bijvoorbeeld te zeggen: 'Ik zie dat jullie samen veel plezier hebben, maar ik heb er last van, dus ik wil dat je ermee stopt'. Of 'Jullie zijn toch vrienden van elkaar? Je geeft nu benzine. Wil je dat hij straf krijgt? Daar zorg je nu namelijk wel voor. Stop maar met benzine geven'.


Geef als leerkracht, op de momenten dat andere kinderen storend gedrag laten zien, 'benzine' aan gedrag dat je prettig vindt. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik zie veel kinderen die heel goed meedoen, luisteren, mij aankijken en rustig zitten'

Conflicten oplossen


Wanneer er conflicten tussen kinderen zijn, maak je het kind medeverantwoordelijk en stimuleer je hem om het conflict zelf te laten oplossen.

Door als leerkracht de gevolgen van het gedrag voor de ander te benoemen, stimuleer je de ontwikkeling van het empathisch vermogen van de kleuter.

Ga als leerkracht na een conflict in ieder geval nooit rechter spelen om een dader en een slachtoffer te identificeren, maar richt je op een oplossing: 'Willen jullie het oplossen?' en 'Hoe zou je dit de volgende keer anders op kunnen lossen?'.

Bespreek wat je ziet door kinderen vragen te stellen, zodat zij bewuster gaan nadenken over hun eigen gedrag. Voorbeelden van vragen die je zou kunnen stellen zijn:

'Is het je bedoeling om de ander verdrietig te maken?'

'Hoe kun je het goedmaken?

'Hoe kun je het doen op een manier die fijn is voor jezelf EN de ander?'

'Vind je dat jet het handig hebt aangepakt?'

'Ben je zo te vertrouwen?'

'Wil je hiermee doorgaan?'

Uiteindelijk wil je de kinderen laten ervaren dat ze vertrouwen in zichzelf en de ander kunnen hebben, de kinderen in hun kracht zetten, op een manier die fijn is voor henzelf en de ander.


Onder het tabblad SEO op deze website vind je meer achtergrondinformatie over de sociale ontwikkeling bij kleuters. Daarnaast vind je allerlei praktische suggesties in mijn blogs "SEO/Sociale vaardigheden" op de diverse themapagina's.

Kijk voor meer suggesties ook eens bij de diverse thema's en op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!


.

85 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven