Zoeken
  • Juf Angelique

Selectief mutisme bij kleuters

Bijgewerkt op: 13 jun.

Verlegenheid: elk kind heeft er wel eens last van, de één meer dan de ander. Maar wat als een kind extreem verlegen is en alleen in situaties waarin het niet op zijn gemak voelt, niet spreekt, maar in andere situaties wel? Dan kan men denken aan selectief mutisme.

In deze blog vertel ik je er meer over!



Wat is selectief mutisme?


Selectief mutisme is een ontwikkelingsstoornis. De kinderen bij wie dit voorkomt, hebben vaak van nature een verlegen, timide en/of bang temperament. Daardoor wordt selectief mutisme vaak gekoppeld aan een angststoornis, of specifieker aan sociale fobie.

Onder deskundigen is hier nog geen overeenstemming over. Volgens sommige deskundigen is selectief mutisme te complex om als angststoornis te worden gedefinieerd. Kortom, er is nog veel onduidelijkheid over de precieze afbakening van de stoornis selectief mutisme én van de onderliggende oorzaken.


Selectief mutisme wordt ook wel spraakangst genoemd. Kinderen met selectief mutisme kunnen praten, maar spreken niet (en blokkeren) in bepaalde sociale situaties waarin dit wel verwacht wordt, maar zij zich niet op hun gemak voelen. In andere situaties, waarin een kind zich veilig voelt praat het kind wel. Het kan dus zijn dat een kind alleen maar tegen gezinsleden en vrienden praat, maar niet tegen onbekenden. Of dat het kind thuis honderduit praat, maar op school geen woord zegt. Selectief mutisme wordt dan ook vaak pas op de basisschool ontdekt. Dit niet praten houdt lang aan..

Het kind communiceert in bepaalde situaties alleen non-verbaal, zonder geluid, door hoofdschudden of knikken, gebaren of gezichtsuitdrukkingen. Ook als je het kind een beloning belooft, praat het kind niet. Vaak maakt een kind met selectief mutisme ook geen geluid als hij zich pijn doet. Het niet spreken wordt niet veroorzaakt door een taal-/spraakstoornis (bijvoorbeeld stotteren) of door een gebrek aan kennis van de gesproken taal die nodig is voor de sociale situatie.


Selectief mutisme belemmert een kind in zijn functioneren op school of in zijn sociale communicatie. Het komt maar zelden voor. Ongeveer één tot zeven op de duizend kinderen heeft er last van. Het komt vaker bij meisjes dan bij jongens voor.


Een aantal kenmerken en karaktereigenschappen komt ook veel voor bij kinderen met selectief mutisme. Namelijk:

  • Verlegenheid

  • Perfectionisme

  • Driftbuien

  • Angst voor vreemden

  • Geen tot weinig oogcontact maken

  • Koppig, een sterke wil

  • Sociaal isolement

  • Vastklampen

  • Een pessimistische kijk

  • Soms ook vertraging van de motorische ontwikkeling (later lopen dan gemiddeld)

  • Soms problemen met zindelijkheid. Obstipatie komt vrij vaak voor, omdat het kind niet durft te vragen of hij naar de wc mag.


 

Selectief mutisme of gewoon heel verlegen?


Het is lastig om verlegen kinderen en kinderen met selectief mutisme te onderscheiden.

Er zijn meerdere overeenkomsten, maar zeker ook verschillen. Verlegenheid is ook een karaktereigenschap die de meeste kinderen met selectief mutisme hebben.

Bij kinderen die alleen heel verlegen zijn, gaat die verlegenheid vaak na een tijdje over.

Een verlegen kind slaat in een onbekende situatie of in het contact met vreemden vaak even dicht, verstopt zich achter zijn moeders benen of wil niet van schoot af, maar komt na een tijdje vanzelf los. Het is dan vaak een kwestie van wennen aan de situatie.

Na verloop van tijd begint een verlegen kind toch weer te praten, soms ook tegen vreemden. Een kind met selectief mutisme gaat in zo’n situatie niet praten, ook niet na een tijdje. Misschien gaat hij wel van je schoot af, lekker spelen, en communiceert hij wel non-verbaal, maar hij zal nog steeds niet praten.

 

Mogelijke oorzaken


Vroeger werd gedacht dat een trauma de oorzaak zou zijn van selectief mutisme bij kinderen. Maar dat is niet het geval: uit onderzoek is gebleken dat (sociale) angst de belangrijkste oorzaak is. Het kind is zo angstig in een bepaalde situatie, dat het niet wil (durft te) praten. Het kan overigens wel zo zijn dat een kind stopt met praten na het ervaren van een ingrijpende gebeurtenis, zoals een ongeluk, geestelijke en/of lichamelijke verwaarlozing, misbruik e.d.


Andere factoren die een rol kunnen spelen bij selectief mutisme, zijn:

  • Lichte ontwikkelingsproblemen

  • Taalproblemen

  • Een geremd temperament (introvert, negatieve gevoelens bij zich houden)

  • Angstige aanleg

Deze factoren kunnen ertoe leiden dat een kind zich terugtrekt, angstig wordt, stress krijgt of gaat zwijgen. Vaak spelen ook andere factoren in de omgeving mee, zoals ouders met angstproblemen, stressvolle levenservaringen of een meertalige omgeving.

 

De behandeling


De behandeling van selectief mutisme is afhankelijk van de ernst van de symptomen en de leeftijd van het kind. Daarom is eerst een uitgebreid onderzoek nodig.

Alleen een speciaal daartoe opgeleide deskundige zal via een uitgebreid onderzoek een diagnose kunnen vaststellen. Een aantal andere stoornissen zullen daarbij uitgesloten moeten worden voordat de diagnose selectief mutisme gesteld kan worden, waaronder een spraak-taalstoornis, een pervasieve ontwikkelingsstoornis, een spraak- of taalstoornis, een gehoorstoornis of een psychische stoornis als autisme of schizofrenie.

Op basis van de onderzoeken wordt een behandeling bepaald.


Gedragstherapie kan een van de behandelingen zijn.

Hierbij krijgt een kind in kleine stapjes korte-termijndoelen en is de drempel niet zo hoog. Ouders en leerkrachten worden bij de therapie betrokken.

Een andere behandeling kan speltherapie zijn, dit wordt ingezet om kinderen sociale vaardigheden aan te leren.

Als de symptomen heel ernstig zijn of de therapie erg langzaam gaat, kan er eventueel medicatie ter ondersteuning gegeven worden.

Selectief mutisme kan door de behandeling helemaal overgaan, maar er zijn ook veel kinderen die toch in meer of mindere mate last blijven houden van spreekangst, sociale angst of teruggetrokkenheid.

Hoe eerder het kind behandeld wordt, hoe groter de kans is op succes.

 

Wat kun je zelf doen?


Als leerkracht is het van belang om vooral de duur van het probleem goed in beeld te hebben. Het zwijgen in de klas moet in ieder geval langer duren dan een maand.

Wanneer een kind bijvoorbeeld in de eerste maand dat het op school zit niets zegt, hoeft er nog niets aan de hand te zijn. Dit geldt met name voor kinderen van twee tot vijf jaar.


Bij oudere kleuters kan het zwijgen tot grotere en moeilijker aan te pakken problemen leiden, vandaar dat overleg met ouders van belang is. Zien zij de noodzaak voor een verdere aanpak? Vervolgens kan de stap worden genomen door ouders om te komen tot een verdere diagnosestelling. Zoals eerder gesteld is een speciaal daartoe opgeleide deskundige vereist om een adequate diagnose te kunnen vaststellen, zodat andere oorzaken of stoornissen kunnen worden uitgesloten.

De huisarts is in dat geval de aangewezen persoon voor doorverwijzing.


Zodra er een diagnose (of sterke vermoedens van) “selectief mutisme” is, is het volgens deskundigen raadzaam om een “totaalaanpak” te bewerkstelligen, samen met ouders, school en eventuele ondersteuning van (psycho)therapeut en/of kinderarts of -psychiater. Structureel overleg tussen de partners is van belang, zodat het kind één aanpak vanuit de omgeving ervaart. Van alle partijen wordt begrip, geduld, creativiteit en flexibiliteit gevraagd om het selectieve mutisme bij het kind aan te pakken. Wat werkt bij het ene kind, hoeft nog niet te werken bij de andere leerling.


Toch zijn er ook een algemene tips en adviezen te geven hoe om te gaan met een kind met selectief mutisme


Bereid het kind goed voor!

Bereid het kind voor op onbekende, nieuwe of spannende sociale situaties. Zo weet het kind beter wat hem te wachten staat. Kondig aan wat je gaat doen, hoe dat gaat verlopen, waar het plaatsvindt en wie erbij zijn. Je kunt bij de bibliotheek over heel veel situaties prentenboeken lenen: over een tandartsbezoek, een verjaardag, een schoolreisje, etc.


Help je kind door gedrag voor te doen!

Kinderen leren veel door jouw gedrag te imiteren.


Toon begrip en neem de angst van je kind serieus!

Erken en benoem zijn verlegenheid en zeg dat het niet erg is, en ook niet raar. Iedereen is wel eens bang of verlegen. Voorkom geïrriteerd, ongeduldig, cynisch reageren of boos worden bij zwijgen van de leerling. Dit heeft alleen maar een negatief effect, aangezien het kind hierdoor nog meer geremd raakt.


Zorg ervoor dat je je kind vertrouwen en veiligheid biedt!

Dat doe je onder andere door zelf je afspraken en beloftes na te komen, niet te hoge eisen te stellen, de tijd te nemen voor het kind en niet stiekem weg te gaan als een kind het niet doorheeft. Denk niet dat een leerling je niet begrijpt.

Over het algemeen is dit namelijk wel zo.


Stimuleer het zelfvertrouwen van het kind!

Moedig hem aan, geef hem complimenten als hij succes boekt, ook al is het nog maar een klein stapje. Geef vooral aandacht aan wat je kind wél kan en zo weinig mogelijk aandacht aan wat hij nog niet kan.


Geef de leerling de mogelijkheid om ook op andere manieren te communiceren!

Bijvoorbeeld met symbolen, gebaren, kaarten, email. Voor noodsituaties kun je een medeleerling als “tussenpersoon” gebruiken om de communicatie te verbeteren.


Dwing het kind niet!

Dwing het kind niet tot praten en geef het mogelijkheden voor activiteiten waarbij niet gesproken hoeft te worden. Benadruk hierbij de kwaliteiten van het kind.

Complimenteer de leerling daar waar mogelijk, maar zeker wanneer de leerling een poging doet tot verbale communicatie. Lieg niet tegen de leerling door te zeggen dat het al best goed kan praten (als dit niet zo is). De leerling heeft zelf heel goed in de gaten of hij of zij regelmatig praat of niet.

Voorkom isolatie!

Voorkom isolatie door het kind binnen de groep of groepsactiviteiten te houden.

Mogelijkheden te geven voor activiteiten waarbij niet gesproken hoeft te worden (stillezen, schrijven, e.d.). Benadruk hierbij de kwaliteiten van de leerling

Organiseer groepsactiviteiten in kleinere groepen.

Geef het kind een ‘buddy’, liefst een medeleerling waarvan je weet dat de relatie tussen deze leerlingen veilig is. Laat anderen (ouders, buddy, medeleerlingen, leerkrachten) niet praten voor de leerling.


Pak het samen op!

Zorg ervoor dat alle schoolprofessionals (leerkrachten, IB-ers, RT-ers e.d.) op de hoogte zijn van de problemen rondom het gedrag van de leerling, van accurate en recente informatie rondom selectief mutisme, maar ook van de kwaliteiten en krachten van de leerling.

 

Op zoek naar meer?


Kijk dan eens op de volgende website:

Spreekt Voor Zich


Kijk voor meer suggesties ook eens bij de diverse thema's en op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!



8 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven