top of page
Zoeken
  • Juf Angelique

School: Opening/afsluiting

Het is belangrijk, om tijdens het plannen van een thema, als leerkracht goed na te denken over de startactiviteiten. Startactiviteiten moeten ervoor zorgen dat de kinderen enthousiast worden voor een thema. Het is dan ook belangrijk dat de activiteiten, die je kiest pakkend en betekenisvol zijn en nieuwsgierigheid opwekken.

Wanneer kinderen zelf enthousiast zijn voor een thema, zullen zij meer tot leren komen.

Ook zijn de startactiviteiten belangrijk om de voorkennis te activeren en leervragen voor het thema op te stellen. Door het opstellen van de leervragen en het maken van een plan kan vervolgens de rest van het thema worden vormgegeven.

Thema’s kunnen op veel verschillende manieren gestart en afgesloten worden.

In deze blog geef ik je suggesties om het thema school te openen en/of af te sluiten.



Thematafel


Richt een thematafel in. Denk hierbij aan:

  • Boeken over school

  • Materialen, zoals: Boeken, letter en cijfermaterialen, een schooltas, een brooddoos, een beker, een puzzel enz.

Maak tijdens je thema foto's van de activiteiten en hang deze op. Creëer hiervoor een stukje projectmuur. Op die manier kun je met de kinderen terugkijken op een thema en kunnen ze elkaar vertellen over hun activiteiten en elkaar inspireren.

 

Aankleding van de klas


Breng je lokaal in de sfeer van het thema. Denk hierbij aan:

  • Een raamschildering: Beschilder de ramen of hang grote geplastificeerde A3 afbeeldingen op. Gebruik raamverf of krijtstiften. Krijtstift kan je gemakkelijk van de ramen afvegen met alleen een nat doekje. Voor het opzetten vergroot je een afbeelding onder het kopieerapparaat en plak deze aan de andere kant van het raam. Trek deze vervolgens over.

 

Voorwerpen


Haal allerlei voorwerpen de klas in, die met school te maken hebben en waarmee je de nieuwsgierigheid van de kinderen kunt opwekken.

De kinderen komen de klas binnen en zien deze voorwerpen liggen.

Vervolgens zal een gesprek ontstaan over deze voorwerpen. Wat zijn dit voor voorwerpen? Wat kunnen we met deze voorwerpen doen?

  • De kinderen vinden bijvoorbeeld een puzzel die door elkaar ligt in de klas. Van wie zou dit kunnen zijn? Iedereen denkt mee en maakt er een tekening van. De volgende dag wordt er een tipje van de sluier opgelicht met behulp van een brief of filmpje of een andere hint. Langzamerhand wordt gedurende het project duidelijk van wie het voorwerp is.

  • De voorwerpen kunnen in een doos of koffer geplaatst worden. Deze geheimzinnige doos staat in de klas als de kinderen binnen komen. Iedere keer komt er wat uit de doos tevoorschijn. Wat is het? Wat kunnen we er mee doen? De kinderen zullen op ideeën komen en nieuwsgierig zijn naar de rest van de voorwerpen.

  • De kinderen nemen zelf spullen van thuis mee over school en vertellen erover.

 

Een verhalend ontwerp


Start het thema met een verhalend ontwerp. Dit betekent dat je een thema uitwerkt aan de hand van een verhaal of een verhaallijn, die de rode draad voor je lessen vormt en waarbij leerlingen actief meedoen en zelf ontdekkend leren, door op zoek te gaan naar oplossingen. Enkele variaties:

  • Er komt een handpop op visite. Hij gaat voor het eerst naar school en vindt dit spannend.

  • De kinderen ontvangen een brief van een denkbeeldig personage, die voor het eerst naar school moet en dat heel erg spannen vindt. Hij vraagt de kinderen om hulp bij een probleem. De kinderen bedenken zelf een oplossing voor het probleem en kiezen met welk materiaal ze dit gaan doen. Ze kunnen bijv. bouwen in de bouwhoek, iets maken van constructiematerialen, iets knutselen enz...

 

Drama


Drama kan op diverse manieren worden ingezet bij het openen/afsluiten van een thema. Enkele variaties:

  • De leerkracht beeldt samen met een aantal leerkrachten een boek over school uit.

  • Een poppenkastvoorstelling over school

  • De kinderen kunnen zelf een voorstelling over school verzorgen.

 

Een boek


  • Start het thema met het voorlezen van een boek over school.

  • Laat de kinderen zelf een boek maken over school. Het is ook bijzonder leerzaam om met kinderen een boek te maken waarin ze zelf de hoofdrol spelen. Laat de kinderen nadenken over een interessant onderwerp. Voor kleuters is het handig om beeldmateriaal als uitgangspunt te nemen. Laat de kinderen foto’s of kopieën meenemen naar school. Ze bepalen eerst de volgorde van het verhaal dat ze willen vertellen. Welke foto komt aan het begin van het boek en welke als laatste? De foto’s kunnen leidend zijn voor het verhaal dat ze willen vertellen. Laat de kinderen beschrijven wat ze op de foto’s zien en schrijf de tekst erbij. Eventueel kunnen er nog tekeningen bij gemaakt worden. Als laatste maken de kinderen de kaft. Deze moet in één oogopslag laten zien dat het boek over dat ene kind gaat. Als alle boeken klaar zijn, kan er een boekpresentatie zijn. Plan twee keer per dag kort een moment waarop de kinderen hun boek aan de rest van de groep presenteren. Op die manier kunnen ze de keuzes die ze gemaakt hebben verantwoorden. Daarnaast kunnen de kinderen met hun boek ook anderen inspireren. Laat het een boek worden waar ze echt trots op zijn.

 

Een speurtocht



Organiseer een speurtocht in of rondom de school.

Enkele variaties:

  • Houd een vossenjacht. Een aantal leerkrachten/volwassenen verkleden zich als juf of meester en lopen in en om de school heen. De kinderen zoeken de personages op. Deze geeft ze vervolgens een letter of een deel van een plaatje. Nadat alle personages gevonden zijn, wordt de naam of het plaatje in elkaar gepuzzeld.

  • In de klas, school of rondom de school hangen overal afbeeldingen van schoolattributen. De kinderen zoeken deze. Bij iedere afbeelding vinden ze bijvoorbeeld een stukje van een puzzelplaatje.

  • De kinderen volgen een spoor van letters of cijfers. Onderweg moeten zij allerlei opdrachten uitvoeren. Aan het eind wacht een juf of meester met een mooi prentenboek over school om voor te lezen.

 

Een gast


Nodig eens een gast uit, die de kinderen meer kan vertellen over dit thema.

Laat de kinderen van tevoren leervragen bedenken.

Denk bij dit thema eens aan:

  • Opa's of oma's. Laat ze vertellen hoe het was toen zij op school zaten. Laat ze foto’s of voorwerpen meebrengen uit hun kindertijd en erover vertellen. Denk hierbij aan een poëziealbum, een schrift of een rapport. Bespreek hoe hun klaslokaal eruitzag. Met welke woorden leerden zij lezen? Met wat voor pen leerden zij schrijven? Welke vakken kregen zij op school? Hoe zagen de werkboekjes eruit: in kleur of zwart wit, met plaatjes of zonder plaatjes? Of waren er helemaal geen werkboekjes en moesten ze alles in een schrift opschrijven? Hoe noemden zij hun meester of juf (mijnheer Donders, meester Erik of gewoon Erik)? Wat zien de opa’s en oma’s nu in de klassen wat er in hun tijd niet was en wat missen ze in de klassen van nu? Herkennen ze ook nog iets dat er in hun tijd ook al was?


Bedenk samen met de kinderen vragen, zoals:

  1. Hoe word je een ...?

  2. Wilde u altijd al ... worden?

  3. Wat is er leuk aan?

  4. Wat is er niet zo leuk aan?

  5. Waar moet je goed in zijn ?

  6. Wat doe je allemaal als ...?

 

Een leergesprek


Bij het opstarten van een thema is het belangrijk dat de voorkennis wordt geactiveerd.

Deze kan bijvoorbeeld geactiveerd worden door een leergesprek.


Inventariseer wat de kinderen al weten en nog willen leren over school.

Daarna kan er een woordveld worden gemaakt of kunnen de weetjes op stroken worden genoteerd en opgehangen bij: wat weten we al?

Dit woordveld wordt gedurende het thema verder aangevuld . Als dit met een andere kleur gebeurt kunnen de kinderen hun eigen proces ook zien.


Stel vervolgens samen met de kinderen leervragen op. Ga in op wat ze zich afvragen.

Noteer deze vragen op (stroken op) de vragenwand: Wat willen we nog leren?

Vertel dat jullie gedurende het thema zoveel mogelijk van die vragen gaan proberen te beantwoorden. Laat de vragen zoveel mogelijk uit de kinderen komen en stimuleer ze met startvragen zoals: