Zoeken

Potloodhantering

Kinderen ontdekken de wereld voor een groot deel met hun handen. Met je handen kun je niet alleen tasten, voelen, grijpen, manipuleren, bouwen, maken, wijzen, maar ook jezelf uitdrukken in gebaren, krabbels en uiteindelijk in geschreven woorden.

Wanneer kinderen zich meer op papier gaan uitdrukken wordt de pengreep een heel belangrijk verhaal. Maar hoe komen kleuters tot een goede pengreep?

In deze blog vertel ik je er meer over.



Van grof naar fijn


Het lichaam maakt een ontwikkeling door van boven naar beneden en van binnen naar buiten. Van je hoofd naar je tenen en van je romp naar je ledematen dus.

Deze ontwikkeling verloopt volgens een prioriteit, die je hersenen aangeven.

Je hebt natuurlijk eerst de spieren nodig die er voor zorgen dat je je kunt voortbewegen en een goede coördinatie ontwikkelt. Daarna komen pas de spieren in je handen en je vingers.


Om te kunnen schrijven is beheersing van de fijne motoriek nodig.

Dat is een ontwikkeling die een kind in de kleuterperiode doormaakt.

Kleuters bewegen vaak nog vanuit hun schouder en de hele arm beweegt mee.

De krachtgreep van het kleutervuistje dat tekent, moet bij het schrijven uiteindelijk een precisiegreep vanuit de vingers worden. De pen moet daarbij steunen op de middelvinger, soepel worden vastgehouden tussen duim en wijsvinger. Hiermee kun je uiterst precieze bewegingen maken om de vingers en de duim zo te gebruiken dat er nog minimale bewegingen gemaakt hoeven te worden om een letter te schrijven.

De beweging komt dan niet meer als een statische beweging vanuit uit de schouder, ellenboog of pols, maar als een dynamische beweging vanuit de vingers.


Voor kinderen echter zo ver zijn gaat er een enorme ontwikkeling van het lichaam aan vooraf. Deze ontwikkeling is noodzakelijk om uiteindelijk tot die goede pengreep te komen.

Wat moet een lichaam kunnen om een potlood op een juiste manier vast te houden?

  • De romp moet sterk genoeg zijn om rechtop te blijven staan of zitten.

  • De schouders moeten sterk genoeg zijn om het gewicht van de arm te kunnen controleren en flexibel genoeg zijn om vrij te kunnen draaien en je arm in de juiste positie te krijgen om te schrijven.

  • De bovenarm moet sterk genoeg zijn om het gewicht van de onderarm te kunnen beheersen.

  • De onderarm moet sterk genoeg zijn om de pols steun te geven om te kunnen bewegen.

  • De pols moet sterk genoeg zijn om de hand stabiel te houden en deze goed te kunnen draaien.

  • De vingers moeten sterk genoeg zijn om zich op de juiste manier om het potlood te vouwen.

  • De duim moet sterk genoeg zijn om het potlood op de juiste plaats te houden.

  • De vingers en duim moeten kunnen samenwerken om het potlood in de juiste hoek op de pagina te plaatsen, om precies genoeg druk te geven om een ‘afdruk’ te maken en om kleine bewegingen te coördineren over het blad.

Er is dus een flinke ketting van vaardigheden nodig voor een kind om de juiste pengreep te kunnen ontwikkelen. Wanneer één van deze vaardigheden niet de kans krijgt om zich goed te ontwikkelen kan er een krampachtige pengreep ontstaan waardoor een kind allerlei ongemakken zal ervaren.


Begin daarom altijd met een goede ontwikkeling van de grote motoriek waardoor de romp krachtig wordt. Laat de kinderen klimmen, hangen en slingeren, zowel in de gymzaal als buiten. Laat kinderen duwen, trekken en zichzelf opduwen.

Neem bijvoorbeeld eens een aantal kleden of handdoeken mee naar de gymzaal en laat ze elkaar voorttrekken. Dit zorgt voor de intuïtieve ontwikkeling van weerstand, gewicht en druk. Hierdoor kunnen ze in een later stadium de druk op het potlood beter gaan voelen en regelen. Draaien en slingeren maakt behendig en helpt flexibiliteit te ontwikkelen die beide nodig zijn voor het draaien van de schouders, ellenbogen, polsen en vingers.

Laat kinderen spelen met ongevormde materialen als klei, zand, water, modder en andere tactiele (voel-)spelletjes. Vul een bak met rijst en laat kinderen hiermee exploreren.

Deze zintuiglijke ervaring is heel goed voor de hersenen en voor de handen waardoor je uiteindelijk een netter en beter handschrift kunt gaan ontwikkelen.

De ontwikkeling van de potloodhantering


In de praktijk zie je dat de beginsituaties van kleuter erg veel kunnen verschillen.

De ene kleuter die net op school komt heeft al een perfecte pengreep, terwijl de andere het potlood nog in zijn vuist vasthoudt.

Uiteindelijk zijn er een aantal doelen die je aan het eind van groep 1/2 wil behalen.

De volgende ontwikkellijnen zijn hierbij een handig hulpmiddel.

Ze geven informatie over de vorderingen, die kinderen in de ontwikkeling van hun potloodhantering maken, maar houden daarbij wel rekening met het eigen tempo en de bijzondere manier waarop zij zich ontwikkelen.

De ontwikkeling van een kleuter verloopt namelijk niet lineair, maar met sprongen.


Over het algemeen bevinden kleuters zich wat betreft de ontwikkeling van hun potloodhantering in de volgende ontwikkelingsfase:


2-3 jaar:

  • Tekent vanuit de schouder en de ellenboog.

  • De handen steunen niet op de tafel, bewegen niet en zijn vaak met de vingers tot een knuistje naar binnen gedraaid. Het materiaal is omklemd door vingers, de duim doet niet mee. Dit noem je een 'vuistgreep'.

3-4 jaar:

  • Jonge kleuters tot ongeveer vier jaar oud, tekenen en schilderen vaak zoals een schilder een muur wit. De greep wordt daarom 'penseelgreep' genoemd. De hand is nog een geheel, de vingers bewegen niet en het materiaal wordt van bovenaf vastgepakt. De wijsvinger stuurt.

  • De bewegingen komen uit de schouder, de ellenboog en de pols.

  • In deze fase gaan kinderen vaak rechtop staan bij het tekenen. Dan gaat het tekenen makkelijker, zeker als het papier ook nog verticaal staat, zoals bijvoorbeeld bij een schoolbord.

Halverwege groep 1

  • Sommige kinderen gebruiken in deze periode de 'duimdwars greep'; het potlood is daarbij tussen de gebalde vuist en de duim geklemd. De hand staat rechtop en de onderarm rust vaak nog niet op de tafel. Soms rust de elleboog op de tafel en ontstaan zo vanzelf de gebogen, waaiervormen. De meeste kleuters leren in de loop van de tijd dat je meer sturing krijgt wanneer de arm op tafel rust.

  • De meeste kinderen houden een potlood nu tussen duim en wijsvinger vast

Eind groep 1:

  • Houdt het potlood met duim en wijsvinger vast. Aanvankelijk kruist de duim nog vaak over de wijsvinger. Dat is een teken dat de grijpfunctie van de hand nog niet voldoende is ontwikkeld. Het kan ook duiden op te dun materiaal.

  • De onderarm rust op de tafel, de ellenboog er net buiten.

  • Er is sturing vanuit de vingers.

Midden groep 2:

  • Kan binnen de lijntjes kleuren

  • Heeft de juiste potloodgreep tussen duim en wijsvinger

  • Heeft een voorkeurshand

  • Maakt vloeiende doorgaande schrijfpatronen

Eind groep 2:

  • Heeft een juiste zit-schrijfhouding

  • Heeft een goede precisiegreep met een juiste spanning in de vingers, Er is sprake van een driehoek tussen duim, wijsvinger en middelvinger. De duim en de wijsvinger, licht gebogen, sturen aan, terwijl de middelvinger ondersteunt. De bewegingen worden kleiner, de pols gaat meebewegen en draaien en met de vingers worden de kleinere bewegingen gemaakt die nodig zijn om details te tekenen.

  • Heeft een soepel verlopende schrijfbeweging, dat wil zeggen: bewegingen van arm, de ellenboog, de pols, de hand, de vingers en de duim verlopen goed gecoördineerd

  • Maakt schrijfpatronen, cijfers en letters die voldoen aan de criteria van regelmaat, ritme en vorm.

Het belang van een goede potloodgreep


Om vloeiend en makkelijk te kunnen schrijven is het belangrijk dat een kind het potlood of de pen op de juiste manier vasthoudt. Er zijn meerdere manieren om een pen vast te houden. De voorkeursgreep is echter de driepuntsgreep, die ook wel wordt aangeduid met de termen: potloodgreep, pengreep of pincetgreep.

Stimuleer kinderen vanaf zo jong mogelijke leeftijd om deze potloodgreep te gebruiken.


Een juiste pengreep voorkomt kramp en vermoeidheid en zorgt bovendien voor een netter handschrift. Natuurlijk kan je met een andere potloodgreep ook schrijven, maar een andere manier is niet de beste en vlotste manier om te schrijven en het geeft dus ook niet het beste resultaat. Zonder de juiste techniek kunnen kinderen later vaak niet het benodigde schrijftempo halen of schrijven ze in hun haast zo slordig dat het onleesbaar wordt.

Hoe stimuleer je de juiste potloodgreep?


Wat je niet verkeerd aanleert, hoef je ook niet af te leren. Jonge kinderen zijn vaak erg ontvankelijk ; maak daar gebruik van. Blijf ook de jaren erna kritisch op de manier waarop. Wanneer kinderen echt details willen tekenen en bewust de hand aansturen (gemiddeld aan het einde van groep 1), is het tijd om in te grijpen als de pengreep niet correct is, om te voorkomen dat er rare potloodgrepen inslijpen.

Veelvoorkomende fouten zijn: wijsvinger én middelvinger op het potlood, meerdere vingers op het potlood of de duim gaat over de wijsvinger heen.


Doe dit speels en met niet teveel nadruk. Alledaags gepriegel onder toezicht, is de meest efficiënte oefening voor het stimuleren van de fijne motoriek. Kinderen kunnen op deze manier eventueel gecorrigeerd worden in de uitvoering en dankzij de hoge herhalingsfrequentie beklijft het geleerde beter.

Leg ook uit waarom een goede potloodgreep zo belangrijk is.

Hieronder volgen nog tips voor het verbeteren van de kwaliteit van de potloodgreep.


Veel knutselen en tekenen:

Oefening baart kunst. Laat kleuters daarom veel knutselen en tekenen.

Dit helpt bij het verbeteren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie.

Denk hierbij aan Playmais, rijgkaarten, een krijtbord, een schaar, kleurmaterialen, sjablonen, een gum, een puntenslijper, klei, vingerverf en een prikpen.


Fijn motorische materialen aanbieden:

Biedt ook andere materialen aan, die een potloodgreep uitlokken.

Denk bijvoorbeeld aan: de kralenplank, hamertje tik, kralen rijgen, de zandtafel, magneetjes, vingerpopjes en scheerschuim.


Schrijfhulpmiddelen:

Geef het kind schrijfhulpmiddelen die een goede potloodgreep afdwingen.

Er zijn heel wat verschillende schrijfhulpmiddelen te koop: van potloden met speciale inkepingen, tot voorgevormde pennen en blokjes die je om een potlood of pen kunt schuiven.


Bij kinderen met een vuistgreep of andere niet-dynamische pengreep, kan het helpen om een Handiwriter in te zetten. Dit is een elastiek dat om de pols van het kind gedaan wordt. Het potlood wordt door de Handiwriter netjes in het gleufje van je hand gefixeerd.