top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

De (spel-)inloop

Bijgewerkt op: 11 feb.

Je kunt je dag op verschillende manieren beginnen: in de kring, maar ook spelend.

In deze blog vertel ik je meer over de inloop en de spelinloop.



Goedemorgen!


De schooldag begint en de kleuters komen binnen.

Op sommige scholen mogen de ouders wel mee naar binnenkomen op sommige scholen nemen ouders in de gang of op het schoolplein afscheid van hun kind.

De school waar ik werk heeft ervoor gekozen dat ouders bij de klassendeur al afscheid nemen van hun kind. De onderbouwing daarbij is dat het daardoor voor de leerkracht overzichtelijk blijft en hij/zij de kinderen meteen alle aandacht kan geven.

Daarnaast vinden wij het voor kleuters duidelijker om kort afscheid te nemen.

Misschien heeft jouw school hier hele andere ideeën over.

Deel ze gerust in een opmerking onder dit bericht.

 

De voordelen van een spelinloop


Op sommige scholen wordt er gestart in de kring.

Andere scholen beginnen met een spelinloop.


De spelinloop is voor kleuters een prettige, gemoedelijke manier om even rustig op gang te komen en klasgenootjes te begroeten. De kinderen kunnen nog eventjes iets voor zichzelf doen voordat het stil zitten en stil zijn meteen moet.

Deze werkvorm kent nog veel meer voordelen:


Het afscheid nemen verloopt soepeler

Voor het eerst naar school gaan is best spannend voor jonge kinderen en sommige kinderen vinden het nog moeilijk om afscheid te nemen van hun vader of moeder.

Wanneer je met een grote kring start worden de kinderen nadrukkelijk geconfronteerd met het afscheid nemen. Met een spelinloop word het kind afgeleid tijdens het afscheid nemen en kun je de overgang van thuis naar school soepeler laten verlopen.

Voor ouders verloopt het afscheid nemen ook fijner wanneer ze hun kind heerlijk ontspannen zien spelen.


Het zorgt voor minder onrust

Kinderen hoeven niet lang in de kring te gaan zitten en te wachten en zich te vervelen totdat alle klasgenoten zitten en de kring opgestart kan worden, maar kunnen meteen aan de slag. Geen wachttijd, die vaak zorgt voor onrust, maar werktijd dus!


Er is meer ruimte voor persoonlijke aandacht

Als leerkracht kun je op deze manier, ook in een grotere groep, even persoonlijke aandacht hebben voor elk kind, ze één voor één zien, een hand schudden, goedemorgen wensen en vragen hoe het gaat. Het geeft jou als leerkracht ook de gelegenheid om even een rondje door de klas te lopen om even te observeren en te kijken wat er speelt onder de kinderen.

En het geeft kinderen de ruimte om iets aan de leerkracht te vertellen.


Er is meer ruimte voor contact met ouders

Voor de ouders is er op deze manier ruimte om even kort wat aan de leerkracht te vragen of mede te delen. Dit zorgt voor een goede relatie tussen leerkracht en ouders. En hierdoor heb je het ook snel in de gaten als er iets speelt. De ouders zien ook meteen wat er in de klas gebeurt.


Het geeft kinderen de ruimte om elkaar te begroeten

Het binnenkomen is ook een moment voor de kinderen om elkaar te begroeten. Ze kunnen tijdens een spelinloop, voordat ze aan de slag gaan, even naar elkaar toe lopen om even iets te vertellen of om af te spreken. Het is belangrijk dat de kinderen zich fijn voelen op school en zich sociaal ontwikkelen. Geef ze die ruimte dus ook!


Je ziet meteen wie er niet is

Als je met een takenbord of naamkaartjes werkt zie je meteen of alle leerlingen er zijn en dat bespaart weer tijd.


Het geeft ruimte om werkjes af te maken

Misschien zijn er nog kinderen die een werkje moeten afmaken.

Zij kunnen dat dan alvast tijdens de inloop te doen.


Het geeft ruimte voor het werken rondom doelen

Daarbij kan het inloopwerk superhandig zijn voor het behalen van jouw doelen, doordat je een bewuste keuze maakt in de werkjes die je neerzet.

 

De organisatie


Je kunt je spelinloop op verschillende manieren organiseren. Enkele voorbeelden:


De leerkracht legt van tevoren de werkjes klaar.

Bij de werkjes die klaarliggen liggen ook de naamkaartjes van de kinderen.

Op die manier kunnen de kinderen zien waar ze moeten gaan spelen.

De materialen kun je iedere dag laten rouleren. Het voordeel van naamkaartjes is dat ze op deze manier met verschillende kinderen kunnen samenwerken.

Je kunt er ook voor kiezen om de spelinloop te gebruiken voor het verplichte werk en de speel-/werkles helemaal vrij te laten, zodat daar de nadruk kan liggen op spel en meespelen.


De leerkracht legt per groepje een werkje neer

Je kunt ervoor kiezen om per groepje iets neer te leggen. Wekelijks laat je dan dus evenveel activiteiten van tafel naar tafel als het aantal groepjes rouleren. Aan het einde van de week heeft ieder kind dus elke activiteit een keertje gedaan.

Dat doe je als volgt: Start met een roulatieschema. Maak vijf groepen kinderen en bedenk vijf activiteiten. Leg de vijf activiteiten klaar en leg bij elke activiteit de namen van de kinderen die deze activiteit gaan doen. De volgende dag leg je de activiteiten opnieuw klaar, maar schuiven de namen een plek op, of andersom, schuif je de activiteiten een plek op.

De kinderen kunnen nu niet kiezen wat ze willen doen, want dat is door jou bepaald, maar dit geeft in het begin wel meer structuur en duidelijkheid voor iedereen.

Voordeel is dat groepsactiviteiten aan een tafel vaak sneller opgeruimd zijn en dat is gezien de kortere tijd van een spelinloop wel prettig. Anders zijn kinderen langer aan het opruimen dan aan het spelen. Een nadeel is dat kinderen dan altijd met dezelfde kinderen uit hun groepje werken en je rekening moet houden met niveauverschillen.

Leg de werkjes daarom wel op niveau klaar. Kinderen die meer kunnen krijgen een uitdagendere opdracht en voor kinderen die moeite hebben met dat wat je klaar legt, pas je de opdracht aan en bied je hulp..

Wanneer de kinderen geen vaste plek aan een tafel hebben kun je de groepjes een kleur geven en deze kleur elke dag naar een volgende activiteit verplaatsen, zodat zij weten waar zij aan het werk moeten. In dat geval rouleren de werkjes dus niet, maar de groepjes.

Heb je te weinig tafels? Dan kun je er ook voor kiezen om een of twee groepjes in een hoek of op de mat te laten spelen.


De kinderen kiezen zelf waar ze gaan spelen

Door ze vrij te laten kiezen kunnen de kinderen rustig omschakelen van huis naar school.

Je zult dan tijdens de speel-/werkles wel meer verplichte werkjes hebben en daardoor ook weer minder ruimte om het spel te begeleiden.


De kinderen werken deels vrij en deels gestuurd tijdens een inloop

Je kunt de spelinloop ook gebruiken om bepaalde kinderen (leerkracht gebonden) in een kleine kring pre-teaching, extra instructie of uitdaging te geven.

Je kunt er ook voor kiezen om kinderen gedurende de week een aantal 'verplichte' opdrachten te laten maken (die je dus zelf inplant voor ze) en ze de andere keren zelf te laten kiezen.


De kinderen hebben een beperkte keuze

Je kunt bepaalde activiteiten ook uitsluiten van de spelinloop. Bijvoorbeeld door kinderen tijdens de spelinloop niet in de hoeken te laten spelen, omdat de inlooptijd vaak maar kort is (10 tot 20 minuten) en dit vaak gepaard gaat met veel opruimtijd. Hiermee beperkt je de opruimtijd, waardoor je meer tijd overhoudt voor de volgende activiteiten.


De kinderen kiezen hun werkje via het planbord

De kinderen hangen hun naamkaartje op het takenbord. De leerkracht heeft er voor gezorgd dat het aanbod van spelhoeken tijdens de inloop afgestemd is op de situatie.

De hoeken die zich bijvoorbeeld op de gang bevinden kunnen worden uitgesloten, omdat dat niet handig is tussen de drukte daar. Je kunt de kaartjes ook al zelf ophangen en kiezen wat de kinderen gaan doen. De kinderen die dan niet op het planbord hangen mogen dan wel zelf kiezen en zelf hun kaartje ophangen.


Ouders komen wel/niet mee naar binnen

Je kunt ervoor kiezen om ouders wel/niet in de klas te laten en even mee te laten spelen.

Zij kunnen een handige hulp zijn om hun kind op weg te helpen door de opdracht uit te leggen en zien op die manier meteen waar hun kind mee bezig is. Wanneer je ervoor kiest om ouders erbij te betrekken spreek dan wel duidelijk een signaal af, waarop zij de klas moeten verlaten.


De duur van een spelinloop hangt af van de activiteiten en de betrokkenheid en kan dus variëren. Als uitgangspunt nemen de meeste kleuterleerkrachten een kwartier.

Na de spelinloop kan een kringactiviteit volgen.


Kinderen die dan nog niet klaar zijn kunnen hun werk laten liggen en daar tijdens de speel-/werktijd mee verder gaan of misschien kies jij er zelf voor dat je wilt dat ze iets afmaken. Ligt het werk op een mat, dan kun je deze opzij schuiven. Voorkom echter wel dat de werkles al vol zit met verplichte opdrachten vanuit de spelinloop.


Geef je kinderen tijdens de inloop verplichte werkjes? Zet deze dan steeds op maandagochtend neer en laat de kinderen er gewoon aan beginnen.

Mogen er ouders mee naar binnen dan leggen zij vaak al well uit wat er moet gebeuren en als iets echt uitleg nodig heeft, dan kan dat na het experimenteren met de materialen gedurende de rondjes die je door de klas loopt alsnog.

Na de spelinloop loop je de activiteiten even met alle kinderen langs.

Laat ze zien wat er klaarligt en vertel wat de bedoeling is. Of nog beter: laat de kinderen die het zojuist gedaan hebben, dat vertellen aan de rest van de klas.


Als kinderen snel klaar zijn kun je het werkje verder uitdiepen of het kind een klasgenootje of tafelgenootje laten helpen. Tijdens de spelinloop loop je zelf rond, praat je met kinderen, praat je met ouders, observeer je, help je kinderen, troost je kinderen die verdrietig binnenkomen en speel je mee.

 

Busy boxes


Je kunt bij een spelinloop ook starten met busy boxes. Dit zijn kleine doosjes gevuld met verschillende materialen. Met deze materialen kunnen kinderen zelfstandig (zonder instructie) gedurende een minuut of 10 (of soms nog langer) werken.

Deze doosjes zijn overgewaaid uit de Verenigde Staten en worden soms ook wel aangeduid met: Time out Box, Busy Bag of 10 minuten dozen.


Kinderen kunnen hiermee na binnenkomst gezellig in hun groepje iets doen, dat naast leerzaam ook nog eens leuk is. De Busy Boxes zijn daarnaast ook in te zetten als tussendoortje of wanneer kinderen eerder klaar zijn (bijvoorbeeld na de lunch).

Gebruik de boxen op vaste momenten, zodat de uitdaging blijft.


Vul hiervoor een aantal doosjes (bijvoorbeeld van de Glis serie van Ikea) waar steeds voor een groepje leerlingen materiaal in zit.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Bakje en spullen die drijven/zinken

  • Blokjes (met klittenband)

  • Borduurkaarten en -spullen

  • Boter, kaas en eieren

  • Bouwstokjes

  • Chenille draad

  • Clics

  • Constructiematerialen

  • Cijfers

  • Dobbelsteen en teldopjes

  • Dominosteentjes

  • Doppen

  • Duplo

  • Elastiekjes

  • Fossielen en minderalen (en een vergrootglas)

  • Geduldspelletjes

  • Kapla

  • Klei

  • Kleurenmengbril

  • Kleurplaat en kleurpotloden

  • Knex

  • Knippatronen en een schaar

  • Knopen

  • Kralen en draad

  • Lego

  • Letters

  • Magische puzzel snake

  • Magisch tekenbord

  • Magneten en (niet-)magnetische voorwerpen

  • Memoryspel

  • Mikado

  • Miniboekjes

  • Moeren en bouten

  • Mozaïek (en een spiegeltje)

  • Munten uit allerlei landen

  • Noten

  • Oefenklok

  • Peg Dolls

  • Pincetten en pompons

  • Playmobil

  • Poppenhuispoppetjes en meubels

  • Prikkaarten, prikpennen en matjes

  • Puzzels

  • Rietjes en een wattenbolletje

  • Rijgkaarten

  • Rijmspel

  • Schelpen

  • Schrijfpatronen (geplastificeerd) en een whiteboardstift

  • Sleutels

  • Smartgames

  • Stempels

  • Stenen

  • Strijkkralen en een plankje

  • Tangram

  • Tolletjes

  • Verf strips (de kinderen kunnen hier reeksen kleurnuances mee leggen)

  • Veterstrikplank

  • Vingerpoppetjes

  • Vingerskateboard

  • Vouwblaadjes

  • Wasknijpers

  • Werkblad

  • Wereldspelmateriaal

  • IJsstokjes (met klittenband)

  • Zand en letterkaartjes


Er zijn nog talloze andere mogelijkheden. Probeer bij het vullen van de boxen met zoveel mogelijk verschillende vakgebieden rekening te houden. Denk hierbij aan: spelbevordering (zowel fantasie als samenspel), de fijne motoriek, zelfredzaamheid, beeldende- , constructieve-, taal/schrijf- en reken en wiskundige activiteiten.

Wissel regelmatig de inhoud van je Busy Boxes. Bewaar de inhoud die je tijdelijk niet gebruikt in zip-loc zakjes, je kunt ze dan eenvoudig weer tevoorschijn halen.

Denk erover na of de kinderen tijdens het werken van Busy Box mogen wisselen.

Wanneer je de dozen nummert, dan kun je bijvoorbeeld elk groepje steeds een andere doos geven om de dag mee op te starten en de dozen op die manier makkelijk laten rouleren.

Bewaar de doosjes in een kast of in kratten.


 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Werk jij zelf met een spelinloop en heb je nog tips?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën in een reactie op deze blog te delen!

 

Bronnen



.



1.185 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page