site-verification=8adc2fc3d443365f5c3bc1b5d2d80d29
top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

Muzikale activiteiten en gecijferdheid **

Bijgewerkt op: 2 uur geleden

Op muziek kan je rekenen! Als je rekenen met muziek combineert, dan wordt rekenen ineens veel leuker. Kinderen worden meer gemotiveerd en een gemotiveerde leerling leert meer én sneller. Muziek nodigt uit tot regelmatig herhalen, waardoor gecijferdheid in een muzikale context ook beter blijft hangen en de kennis inslijt. Door vakoverstijgend met muziek en gecijferdheid bezig te zijn worden bovendien verschillende delen van de hersenen tegelijk aangesproken (bijvoorbeeld de gebieden voor zang en muziek, voor tellen en voor beweging) en is de ontwikkeling op al deze gebieden ook veel effectiever.

En als dat dan ook nog eens interactief (met elkaar) wordt gedaan, dan wordt het leerresultaat nóg groter…In deze blog lees je er meer over.



Gecijferdheid/bewegend leren


Teldans

Benodigdheden:

- Muziek (niet te snel)

Bij dansen op muziek tellen we altijd tot 8.

Tel samen met de kinderen heen en terug te tellen op de maat van de muziek of tel met sprongen van 2 of meer zo te doen.

 

Gecijferdheid/kring


Sterren

Benodigdheden:

- Instrumenten

- Triangel

- Bellenkrans

Kies één orkest dat met de instrumenten in de hand klaar gaat zitten.

De andere kinderen zijn sterren en gaan staan. Sterren hebben punten, maar deze sterren weten nog niet hoeveel punten zij hebben. Dat wordt bepaald door het aantal keer dat de triangel of bellenkrans klinkt.

Het orkest speelt rustige muziek en de sterren dansen rustig door de ruimte.

Zodra de triangel of bellenkrans klinkt, is het stil. Het orkest stopt met spelen en de sterren stoppen met dansen. Het kind met de triangel of bellenkrans laat zijn instrument één of meerdere keren horen (maximaal tien keer). De sterren luisteren goed.

Hoe vaak horen ze de triangel of bellenkrans? De kinderen beelden een ster met punten uit. Bijvoorbeeld: de triangel of bellenkrans klinkt drie keer. De kinderen laten zien op hun vingers hoeveel punten de ster heeft. Hierna speelt het orkest verder.


Tellen met instrumenten

Benodigdheden:

- Verschillende instrumenten.

Noteer vooraf op het bord wat de verschillende instrumenten symboliseren.

Bijvoorbeeld: de ritmestokjes staan voor de eenheden en de trom voor de tientallen.

Laat de instrumenten zien en laat ze natuurlijk ook even horen.

Noteer een getallenrij t/m 10 of 20 op het bord en bespreek met de kinderen hoe die getallen zullen klinken. Deel de instrumenten uit en speel de getallenrij op de instrumenten.

Heb je geen instrumenten? Vervang de instrumenten dan door bodysounds. Knippen met je vingers staat dan voor de eenheden en klappen in je handen voor de tientallen.

Variatie 1: Koppel ieder cijfer aan een ander instrument. Zeg de getallenrij op. De kinderen moeten goed opletten wanneer zij hun instrument moeten laten horen.

door de kinderen uitgevoerd.

Variatie 2: Speel zelf op een instrument een cijfer. Laat de kinderen raden welk cijfer dat was.


Hele getallen

Benodigdheden:

- Geen

Laat de kinderen akoestisch tellen. De reeks die akoestisch wordt geteld, kan worden beschouwd als een versje. Speel met een handtrom. Speel: ‘zacht, hard, zacht. hard, zacht enz’. Tel met de kinderen de getallen tot en met 20:

1 (zacht), 2 (hard), 3 (zacht), 4 (hard) enz...

Vanaf elf sla je steeds twee keer zacht/hard op de trom.


Tellen met de trom

Benodigdheden:

- Een trommel

De leerkracht heeft de trom vast. De kinderen tellen mee op het ritme van de trom.

Sla eerst telkens 5 keer. De kinderen tellen mee. Begin met een normaal tempo, sla daarna heel snel of heel langzaam, heel hard of heel zacht.

Het tellen van de kinderen wordt daarop aangepast. Daarna kun je tot 10 gaan tellen. Wanneer dat goed gaat tot 15 en misschien zelfs tot 20!

Kunnen de kinderen ook afwisselend hard en zacht tellen?

De 1 heel hard, de 2 zacht, de 3 hard, de 4 zacht enz.

Speel het volgende spelletje: de kinderen doen de ogen dicht.

De leerkracht slaat een aantal keer op de trom. Hoe vaak is er geslagen?


De trommel

Benodigdheden:

- Een trommel

- Instrumenten

Sla een bepaald aantal keer op de trom, de kinderen spelen daarna even vaak met hun instrument. De leerkracht slaat op de trom een ritme, de kinderen doen dit met de instrumenten na.


Hoeveel instrumenten liggen er achter je?

Benodigdheden:

- Muziekinstrumenten

Een kind is de dirigent en zit met een blinddoek op in de kring.

Er komt steeds een muzikant een instrument achter hem leggen.

Kan het kind raden hoeveel instrumenten er achter hem liggen?


Cijfers herkennen

Benodigdheden:

- Geen

Dit is een energizer die het tellen en het herkennen van de cijfers bevordert.

Laat de kinderen achter elkaar tellen. 1,2,3 (of hogere getallen). Vervang dan een cijfer door iets van je lijf, bijvoorbeeld een stamp of een klamp. Dan wordt het 1, klap, 2.

Dit kun je bijvoorbeeld ook doen op alle even getallen of alleen op de tientallen.

 

Lichaamsbesef/bewegend leren


Stopdans

Benodigdheden:

- Muziek

De kinderen staan verdeeld in de ruimte en mogen vrij bewegen als de muziek aanstaat, maar zodra de muziek stopt, staan ze stil: ze bevriezen (freeze). Als dit principe duidelijk is, maak je de opdracht iets moeilijker. Vertel vóór de muziek aangaat waar de freeze aan moet voldoen, bijvoorbeeld: één arm in je zij, op je knieën zitten, je handen voor je ogen houden. Gebruik uitnodigende muziek die aanzet tot beweging.


Lichaamsdelen

Benodigdheden:

- Muziek

Laat kinderen dansen met afzonderlijke lichaamsdelen: voeten, schouders, heupen enzovoort. Laat ze lekker experimenteren. Wat kan je lichaam allemaal? Ontdek en probeer.


Klaas Vaak

Benodigdheden:

- Een slaapmuts

- Een rustig muziekje

Zet een slaapmuts op of doe een pyjamajasje aan en speel dat je Klaas Vaak bent.

De kinderen staan verspreid in de ruimte. Start een rustig muziekstuk. De kinderen dansen op hun plek op de muziek. Klaas Vaak loopt rond en tikt lichaamsdelen van de kinderen aan. Deze lichaamsdelen vallen in slaap en bewegen niet meer. Bijvoorbeeld: Een been wordt aangetikt. Het kind danst verder, maar zijn ene been staat stil. Zo worden steeds meer lichaamsdelen in slaap gebracht. Alle kinderen eindigen slapend op de grond.

 

Lichaamsbesef/kring


Bewegend zingen

Benodigdheden:

- Geen

Laat de kinderen in verschillende houdingen zingen. Laat ze bijvoorbeeld hun armen strekken en tijdens het zingen langzaam van links naar rechts en van voor naar achter bewegen, kleine rondjes met hun romp draaien (vanuit het bekken), hun schouders naar boven en beneden te doen, met hun hoofd (vanuit de nek) naar hun arm bewegen of met de neus bewegen (Hierdoor worden de aangezichtsspieren geactiveerd.)

Giet deze bewegingen in een verhaaltje, bijvoorbeeld: Er gaat een vliegje op je neus zitten en je neus beweegt heen en weer.


Bodysounds

Benodigdheden:

- Geen

Verken met je kinderen eens welke geluiden ze allemaal met hun eigen lijf kunnen maken.

Laat in de kring steeds iemand een geluid verzinnen en dit door de andere kinderen (eventueel ook met de ogen dicht) laten nadoen. Daarna is de volgende aan de beurt.

Je kunt ook een kort ritme maken van vier tellen met een bodysound cirkel.


Ik speel op mijn lijf en dat klinkt zo

Benodigdheden:

- Geen

Dit spel is een ritmische variant van ‘Ik ga op reis en ik neem mee’.

Je zegt: ‘Ik speel op mijn lijf en dat klinkt zo.’ Vervolgens maak je één body-sound.

De kinderen doet dit na. De volgende in de kring zegt vervolgens weer die zin, herhaalt eerst jouw geluid en voegt er een nieuwe klank aan toe. Zo ga je verder...


Klip, klak, stamp

Benodigdheden:

- Geen

De kinderen staan in een kring. Een kind maakt een geluid met zijn lichaam, zoals knippen met de vingers, klakken met de tong of stampen met de voeten. De anderen doet dit na.

Zo wordt de kring rondgegaan.


Muzikale gevoelens

Benodigdheden:

- Muziekinstrumenten

Geef enkele kinderen een muziekinstrument, zoals een trommel, triangel en een tamboerijn. Noem de vier basisgevoelens: boos, bang, blij en verdrietig.

Alle kinderen uit de klas beelden het gevoel al lopend uit, terwijl de muzikanten het gevoel versterken met hun instrumenten.

 

Logisch denken/kring


Tegenstellingen

Benodigdheden:

- Instrumenten

- Tegenstellingenkaartjes

Gebruik muziekinstrumenten om tegenstellingen duidelijk te maken. Speel jij hard op een instrument, dan moeten de kinderen juist zacht spelen. Speel jij vlug? Dan spelen de kinderen langzaam. Gebruik tegenstellingenkaartjes om het visueel te maken.


Seriëren

Benodigdheden:

- Instrumenten of plaatjes ervan

De kinderen delen instrumenten in, in groepen.

Bijvoorbeeld: instrumenten van/met metaal, instrumenten van hout, instrumenten met een vel eraan, instrumenten met toonhoogte, enzovoort.

Variatie: Geef elke soort instrument een kleur. (Bijvoorbeeld: velinstrumenten geel, metalen instrumenten rood en houten instrumenten blauw). Teken een geluidencirkel op het bord. Alle kinderen krijgen een instrument. Als je een bepaalde kleur aanwijst, speelt de groep instrumenten, die bij die kleur hoort. Wijst je het witte middenvak aan, dan is het stil. Vergeet niet om af en toe de instrumenten te wisselen, zodat de kinderen de instrumenten leren kennen en leren reageren op de juiste kleur.


Sorteren met kosteloze materialen

Benodigdheden:

-10 lege flesjes (van niet transparant plastic)

- Zout, rijst, macaroni, fijn grind en kleine knoopjes.

Stop steeds in twee flesjes hetzelfde materiaal. Vul 2 flesjes met een bodempje zout, 2 flesjes met een bodempje rijst, 2 flesjes met een bodempje macaroni, 2 flesjes met een bodempje fijn grind en 2 flesjes met kleine knoopjes. Sluit de flesjes goed af en laat de kinderen op gehoor de flesjes twee aan twee ordenen.


Seriëren

Benodigdheden:

- Montessoribellen of geluidskokers

Seriëren kan heel eenvoudig met de bekende Montessoribellen. De kinderen luisteren goed naar de klank van de bel en zetten de bellen in serie van laag naar hoog of van hoog naar laag. Ook de geluidskokers zijn ideaal voor het seriëren. In elke koker zit een bepaald materiaal. De gevulde kokers kunnen van dof naar scherp of van scherp naar dof klinkend in serie worden gezet.


Grafische notatie

Benodigdheden:

- Muziekinstrumenten

- Cirkels in verschillende maten

Het is ook goed mogelijk, om muzieksymbolen in een grafische notatie te ordenen. Bijvoorbeeld: symbolen, die staan voor hard, zacht en alles wat daar tussen zit, zoals grote en kleinere cirkels.

Laat de kinderen de muzieksymbolen in de juiste volgorde (in serie) zetten.

En natuurlijk mogen ze de notatie dan ook even op een instrument spelen

 

Ruimtelijk inzicht/kring


Symmetrie

Benodigdheden:

- Geen

Kies een canon uit die de kinderen goed kennen. Zing de canon en laat de kinderen er bewegingen bij maken. Studeer de bewegingen in. Zing het lied in canon met de bewegingen erbij. ‘Zing’ vervolgens zonder geluid in canon, maar laat de bewegingen wel (in de maat) uitvoeren.


Spiegelen

Benodigdheden:

- Kies rustige muziek uit

Laat de kinderen daar in tweetallen op bewegen. Een van de twee kinderen neemt het initiatief, de ander is het spiegelbeeld en doet alles exact (in spiegelbeeld) na.

 

Tijdsbesef/kring


Een knuffel doorgeven

Benodigdheden:

- Een knuffel.

Laat de kinderen tijdens het liedje een knuffel doorgeven, die voor het einde van het lied weer bij de leerkracht moet zijn. Kinderen ontwikkelen zo gevoel voor 'hartslag van de muziek', het puls gevoel.


Timer

Benodigdheden:

- Zet een muziek op.

Zo lang de muziek klinkt, mogen de kinderen een opdracht uitvoeren. Als de muziek klaar is, moeten ze ook klaar zijn. Goed timen dus!

Voorbeeldopdrachten:

  • Door het lokaal lopen en weer op je stoel gaan zitten.

  • Op je allermooist een tekening of je naam in de lucht schrijven.

  • Een handdans maken en je handen op je benen leggen.

  • Een lied zingen waarin bewogen wordt.

  • Een kind loopt door het lokaal en zorgt ervoor dat hij terug in de kring is voordat het lied is afgelopen.


Geef de klank door

Benodigdheden:

- Voor ieder kind een instrument

De kinderen spelen een voor een op hun instrument, zo gaat de klank de kring rond.

Pas als het ene instrument volledig is uitgeklonken, mag het volgende kind op zijn instrument spelen. Het ene instrument klinkt heel lang en het andere juist kort.

De kinderen worden zich zo bewust van de verschillende klanken van de instrumenten en moeten voor deze opdracht heel geconcentreerd luisteren.


De slak en de bij

Benodigdheden:

- Langzame muziek en snelle muziek (bijv. "Flight of the bumblebee")

Vraag de kinderen om zo langzaam te bewegen als een slak die van zijn moeder naar bed moet. Of zo snel als een bij die te laat is op zijn afspraak met de bijenkoningin. Hierdoor leren kinderen zich snel en langzaam te bewegen en krijgen ze hierbij een rijke ondersteuning in taal, verhaal en verbeelding.

 

Zintuiglijk waarnemen/kring


Iemand de mond snoeren

Benodigdheden:

- Geen

Vraag alle kinderen de ogen te sluiten. Tik iemand aan die de kinderen de ‘mond mag snoeren’. Alle kinderen openen de ogen. Kies een kind dat in het midden van de kring gaat zitten. De kinderen zingen een lied. Het kind dat is aangetikt kijkt een kind aan en knippert een keer met de ogen. Als het andere kind dit opmerkt, brengt hij zijn handen naar zijn mond en stopt met zingen. Op deze manier wordt bij steeds meer kinderen ‘de mond gesnoerd’. Kan het kind dat in de kring zit ontdekken wie dit veroorzaakt?


Kiekeboe!

Benodigdheden:

- Gebruik een stokpopje (zo eentje, die in en uit de koker kan piepen).

Als het stokpopje verdwijnt, dan verdwijnt ook het geluid en stoppen de kinderen met zingen en gaat de leerkracht verder. Als het poppetje weer verschijnt, dan gaan ze weer verder met zingen. Zo kan je ze stukjes laten zingen die ze al kennen, maar de zinnen die nog te moeilijk zijn zelf zingen.


De dirigent

Benodigdheden:

- Geen

Laat de klas een applaus geven. Jij dirigeert: breng je je handen dicht bij elkaar, dan is het applaus heel zacht. Zijn je handen ver uit elkaar dan is het heel hard. Verzin ook een stilte-teken. Als het principe duidelijk is, mogen er ook kinderen dirigeren.

Om het moeilijker te maken kun je de klas verdelen in twee (of meer) groepen en de dirigent geeft elke groep andere aanwijzingen.


De muziekdoos

Benodigdheden:

- Zorg voor een doos met een deksel dat je open kunt klappen. Dit is de muziekdoos.

- Instrumenten

Neem de doos op schoot en geef elk kind een instrument. Vertel dat je op zolder een doos vond. Toen je hem openmaakte, kwam er muziek uit en toen je hem dicht deed stopte de muziek. Zou hij het in de klas doen? Oefen het reageren op het open- en dichtklappen van de muziekdoos een aantal keer en laat hierna een kind de muziekdoos bedienen.


Een vormen- of kleurenpartituur

Benodigdheden:

- Instrumenten

- Een cirkel, vierkant, driehoek en rechthoek.

Leg deze vormen in de kring en neem de instrumenten erbij. Overleg met de kinderen welk instrument bij welke vorm past. Bekijk de instrumenten die gekozen zijn. Heb je er hier meer van? Leg deze erbij. Verdeel de instrumenten over de kinderen en vraag of ze weten welke vorm hun instrument vertegenwoordigt. Leg met de vormen een reeks in de kring.

Dit is jullie vormenpartituur. Speel deze partituur vorm voor vorm.

Het instrument dat bij de aangewezen vorm is gekozen, speelt. Op een later moment kunnen de kinderen in groepjes hun eigen vormenpartituur maken en spelen.

* Variatie: Vervang de vormen door gekleurde cirkels

 

Op zoek naar meer?


Kijk dan ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën als reactie op deze blog te delen!

.



95 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page