Zoeken
  • Juf Angelique

Muziek luisteren met kleuters

Bijgewerkt op: 28 apr.

Luisteren ligt aan de basis van alle muzikale ontwikkeling. Al vanaf de babytijd ontdekken en luisteren kinderen spontaan naar alles wat klank voortbrengt. De oren van jonge kinderen zijn nog vers en onbevooroordeeld. Kinderen horen ook vrijwel overal geluiden, waardoor aandachtig geconcentreerd luisteren niet altijd vanzelfsprekend is.

Je kunt echter pas goed (samen) muziek maken als je naar jezelf en elkaar kunt luisteren en als je weet waar je naar moet luisteren. Luisteren in muziekonderwijs wil niet zeggen dat je gewoon je oren gebruikt, maar gaat om het ontwikkelen van het muzikale gehoor en geheugen. Klinkt het zacht of hard? Welk instrument hoor je? Enz. Hierdoor ontwikkelen kinderen een actieve, gerichte luisterhouding. In deze blog vertel ik je er meer over!



Vijf domeinen


Er zijn vijf domeinen die essentieel zijn voor de muzikale ontwikkeling van een kleuter, namelijk:

  1. Zingen

  2. Luisteren

  3. Muziek maken

  4. Lezen en noteren

  5. Bewegen

In deze blog zal ik het domein luisteren toelichten.

 

Een vaak vergeten domein


Op het moment dat de leerkracht aangeeft dat er vandaag ‘muziek’ op het rooster staat, heeft iedereen vaak het idee dat er zal worden gezongen. Misschien met instrumenten erbij. Slechts een enkeling denkt bij een muziekles aan een luisterles. En dat is vreemd, want in het dagelijks leven luisteren de meeste mensen veel en vaak naar muziek.

Ze zetten ’s ochtends hun radio aan of worden door de radio gewekt. Onderweg naar het werk of school wordt er muziek beluisterd. Tijdens het joggen of op de sportschool luisteren mensen naar muziek. In de bus zijn de ‘oortjes’ niet meer weg te denken. En als je gaat winkelen of uit eten gaat in een restaurant word je steevast getrakteerd op een muzikale omlijsting. Kinderen vinden het beluisteren van muziek over het algemeen ook erg leuk en zijn hierdoor gemotiveerd voor een les muziek beluisteren.

Luisteren naar muziek is vaak een vergeten domein binnen het muziekonderwijs en dat is erg jammer, want luisteren naar muziek is niet alleen goed voor de muzikale ontwikkeling van een kind, maar biedt daarnaast ook mogelijkheden om kinderen beter geconcentreerd te laten luisteren en zo hun luistervaardigheid te ontwikkelen. .

 

Gericht luisteren


Dat er zo weinig luisterlessen worden gegeven komt, omdat de stap van muziek beluisteren naar een luisterles muziek voor veel leerkrachten een ingewikkelde is.

Je kunt namelijk op heel verschillende manieren naar muziek luisteren.

Muziek beluisteren heeft voor de meeste mensen iets vrijblijvends. Terwijl je aan het werk bent, zet je muziek aan, waardoor de werkruimte opeens minder ‘kaal’ en saai lijkt.


Luisteren in muziekonderwijs wil echter niet zeggen dat je gewoon je oren gebruikt, maar gaat om met een actieve houding gericht naar muziek luisteren en het ontwikkelen van het muzikale gehoor en geheugen. In een ‘luisterles muziek’ wil je niet afleiden, maar juist focussen op de muziek! Muziek is in de luisterles het onderwerp en dus géén ‘klankbehangetje’, dat ergens op de achtergrond klinkt.


Bij het luisteren naar een lied kan er vanuit het vak muziek op verschillende manieren worden geluisterd:


Formeel of analytisch luisteren:

Dit is een luistermanier, waarbij leerlingen gerichte luistervragen krijgen.

Daardoor verdiepen ze zich tijdens het luisteren in de muziek. Die verdieping kan betrekking hebben op de klank, de vorm of de betekenis van de muziek:

  • Klankeigenschappen: Welke instrumenten hoor je? Spelen de instrumenten hard of zacht? Welk instrument is het belangrijkst? Welke woorden worden snel gezongen? Hoeveel mensen hoor je zingen? Enzovoort.)

  • Vormeigenschappen: Een tikkeltje abstracter wordt het wanneer er naar de vorm van een lied wordt gevraagd. Hoeveel coupletten klinken er? En hoeveel refreinen? Welke woorden hoor je in het refrein? Welke muzikale stukjes hoor je nog meer naast het couplet en het refrein? Enzovoort.

  • Betekenis: Je kunt de aandacht ook op de betekenis van de muziek richten: Waaraan hoor je, dat dit een Afrikaanse regendans is? Hoe past de instrumentale begeleiding bij de tekst van het lied? Wat vond je opvallend daarbij? Door kinderen te leren om datgene wat ze horen te verwoorden; dat draagt dan ook weer bij aan de ontwikkeling van de woordenschat.


Referentieel luisteren:

Het kind hoort een muziekstuk (of nummer) en heeft daar een referentie bij. Bijvoorbeeld: ‘Die muziek hoorde ik, toen we op vakantie waren!’ Omdat referenties strikt persoonlijk zijn, leent deze luistermanier zich slecht voor het onderwijs. Want niet bij elk muziekstuk (of elk nummer) zal een leerling een referentie hebben.


Associatief luisteren:

Associatief luisteren is een creatieve manier van luisteren. Hierbij proberen de kinderen een associatie te bedenken. Laat ze bijvoorbeeld antwoord geven op vragen als: Geef eens aan waar je deze muziek kunt horen? Welke mensen spelen deze muziek af?

Deze luistermanier is goed te gebruiken in een luisterles in de klas. want deze manier van luisteren doet een groot beroep op de creativiteit van het kind en kan uitstekend worden gebruikt om de culturele bagage te verruimen.


Sensitief luisteren (de gevoelsmanier):

Bij emotioneel luisteren gaat het om de stemming van het lied. Is het een blij lied? Een verdrietig lied? Enzovoort. Net als bij de referentiële luistermanier wordt ook hier een beroep gedaan op strikt persoonlijke gevoelens en stemmingen van de individuele leerling. En daarom leent ook deze manier van luisteren zich minder goed voor een luisterles muziek.


Vergelijkend luisteren:

Binnen deze manier van luisteren worden twee of meer muziekfragmenten (of nummers) met elkaar vergeleken. De moeilijkheid bij deze manier van luisteren is, dat het al snel over smaak gaat. De uitvoering van de ene artiest vindt iemand bijvoorbeeld veel mooier dan de uitvoering van de andere artiest, die hetzelfde nummer uitvoert. Omdat er over smaak niet valt te twisten is deze manier van luisteren wel een interessante, maar ook een heel lastige manier van luisteren. Door het vergelijkend luisteren zullen kinderen hun muzikale horizon verbreden en hun smaak verder ontwikkelen.


Motorisch luisteren:

Met name bij jonge kinderen is dit een uitstekende manier om naar muziek te luisteren.

Wat de kinderen horen, wordt direct omgezet in iets fysieks. Dat kan zijn: bewegen in de ruimte, meetikken met de maat, meeklappen met het ritme, enzovoort

 

Repertoire kiezen


Het vinden van het juiste luistermateriaal voor je muziekles kan best een uitdaging zijn.

Er is genoeg te vinden, onder andere in boeken, methoden en op Internet.

Via het digibord is het eenvoudig om muziek in de klas te halen. Een clip of een liedje is snel gevonden en kan zo afgespeeld worden, maar vaak is het ook lastig om daardoor door de bomen nog het bos te zien. En niet alles is geschikt bij kleuters.

Elke luisterles staat of valt bij de inhoud (de keuze van muziek die wordt beluisterd) en de didactiek.


Wat kan helpen bij het vinden van goed repertoire is:

  • Bekijk of de inhoud aansluit bij de belevingswereld van een kleuter. Zoals bij alles wat je kleuters wilt leren, is het ook bij muziekles belangrijk dat de muziek aansluit bij wat het kind bezighoudt. Probeer dus muzikale activiteiten aan te bieden in een context die voor het kind betekenisvol is. Dit heeft een dubbel voordeel: Het onderwerp wordt vanuit een nieuwe (namelijk muzikale) invalshoek benaderd, waardoor het beter beklijft en de muziek wordt in een betekenisvolle context aangeboden, waardoor de muzikale ervaring aan betekenis wint.

  • Sluit met je muziekkeuze wel aan bij de belevingswereld van uw kinderen, maar kies bij voorkeur geen muziek met een hoge ‘affiniteitswaarde’. Voor de kinderen is het namelijk zo, dat een te sterke affiniteit de objectiviteit in de weg zit. Een nummer dat helemaal hip is, waarvan de artiest min of meer een rolmodel voor de leerlingen is, is niet geschikt voor een goede luisterles. Zo’n nummer roept een te groot en te sterk referentiekader op, waardoor er geen sprake meer kan zijn van objectiviteit.

  • Je wilt kinderen een zo breed mogelijk scala van muziekstijlen laten ervaren, dus varieer! Kies bijvoorbeeld ook eens voor volksmuziek, klassieke muziek, popmuziek, hiphop, house, country. Zorg wel dat de muziek past bij het soort opdracht dat je gaat geven.

  • Muziek voor kleuters moeten tegemoet komen aan hun behoefte om veel te bewegen, en verbonden zijn met beweging.

  • Luisteren doet een groot beroep op het geheugen van de kinderen en daarom is het aan te bevelen om per luisterronde één luisteropdracht te geven. Het repertoire mag in verband met de hun auditieve geheugen en korte concentratieboog ook niet te lang zijn. Je kunt ook overwegen om het luistermateriaal verspreid over meerdere lessen in delen aan te leren en zo steeds een beetje meer uitbreiden.

  • Selecteer materiaal dat je goed kent en waar je zelf wat mee hebt. Je moet er immers niet alleen goede vragen over kunnen stellen, maar ook de juiste antwoorden bij kunnen geven.

  • Koppel het (waarnemend) luisteren altijd aan een opdracht. Kinderen zijn bijvoorbeeld uitstekend in staat een verhaal of emotie te vertalen in een tekening, een schildering, een toneelstukje, enzovoort.

  • Leer ze ook instrumenten herkennen. Haal ze in de klas, bijvoorbeeld via de plaatselijke muziekvereniging, benoem ze, laat ze horen, zoek afbeeldingen, teken ze!

  • Daarnaast is kennismaken met ons cultureel erfgoed, dus ook de hoogtepunten uit de kunst en muziekgeschiedenis, een taak van het onderwijs.

  • Als je onzeker bent over jouw eigen muziekkeuze, selecteer dan luistermateriaal uit een muziekmethode.

  • Of laat de kinderen eens zelf muziek meenemen, die ze zelf geweldig vinden.


Maak samen met collega’ een digitale muziekmap op de gedeelde server, met handige linkjes en luisterlessen. Als je dat per bouw structureert en daarbij een fysieke plek creëert om eventuele bijbehorende materialen te bewaren, bouw je in de loop van het jaar al een behoorlijk, direct bruikbaar repertoire op.

 

De didactiek


Een luisterles is als volgt opgebouwd:

  1. De eerste klap is een daalder waard. Introduceer je luisterles dus op een pakkende manier, die ervoor zorgt dat de kinderen intrinsiek worden gemotiveerd voor de komende opdracht.

  2. Daarna worden de kinderen geïnstrueerd hoe ze aan de slag moeten gaan. Luisteren naar muziek is altijd gekoppeld aan het stellen van luistervragen. Stem die luistervraag en de luistertijd op elkaar af. Vragen kunnen zijn: Welke instrumenten hoor je? Waar gaat dit lied over? Wat wordt er in dit lied vooral duidelijk gemaakt? Wat is de opbouw van het lied? Denk aan coupletten en het refrein. Waar gaat het refrein over? Wat zijn de belangrijkste woorden van het eerste couplet? Over welk gevoel gaat het eerste couplet? Welke melodie zing je gemakkelijker mee: de melodie van het refrein of de melodie van het couplet? Hoe denk je dat dat komt?

  3. Daarna gaan de kinderen aan het werk en voeren ze de kinderen de opdracht(en) uit.

  4. Vervolgens wordt met de groep de uitgevoerde opdracht besproken. Hoe zijn ze te werk gegaan bij het uitvoeren van de opdracht?

  5. De kinderen hebben na de evaluatie helemaal door hoe het moet. Dit moet worden gevierd met een succeservaring, door nóg eens aan de slag te gaan.

 

Activiteiten


Hieronder vind je een aantal suggesties om waarnemend luisteren met kleuters te oefenen:


Een voorwerp doorgeven:

Je hebt nodig:

- Een voorwerp, passende bij het thema

- Muziek

Laat de kinderen tijdens een liedje of muziekje het voorwerp doorgeven, die voor het einde van het lied of muziekje weer bij de leerkracht moet zijn. Kinderen ontwikkelen zo gevoel voor 'hartslag van de muziek', het puls gevoel.


Doorgeefspel:

Je hebt nodig:

- Een voorwerp, passende bij het thema

- Muziek

De kinderen staan in een kring. Een van de kinderen heeft een voorwerp vast.

Als de muziek speelt wordt het voorwerp doorgegeven. Stopt de muziek, dan is het kind met het voorwerp af. Speel het spel tot er één kind over is.


Waar is de ...?

Je hebt nodig:

- Een instrument

Vraag de kinderen om hun ogen dicht te doen. Sluip naar een plek in het lokaal en laat daar het instrument een keer horen. De kinderen wijzen met hun ogen dicht in de richting van het geluid. Geef daarna het instrument eens aan een kind.

* Variatie: Maak het moeilijker met twee of zelfs drie instrumenten tegelijk. Vraag vervolgens bijvoorbeeld: Waar is de triangel? Waar is de trommel? Waar is de sambabal?


Ritmes:

Je hebt nodig:

- Een slaginstrument

Speel een aantal verschillende ritmes voor.

Dit kan op een slaginstrument, maar ook met je lijf (klappen, stappen, op je borst slaan, klakken met je tong, knippen met je vinger, tikken op je wang enz.)

Laat de kinderen het ritme nadoen.

* Bij het gebruik van bodysounds: Laat de kinderen na een paar keer met hun rug naar je toe staan. Kunnen zij de verschillende bodysounds onderscheiden en nadoen?

* Klap het ritme van bekend liedje. Kunnen de kinderen raden welk lied het is?


Tekenen op muziek:

Je hebt nodig:

- Een vel papier

- Tekenmaterialen

- Muziek

Laat de kinderen een muziekstuk horen en tijdens het muziekstuk iets tekenen wat daarbij past. Waar doet de muziek ze aan denken?

Probeer hier niet in te sturen en de verbeelding van de kinderen te stimuleren.

Alles mag! Bekijk de tekeningen en benoem de verschillen.


Wie is het?

Je hebt nodig:

-

Zing met de klas een liedje en leid een geblinddoekt kind door de ruimte.

Ga bij een van de zingende of neuriënde kinderen stilstaan.

Dit kind zingt of neuriet als enige door. Kan het geblinddoekte kind raden wie het is?


De trommel:

Je hebt nodig:

- Een trommel

- Instrumenten

Sla een bepaald aantal keer op de trom, de kinderen spelen daarna even vaak met hun instrument. De leerkracht slaat op de trom een ritme, de kinderen doen dit met de instrumenten na.


Tellen met de trom:

Je hebt nodig:

- Een trommel

De leerkracht heeft de trom vast. De kinderen tellen mee op het ritme van de trom.

Sla eerst telkens 5 keer. De kinderen tellen mee. Begin met een normaal tempo, sla daarna heel snel of heel langzaam, heel hard of heel zacht.

Het tellen van de kinderen wordt daarop aangepast. Daarna kun je tot 10 gaan tellen. Wanneer dat goed gaat tot 15 en misschien zelfs tot 20!

Kunnen de kinderen ook afwisselend hard en zacht tellen?

De 1 heel hard, de 2 zacht, de 3 hard, de 4 zacht enz.

Speel het volgende spelletje: de kinderen doen de ogen dicht.

De leerkracht slaat een aantal keer op de trom. Hoe vaak is er geslagen?


Rara, wat is dat?

Je hebt nodig:

- Allerlei geluiden (zoek ze op Internet of neem ze op met de dictafoon op de iPad).

Laat de geluiden horen.

De kinderen raden van wie het geluid is.


Een geluidenspeurtocht:

Je hebt nodig:

- Geluidsfragmenten die passen bij het thema

- Bijbehorende afbeeldingen of voorwerpen

Maak met behulp van de app 'Dictafoon' een geluidenspeurtocht door de klas of school met geluiden, die passen bij afbeeldingen of voorwerpen, die de kinderen onderweg kunnen tegenkomen. De kinderen volgen de route door naar de audiofragmenten te luisteren.


Bij wie klinkt het geluid?

Je hebt nodig:

- Iets wat geluid maakt

Wijs een kind aan dat in het midden van de kring gaat zitten. Hij sluit de ogen. Geef iets wat geluid maakt, zoals een belletje, de kring rond. Op een teken stopt het doorgeven. Iedereen doet de handen op de rug. Het kind in de kring doet de ogen open en het kind met het belletje laat het achter zijn rug rinkelen. Bij wie klinkt het geluid?

* Variatie: Zing een lied en geef het belletje door zolang het lied klinkt.


Timer:

Je hebt nodig:

- Muziek

Zo lang de muziek klinkt, mogen de kinderen een opdracht uitvoeren. Als de muziek klaar is, moeten ze ook klaar zijn. Goed timen dus!

Voorbeeldopdrachten:

  • Door het lokaal lopen en weer op je stoel gaan zitten.

  • Op je allermooist een tekening of je naam in de lucht schrijven.

  • Een handdans maken en je handen op je benen leggen.

  • Een lied zingen waarin bewogen wordt.

  • Een kind loopt door het lokaal en zorgt ervoor dat hij terug in de kring is voordat het lied is afgelopen.


De muziekinstrumenten-stoelendans:

Je hebt nodig;

- Slaginstrumenten voor de hele klas (stokken apart houden)

- Swingende uitnodigende muziek om op te lopen en/of te bewegen

Geef ieder kind een slaginstrument, op één kind na. De kinderen verspreiden zich door de ruimte. Ze leggen hun instrument op de grond. Start dan de muziek. Iedereen beweegt op zijn of haar manier (dansend, lopend) op de muziek om de instrumenten heen en door de zaal heen. Stop plotseling de muziek. Als de muziek stopt, pakt ieder kind zo snel mogelijk een instrument. Eén kind heeft dan geen instrument; dit kind is af. Dit kind kiest echter een instrument uit de groep waarmee het aan de kant gaat zitten. Daar speelt het mee met de muziek als die weer gaat spelen (uiteraard met de stok die bij het instrument hoort).

Start de muziek weer en vervolg het spel. Ga door tot alle instrumenten ‘op’ zijn.

Het kind dat overblijft (de winnaar) wordt de dirigent die het hele orkest aan de kant door middel van armbewegingen iets muzikaals laat doen (bijvoorbeeld: hard-zacht spelen, lang-kort, langzaam-snel, hoog-laag, of combinaties hiervan).


Sorteren met kosteloze materialen:

Je hebt nodig:

-10 lege flesjes (van niet transparant plastic)

- Zout, rijst, macaroni, fijn grind en kleine knoopjes.

Stop steeds in twee flesjes hetzelfde materiaal. Vul 2 flesjes met een bodempje zout, 2 flesjes met een bodempje rijst, 2 flesjes met een bodempje macaroni, 2 flesjes met een bodempje fijn grind en 2 flesjes met kleine knoopjes.

Sluit de flesjes goed af en laat de kinderen op gehoor de flesjes twee aan twee ordenen.


Seriëren:

Je hebt nodig:

- Montessoribellen of geluidskokers

Seriëren kan heel eenvoudig met de bekende Montessoribellen. De kinderen luisteren goed naar de klank van de bel en zetten de bellen in serie van laag naar hoog of van hoog naar laag. Ook de geluidskokers zijn ideaal voor het seriëren.

In elke koker zit een bepaald materiaal. De gevulde kokers kunnen van dof naar scherp of van scherp naar dof klinkend in serie worden gezet.


De iPad is kwijt:

Je hebt nodig:

- Een klassenpop