Zoeken

Muziek luisteren

Bijgewerkt: 4 dagen geleden

Luisteren ligt aan de basis van alle muzikale ontwikkeling. Kinderen horen vrijwel overal geluiden, waardoor aandachtig geconcentreerd luisteren niet altijd vanzelfsprekend is.

Je kunt echter pas goed (samen) muziek maken als je naar jezelf en elkaar kunt luisteren en als je weet waar je naar moet luisteren. In deze blog vertel ik je er meer over!



Vijf domeinen


Er zijn vijf domeinen die essentieel zijn voor de muzikale ontwikkeling van een kleuter, namelijk:

  1. Zingen

  2. Luisteren

  3. Muziek maken

  4. Lezen en noteren

  5. Bewegen

In deze blog zal ik het domein luisteren toelichten.

Luisteren


Luisteren in muziekonderwijs wil niet zeggen dat je gewoon je oren gebruikt, maar gaat om het ontwikkelen van het muzikale gehoor en geheugen.

Klinkt het zacht of hard? Welk instrument hoor je? Enz.

Met eenvoudige muzikale activiteiten kun je deze vaardigheid trainen.

Luisteractiviteiten


Hieronder vind je een aantal suggesties voor luisteractiviteiten bij kleuters:


Een voorwerp doorgeven:

Je hebt nodig:

- Een voorwerp, passende bij het thema

Laat de kinderen tijdens het liedje het voorwerp doorgeven, die voor het einde van het lied weer bij de leerkracht moet zijn. Kinderen ontwikkelen zo gevoel voor 'hartslag van de muziek', het puls gevoel.


Doorgeefspel:

Je hebt nodig:

- Een voorwerp, passende bij het thema

De kinderen staan in een kring. Een van de kinderen heeft een voorwerp vast.

Als de muziek speelt wordt het voorwerp doorgegeven. Stopt de muziek, dan is het kind met het voorwerp af. Speel het spel tot er één kind over is.


Tik, tik, wie ben ik

Je hebt nodig:

-

Het klassieke spelletje 'Tik, tik, wie ben ik?' is een goede oefening voor het onderscheiden van klankkleur. Een kind wordt geblinddoekt en een ander kind tikt op zijn rug. Hij vraagt (met een verdraaide stem): 'Tik, tik, wie ben ik?'

Het geblinddoekte kind raadt wie het is.


Waar is de ...?

Je hebt nodig:

- Een instrument

Vraag de kinderen om hun ogen dicht te doen. Sluip naar een plek in het lokaal en laat daar het instrument een keer horen. De kinderen wijzen met hun ogen dicht in de richting van het geluid. Geef daarna het instrument eens aan een kind.

* Variatie: Maak het moeilijker met twee of zelfs drie instrumenten tegelijk. Vraag vervolgens bijvoorbeeld: Waar is de triangel? Waar is de trommel? Waar is de sambabal?


Ritmes:

Je hebt nodig:

- Een slaginstrument

Speel een aantal verschillende ritmes voor.

Dit kan op een slaginstrument, maar ook met je lijf (klappen, stappen, op je borst slaan, klakken met je tong, knippen met je vinger, tikken op je wang enz.)

Laat de kinderen het ritme nadoen.

* Bij het gebruik van bodysounds: Laat de kinderen na een paar keer met hun rug naar je toe staan. Kunnen zij de verschillende bodysounds onderscheiden en nadoen?

* Klap het ritme van bekend liedje. Kunnen de kinderen raden welk lied het is?


Tekenen op muziek:

Je hebt nodig:

- Een vel papier

- Tekenmaterialen

Laat de kinderen een muziekstuk horen en tijdens het muziekstuk iets tekenen wat daarbij past. Waar doet de muziek ze aan denken?

Probeer hier niet in te sturen en de verbeelding van de kinderen te stimuleren.

Alles mag! Bekijk de tekeningen en benoem de verschillen.


Waar is de ...?

Je hebt nodig:

-

De kinderen zitten in een grote kring, op de grond. In het midden staat een kind met een blinddoek voor. Eén kind loopt buiten de kring rond en maakt een geluid (bijv. van een hond). Het kind in het midden van de kring blijft wijzen naar het geluid.

Wanneer de leerkracht “stop!” zegt, blijft de het kind staan en mag het kind met de blinddoek kijken of het de goede kant op wijst.


BOEM!

Je hebt nodig:

- Een voorwerp dat bij het thema past.

Speel dit spel bij voorkeur in tweetallen. Het ene kind laat het voorwerp vallen en het andere kind kijkt goed. Precies als het voorwerp de grond raakt, maakt het kijkende kind een geluid (klappen, stampen, op de tafel slaan enz.)


Waar denk je aan?

Je hebt nodig:

-

Vraag de kinderen de ogen te sluiten en laat een geluid horen, bijvoorbeeld:

  • De deur die open en dicht gaat

  • Je vlakke hand die over de kast schuift

  • Een bureaulade die open en dicht gaat

  • Een blok die valt

De kinderen openen hun ogen en vertellen waar ze aan dachten toen ze het geluid hoorden. Het is dus niet de bedoeling dat ze het geluid raden, maar dat ze aangeven waar het geluid hen aan deed denken. Misschien hoorden ze wel een muisje door het lokaal trippelen.

Laat ook eens twee geluiden achter elkaar horen en maak er een spannend verhaal mee.


Wie is het?

Je hebt nodig:

-

Zing met de klas een liedje en leid een geblinddoekt kind door de ruimte.

Ga bij een van de zingende of neuriënde kinderen stilstaan.

Dit kind zingt of neuriet als enige door. Kan het geblinddoekte kind raden wie het is?


De trommel:

Je hebt nodig:

- Een trommel

- Instrumenten

Sla een bepaald aantal keer op de trom, de kinderen spelen daarna even vaak met hun instrument. De leerkracht slaat op de trom een ritme, de kinderen doen dit met de instrumenten na.


Rara, wat is dat?

Je hebt nodig:

- Allerlei geluiden (zoek ze op Internet of neem ze op met de dictafoon op de iPad).

Laat de geluiden horen.

De kinderen raden van wie het geluid is.


Een geluidenspeurtocht:

Je hebt nodig:

- Geluidsfragmenten die passen bij het thema

- Bijbehorende afbeeldingen of voorwerpen