Zoeken
  • Juf Angelique

Meerlingen in groep 1-2

Veel basisscholen kiezen ervoor om meerlingen in aparte klassen te plaatsen, omdat zij denken dat meerlingen zo beter in staat zijn hun eigen identiteit te ontwikkelen. Wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt echter en er zijn zelfs onderzoeken die het tegendeel beweren. Omdat er grote onderlinge verschillen bestaan tussen meerlingen is het volgens pedagogen en psychologen belangrijk dat een school een flexibel beleid hanteert. Daarbij is het van belang dat ouders en school met elkaar in gesprek gaan om samen tot een weloverwogen besluit te komen. Je leest erover in deze blog.



Het schoolbeleid


Scholen mogen een eigen beleid hanteren ten aanzien van de plaatsing van een meerling samen of apart in een klas. Ongeveer de helft van de basisscholen kiest ervoor om een meerling bij de start van de basisschool in aparte klassen te plaatsen. Als argumenten voeren zij vaak aan dat dit goed is voor de ontwikkeling van de identiteit van de meerling en voor hun cognitieve ontwikkeling, maar wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt. Onderzoek toont zelfs aan dat een vroege scheiding een averechts effect kan hebben.

 

Wetenschappelijk onderzoek


Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van het splitsen van meerlingen in de vroege onderwijsjaren. Uitkomsten laten zien dat niet-gescheiden meerlingen zich in de eerste schooljaren gemiddeld genomen beter ontwikkelen op emotioneel en cognitief vlak dan gescheiden meerlingen.

Toch heeft al dit onderzoek nog niet geleid tot een eenduidig advies over of een meerling samen of apart in een klas moet. Dit komt omdat iedere meerling uniek is.

Er zijn niet alleen verschillen tussen eeneiige en twee-eiige meerlingen en in dat laatste geval ook tussen meerlingen van hetzelfde en van verschillend geslacht.

Ook zijn er verschillen in de thuissituatie, de opvoedingsfilosofie van ouders en de onderlinge band tussen de meerling.

 

Eeneiig of twee-eiig


Bij meerlingen verloopt de relatie met andere kinderen vaak iets anders.

Het is voor ouders en kinderen belangrijk om met een zygositeit-test vast te stellen welk type meerling de kinderen zijn. Medisch gezien is dit van belang in geval van orgaantransplantatie en de erfelijkheid van ziektes, maar het is ook van belang voor de persoonlijke ontwikkeling van de kinderen. Het is met name voor eeneiige meerlingen namelijk belangrijk dat ze leren ontdekken dat ze, ondanks hun sterke (genetische) gelijkenis en hun grote verbondenheid, afzonderlijke individuen zijn.


Eeneiige meerlingen spelen de eerste jaren op de basisschool veel samen.

Zij beschouwen elkaar niet alleen als broer of zus, maar ook als vriend.

Ze hebben in het begin vaak gemeenschappelijke vriendjes omdat ze dezelfde kinderen leuk vinden. Bovendien hebben eeneiige meerlingen vanwege hun genetische gelijkenis vaak dezelfde hobby’s en interesses. Het ligt daarom voor de hand dat ze in de kleuterklas regelmatig dezelfde activiteit en speelhoek kiezen.


Bij twee-eiige meerlingen ligt dit anders. Twee-eiige meerlingen verschillen genetisch net zo veel van elkaar als andere broers en zussen van verschillende leeftijden. Zij hebben vaker verschillende interesses en maken ook sneller eigen vriendjes.

 

Samen of apart starten?


Het samen starten op school, op vierjarige leeftijd, is voor een meerling op enkele uitzonderingen na, de beste keuze. Het voorkomt dat de meerling een dubbele scheiding ondergaat (van ouders en van co-twin(-s)). De relatie tussen een meerling is altijd hechter dan die tussen gewone broertjes en zusjes. Meerlingen zijn namelijk hechtingspersonen van en voor elkaar, net als ouders dit zijn. Ze ervaren in de eerste jaren stress als ze zonder elkaar zijn omdat samenzijn hun natuurlijke manier van zijn is. Dit is het grote verschil met eenlingen! Het komt doordat ze het prenatale leven hebben gedeeld en heel dicht met elkaar opgroeien. Door hen samen laten beginnen wordt hun onderlinge band gerespecteerd en hun specifieke situatie die wezenlijk anders is dan die van andere leerlingen. De aanwezigheid van het meerlingbroertje/zusje geeft zekerheid en vergemakkelijkt de aanpassing. Onderzoek wijst uit dat scheiden emotionele problemen bij een meerling kan veroorzaken, zoals angst, verdriet, een terugval in hun ontwikkeling en gedragsproblemen. Ook bemoeilijkt het hun leervermogen, ze zijn namelijk niet (of minder) op hun gemak zonder hun meerlingbroertje of -zusje. Dit geldt zowel voor de één- als voor de twee-eiige meerlingen. Bij de eeneiige meerlingen kunnen de effecten zelfs de hele basisschoolperiode voortduren.

De psychologen signaleren bij gescheiden meerlingen bij aanvang van hun schoolleven, deze symptomen:

  • Scheidingsangst

  • Bezorgdheid om de ander

  • Na schooltijd meer behoefte om samen te zijn (een toename in hun afhankelijkheid)

  • Een hekel aan school

Niet zelden wordt de relatie tussen een meerling minder harmonieus nadat ze op school uit elkaar zijn gehaald. Dit heeft alles te maken met het feit dat een meerling verward raakt over hun band, alsof het meerling zijn iets slechts is.


In enkele gevallen is een scheiding echter juist wel aan te raden. Bijvoorbeeld wanneer de meerling een slechte relatie heeft waarbij ze elkaar in de weg zitten (competitie, vergelijken, ruzies, etc.). Daarnaast is er bij de jongen/meisje meerlingen nog wel eens sprake van dominantie. Meestal is het het meisje dat over het broertje moedert, hoewel het omgekeerde ook voorkomt. Ook dan kan een splitsing juist positief zijn.


Toch is het voornamelijk pas op oudere leeftijd dat splitsen van een meerling goed is (vanaf ongeveer 8 a 9 jaar, hoewel ook hierbij het type meerling een grote rol speelt, dus het feit of de kinderen eeneiig dan wel van hetzelfde geslacht zijn). De kinderen zijn dan rijper, kunnen zonder elkaar en kunnen dan bijvoorbeeld profijt hebben van het feit dat ieder zijn /haar eigen ervaringen opdoet.

 

Een individuele benadering


Vanwege grote onderlinge verschillen tussen meerlingen is het belangrijk om als school maatwerk te kunnen leveren. Voor sommige meerlingen zal het niet uitmaken of ze gescheiden worden, terwijl andere meerlingen hier misschien veel moeite mee hebben. Daarom is het van belang om bij elke meerling apart te beoordelen wat het meest ideaal is. Een aantal wetenschappelijke onderzoeken sluit dan ook af met de aanbeveling aan scholen om een flexibel beleid te hanteren. De school moet in de eerste plaats rekening houden met de informatie van ouders over hun meerling en met de onderlinge relatie van de kinderen.

Bekijk daarom elke meerling individueel en maak een inschatting op grond van de informatie die ouders inbrengen. Houd rekening met de prematuriteit van de kinderen en persoonlijke omstandigheden (scheiding ouders, overlijden van grootouders, etc.).

Het belangrijkste aspect is de onderlinge relatie van de kinderen.

Hoe verhouden ze zich tot elkaar?


De Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen (NVOM) heeft een vertaling gemaakt van de checklist van professor Pat Preedy. Deze checklist voor ouders en leerkrachten van meerlingen heet ‘Samen of Apart’ en biedt een handvat bij het maken van een weloverwogen beslissing bij de plaatsing van een meerling in de klas.

Zowel de leerkracht als de ouder vult de checklist in. Hierdoor kunnen waardevolle inzichten ontstaan over het gedrag van individuele meerlingkinderen en hun onderlinge relatie in verschillende situaties, zowel thuis als op school. In principe wordt de vragenlijst ingevuld als de kinderen al op school zitten om een tussentijdse evaluatie te maken.

Als de checklist voor de start in de kleuterklas wordt gebruikt, is het raadzaam om de verzorgers van de kinderopvang de vragen te laten beantwoorden.

Na het beantwoorden van de vragen nemen ouders en leerkracht in gezamenlijk overleg een besluit om de meerling wel of niet te scheiden.

 

Meerlingen samen in de klas


Een aantal tips voor leerkrachten die eenmeerling in de klas hebben:

  • Het is belangrijk is dat de leerkracht de kinderen uit elkaar kan halen, bijvoorbeeld door middel van colour-coding (de een draagt dan bijvoorbeeld altijd een bepaalde kleur armband). Zo niet, dan ontstaat er geen persoonlijke band. Leerkracht en ouders kunnen hier afspraken over maken.

  • Accepteer dat meerlingen elkaar af en toe opzoeken en elkaar verdedigen in de klas, omdat dit een gezonde uiting is van hun band.

  • Praat bij rapportbesprekingen over elk kind apart.

  • Meerlingen hoeven niet naast elkaar te zitten. Het is voldoende voor ze om te weten dat de ander in de buurt is. Wel is het dan goed dat de meerling zó zit dat ze elkaar kunnen zien.

  • Eeneiige meerlingen zullen vaak dezelfde activiteit en speelhoek uitkiezen. Dit is niet zozeer omdat ze elkaar opzoeken, maar vooral omdat ze dezelfde hobby's en voorkeuren hebben. De genen spelen een grote rol in wat wij leuk vinden. Dus, vanwege het feit dat ze genetisch (vrijwel) identiek zijn, is het logisch dat ze hetzelfde uitkiezen. Een eeneiige tweeling kan dezelfde fouten maken vanwege hun identieke genen. Dit betekent niet dat ze bij elkaar afkijken of huiswerk samen maken. Dit gebeurt ook als de een in een andere ruimte verkeert.

  • Het IQ van eeneiige tweelingen is soms verrassend identiek. Genen hebben hier een grote invloed op. Presteert een van de twee beduidend minder, dan is er vaak een fysieke of emotionele oorzaak. Het is goed om dat uit te (laten) zoeken. Vergelijk nooit hun onderlinge prestaties in hun bijzijn. Dit wakkert competitie aan.

  • Benader de kinderen als individu. Vraag ook nooit aan één opheldering over het gedrag van de ander. In dat geval moet er aan de ouders gevraagd worden wat er met het betreffende kind aan de hand is.

  • De eeneiige meerlingen spelen in de eerste periode (of jaren) veel samen omdat ze elkaar niet alleen als broer maar ook als vriend zien. Daarbij sluiten ze wel vriendschap met andere kinderen die vaak gemeenschappelijke vriendjes worden. Ze vinden namelijk dezelfde kinderen leuk. Pas in de latere schooljaren of op de middelbare school gaan ze eigen vrienden maken. Meerlingen zijn niet minder sociaal dan andere kinderen, maar de relatie met andere kinderen verloopt iets anders. Dat is inherent aan hun meerling zijn. Twee-eiige meerlingen maken sneller eigen vriendjes.

Een meerling in de klas heeft ook voordelen: voor andere kinderen is een meerling niet zelden een voorbeeld van solidariteit. Ze zien hoe je voor elkaar zorgt, elkaar helpt en een hand toesteekt. Meerlingen hebben op sociaal gebied, vanwege het vroege delen, een voordeel. Ze ontwikkelen eerder het empathische vermogen, kunnen ook eerder delen en op hun beurt wachten.

 

Meerlingen in aparte klassen


Tips voor als een meerling in aparte klassen zit:


  • In de eerste periode kan het moeilijk voor ze zijn. Het is goed als ze elkaar dan mogen opzoeken of, af en toe, bij elkaar in de klas mogen zittten, bijvoorbeeld om een taakje te doen. Daarna gaat een ieder weer naar de eigen klas. Dankzij deze flexibiliteit leren ze om apart van elkaar te zijn. Na een tijdje is dit hulpmiddel niet meer nodig.

  • Ze kunnen behoefte hebben om iets te delen met de co-twin (bijvoorbeeld hem vertellen over een mooi cijfer, het behalen van een een sticker). In zo’n geval is het goed hen toe te staan om elkaar even te zien.

  • Het kind kan een splitsing van klassen als een straf ervaren. Het is goed om het kind de redenen te vertellen.

  • Elk tweelingkind kan in zijn klas een hechte vriendschap met een ander kind sluiten dat eigenlijk een vervanging is van de co-twin. Niet altijd begrijpt het vriendje echter die betekenis.

 

Hoe verder?


Na het eerste schooljaar is het goed om te evalueren of de meerling samen moet blijven of dat het een voordeel is de kinderen te splitsen.

Redenen om te splitsen zijn:

  • De kinderen versterken elkaars gedrag, zoals bijvoorbeeld onrustig en druk gedrag. Met name eeneiige meerlingen hebben hetzelfde energie niveau. Zijn het bijvoorbeeld drukke kinderen, dan zijn ze samen nog drukker, het zogeheten ‘Tweeling Escalatie Syndroom’.

  • De kinderen hebben een verschillend niveau. Het ene kind blijft achter bij het andere. Dit is voor het kind dat het minder goed doet, een negatieve situatie die kan leiden tot een minderwaardigheidsgevoel. Maar ook het ‘slimmere’ kind kan het akelig vinden voor zijn tweelingbroer/zus en minder gaan presteren om het verschil te verdoezelen. In aparte klassen zal een ieder zichzelf kunnen ontwikkelen al naar gelang zijn capaciteiten.


Op zoek naar meer?


Kijk dan eens op de volgende websites:

Samen of apart naar school tweeling, standpunt NVOM

Wat is beter voor tweelingen: samen of apart in een klas? (wij-leren.nl)

Kennisrotonde


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën als reactie op deze blog te delen!


.




5 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven