top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

Activiteiten om klankbewustzijn en geletterdheid te stimuleren *

Bijgewerkt op: 7 apr.

Het is in een kleutergroep voor het latere lezen en schrijven erg belangrijk om niet te vroeg met letters aan de slag te gaan en eerst het klankbewustzijn spelenderwijs te stimuleren. Kinderen die bewust zijn van klanken en interesse in letters gaan krijgen, kun je vervolgens activiteiten met letters aanbieden. In deze blog vind je suggesties voor kringactiviteiten rondom klankbewustzijn en geletterdheid.



Auditief geheugen (woorden)


Geluidenmemory

Benodigdheden:

- Geen

Wijs twee kinderen aan die het lokaal verlaten.

Verdeel de groep in tweetallen en laat elk tweetal een dierengeluid bedenken.

De kinderen zoeken een plek in de kring. Zorg ervoor dat de tweetallen door elkaar zitten. De kinderen die de groep verlaten hebben, komen terug. Het eerste kind noemt een naam van een klasgenoot. Dit kind maakt zijn dierengeluid. Hierna noemt hij een volgende naam. Ook dit kind maakt zijn geluid. Zijn deze geluiden hetzelfde? Als dit zo is, noemt het kind de volgende twee namen, als dit niet zo is, is het andere kind aan de beurt.


BOEM!

Benodigdheden:

- 3 tot 5 voorwerpen (of afbeeldingen)

Speel in de kring het spelletje “BOEM”. Leg 3-5 verschillende voorwerpen/afbeeldingen in de kring en stuur 1 kind even naar de gang.

In de kring wordt afgesproken bij wel voorwerp er “BOEM” mag worden geroepen.

De kleuter in de gang komt terug en wijst de voorwerpen/afbeeldingen aan en gaat zo op zoek naar het voorwerp dat “BOEM” zal opleveren.


Reeksen herhalen

Benodigdheden:

- Woordkaarten

- Eventueel een handpop

Oefen het auditief geheugen van de kinderen door bijvoorbeeld twee, drie, vier of vijf woordkaarten van dit thema hardop te benoemen, laat de kinderen deze reeks woorden vervolgens herhalen en daarbij de genoemde kaarten in de juiste volgorde neerleggen.

Variatie: De handpop zegt rijtjes woorden (3-5) of zinnen (4-7 woorden) op die de kinderen moeten nazeggen. Gebruik de woorden van de woordenlijst en/of woordkaarten bij het thema.


Coöperatief leren

Benodigdheden:

- Geen

Coöperatief leren is ook heel goed in te zetten om leerstof onder de knie te krijgen.

Met deze oefening oefenen de kinderen hun auditieve geheugen. Maak tweetallen.

Om de beurt noemen ze 3 of 4 woorden, die het maatje in precies dezelfde volgorde moet nazeggen.


Welk woord is er niet genoemd?

Benodigdheden:

- Woordkaarten

Leg een reeks van een aantal woordkaarten van dit thema neer en noem er eentje niet op. Welk woord heb je niet gehoord? Wijs het aan!


Spel: Welk woord heb jij?

Benodigdheden:

- Woordkaarten

De kinderen bestuderen hun kaart en leggen deze daarna omgekeerd onder hun stoel. Noem nu steeds een kaart op.

Het kind met de genoemde kaart gaat bij het horen van zijn kaart staan.

Het wordt lastiger als je de kinderen een aantal keer van kaart of van plaats laat wisselen.


Boos roepen

Benodigdheden:

- Geen

Zeg een woord alsof je boos bent en laat de kinderen dit woord herhalen.

Breid dit uit naar zinnen. Bijvoorbeeld: Weg!, Boos! Kwaad! Woest! Woedend! Wegwezen! Stop, hou op! Jij doet naar, bekijk het maar! Laat me met rust! Ik ben boos op jou!

Ga weg, ik wil jou niet meer zien! Ik wil niet meer met jou spelen!


Het ontbrekende woord

Benodigdheden:

- Woordkaarten

Zeg twee maal dezelfde reeks woorden op, maar laat de tweede keer een woord weg.

Horen de kinderen welk woord je hebt weggelaten?

Bijvoorbeeld: rood - geel - blauw - zwart / rood - geel - ... - zwart


Hetzelfde woord

Benodigdheden:

- Geen

Zeg steeds een rijtje van vier-zes woorden achter elkaar.

Welk woord heb je twee keer gehoord?

Bijvoorbeeld:

  • Kleur - rood - geel - kleur

  • Boos - bang - boos - blij

  • Blauw - rood - zwart - geel - rood


Ik ga op reis en ik neem mee...

Benodigdheden:

- Geen

Speel het spel of een variatie op het spel: Ik ga op reis en ik neem mee...

Hoeveel woorden kunnen de kinderen onthouden?

Tip: Voeg elke keer een beweging of een extra geluid (gemaakt met eigen lijf) toe, passend bij het genoemde woord. Probeer de groeiende opsomming aan het eind van het lied ritmisch op te noemen door duidelijke accenten in de woorden te leggen waardoor een cadans ontstaat; Het onthouden van geluiden wordt makkelijker wanneer deze gekoppeld worden aan echte voorwerpen die in de kring liggen of afbeeldingen ervan.


Het boodschappenlijstje

Benodigdheden:

- Voorwerpen

Leg een heleboel voorwerpen in de kring. Vertel de kinderen dat jullie boodschappen gaan doen. Jij vertelt wat er op het lijstje staat en één van de kinderen mag, nadat alles opgenoemd is, gaan 'winkelen'. Noem om te beginnen 2 voorwerpen op en laat een kind deze voorwerpen pakken. Ga daarna verder met 3 producten, 4, etc.

Kunnen de kinderen de voorwerpen ook in dezelfde volgorde pakken als waarin jij ze opgenoemd hebt? Daarna ga je zelf winkelen. Noem 4 voorwerpen op die je wilt gaan kopen. Pak er vervolgens maar 3. Weten de kinderen wat je vergeten bent om te kopen?


Deftig praten

Benodigdheden:

- Geen

Prinsen en prinsessen praten heel erg deftig. Dat gaan wij ook oefenen.

De kinderen zeggen met een deftig gezicht en hun neus in de lucht allerlei moeilijke woorden na, zoals: kroonjuwelen, paleistuin, theeservies, majesteit enz...


Toverdrankjes

Benodigdheden:

- Een ketel en ingrediënten.

De heks gaat vandaag een nieuw toverdrankje uitproberen. Zet een ketel in de kring en noem op wat er in het toverdrankje gaat. Begin met twee ingrediënten.

Vraag de kinderen goed te luisteren en laat ze deze ingrediënten herhalen.

Gebruik eventueel echte ingrediënten die de kinderen in de juiste volgorde in de ketel stoppen. Noem twee nieuwe ingrediënten. Breid dit uit naar drie en meer ingrediënten. Hoeveel ingrediënten kunnen de kinderen in de juiste volgorde onthouden?

 

Auditief geheugen (zinnen)


Zinnen nazeggen

Benodigdheden:

- Twee handpoppen

De ene handpop is nog in zijn huisje, de andere buiten. Hij roept zinnen door de brievenbus van het huisje van de andere handpop.

→ Zinnen van 4- 7 woorden (groep 1):

Ik voel me geel

Ik ben heel blij

Ik ben woedend

Kom je ook buiten spelen?

→ Zinnen van 7 – 10 woorden (groep 2):

Ik ben klein beetje in de war

Ik ben gevallen en nu voel ik me blauw

Ik moet huilen want ik ben verdrietig

In mijn hangmat word ik heel kalm


Meervoudige opdrachten

Benodigdheden:

- Geen

Geef de kinderen een meervoudige opdracht die ze uitvoeren in het lokaal, zoals: loop op je tenen naar een raam, ga daar zitten op de grond en kruip terug naar de kring.

De kinderen voeren de opdracht daarna uit.

Begin met tweevoudige opdrachten en breid dit daarna uit naar meer.

 

Auditieve discriminatie (letters)


Een beginklank verkennen

Benodigdheden:

- Een vel papier

- Een stift

Bied een letter aan:

Schrijf deze letter op een vel papier en verken de klank.

  • Hoe ziet deze klank eruit? Geef de kinderen een spiegel en laat ze naar zichzelf kijken.

  • Verken de klank door de hand op de hals te leggen. Vraag de kinderen of ze iets voelen. Wat voelen ze? Voelen ze dit ook bij andere klanken?

  • Knijp in je neus. Hoor je de klank nu nog?

  • Zet je lippen op elkaar. Kun je de klank nu nog steeds maken?

  • Houd je hand een stukje van je mond en zeg de klank. Wat voel je?

  • Hoe ziet je mond er eigenlijk uit wanneer je deze klank maakt?

  • Wat gebeurt er als je deze klank bij een spiegel of tegen een raam maakt?

  • Kunnen de kinderen de letter met hun handen of zelfs met hun hele lichaam maken?

  • Wie weet hoe deze letter eruit ziet? Benoem de vorm van de letter.

  • Schrijf de letter een aantal keren in de lucht, op elkaars rug, op de grond enz... en spreek daarbij steeds de klank uit.

  • Wie heeft deze letter in zijn naam?

  • Loop de letter!

  • Hoe zou je heten als we de aangeboden letter voor je naam plakken?

  • 'F'-Klank: Maak deze met een fietspomp

  • 'H'-Klank: Laat met de 'H'-klank het raam beslaan. De kinderen schrijven op het beslagen plekje de letter 'H'.


Letterwoordveld

Benodigdheden:

- Een vel papier

- Twee stiften in verschillende kleuren

Maak een woordveld rondom de aangeboden (begin-)letter.

Kunnen de kinderen meer woorden met deze letter bedenken?

Schrijf de woorden op een vel papier. Geef de letter een andere kleur of onderstreep ze. Laat kinderen tijdens de werkles tekeningen bij de woorden maken.

Variatie:

Bedenk allerlei woorden met deze letter en schrijf ze op een briefje.

Deel de briefjes daarna uit en laat de kinderen er een prop van maken.

Tel af en laat ze de proppen omhoog gooien. Daarna gaan de kinderen door de klas lopen. Steeds wanneer de leerkracht in de handen klapt, raapt iedereen een prop van de grond.


Lettersoep

Benodigdheden:

- Een pan

- Een soeplepel

- Allerlei losse letters (bijvoorbeeld van Scrabble, houten letters enz)

Doe de letters in de pan. Schep ze er een voor een uit.

Weten de kinderen welke letter het is? Hebben we misschien ook een woord geschept?

Laat de kinderen in de letterhoek verder spelen met de pan.


Letteryoga

Benodigdheden:

- Letterkaarten

Ga in een kring zitten. Ga met beide voeten op de grond en met gesloten ogen rechtop in je stoel zitten. Adem rustig in en uit. Wijs een kind aan dat een letter op iemands rug gaat ‘schrijven’ met zijn of haar vinger. Het voelt als een ‘massage’ tijdens de ontspanning.

De ander raadt welke letter het is. Degene die de letter schreef, gaat met gesloten ogen zitten op de stoel van degene die de letter geraden heeft. Die kiest vervolgens een nieuwe letter. Herhaal dit in een aantal rondes. Als variant kun je kaartjes met afbeeldingen uitdelen en de kinderen de eerste letter van het woord laten ‘schrijven’.


Reactiespel

Benodigdheden:

- Geen

Noem een rijtje klanken achter elkaar op.

De kinderen moeten gaan staan als ze de afgesproken letter horen.


Ik ken jou

Benodigdheden:

- Geen

Ga de kring rond met een aanwijsversje: 'Ik ken jou (wijs een kind aan). Jij heet Vera.

Vvvvvera begint met vvv'. Vera mag vervolgens een ander kind aanwijzen, de naam noemen en de beginklank van de naam.


Ik heet...

Benodigdheden:

- Kaartje met de beginletter van je naam

Laat een kaartje met daarop de beginletter van je naam zien. Ik heet....(naam). Kijk dit is mijn letter. Schrijf de beginletter groot op. Zijn er namen in de groep met dezelfde beginletter?

Laat vervolgens andere letterkaartjes zien. Wie herkent de beginletter van zijn eigen naam? Hoe klinkt die letter?


Post it!

Benodigdheden:

- Post it's met daarop de aangeboden letter

Geef elk kind een post it met de aangeboden letter. Laat de kinderen rondlopen door de klas en op zoek gaan naar een voorwerp, die begint met deze letter. Daar plakken ze hun post it op. Bespreek de vondsten. Laat de zelfklevende briefjes een paar dagen zitten.


Speuren naar de letter ...

Benodigdheden:

- Een tekst (bijvoorbeeld een liedje) op een groot papier

- Stiften

Schrijf de tekst op het papier.

Laat de kinderen de afgesproken letter zoeken en deze met een kleur onderstrepen.

Lees de tekst daarna hardop voor en benadruk daarbij die letter.


Ik zie, ik zie...:

Benodigdheden:

- Geen

Ga in de klas op zoek naar voorwerpen met een bepaalde beginklank en verzamel ze.

Verzamel ze op een lettertafel.

Variatie: Speel het spel 'Ik zie, ik zie wat jullie niet zien en het begint met de letter ...'

Voorwerpen bij beginklanken zoeken

Benodigdheden:

- Een fotocamera

Ga in de klas op zoek naar voorwerpen die beginnen met de aangeboden klank en verzamel ze of laat ze spullen van thuis meenemen. Leg de beginletter erbij.

Maak hier foto's van voor de lettermuur of lettertafel.


Beginklank/eindklank:

Benodigdheden:

- Woordkaarten

Laat een woordkaart, behorende bij dit thema, zien en horen.

De kinderen benoemen de beginklank of de eindklank.

Je kunt dit eenvoudiger maken door de keuze te beperken en te vragen:

Begint/eindigt dit woord wel met de “(letter)” of niet?

Variatie: Of noem een begin-/eindklank en laat de kinderen een woordkaart zoeken die daarbij hoort.


Een grabbelzak

Benodigdheden:

- Een zak

- Letterkaartjes

Haal om de beurt een letter uit de grabbelzak. Als het de een woord met een afgesproken beginklank is, dan mogen de kinderen klappen.


Een letter in de lucht

Benodigdheden:

- Letterkaartjes van een bepaalde letter, voor ieder kind eentje.

- Andere letterkaartjes

Leg de letters op de tafel.

Laat de kinderen allemaal een kaartje zoeken met dezelfde letter als op hun kaartje.

Zeg vervolgens woordjes. Als deze met de letter op hun kaartje beginnen, dan steken ze hun letterkaartje in de lucht. Kennen zij nog meer woordjes met deze letter?


Woorden tekenen

Benodigdheden:

- Een papier

- Een stift

De kinderen gaan in tweetallen of groepjes woorden bedenken waarin ze de afgesproken letter horen. Ze tekenen deze.

Schrijf het woord onder de tekeningen en geef deze een andere kleur.


Welke hoort er (niet) bij?

Benodigdheden:

- Een groot vel papier

- Een stift.

Verzamel een aantal voorwerpen die beginnen met een bepaalde letterklank.

Laat een kind naar de gang gaan en leg er een voorwerp bij die niet met deze letter begint. Kan het kind raden welke er niet bij hoort? Met welke klank begint deze wel dan?

Variatie 1: Noem steeds een rijtje woorden met dezelfde beginletter.

Spreek deze overdreven uit. Kunnen de kinderen vertellen waarom deze bij elkaar horen? Bijv. Kleur-krant-kop-kist.

Variatie 2: Welk woord hoort er niet bij? Zet er een woord tussen die er niet bij past.

Ter controle kunnen de woorden op een groot vel papier geschreven worden.


Bewegende letters

Benodigdheden:

- Geen

Verzin allerlei bewegingen bij een klank die de kinderen kunnen uitvoeren.

Bijv. bij de letter

B: bijten, bukken, boenen

D; dansen, duiken

E: eten

F: fietsen, fluiten, fluisteren, fronzen

G: grabbelen, gooien, glimlachen, giechelen, graven, grijpen, groeien, gillen, gekke bek

H: hakken, huilen, hinkelen, huppelen

K: kussen, kunstje, kroelen, knippen, klappen, kruipen, kussen, knielen.

L: lachen, liggen, lopen, lezen

M: mopperen

N: neuzen, nadoen, niks doen

O: openen, overlopen

P: pakken, pikken, ploffen, praten

R: rollen, ronddraaien, roepen, rennen

S: stampen, springen, staan

T: tong uitsteken, tikken

V: Vuist maken, vliegen, vegen, vastpakken

W: Wapperen, wiegen, wuiven, wassen, wakker worden.

Z: zwaaien, zitten, zoenen, zonnen, zagen, zeven

Variatie: Noem ook werkwoorden die niet met de afgesproken letter beginnen.

Wanneer de kinderen deze horen, mogen ze deze ook niet uitbeelden.


Bedenk een naam!

Benodigdheden:

- Geen

Laat de kinderen namen bij een afgesproken letter bedenken die met diezelfde beginletter beginnen, bijv. Karel Kleurenmonster, Kees Kleurenmonster, Katrien Kleurenmonster, Karin Kleurenmonster enz... Welke namen uit de klas beginnen ook met deze letter?


Een letterspeurtocht

Benodigdheden:

- Letterkaarten

Hang de aangeboden letter of verschillende letters, die al zijn aangeleerd, in de klas/school op en laat de kinderen deze zoeken. Verzamel ze en ga hierna voor elke letter op zoek naar een voorwerp dat met deze letter begint en leg het voorwerp bij de letter.


Dezelfde letter in een reeks woorden

Benodigdheden:

- Geen

Noem steeds een rijtje van drie woorden, waarbij de begin-/midden- of eindklank hetzelfde is. Horen de kinderen welke dat is?

Bijv.

Bang-boos-blij

Rood-poot-noot

Kleur-door-war


Samen een letterversje maken

Benodigdheden:

- Geen

Bedenk een heleboel woorden die met dezelfde letter beginnen. Kunnen de kinderen hier een leuk (onzin)versje van maken? Schrijf de leukste versjes op!

Bijvoorbeeld:

  • Wie weet waar Willem Wouters woont?

  • Willem Wouters woont wijd weg.

  • Bas bouwt binnen met blokken.

  • Woeste Willen weet wel waar Wies woont

  • Jantine jaagt Joep weg.

  • Dik das doet dom.


Liedje

Benodigdheden:

- Geen

Zeg de tekst van een liedje zin voor zin. Bedenk welke woorden met een afgesproken klank beginnen. Probeer het liedje te zingen zonder deze woorden uit te spreken of start met één woord dat wordt weggelaten en breid dit later uit.


De detective

Benodigdheden:

- Geen

De leerkracht heeft een letter in het hoofd. De kinderen mogen ja/nee vragen stellen. Kunnen de kinderen in maximaal 10 vragen ontdekken welke letter het is?


Welus/nietus

Benodigdheden:

- Geen

De leerkracht noemt een letter. Vervolgens noemt de leerkracht een woord.

Zit de letter in dit woord? Dan mogen de kinderen op hun stoel gaan staan.

Zit de letter niet in het woord, dan gaan of blijven de kinderen zitten.


Wat is het?

Benodigdheden:

- Voorwerpen met verschillende beginletters.

Eén kind verlaat de klas. In het midden van de kring liggen een aantal voorwerpen.

Spreek er eentje af. Met welke letter begint deze?

De kinderen zeggen de letter van het bewuste voorwerp als het kind binnen komt.

Weet het kind welk voorwerp hij/zij moet pakken.

Moeilijker: Met een blinddoek en voelen.


Welk woord begint met een...?

Benodigdheden:

- Geen

Noem steeds twee woorden. Welk woord begint met de afgesproken letter?


Rijmwoorden

Benodigdheden:

- Geen

Laat kinderen rijmwoorden bedenken die steeds met een afgesproken letter beginnen.

Bijvoorbeeld bij de letter 'D': tik-d..., vlag-d... en zak-d...


Letters opruimen

Benodigdheden:

- Letterkaartjes

Laat de kinderen om de beurt een letter pakken. Verklank deze letter en vraag het kind een woord te bedenken met die letter. Schrijf ze op en ga door totdat alle letters opgeruimd zijn.


Een verhaal

Benodigdheden:

- Voor ieder kind een letterkaartje van een bepaalde letter

Vertel een verhaal. Steeds wanneer de kinderen een woordje met de afgesproken letter horen (verleng deze klank duidelijk) steken ze hun letterkaartje in de lucht.


De toverketel

Benodigdheden:

- Een ketel

- Voorwerpen of afbeeldingen van dingen die beginnen met de letter '..'

Spreek een toverspreuk uit met allen een bepaalde letter.

Bijvoorbeeld bij de letter 'F': 'Fi fa foetsie'

Die toverspreuk zorgt dat er in de ketel enkel spullen zitten met die letter.

Als je er iets uithaalt wat niet begint met die letter dan is je toverspreuk mislukt. Daarna mogen de kinderen woorden of voorwerpen met die letter zoeken. Maak er een foto van of laat de kinderen hun woorden tekenen en hang ze op aan de lettermuur!


Cirkels

Benodigdheden:

- Een knuffel

- Gekleurde vouwcirkels

Leg de cirkels achter elkaar in de kring en zet de knuffel voor de eerste cirkel.

Laat de kinderen woorden met een bepaalde klank bedenken en verplaats de knuffel voor elk juist woord een cirkel verder. Ga door totdat de knuffel bij de laatste cirkel is.


Een rugtekening

Benodigdheden:

- Letterkaartjes

Laat de kinderen een afgesproken letter op elkaars rug tekenen.


Neuriën

Benodigdheden:

- Geen

Zing een bekend lied door het te neuriën in een bepaalde letterklank en laat de kinderen raden welk lied het is. Laat hierna een kind een lied neuriën. Kan de groep het raden?


De letterwinkel

Benodigdheden:

- Geen

We gaan winkelen in de letterwinkel. In de letterwinkel ggg verkopen ze alleen spullen die beginnen met de letter g. Geef een voorbeeld. Ze verkopen er bijvoorbeeld wel gggggebakjes en gggieters, maar geen mmmmeloenen.

Noem nu steeds een product en laat de kinderen vertellen of dit wel of niet te koop is in de ggg-winkel, bijv. gras, boek, goudvis, peer, geit, ring, ladder, gitaar, trommel, keuken, glas, hond, gans, glitters, lijm, pannenkoeken, gehaktballen, vogel, geurtje, groente, schaar, golfbal, voetbal, glijbaan. Vraag na afloop of de kinderen nog weten welke spullen je in de ggg-winkel hebt gekocht en laat ze dit opnoemen.

Wat zou je nog meer kunnen kopen in de gggg-winkel?

Variatie: Andere letterwinkels


De letterdief

Benodigdheden:

- Geen

er is een letterdief in de letterwinkel ggg geweest. Hij heeft alle letters ggg gestolen.

Noem een paar producten, maar laat de ggg-klank weg. Kunnen de kinderen raden over welk product het gaat? Bijvoorbeeld: ras, oud, eit, itaar.

Variatie: De letterdief heeft een heleboel letters gestolen en er stiekem een g voor teruggelegd. Vervang de eerste letters van producten en laat de kinderen raden welk product er wordt bedoeld:. Bijvoorbeeld: gleurpotloden, grentenbollen, geer, gananen en gannenkoeken.


Tongbrekers

Benodigdheden:

- Geen

De kinderen zeggen de volgende tongbrekers na. Hoeveel woorden horen ze in iedere zin? Met welke letter beginnen veel woorden in iedere zin? Hoeveel keer horen ze die letter? Welke woorden in de zin beginnen met een andere letter?


Letter 'A'

  • Als apen elkaar na-apen, apen apen apen na.


Letter 'B'

  • Bakker Bas bakt de bolle broodjes bruin.

  • Bedek het bed met het dekbeddek.

  • Bram de brave broer van de breiende brouwende Brielse Brechtje, bracht in een brons-bruin broekje, een bril, een brandbrief en een gebroken gebraden bros brokje bruinbrood zonder brommen of brullen over de brede brug van Breukelen.


Letter 'D'

  • Drie dikke drilboren drillen door drie dikke deuren

  • Drie dove domme dromedarissen.

  • Die dikke domoren drammen door.

  • Drie dikke domme dames dachten dat dromedarissen dagelijks drieduizend deciliter druivensap dronken.


Letter 'F'

  • Frans zei tegen Frans in het Frans: “Is Frans in het Frans Frans? Nee”, zei Frans tegen Frans in het Frans, Frans in het Frans is niet Frans, Frans in het Frans is François.


Letter 'G'

  • Gooi geen groene groenten in de grote gracht.

  • Grote Guus graaft grote gaten


Letter 'H'

  • Ik zag haar haar haar kammen met haar haarkam.


Letter 'J'

  • Jeukt jouw jeukende neus ook zo als mijn jeukende neus jeukt?


Letter 'K'

  • De kat krabt de krullen van de trap.

  • De knecht van Klaas de kapper kapt nog knapper dan Klaas de knappe kapper knippen en kappen kan.

  • Kraakheldere kragen kraken kraakhelder.

  • Klappertandend met krakende knieën, klapperende kiezen en knikkende kuiten kwam Kees Koukleum kolen kopen.

  • Als kakkerlakken in kattenbakken kakken kan je kattenbakken vol kakkerlakkak pakken.

  • De kapster kapt de krullenbol op de kruk.


Letter 'L'

  • Leentje leerde Lotje lopen lans de lange lindelaan, maar toen Lotje niet wou lopen, liet Leentje Lotje staan.


Letter 'M'

  • Meisje met je mooie mondje moet je met je maatje mee?


Letter 'P'

  • Als een potvis op een pispot pist, heb je een pispot vol met potvispis.

  • Een pet met een platte klep is een platte kleppet.

  • Ping en Pong speelden pingpong. Ping pingpongde de pingpongbal naar Pong en Pong pingpongde de pingpongbal naar Ping


Letter 'S'

  • Ik schrijf scheef in mijn schrift.


Letter 'T'

  • To en Tom aten tomaten, Tom at en To vrat


Letter 'V'

  • De vliegende vieze vis vliegt de vogel achterna.


Letter 'W'

  • Wat Wil wil wil Wil wel weten.

  • Wat een weer weer”, zei de wasvrouw die aan de was was.

  • Wie weet wat Willem Wever weeft? Willem Wever weeft witte wollen winterwanten.

  • Wat een weer weer. Je waait haast van de weg weg.


Letter 'Z'

  • Zij zei dat zij zei dat zij zei dat wat zij zei.

  • Mijn zeven zeven zeven keer beter dan jou zeven zeven.

  • Zeven zware zwemmers zwommen zoele zomerse zondagen zomaar zonder zwembroek in de Zwarte Zee.


Beginrijm

Benodigdheden:

- Geen

Zeg een paar woorden met de eerste letter langgerekt. Stel de kinderen daarbij de vraag:

  • Hoeveel woorden hoor je? (herhaling)

  • Welke letter / Wat hoor je steeds bij elk woord hetzelfde?

  • Hoeveel keer hoor je die letter?

Breid het aantal woorden uit als het goed gaat.

Bijvoorbeeld:

  • F: fffles flessenpost

  • G: gggeld gesp golf goud

  • L: lllluik laars litteken

  • M: mmmmast munt matroos muntstuk

  • R: rrroer ruim reling roeiboot roeispaan rover

  • S: sssschat schip sloep storm sabel schatkaart schatkist schipbreuk sieraden

  • V: vvvvuur vlag vlot verrekijker

  • W: wwwwant wind wapen water

  • Z: zzzzee zeil zout zwaard zeebonk zeeman zeevaart zeilschip zeebenen zeerover

 

Auditieve discriminatie (woorden)


Spel: Wie heeft het woord?

Benodigdheden:

- Woordkaarten

Ieder kind heeft een woordkaart, behorende bij dit thema, in de hand. De leerkracht verzint een verhaal met de woorden op deze woordkaartjes. Zodra hij/zij een woord noemt wat bij iemand op het kaartje staat, moet diegene het kaartje in de lucht steken.


Reactie woorden

Benodigdheden:

- Geen

Zeg steeds een rijtje woorden op. Steeds als de kinderen het woord rood horen klappen zij in hun handen. Bijvoorbeeld:

  • Rood - blauw - geel - rood - rood - zwart - roze - blij - bang - rood - groen - rood.

Variatie: Lees een stukje uit een boek voor. Vraag de kinderen elke keer dat zij een afgesproken woord horen om hun hand op te steken.

Dit zorgt ervoor dat kinderen naast het kunnen luisteren naar de inhoud van het verhaal, ook gaan luisteren naar speciale woorden en klanken.


Hetzelfde woord in twee zinnen

Benodigdheden:

- Geen

Zeg steeds twee zinnen met hetzelfde woord erin.

Horen zij hetzelfde woord in twee zinnen?


Hetzelfde woord

Benodigdheden:

- Geen

Noem steeds een rijtje met vier woorden. Horen de kinderen welk woord er twee keer is genoemd? Bijvoorbeeld:

Brievenbus - postkantoor - papier - brievenbus


Commandospel

Benodigdheden:

- Geen

Spreek een personage af. Bijvoorbeeld het Kleurenmonster.

Zeg: het Kleurenmonster zegt… springen!

Alle kinderen springen. Maar pas op: als je geen ‘Kleurenmonster zegt’ dan moeten ze juist niet doen wat je zegt! Zeg bijvoorbeeld: ´het kuikentje zegt… zwaaien!´

Alle kinderen die dan toch zwaaien zijn ‘af’. Zij moeten even zitten (een beurt overslaan) en mogen later weer meedoen. Lekker veel bewegen!

Springen, zwaaien, wiebelen, draaien, dansen, boksen, strooien, etc.

 

Eerste/middelste/laatste



Eerst-middelste-laatste letter of woord

Benodigdheden:

- Woordkaarten

Noem steeds een kort woord (bij voorkeur met drie letters).

Wat was de eerste/middelste/laatste letter?

Noem steeds drie woorden van de woordkaarten.

Wat was het eerste/middelste/laatste woord?


Eindklank

Benodigdheden:

- Geen

Noem woorden met dezelfde eindklank en vraag de kinderen welk stukje van het woord hetzelfde klinkt. Weten de kinderen zelf nog meer woorden die daarmee eindigen?

Bijvoorbeeld:

Dennenappel - sinaasappel - aardappel

Beukennoot - walnoot - muzieknoot

Leesboek - kookboek - kleurboek - telefoonboek

Paddenstoel - kinderstoel - tuinstoel

Appelboom - Kerstboom - Eikenboom

Eikenblad - kastanje blad - herfstblad


Welke letter is er veranderd?

Benodigdheden:

- Geen

Verander de eerste, de middelste, of de laatste letter van woorden die met een thema te maken hebben. Weten de kinderen welk woord je bedoelt? Maak bijvoorbeeld van het woord boos het woord boot. Welk woord wordt bedoeld? En welke letter is veranderd?


Een letterslang

Benodigdheden:

- Stroken papier

- Een stift.

Dit is een moeilijke activiteit.

Maak met de kinderen een slang van woorden. Begin bijv. met het woord 'kip'

Vraag de kinderen welke klank je bij 'kip' achteraan hoort. Bedenk samen een woord dat met deze klank begint, bijvoorbeeld 'pikken'. Vraag de kinderen wat de laatste letter van 'pikken' is en bedenk een woord dat met de 'n' begint. Schrijf de woorden op een lange strook papier, zodat de kinderen kunnen zien dat de eind- en beginklank telkens hetzelfde zijn.

Ga door tot de kinderen geen woorden meer weten of maak de opdracht moeilijker door bijv. af te spreken dat het bijv. alleen dierennamen mogen zijn.

Variatie: Speel het spel ook eens met de naamkaartjes van de kinderen.


Middenklank

Benodigdheden:

- Geen

De klank is …..(spreek een klank af). Wie weet er een woord waar die klank in zit?

Laat de kinderen een paar woorden met die klank bedenken. Zeg: 'Ik zeg nu allerlei woorden: sommige met een …(een bepaalde klank) in het midden, in andere woorden hoor je een andere klank. Ga staan (o.i.d.) als je de afgesproken klank hoort.

Bijvoorbeeld:

A: mast - land - schat - vlag - schip - zwart - bakboord - dek - eiland - lantaarn - landrot – stuurman - hut - zeeman - diamant - touw

E: dek - boeg - fles - geld - gesp - piraat - net - ketting - hoofddoek - flessenpost

O: ton - baard - dolk - golf - snor - laars - storm - vlot - zwaard - kanon - landrot - orkaan

U: hut - snor - kust - munt - kist -muntstuk

AA: haak - ooglap - baard - kaart - laars - zwaard - dek - orkaan - oceaan - piraat - dukaat –

OO: boot - roeispaan - schatkaart - doodskop - hoofddoek - matroos - ooglap - pistool

OE: boeg - boei - broek - ton - doek - hoed - roet - sloep - golf - boegbeeld - hoofddoek

OU: hout - touw - brief - goud - zout - vlot

EI/IJ: zeil - eiland - kapitein - schat

 

Rijmen


Zelf rijmwoorden bedenken

Benodigdheden:

- Woordkaarten

Laat de kinderen rijmwoorden verzinnen bij de woordkaarten van dit thema.

Kies bij voorkeur voor eenlettergrepige woorden.


Wat hoort er niet bij?

Benodigdheden:

- Geen

Zeg steeds drie woorden, waarvan er twee rijmen.

De kinderen proberen te ontdekken welk woord er niet rijmt. Wie kan er zelf woorden bedenken? Bijvoorbeeld:

  • Slak - tak - eend


Een heksenvergadering

Benodigdheden:

- Geen

De kinderen zijn heksen en zitten in de kring. Ze houden een heksenvergadering en bedenken nieuwe toverspreuken. Ze verzinnen bijvoorbeeld spreuken, die iemand in een kikker, poes of ander beest kunnen veranderen en proberen daar een rijmpje van te maken. Bijvoorbeeld: Hocus pocus pang, ik tover nu een slang.

Hocus pocus pang en ik ben niet bang. Een kind staat in de kring en kronkelt vervolgens als een slang (of springt als een kikker enz...)


Zinnen afmaken

Benodigdheden:

- Geen

De kinderen maken rijmzinnen af. De zin wordt langzaam voorgelezen.

Het laatste woord moeten de kinderen aanvullen.


Een rijmkroon:

Benodigdheden:

- Een kroon (of hoed)

Geef een kroon of hoed de kring rond. Vraag de kinderen op woorden te rijmen.

Wie een rijmwoord weet, krijgt de kroon op en noemt zijn rijmwoord.


Gedichtje

Benodigdheden:

- Geen

Geef de kinderen de opdracht om een kort gedichtje te maken met een piratenwoord (of pas het thema aan), bijvoorbeeld: zee, boot, piraat, roer, vlot, vlag, schip.


Rijmen met ...

Benodigdheden:

- Rijmkaarten of woordkaarten

- Fiches of vouwrondjes

- Een knuffel.

Leg een route met steeds 5 fiches of vouwrondjes tussen de afbeeldingen. Vertel de kinderen dat dit de route is die de knuffel aflegt om naar huis te komen. Steeds wanneer hij een rijmwoord bij de afbeelding die hij tegenkomt kan verzinnen mag hij een fiche of vouwrondje verder. Bijv. Rood: poot-noot-stoot-groot-dood. Vervolgens komt de knuffel bij het volgende plaatje waarop hij moet rijmen. Lukt het hem om naar de overkant te komen? Schrijf de rijmwoorden evt. op de vouwcirkels en de afbeeldingen. Kinderen zien dan dat bij rijmen de achterkant van een woordje steeds hetzelfde blijft, maar dat het begin verandert. De knuffel loopt de route ook weer terug, maar nu moeten de kinderen raden waar hij staat. Bv. 'De knuffel stootte zijn poot, die was toen helemaal .... (rood)'


Een versje bekijken

Benodigdheden:

- Een versje op een groot vel papier

- Een stift

Lees een versje voor. Waar gaat het over?

Bekijk daarna de vorm van het versje. Welke woorden lijken op elkaar?

Zoek de woorden die op elkaar rijmen.

De rijmwoorden worden onderstreept. Wat zien de kinderen bij deze woorden ? Rijmwoorden hebben dezelfde letters op het eind. Vraag de kinderen nog meer rijmwoorden bij deze woorden te bedenken. Deze woorden worden onder elkaar genoteerd. Telkens wordt gekeken of er dezelfde letters zijn en waar die staan.

Variatie: Zien de kinderen woorden in het versje, die lang of kort zijn?


Dieren voeren

Benodigdheden:

- Dieren

- Teldopjes

Zet een aantal dieren in de kring.

Neem een teldopje en vertel de kinderen welk dier je gaat voeren. Zeg dit woord in losse klanken of klankgroepen. De kinderen geven het teldopje aan het juiste dier.

In welk hok?

Benodigdheden:

- Plastic dieren of woordkaarten

- Blokken

- Cijferkaarten.

Bouw drie hokken in de kring. Een klein hok, een middelgroot hok en een groot hok.

Leg hier cijferkaartjes van 1, 2 en 3 bij. Laat een dier zien en vraag de kinderen de naam van dit dier in klankgroepen te klappen. Vraag de kinderen uit hoeveel klankgroepen dit woord bestaat en leg het dier in het juiste hok. Zet alle dieren op deze manier in het juiste hok.

 

Lange en korte woorden


Het langste woord

Benodigdheden:

- Een kleine en een grote afbeelding

Noem steeds twee woorden op. Horen de kinderen welk woord het langste is?

Gebruik de woorden van de woordenlijst en/of woordkaarten bij het thema.

Leg de woordkaarten ervan bij een kleine afbeelding (korte woorden) en een grote afbeelding (lange woorden).


Wat hoort er niet bij?

Benodigdheden:

- Geen

Zeg steeds drie woorden, waarvan er twee kort zijn.

De kinderen proberen te ontdekken welk woord er lang is.

  • Boot - schat - piraten

 

Lange en korte zinnen


De langste zin

Benodigdheden:

- Geen

Noem steeds twee woorden of zinnen op. Horen de kinderen welk woord/zin het langste is?

Gebruik de woorden van de woordenlijst en/of woordkaarten bij het thema.

Bied ook eens twee zinnen aan. Horen de kinderen welke het langste is?


De zin wordt steeds langer

Benodigdheden:

- Groot vel papier

- Stift

Schrijf het eerste stukje van een zin op en maak deze steeds langer.

Bijvoorbeeld:

De postbode/ sorteert/ de brieven/ op straatnaam.


Zinnen verdelen in woorden

Benodigdheden:

- Groot vel papier

- Stift

- Blokjes en /of hoepels

Zeg zinnen en laat de kinderen evenveel blokjes neerleggen of stappen zetten (leg bijv. hoepels neer en laat ze van hoepel naar hoepel gaan).

Schrijf de zin daarna op en laat de kinderen de zin verdelen in woorden.


Bezemstelenrace

Benodigdheden:

- Twee heksen op een bezemsteel (kunststof heksen of een afbeelding).

- Een reep papier

Verdeel de reep papier in vakken.

Leg de heksen voor de reep, de ene heks links van de reep en de andere rechts.

Wijs één heks aan en noem een zin. De kinderen tellen de woorden in de zin.

Laat de heks evenveel vakken als het aantal woorden in de zin vooruit vliegen.

Wijs nu op de tweede heks en noem een zin. De kinderen tellen de woorden en de heks vliegt. Welke zin was het langst? En welke het kortst? Deze activiteit kan ook met woorden gedaan worden. De kinderen tellen de klankgroepen.

Welk woord is kort en welk woord is lang?

Suggesties voor zinnen:

  • Ik vlieg.

  • Ik tover.

  • Ik zweef in de lucht.

  • Ik ben snel.

  • Kijk uit, daar kom ik!

  • Ik vlieg op een steel.

  • Ik win de race.

  • Ik eet een spin.

  • Ik vlieg naar boven.

  • Mijn bezemsteel is snel.

  • Ik heb een zwarte kat.

  • Ik ben de snelste van het land.

 

Letters, woorden en zinnen


Het verschil tussen een letter, woord en zin

Benodigdheden:

- Stroken met de zin "de kip tokt"

- Stroken met het woordje "kip"

- Stroken met de letters "k", "i"en "p"

Leg de stroken in de kring en geef de kinderen opdrachten als: pak de letter k, pak het woordje "kip", pak de zin "de kip tokt"


Een uitnodiging maken

Benodigdheden:

- Potloden, stiften of pennen

- Papier

- Envelop

- Klassenpop

De klassenpop is jarig en wil uitnodigingen versturen. Hoe doe je dat?

Wat moet er op een uitnodiging komen te staan? Schrijf op een groot vel papier op wat de kinderen benoemen. Bekijk daarna welke letters en woorden op elkaar lijken. Waar staat voor wie de uitnodiging is en waar staat van wie de uitnodiging is? Wanneer is het feestje, van hoe laat tot hoe laat en hoe oud wordt de jarige? Kopieer de uitnodiging en laat de kinderen deze versieren met tekeningen.

 

Analyse/synthese


Maak de zin af

Benodigdheden:

- Geen

Zeg een zin met één woord in stukjes. De kinderen raden wat er gezegd wordt.

Een vervolg activiteit hierop kan zijn; alleen het losse woord herkennen.

Begin met mk-k-mk woorden. Later kun je dit uitbreiden naar mk-mk-k-mk-mk woorden.


Klanken springen

Benodigdheden:

- Drie hoepels

Zeg steeds een woord dat bestaat uit drie klanken en laat een kind in de hoepels springen, terwijl hij de klanken benoemt. Wissel af en toe ook van rol, laat het kind woorden met drie klanken bedenken en spring dan zelf.

Gaat het goed, gebruik dan meer hoepels en langere woorden.


Wie van de drie?

Benodigdheden:

- Woordkaarten

- Een knuffel

De knuffel heeft honger. Wat gaat hij opeten? Leg drie woordkaarten in de kring en hak een van de woorden in stukjes. Vraag de kinderen welke woordkaart daar bij hoort.

een van de kinderen krijgt de knuffel op schoot. Laat hem/haar de juiste kaart weghalen en leg een nieuwe woordkaard op de plek. Zeg nu het volgende woord in stukjes en geef de knuffel weer aan iemand anders. Ga door totdat de knuffel genoeg heeft gegeten.


Woorden hakken en plakken

Benodigdheden:

- Woordkaarten

- Dopjes of cijferkaarten

Klap de woorden op de woordkaarten, in lettergrepen en laat de kinderen raden welk woord het is. Gebruik hier alleen de klankzuivere woorden voor. Laat de kaarten daarna bij het juiste aantal leggen. Dit kunnen bijvoorbeeld dopjes of cijferkaarten zijn (of houd het simpeler en laat ze sorteren op lange of korte woorden).

Draai het ook eens om en laat de kinderen de lettergrepen weer verbinden tot woorden of vraag om een kaart waarbij je bijv. twee keer moet klappen.


Wat/wie is het?

Benodigdheden:

- Leg een aantal voorwerpen in de kring.

Zeg één van de woorden in losse klanken, de kinderen raden om welk voorwerp het gaat.

Variatie: Je kunt de voorwerpen ook door woordkaarten vervangen.


InstrumenTAAL

Benodigdheden:

- Geef elk kind een instrument.

Noem een woord en laat de kinderen dit woord in klankgroepen spelen.

Voor elke klankgroep spelen ze een keer op hun instrument.

Varieer door de instrumentgroepen om de beurt te laten spelen, door kinderen alleen te laten spelen en door te spelen zonder het woord hardop te zeggen.


Welk woord klap ik?

Benodigdheden:

- Een touw

Leg het touw op de grond zodat er twee vakken ontstaan. Hak een woord in stukjes. Bijvoorbeeld: "Kleurenmonster". Spreek met de kinderen af, dat je een woord in stukjes gaat klappen. Als ze denken dat je "rood" hebt geklapt gaan ze in het ene vak staan (wijs dit aan), als ze denken dat je "Kleurenmonster" hebt geklapt dan gaan ze in het andere vak staan. Variatie: Noem twee woorden; een lang woord en een kort woord en klap er eentje in stukjes zonder het woord te zeggen. De kinderen moeten in het bijbehorende vak gaan staan. Bied ook eens twee woorden aan die even lang zijn (en laat de kinderen ontdekken dat beide vakken dus goed zijn).


Letterdoosje

Benodigdheden:

- Doosje

- De letters: P-I-R-AA-T (als je het over piraten hebt)

- Letterlijn

- Papier en stift

In het letterdoosje komen de letters: p-i-r-aa-t. Bespreek elke week een nieuwe letter.

De kinderen mogen dan allemaal dingen zoeken en meenemen die met die letter beginnen. Laat de handpop kijken of de goede dingen in de letterbak liggen. Vervolgens bedenk je er samen nog meer woorden bij en schrijf je deze deze op een papier. Hang deze aan de letterlijn. Op volgorde van de letters van het alfabet.

Variatie: Pas het woord (en dus ook de letters) aan op je huidige thema.


Samengestelde woorden

Benodigdheden:

- Geen

Zeg tegen de kinderen: 'Het woord is zeil. Ik plak daar het woord schip achter.

Dan wordt het ...?' Laat de kinderen de woorden vastplakken.

Kunnen ze ook een ander woord aan 'zeil' vastplakken?

Of moeilijker: 'Ik zeg 2 woorden: man - ster. Welk woord kan er voor beide woorden geplakt worden om een nieuw, lang woord te maken?'

Woorden, die je kunt gebruiken:

  • Anker: -arm,-bal,-boei,-bol,-draad,-gat,-grond,-ketting,-kuil,-plaat,-plaats

  • Bak: -baar,-banaan,-beest,-boord

  • Boeg: -beeld,-golf,-klamp,-schroef,-spriet

  • Hoofd: -band,-commissaris,-conducteur,-deksel,-doek

  • Inkt: -patroon,-pot,-potlood,-vis,-vlek

  • Kraaien: -nest, -poot

  • Knie: -band,-broek,-buiging,-holte,-kous,-schijf

  • Land: -bouw,-kaart

  • Oog: -lap,-pleister,-potlood

  • Oor: -arts,-bel,-beschermer,-ring,-warmer

  • Piraten: -boot,-schip,-vlag

  • Parel: -duiker,-hoen-ketting,-moer,-snoer

  • Schat: -kaart,-kist

  • Stuur: -bekrachtiging,-boord,-man,-wiel

  • Vuur: -bal,-bol,-doop,-gevecht,-kogel,-toren

  • Zeil: -bewijs,-boot,-club,-doek,-schip

  • Zee:-benen,-bodem,-man,-monster,-paard,-ster,-vis,-vogel,-wind


In de ketel

Benodigdheden:

- Een ketel

Zet een ketel in de kring.

De heks maakt het avondeten klaar. Vertel in losse klanken wat er in haar ketel gaat, bijvoorbeeld: een s-p-i-n, s-oe-p of b-o-t.

De kinderen synthetiseren de klanken en vertellen wat de heks klaarmaakt.

 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!


.

.

.



1.115 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comentários


bottom of page