Zoeken

De bouwhoek: Bouwfasen

Het leren bouwen verloopt voor alle kinderen in dezelfde verschillende ontwikkelingsfasen. Wanneer je weet hoe de ontwikkelingsfasen verlopen kun je ook beter inspelen op het aanbod in jouw bouwhoek. Welke dat zijn lees je in deze blog.


Elk kind doorloopt dezelfde verschillende stappen

In grote lijnen zou je kunnen zeggen dat de ontwikkeling van bouwen start met een manipulatieve fase. Vervolgens is er sprake van constructiespel en tot slot volgt een doelgerichte activiteit. Uit onderzoek blijkt verder dat de complexiteit van het bouwwerk de cognitieve ontwikkeling van een leerling weerspiegelt.

De hoeveelheid tijd die een kind aan het bouwen is en zijn toenemende ervaringen met bouwen hebben een positief effect op de complexiteit van het bouwwerk.

Qua bouwvaardigheden kent het leren bouwen verschillende stadia.

Deze stadia zijn geen afbakeningen maar een doorgroeiende lijn.

Dat betekent dat een kind dat bijvoorbeeld in stadium 3 zit nog steeds kenmerken van stadium 2 of al kenmerken van stadium 4 kan laten zien.

Elk kind doorloopt dezelfde stappen. De volgorde is voor iedereen hetzelfde.

Het tempo waarop deze stappen worden doorlopen is echter voor iedereen verschillend.



Fase 1: Ongecontroleerde ervaringen

Deze fase zie je gemiddeld tussen de 0 en 2 jaar. Bij een baby zie je nog veel grote, tamelijk ongecontroleerde bewegingen die de spieren helpen versterken.

Je ziet baby’s bijv. de blokken in hun mond stoppen, naar blokken grijpen of blokken tegen elkaar slaan.

Van bouwen is nog geen sprake.



Fase 2: Sjouwen, verplaatsen en manipuleren

Deze fase zie je gemiddeld tussen de 2 en 3 jaar. Voordat kinderen werkelijk tot bouwen overgaan manipuleren ze met het bouwmateriaal. Ze onderzoeken de fysieke eigenschappen van de blokken door er bijvoorbeeld geluid mee te maken en ze te verplaatsen. Ze doen op die manier veel zintuiglijke ervaringen op over de zachtheid, het gewicht, de grootte en het geluid van de materialen en leren op die manier de mogelijkheden en de onmogelijkheden van het bouwmateriaal kennen. In deze fase van het bouwen zie je kinderen nog niet bouwen, maar veel met de bouwmaterialen rondlopen en sjouwen.

Ze verplaatsen het graag, leggen het op een willekeurige manier neer en duwen gebouwen van anderen om. Ze bouwen in deze fase vaak nog naast elkaar (parallelspel).


Fase 3: Stapelen, rijen maken en herhalingen

Dit stadium zie je gemiddeld met 3 jaar, wanneer het echte bouwen begint.

Kinderen krijgen nu door dat ze de blokken ook verticaal in en horizontaal kunnen stapelen. De bouwwerken zijn in deze fase nog lineair (eendimensionaal).

Geleidelijk worden bij het stapelen van de blokken ook steeds moeilijkere technieken en tweedimensionale constructies toegepast.

De kinderen bouwen bijvoorbeeld stapels blokken tegen, dichtbij of op elkaar (verticale oppervlakte rangschikking) of combineren rijen blokken in een horizontale oppervlakte (horizontale oppervlakte rangschikking). Soms is er al een herhalend patroon zichtbaar. Deze herhaling is basaal voor het functionele spel met blokken. De kinderen bouwen in deze fase vaak nog naast elkaar en imiteren.

Na het bouwen beleven ze veel plezier aan het omgooien van deze rijen en torens en herhalen ze dit eindeloos. De kinderen geven in deze fase soms ook al een naam aan hun bouwwerk, maar houden vaak nog geen rekening met de functie en geven vaak pas na het bouwen betekenis aan hun bouwwerk. Ze zijn tijdens het bouwen zo intens met de handelingen bezig dat ze zich nog niet bezighouden met het resultaat.

Fase 4: Overbruggen

In dit stadium (gemiddeld tussen 3 en 4 jaar) worden de bouwwerken driedimensionaal en gaan de kinderen experimenteren met de bouwtechniek van het overbruggen door twee blokken met een ruimte ertussen met een derde blok te verbinden. Zo ontstaan er omsloten verticale ruimtes.

Ze onderzoeken op die manier ook evenwicht. Zodra het kind dit principe van overbruggen heeft ontdekt en de ontwikkeling van de coördinatie tussen beide handen verbetert, gaat het dit principe herhalen en toepassen in meer complexe bouwsels. In dit stadium verandert het kind tijdens het bouwen steeds van onderwerp, omdat het ontdekt dat er door zijn handelingen steeds nieuwe vormen ontstaan, waarin het telkens weer iets anders herkent. In deze fase zijn kinderen vaak ook nog erg op zichzelf gericht en bouwen ze vaak nog naast elkaar. Ook zie je nog veel imiterend spel.

Fase 5: Omheinen

In dit stadium (gemiddeld met 4 jaar) plaatst een kind de blokken zo, dat ze een horizontale ruimte omringen.

Dit geeft inzicht in “binnen” en “buiten”.

Het bouwwerk is eerst nog plat en wordt massief opgevuld. Je kunt er nog niet in.

Eerst wordt er met willekeurige blokken omheind , later worden de blokken zorgvuldiger gekozen. Zodra het kind dit principe van omsluiten heeft ontdekt, gaat het deze manier herhalen en in complexere driedimensionale werken toepassen. Het omheinen gaat over in het bouwen van een vloer van blokken met een of meerdere lagen blokken erop (stevig driedimensionaal gebruik van blokken).

Eerst gebeurt ook dit weer door de blokken slordig, in willekeurige structuur in de muur te plaatsen. Later ontdekken de kinderen het halfsteensverband (metselen) en wordt er een stevige massieve muur gebouwd. Overbruggen en omheinen zijn de eerste bouwtechnische handelingen die kinderen laten zien. In deze fase zijn kinderen vaak nog steeds erg op zichzelf gericht en bouwen ze vaak nog naast elkaar. Ook zie je nog veel imiterend spel.

Fase 6: Patronen en symmetrie

In deze fase, gemiddeld tussen de 4 en 5 jaar, worden de bouwwerken fantasievoller, complexer en zijn er steeds meer patronen en symmetrie te zien.

De kinderen gaan nu meer blokken gebruiken, bouwen uitgebreider en de bouwwerken worden losser.

Kinderen hebben de mogelijkheden van het materiaal al aardig leren kennen en pakken nu niet meer lukraak het volgende blok wat voorhanden is, maar gaan doelbewust op zoek naar specifieke blokken die nodig zijn voor hun vooraf ontwikkelde plan. Er worden nu omsloten driedimensionale constructies gebouwd waarbij patronen en balans worden opgenomen en waar je bijvoorbeeld door ramen en deuren ook in kan. Kinderen zoeken in deze fase naar manieren om hun bouwwerk herkenbaar te maken (een kasteel krijgt bijv. een toren), benoemen het en betrekken rollenspel bij hun bouwwerk door er daarna mee te gaan spelen. Kinderen hebben in deze fase vormen opgeslagen in hun geheugen en zijn in staat die na te bouwen, of aan de hand van aanschouwelijk materiaal zoals een foto van een object realistische bouwwerken na te maken.

In deze fase ontstaat ook meer interactie en (beginnend) samenspel en gaan de kinderen eerst vooraf samen overleggen en benoemen wat ze willen maken en starten vervolgens pas met bouwen. In deze fase zie je dan ook regelmatig conflicten ontstaan wanneer andere kinderen de bouwstructuur probeert te veranderen.

Fase 7: Complexere bouwwerken

In deze fase, gemiddeld met 5 jaar, is de behendigheid en vaardigheid behoorlijk uitgebreid en zie je met een vooraf gesmeed plan complexere bouwwerken ontstaan. Je ziet nu veel overleg, samenspel, rollenspel en verdieping.

Er wordt vaak aan een gezamenlijke doel gewerkt. Je ziet nu uitbreidingen en combinaties van meerdere bouwvormen.

Het kind combineert nu lineaire, tweedimensionale of oppervlakte bouwwerken en driedimensionale bouwsels.


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest of bij mijn andere blogs over bouwen en construeren (onder het tabblad spel op deze website).

Heb jij zelf ook nog leuke aanvullingen?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën en bevindingen als reactie op dit artikel te delen!


© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com