site-verification=8adc2fc3d443365f5c3bc1b5d2d80d29
top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

Thema Koningsdag: Opening/afsluiting

Bijgewerkt op: 3 mei

Het is belangrijk, om tijdens het plannen van een thema, als leerkracht goed na te denken over de startactiviteiten. Startactiviteiten moeten ervoor zorgen dat de kinderen enthousiast worden voor een thema. Het is dan ook belangrijk dat de activiteiten, die je kiest pakkend en betekenisvol zijn en nieuwsgierigheid opwekken.

Wanneer kinderen zelf enthousiast zijn voor een thema, zullen zij meer tot leren komen.

Ook zijn de startactiviteiten belangrijk om de voorkennis te activeren en leervragen voor het thema op te stellen. Door het opstellen van de leervragen en het maken van een plan kan vervolgens de rest van het thema worden vormgegeven.

Thema’s kunnen op veel verschillende manieren gestart en afgesloten worden. In deze blog geef ik je suggesties om het thema Koningsdag te openen en/of af te sluiten.



De belevingswereld van de kinderen


Vertrek vanuit de belevingswereld van de kinderen. Vraag de kinderen bijvoorbeeld:

  • Hoe vier jij Koningsdag?

  • Hoe vieren anderen Koningsdag?

  • Welke kinderen vieren geen Koningsdag?

  • Met wie heb je Koningsdag gevierd?

  • Hoe heb jij Koningsdag gevierd?

  • Waar heb je Koningsdag gevierd?

  • Wat heb je gedaan?

  • Wat vond je van Koningsdag?

  • Zou je zelf een Koning willen zijn?

 

Thematafel


Richt een thematafel in. Denk hierbij aan:

  • Knuffels van koning(-inn)en

  • Boeken over kastelen, koningen en Koningsdag.

  • De Nederlandse vlag

Maak tijdens je thema foto's van de activiteiten en hang deze op.

Creëer hiervoor een stukje projectmuur. Op die manier kun je met de kinderen terugkijken op een thema en kunnen ze elkaar vertellen over hun activiteiten en elkaar inspireren.

 

Aankleding van de klas


Breng je lokaal in de sfeer van het thema. Denk hierbij aan:

  • Een raamschildering: Beschilder de ramen of hang grote geplastificeerde A3 afbeeldingen op. Gebruik raamverf of krijtstiften. Krijtstift kan je gemakkelijk van de ramen afvegen met alleen een nat doekje. Voor het opzetten vergroot je een afbeelding onder het kopieerapparaat en plak deze aan de andere kant van het raam. Trek deze vervolgens over.

  • Een deurversiering: Versier de deur bijvoorbeeld met een "gordijn" van rood-wit-blauwe repen crêpepapier. Hang er eventueel kartonnen kroontjes aan.

  • Verander een stoel in een troon

  • Leg een rode loper vanaf de deur naar de troon.

  • Hang rood-witte-blauwe of oranje slingers en ballonnen op.

 

Voorwerpen


Haal allerlei voorwerpen de klas in, die met Koning(inn)en te maken hebben en waarmee je de nieuwsgierigheid van de kinderen kunt opwekken.

De kinderen komen de klas binnen en zien deze voorwerpen liggen.

Vervolgens zal een gesprek ontstaan over deze voorwerpen. Wat zijn dit voor voorwerpen? Wat kunnen we met deze voorwerpen doen?

  • De kinderen vinden bijvoorbeeld een kroon in de klas. Van wie zou dit kunnen zijn? Iedereen denkt mee en maakt er een tekening van. De volgende dag wordt er een tipje van de sluier opgelicht met behulp van een brief of filmpje of een andere hint. Langzamerhand wordt gedurende het project duidelijk van wie het voorwerp is.

  • De voorwerpen kunnen in een doos of koffer geplaatst worden. Deze geheimzinnige doos staat in de klas als de kinderen binnen komen. Iedere keer komt er wat uit de doos tevoorschijn. Wat is het? Wat kunnen we er mee doen? De kinderen zullen op ideeën komen en nieuwsgierig zijn naar de rest van de voorwerpen.

  • De kinderen nemen zelf spullen van thuis mee en vertellen erover.

 

Een verhalend ontwerp


Start het thema met een verhalend ontwerp. Dit betekent dat je een thema uitwerkt aan de hand van een verhaal of een verhaallijn, die de rode draad voor je lessen vormt en waarbij leerlingen actief meedoen en zelf ontdekkend leren, door op zoek te gaan naar oplossingen. Enkele variaties:

  • Er komt een Koning(-inne)-handpop op visite. Hij/zij heeft een vraag of probleem.

  • De kinderen ontvangen een brief van een Koning(-in), waarin hen om hulp wordt gevraagd bij een probleem. De kinderen bedenken zelf een oplossing voor het probleem en kiezen met welk materiaal ze dit gaan doen. Ze kunnen bijv. bouwen in de bouwhoek, iets maken van constructiematerialen, iets knutselen enz...

  • Er komt een pakketje binnen voor de klassenpop. Hoe komt dat pakketje hier? Wie zou de afzender zijn? Hoe kom je dat te weten? Maak het pakketje open. Er zit bijvoorbeeld een oranje shirt en een brief van oma in, waarin ze schrijft dat ze het shirt heeft opgestuurd, omdat het bijna Koningsdag is. Lees de brief voor en wijs de woorden aan als je ze voorleest. Vraag de kinderen daarna of ze zelf ook Koningsdag gaan vieren? Wat doen ze dan aan?

 

Drama


Drama kan op diverse manieren worden ingezet bij het openen/afsluiten van een thema. Enkele variaties:

  • De leerkracht komt als een Koning(-in) de klas binnen

  • De leerkracht(-en) beeldt (beelden) een boek over Koning(-inn)en uit.

  • Een poppenkastvoorstelling over Koning(-nn)en.

  • De kinderen kunnen zelf een voorstelling verzorgen.

 

Een boek


Start het thema met het voorlezen van een boek over Koning(-inn)en

 

Een speurtocht


Organiseer een speurtocht in of rondom de school.

Enkele variaties:

  • Een aantal leerkrachten/volwassenen verkleden zich als Koning en Koningin en lopen in en om de school heen. De kinderen zoeken ze op. De Koning(-in) geeft ze vervolgens een letter of een deel van een plaatje. Nadat alle personages gevonden zijn, wordt de naam of het plaatje in elkaar gepuzzeld.

  • In de klas, school of rondom de school hangen overal afbeeldingen van kronen. De kinderen zoeken deze. Bij iedere afbeelding vinden ze bijvoorbeeld een stukje van een puzzelplaatje.

  • De koning is verdrietig. Er is een dief in zijn kasteel geweest, die tien goudstukken heeft gestolen. Kunnen de kinderen deze in of rondom de klas terugvinden?

  • De kinderen volgen een spoor van een kroon. Onderweg moeten zij allerlei opdrachten uitvoeren. Aan het eind wacht een Koning(-in) (een volwassene die verkleed is en klaar zit) met een prentenboek over Koning(-inn)en om voor te lezen.

 

Een uitstapje


Maak eens een uitstapje. De kinderen kunnen het thema dan al direct van dichtbij beleven en ervaren en er later verder over praten.

Denk bij dit thema eens aan:

  • Een kasteel

 

Een gast


Op elke school zijn behoorlijk wat fanatieke jonge sporters te vinden die goed uitleg kunnen geven over hun sport. Laat de kinderen die dit willen, vertellen over hun sport en laat ze er, eventueel met hulp van een ouder of verzorger, een sportieve activiteit aan koppelen. Kinderen uit de bovenbouw kunnen ook ingezet worden in de onderbouw.

 

Een leergesprek


Bij het opstarten van een thema is het belangrijk dat de voorkennis wordt geactiveerd.

Deze kan bijvoorbeeld geactiveerd worden door een leergesprek.


Inventariseer wat de kinderen al weten en nog willen leren over Koningen en Koninginnen.

Daarna kan er een woordveld worden gemaakt of kunnen de weetjes op stroken worden genoteerd en opgehangen bij: wat weten we al?

Dit woordveld wordt gedurende het thema verder aangevuld .

Als dit met een andere kleur gebeurt kunnen de kinderen hun eigen proces ook zien.


Stel vervolgens samen met de kinderen leervragen op. Ga in op wat ze zich afvragen.

Noteer deze vragen op (stroken op) de vragenwand: Wat willen we nog leren?

Vertel dat jullie gedurende het thema zoveel mogelijk van die vragen gaan proberen te beantwoorden. Laat de vragen zoveel mogelijk uit de kinderen komen en stimuleer ze met startvragen zoals:

  • Waarom...?

  • Hoe...?

  • Welke...?

  • Wanneer....?

  • Wat als...?

  • Waar...?

  • Hoe kun je...?

  • Als....dan....?

Bespreek hoe we de antwoorden op deze vragen zouden kunnen vinden?

Deel ze eventueel daar op in:

  • Wat kun je opzoeken in een boek of op internet?

  • Wat kun je navragen bij een ouder of deskundige?

  • Wat kun je zelf gaan onderzoeken?

  • Waar kun je iets voor ontwerpen?

Maak ook een opzoekhoek bij de vragenmuur. Zet daar bijv. boeken over Koning(-inn)en en tablets, waarop de kinderen bijv. video's kunnen kijken.


Naarmate de kinderen meer over het onderwerp leren, kunnen ze deze vragen vervangen door de feiten. Verplaats deze stroken dan naar: "Dit zijn we te weten gekomen".

 

Wereldoriëntatie


Vertel de kinderen dat Koningsdag in andere landen op een andere manier wordt gevierd.

  • In Zweden worden alle inwoners om 12 uur bij het paleis verwacht. De koning krijgt bloemen en cadeautjes van kinderen en er is muziek. Ook heeft het publiek vaak blauw-gele vlaggetjes in hun handen. Ook worden er saluutschoten afgevuurd en mag iedereen wat in het felicitatieregister schrijven.

  • In Denemarken wordt er vooral veel gezwaaid. De balkondeuren van het paleis gaan om 12 uur open en de koninklijke familie zwaait dan naar het volk. Zodra de Koningin haar rechterhand omhoog doet, wordt er 9 keer “Hoera” geroepen door het volk.

  • In België is het koninklijk echtpaar niet zelf aanwezig. Het feest is vooral een groot feest voor de mensen van Defensie, want die krijgen een traditionele korpsmaaltijd op deze dag. Verder wordt er een lofzang in steden en gemeenten gezongen.

  • In Engeland is er een parade en een ceremonie. In deze ceremonie lopen duizenden mensen, militairen en paarden mee in een militaire optocht die wordt gestart bij Buckingham Palace. De koninklijke luchtmacht vliegt daarbij ook over.

Misschien heb je kinderen in je klas met een andere culturele achtergrond, die over de verschillen kunnen vertellen?

 

Een praatplaat


Je kunt ook een leergesprek voeren aan de hand van een praatplaat.

Laat de kinderen vertellen wat zij daarop zien. Stel ook vragen, zoals: waar zie je...?

Wat doet... ? Hoeveel... zijn er? enz.

Als afsluiting kun je een leuk spelletje doen, zoals "Ik zie, ik zie wat jij niet ziet" of raadsels bedenken over dingen op de praatplaat.

 

Quiz


Organiseer een quiz over Koning(-inn)en.

Wat weten ze al of nog van het onderwerp af?

 

Een feest


Sluit het thema eens feestelijk af.

  • Zorg voor rood-wit-blauwe en oranje versieringen.

  • Laat de kinderen verkleed als Koning(-in) of in oranje kleding naar school komen. Organiseer een modeshow. Laat de kinderen verkleed over een rij van tafels of een rode loper hun kleding showen. Speel zelf de omroeper of laat een kind vertellen over de outfits.

  • Organiseer koninklijke activiteiten, zoals een koninklijk bal, het bijwonen van de ‘troonrede’ (met alle plannetjes voor school erin natuurlijk)of een koninklijk diner.

  • Misschien zijn er binnen het leerkrachtenteam of onder de ouders wel een Willem-Alexander en Máxima-lookalike te vinden.

  • Organiseer een Koninklijke photoshoot. Op de website van juf Anja vind je een leuke photoboot om jezelf in een Koning(-in) te veranderen.

  • Speel oudhollandse spelletjes, zoals zaklopen, kloslopen, hoepels rollen, blikgooien, kegelen en tollen. Organiseer dit bijvoorbeeld samen met bewoners van een nabijgelegen verzorgingstehuis.

  • Ga sjoelen. Je kunt het gewone sjoelen omtoveren in koninklijk sjoelen door iedere sjoelsteen te versieren met een koninklijk plaatje of door deze op de puntentelling te plakken.

  • Speel spelletjes met oranje ballonnen: De kinderen staan in een cirkel en er is een ballon opgeblazen. Het kind met de ballon in zijn of haar handen gooit de ballon omhoog en roept dan de naam van het kindje die de ballon moet vangen. Als hij hem gevangen heeft, mag hij de ballon weer omhoog gooien en iemand roepen. Niet gevangen? Dan mag het kindje gaan zitten. Diegene die als laatste over blijft, heeft gewonnen. In tweetallen overspelen, een ballon hoog houden, lummelen of een opgeblazen ballon laten leeglopen, wegvliegen en opvangen, is ook leuk. De kinderen kunnen met een ballon tussen hun knieën een parcours afleggen. Een andere variant daarop is om de ballon tussen de buiken van twee kinderen te laten klemmen.

  • Speel bingo, maar in plaats van getallen staan er koninklijke plaatjes op de bingokaart. Je kunt deze heel simpel zelf maken. Zoek naar 30 leuke plaatjes en verwerk 15 plaatjes in meerdere bingokaarten. Zet alle plaatjes op een andere plek en op de ene kaart staan weer een paar andere plaatjes dan op de andere. Zo voorkom je dat je hele klas tegelijk bingo heeft. Doe de 30 bijbehorende plaatjes in een zakje en trek steeds een plaatje.

  • Doop het plein om tot een grote vrijmarkt. De kinderen mogen een kleedje meenemen en spulletjes ruilen. Wie muziek wil maken, mag dit doen. Andere opties zijn spelletjes bedenken voor elkaar, een grabbelton maken, waarzeggen, het regelen van hapjes of schminken.

  • Organiseer een Koningsdagconcert waarbij alle groepen op school voor elkaar optreden. Het podium van het concert kan ook een plek krijgen op de vrijmarkt.

  • Sportdag, juffen- en meesterdag, schoolreisje en Koningsdag: allemaal activiteiten die vaak in het voorjaar zijn gepland. Wordt het allemaal een beetje veel? Maak van de Koningsspelen de sportdag of vier een koninklijke juffen- en meesterdag.

  • Slecht weer? En staan er allemaal buitenactiviteiten gepland? Zet de tafels in alle lokalen aan de kant en kijk op praxisbulletin.nl voor een sportief digiborden-circuit. Elke leerkracht zet een link op het digibord klaar en de groepen bezoeken alle lokalen. In ieder lokaal ontdekken ze een nieuwe sportieve activiteit waarbij de kinderen in beweging zijn.

  • Trakteer de kinderen op oudhollandse hapjes, zoals oliebollen, poffertjes of zoethout.

  • Geef de kinderen na afloop een diploma.

 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën als reactie op deze blog te delen!


.

.

557 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page