Zoeken

Kippen en eieren: Gymzaal

Bijgewerkt: 5 dagen geleden

In deze blog geef ik je lessuggesties voor in de gymzaal bij het thema kippen en eieren.



Warming up


Kippengymnastiek:

De kinderen zijn allemaal kippen en mogen een plekje in de zaal uitzoeken.

De kippen zitten op hun stok te slapen. Ze schrikken opeens van de haan die roept

(KUKELEKUU!!!), en vallen van hun stok af!

Kippen zijn altijd vroeg uit de veren.

Ze rekken zich eerst goed uit en starten de dag met kippengymnastiek.

  • Ze klappen hun vleugels achter hun rug en voor hun buik tegen elkaar aan. Doe maar mee. Achter, voor, achter, voor …

  • Breng nu één vleugel in de lucht, de andere naar beneden en wissel af.

  • Soms gaan ze ook even op één poot staan met opgetrokken knie. Ze slaan dan beide vleugels onder hun poot tegen elkaar aan. Daarna wisselen ze. Ze brengen hun andere poot de lucht in en slaan opnieuw hun vleugels onder hun poot tegen elkaar aan. Links, rechts, links, rechts …

  • De kippen moeten aan het werk. Ze lopen hun hok uit. Loop maar als een kip!

  • Ze zoeken eten. Hoe eet een kip? Laat maar zien!

  • De buikjes zijn weer vol en de kippen wandelen hun hok weer in. Ze zijn klaar om eitjes te leggen. Voorzichtig lopen ze over hun stok (op de tenen lopen).

  • En dan gaat het echte werk gebeuren: eitjes leggen! De kippen zorgen er eerst voor dat ze goed zitten, en dan gaan ze beginnen. Als een eitje klaar is, schudden de kippen goed met hun veren en ze maken zich klaar voor het volgende ei.

  • Nu zijn de kippen moe en gaan weer slapen.


Standbeeldenspel:

Zet een muziekje op en laat de kinderen als een kip lopen. Steeds als de muziek stopt, moeten de kippen gaan slapen op stok en stilstaan.

Degene die nog beweegt als de muziek al gestopt is, is af.

Net zolang totdat er een winnaar over blijft.

Tikspelen


Eitje leggen:

Verander 'Zakdoekje leggen' in: 'Eitje leggen, niemand zeggen' enz...


Estafette


Eierloop:

De kinderen lopen in tweetallen met een lepel met daarop een plastic ei een route.

Wie kan dit zonder het ei te laten vallen?

Balvaardigheid



Mikken:

Verander een doos in een nest of gebruik een korf/mand.

De kinderen proberen hier de kleine bal, plastic eieren of een pittenzak in te mikken.


Gooien en vangen:

Geef de kinderen een bal (het kippenei)of een stuiter-ei.

Stuiter de ei naar een ander kind

Pittenzakken


Kippen voeren:

De kinderen zijn boeren, die de kippen gaan voeren. Ze leggen een pittenzakje op hun hoofd en lopen door de gymzaal. Lukt dit zonder het zakje te laten vallen? Als het pittenzakje valt bevriezen ze. Een ander kind kan het kind ontdooien door het pittenzakje op te rapen en terug te geven. De kinderen laten het pittenzakje tenslotte op een lichaamsdeel (voet, knie, bovenbeen, hoofd, hand, schouder) balanceren. Wie houdt dit het langst vol?

Grote materialen


Bank:

Loop in een rij over de bank: mama Kip doet de beweging voor.

De kuikens achter haar doen haar na.


Het klimrek:

Zet een ladder tegen het klimrek. Loop als een kip het kippenhok in over een kippenladder.

Bewegend leren


Mikken:

Je hebt nodig:

- Woord-, getal-, letter-, vormen of kleurenkaarten met kippen of eieren

- Hoepels of het klimrek

- Pittenzakken of een bal

Leg hoepels neer en leg de kaarten erin.

Of hang de hoepels met een draad aan het plafond en een afbeelding eraan op.

Of span een lijn en hang daar kranten overheen, waarop je de kaarten hangt.

Een andere mogelijkheid: Hang de kaarten aan de treden van een klimrek.

De kinderen krijgen vervolgens een pittenzakje.

Noem nu een letter, woord, kleur, vorm of getal.

De kinderen proberen hun pittenzak in de juiste hoepel of het juiste vak te mikken.

Raak? Dan heb je een punt!

* Variatie: Gebruik je getalkaarten? Laat de kinderen dan eerst met twee dobbelstenen gooien, de stippen optellen en naar het goede cijfer gooien. Gebruik je cijferkaarten en een bal? Laat de kinderen dan vervolgens even vaak stuiteren met hun bal.

* Variatie: Gebruik je letterkaarten? Noem een woord. Met welke letter begint deze?

* Variatie: Gebruik je woordkaarten? Roep dan een woord dat rijmt op een van de kaarten. Maak het eventueel moeilijker door het rijmwoord te verstoppen in een zin, zoals: 'Op de boerderij is een pauw'...de kinderen moeten dan naar blauw gooien.


Estafette:

Je hebt nodig:

- Zet tien emmers of bakken in een rij, met steeds twee- drie meter ruimte ertussen. Op elke emmer of bak staat een letter, woord, getal, vorm of kleur.

- Woord-, getal-, letter-, vormen of kleurenkaarten (de opdrachtenkaartjes) met kippen of eieren.

De kinderen beginnen ongeveer vijf meter voor de emmer/bak, achter een streep.

Elk team krijgt 25 opdrachtenkaartjes, die ze zo snel mogelijk naar de juiste emmer/bak moeten brengen. Het eerste kind pakt één kaartje, roept de bijbehorende letter, woord, kleur, vorm of getal, rent naar de juiste emmer/bak en gooit het kaartje daarin.

Als het eerste kind terug is, mag het tweede kind beginnen.

Het team wat als eerste klaar is heeft gewonnen.

* Variatie: Gebruik je getalkaarten? Geef de kinderen dan eens eens optelsommen (getallen, stippen of afbeeldingen)

* Variatie: Gebruik je letterkaarten? Geef dan woorden. Met welke letter begint deze?

* Variatie: Gebruik je woordkaarten? Geef de kinderen dan opdrachtkaarten met rijmwoorden.


Hoepel springen:

Je hebt nodig:

- Leg voor elk team tien hoepels op een rij

- Woord-, getal-, letter-, vormen of kleurenkaarten rondom kippen of eieren.

Leg in elke hoepel een letter, woord, kleur, vorm of getal.

Het eerste kind begint en springt met twee voeten tegelijk van hoepel naar hoepel.

Hij/zij zegt de bijbehorende letter, woord, kleur, vorm of getal dat in de hoepel staat.

Na de laatste hoepel mag hij/zij zo hard als hij kan terugrennen en als hij/zij terug is mag de volgende vertrekken. Het team dat als eerste klaar is heeft gewonnen.


Pittenzak gooien:

Je hebt nodig:

- Knip of snijd gaten in een flink stuk karton.

- Pittenzakken

De gaten zijn hoofden van kuikens.Teken er een lijf aan. Zet er ook cijfers bij. De kinderen gaan nu een stukje bij het karton vandaan staan en mikken pittenzakken door de gaten.

Ze tellen de gescoorde punten bij elkaar op.


Ren je rot:

Je hebt nodig:

- Woord-, getal-, letter-, vormen of kleurenkaarten van kippen of eieren.

- Wasknijpers of ander materiaal om de bladen te bevestigen.

Hang kaarten verspreid door de gymzaal op.

Noem een woord, getal, letter, vorm of kleur.

De kinderen rennen er zo snel als ze kunnen naar toe.

* Woordkaarten: Bespreek eerst welke woordkaarten er hangen. Roep nu een woord dat rijmt op een van de kaarten. De kinderen rennen nu zo snel mogelijk naar de bijbehorende kaart. Maak het eventueel moeilijker door het rijmwoord te verstoppen in een zin, zoals: 'Op de boerderij is een pauw'...de kinderen moeten dan naar blauw rennen.

* Letterkaarten: Noem een woord. Met welke letter begint deze? De kinderen rennen zo snel mogelijk naar de bijbehorende letter.

* Getalkaarten: Gooi met twee dobbelstenen. Hoeveel ogen is dat bij elkaar? De kinderen rennen zo snel mogelijk naar het bijbehorende getal.

Herhaal dit spel een aantal keer. Is de ruimte te klein? Verdeel de groep dan in kleinere groepjes. De rest blijft dan even staan.


Stuiteren:

Je hebt nodig:

- Woord-, getal-, letter-, vormen of kleurenkaarten van kippen of eieren

- Pylonen

- Een bal

Zet de pylonen steeds drie meter uit elkaar en leg er een kaart naast.

Laat de kinderen in slalom stuiterend langs de pylonen lopen. Als ze langs een kaart lopen dan roepen ze wat erop staat hardop.


Rollen:

Je hebt nodig:

- Een bal (het ei)

Dit spel speel je in tweetallen. Geef ieder duo een bal (het ei) en laat ze met hun benen wijd tegenover elkaar zitten. Laat de kinderen beginnen bij 1. Steeds wanneer ze naar de overkant rollen tellen ze verder. Hoe ver kunnen ze komen? Variatie: Terugtellen of bij een letter steeds een woord bedenken.


Kegelen:

Je hebt nodig:

- Woord-, getal-, letter-, vormen of kleurenkaarten van kippen of eieren

- Omgekeerde pylonen of kegels

- Een bal

- Een omgekeerde bank

Plak de kaarten op de pylonen of kegels en zet ze aan de ene kant van de gymzaal.

De kinderen gaan hier tegenover staan.

Laat de kinderen met de bal de pylonen of kegels omrollen of gooien.

Gebruik bij het rollen een omgekeerde bank als kegelbaan. Op deze manier rolt de bal de juiste kant op.

Welke hebben ze omgegooid?

Nu geef je opdrachten. Deel bijvoorbeeld opdrachtkaarten uit of roep welke pylon of kegel de kinderen moeten proberen te raken. Lukt het? Dan mag de pylon of kegel blijven liggen.

* Variatie: Gebruik je getalkaarten? Geef de kinderen dan eens eens optelsommen (Geef ze opdrachtkaarten met getallen, stippen of afbeeldingen. Gebruik hiervoor eventueel kaartjes van rekenmaterialen uit je kast) of laat ze de punten bij elkaar optellen.

* Variatie: Gebruik je letterkaarten? Geef dan woorden. Met welke letter begint deze?

* Variatie: Gebruik je woordkaarten? Geef de kinderen dan opdrachtkaarten met rijmwoorden.


Onder het tabblad "Motoriek/Grote motoriek" op deze website vind je meer achtergrondinformatie over de motorische ontwikkeling en bewegingsonderwijs bij kleuters.

Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!







2 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven