top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

Hoeken inrichten

Bijgewerkt op: 11 feb.

Een goed ingerichte hoek, die is afgestemd op de belevingswereld en ontwikkeling van de kinderen in je groep, kan in combinatie met de juiste begeleiding, een rijke leeromgeving vormen, die kinderen tot betrokken activiteit kan brengen en hen kan ondersteunen in hun brede ontwikkeling. Maar hoe creëer je nu een krachtige rijke speelleeromgeving die voorziet in de speelleerbehoeften van de kinderen, bijdraagt aan hun ontwikkelingen het spelen, leren en werken rond de thema’s die je aanreikt mogelijk maakt?

In deze blog geef ik je tips.



Laat het perfecte plaatje los!


De gedrevenheid van kinderen om grip te krijgen op de werkelijkheid, vraagt om een gevarieerd aanbod van materialen en activiteiten die kinderen écht aanspreken.

Een rijke speel-/leeromgeving is een absolute voorwaarde om kinderen betrokken te maken.


In dit Internet-tijdperk is het natuurlijk vrij eenvoudig om aan ideeën voor de inrichting van je hoeken te komen. Op Pinterest zie je bijvoorbeeld vaak fantastische hoeken staan.

Bij het inrichten van je hoeken zou je jezelf echter niet aan deze perfecte plaatjes moeten willen meten en wel om deze redenen:

  • Deze hoeken zijn vaak erg leerkracht gestuurd en er is weinig inbreng van de kinderen

  • De hoeken zijn vaak ingericht met dure prachtige materialen.

Wanneer je dit in de klas zou willen, zou je veel eigen budget moeten gebruiken.

Is dit alles waard voor het perfecte plaatje?


Het klaslokaal is geen etalage. De ruimte waarin kleuters zich begeven moet ontwikkeling bevorderend zijn. Wanneer een ruimte bijdraagt aan het stimuleren en bevorderen van ontwikkeling noemen we dat een verrijkte omgeving. Een mooie perfecte hoek betekent niet dat kinderen meer leren, ervaren en ontdekken. Een verrijkte omgeving inrichten gaat over veel meer dan een gezellige inrichting. Het gaat over het inrichten van een omgeving die ten dienste staat van de door jou uitgestippelde educatieve route. Het moet dienen als didactisch en pedagogisch verlengstuk. Om dat te realiseren moet er dus een wisselwerking zijn tussen de ontwikkelingsvragen van de groep en het complete aanbod. Blijf dus liever de kinderen uit jouw klas voor ogen houden. Wat is de belevingswereld van deze kinderen en welk materiaal is populair. Vraag jezelf ook af wat je met de hoek wilt bereiken.


Om hoeken zo in te richten dat alle kinderen er graag in willen spelen en veel van leren houdt je bij het inrichten ervan rekening met de volgende voorwaarden:

  • De hoek moet de nieuwsgierigheid prikkelen. De kinderen moeten zich afvragen wat er allemaal te vinden en te doen is. Ze moeten zin hebben om aan de slag te gaan, te ontdekken en te spelen. Echter moeten we niet vergeten dat kleuters ook leren door herhalen en oefenen. Er moet dus een mooie wisselwerking zijn tussen vaste fundamenten in de groep en wisselende uitdagende variabelen. Daarbij zijn de fundamenten vaste speelplekken die aan minimale veranderingen onderhevig zijn en de variabelen alle materialen die je afwisselend aanbiedt.

  • De hoek moet gevuld zijn met krachtige materialen, die tot de verbeelding spreken en de fantasie prikkelen.

  • De grenzen en regels van de hoek moeten duidelijk zijn. De kinderen moeten precies weten wat ze er kunnen doen.

  • Een goed hoek is afgestemd op het ontwikkelingsniveau van de kinderen.

  • Veel bewegen is ook een belangrijk onderdeel van een verrijkte omgeving. Dit zorgt ervoor dat de hersenen verbindingen kunnen leggen en dat de motorische vaardigheden (verder) ontwikkeld worden. Door de lichamelijke en motorische ontwikkeling wordt de bewegingsvrijheid van een kind groter. Zo kan het kind steeds meer van de wereld om zich heen te verkennen. En hierdoor doet het weer nieuwe ervaringen op; door te horen, zien, proeven, ruiken en voelen. Dat stimuleert ook de cognitieve ontwikkeling van het kind.


Of een ruimte de ontwikkeling van een kleuter stimuleert zie je vrijwel meteen terug in het spelgedrag van kleuters en hun betrokkenheid. Haal de feedback dus vooral uit hun spelgedrag. Wanneer zij speelplekken vermijden of materialen onberoerd in de kasten laten staan, weet je vaak al meer dan genoeg.


In veel kleutergroepen is de omgeving in de loop der jaren echter verarmt en mist de inrichting visie en afstemming. Hierdoor kan het zomaar zijn dat kinderen in de ene groep grotere ontwikkelingskansen hebben dan in een andere groep, puur en alleen door de verschillen in aandacht en zorg voor de materialen. Investeer dus in het verrijken van de inrichting binnen én buiten.


Wil je voorkomen dat er grote verschillen zijn in de ontwikkelkansen tussen de kleutergroepen? Werk dan met kwaliteitskaarten, waarmee je gezamenlijke afspraken maakt over de inrichting en het aanbieden van materialen.

 

Maak priori-tijd!


Heb je geen tijd voor het inrichten van de hoeken? Maak dan priori-tijd!

Vraag jezelf af waarvoor je je tijd gebruikt, of die dingen echt belangrijk zijn en wat het voor resultaat oplevert. Vraag jezelf ook af of tijd het enige is wat je tegenhoudt bij het inrichten van je hoeken. Misschien zit er wel iets achter die "tijd".

Focus je vervolgens op datgene wat het meest belangrijk is. Bedenk wat je het belangrijkste vindt en durf dit bovenaan je lijstje te zetten. Je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk.

Maak bij je schoolleiding kenbaar dat je meer tijd wilt voor het inrichten en uitdagend maken van je hoeken, omdat het belangrijk is voor de ontwikkeling van de kinderen.


Keuzestress tussen een teveel aan ideeën kan ook een tijdobstakel zijn, doordat je te lang blijft hangen in het verzamelen voordat je tot actie overgaat, omdat je niet weet waar te beginnen. Uiteindelijk doe je misschien zelfs helemaal niets en voel je je er misschien nog slecht over ook. Bedenk je steeds dat doen beter is dan perfectie. Iedere hoek is beter dan een hoek die alleen maar in je hoofd zit. Een hoek moet juist ook niet perfect zijn, maar groeien en steeds beter worden, in samenwerking met de kinderen.

Begin gewoon eens met één hoek tegelijk!


Wanneer de priori-tijd er is, is het overigens nog steeds niet de bedoeling dat je alle hoeken na schooltijd inricht.



 

Betrek de kinderen (en ouders) erbij!

Het inrichten van hoeken hoeft ook helemaal niet zoveel tijd te kosten, wanneer je de kinderen meer eigenaarschap bij het inrichten van de hoeken geeft en samen de hoeken onder schooltijd inricht.

Wanneer je de touwtjes uit handen durft te geven en de kinderen bij het inrichten van de hoeken betrekt, scheelt dat je niet alleen heel veel tijd , maar zorgt dat ook voor: een hoge betrokkenheid bij de leerlingen, nieuwe ideeën van leerlingen wat betreft het spelverhaal en de materialen, extra materialen (die de leerlingen van thuis meenemen) en een hogere ouderbetrokkenheid. Bovendien voelt het voor de kinderen als een eigen succes.

Wanneer je de spelhoek samen met je leerlingen opbouwt, dan


Kinderen leren bovendien veel van het maken en bedenken van hoeken: hoe groot moet de hoek zijn, past deze kast ook aan de andere kant van de klas (meten), hoeveel tafels kunnen we in deze hoek kwijt, welke spullen hebben we nodig, wat hoort allemaal bij dit thema, hoe speel je in deze hoek, welke rollen kan je hier spelen? Het proces van samen bedenken, plannen en creëren van spelsituaties en het zelf maken van voorwerpen biedt veel kansen om kinderen ervaring op te laten doen met samenspel, mondelinge taal, beeldende activiteiten, geletterdheid en gecijferdheid. Kortom: Je tijd gebruiken om samen met de kinderen hoeken in te richten levert veel meer op.

Bovendien kan een opeens compleet veranderde klas als ze op school komen voor sommige kinderen heel verwarrend zijn en veel prikkels geven.


Hoe pak je dat aan?

Zorg allereerst aan het begin van een thema altijd voor een prikkelende startactiviteit, waardoor er meteen betrokkenheid is. Dit kan bijvoorbeeld een voorwerp zijn.

Vervolgens bedenk je samen met de kinderen welke hoek ze in de klas willen en welke spullen ze daarvoor nodig hadden. Wanneer je dit voor het eerst gaat doen, is het belangrijk om bijvoorbeeld een woordveld te maken of alles op een groot papier te tekenen.

Ga vervolgens samen op zoek. Laat kinderen ook materialen van thuis meenemen om nog meer betrokkenheid te creëren. Kinderen zijn creatief en komen vaak op hele leuke dingen. Mocht er te weinig komen dan kun je ook een oproepje doen in het schoolnieuws of op zoek gaan naar koopjes in de kringloopwinkel of op Marktplaats.


Vind je het lastig kinderen meer eigenaarschap te geven?

Binnen dit eigenaarschap kun je natuurlijk op verschillende manieren differentiëren.

Bekijk welke aanpak het beste bij jou, je school en de kinderen past:

  • De leerkracht bedenkt een hoek vanuit de doelen en richt de hoek in na schooltijd.

  • De leerkracht bedenkt een hoek vanuit de doelen en richt de hoek in samen met de kinderen. De leerkracht geeft aanwijzingen welke materialen er gemaakt of geplaatst moeten worden en de kinderen voeren dit uit.

  • De leerkracht geeft aan bij de kinderen welke hoek er in de klas komt en de kinderen mogen bedenken welke materialen er nodig zijn. De leerkracht noteert deze op een lijst en verzamelt deze materialen samen met de kinderen..

  • De leerkracht bespreekt met de kinderen dat er binnen het op dat moment spelende thema een hoek ingericht gaat worden. Samen met de kinderen bedenkt hij/zij een hoek en laat hij/zij de kinderen bedenken welk spel hierin gespeeld gaat worden en laat hij/zij de kinderen de materialen verzamelen of maken en zelf de hoek inrichten. De leerkracht voegt iets toe wanneer dit nodig is om het spel te structureren of om een doel centraler naar voren te brengen. De leerkracht geeft de kinderen ruimte ideeën te ontplooien en uit te voeren.

Tip: Laat een plekje op je planbord vrij en stimuleer kinderen om daarvoor zelf een activiteit te bedenken (en te organiseren)

 

Ruim op!


Om een leerrijke hoek te creëren begin je met het opruimen van de oude hoek.

Veel kleuterleerkrachten zijn verzamelaars en zien overal kansen liggen voor spel.

De hoeken liggen daardoor vaak vol met materialen. De kinderen gaan echter niet meer spelen met meer spullen. Het is juist omgekeerd! Less is more!

Jonge kinderen hebben namelijk vaak nog moeite met focus houden.

Een overaanbod zorgt niet voor beter spel. Door een teveel aan materialen verliest het aanbod vaak zijn functionaliteit of doelgerichtheid en dit kan juist afleiden en een terugval naar het manipulerende rommelende spel veroorzaken. Wanneer er veel rommel in je hoeken wordt gemaakt komt dat vaak doordat er te veel spullen liggen.

Kinderen kunnen heel goed spelen met weinig materialen, zeker als het materialen met een open eind zijn en dus niet van tevoren al vaststaat wat je ermee kan doen.

Vergeet ook niet dat de kinderen eerst ervaringen met de materialen moeten opdoen en vaardig moeten worden in het gebruik hiervan. Breng voor optimale spelkansen dus orde en structuur aan, doseer en wissel liever af met de spullen.


De eerste stap bij het inrichten van je hoeken is dan ook om eens kritisch na te gaan of alle materialen die er al liggen moeten blijven liggen.

Zeker wanneer je je hoeken elk jaar weer op dezelfde manier inricht en er alleen nieuwe materialen bij legt, zonder iets weg te doen. Dit kan overigens ook heel goed onder schooltijd samen met de kinderen. Op die manier wordt het geen extra taak en verhoog je zelfs de betrokkenheid. Vraag je bij het opruimen steeds af of het nog bruikbaar is, of de kinderen er vaak mee spelen, of het NU in de hoek moet liggen of bewaard kan worden tot een ander thema, of je er niet teveel van hebt (denk aan de serviesjes etc.)?

Gooi kapotte materialen weg! Vul de hoek daarna ook niet meteen met allerlei nieuw materiaal. Kijk eerst eens wat er gebeurt nu er weinig ligt. Heb je echt niets om weg te gooien, maar is je hoek wel erg vol? Doe dan toch een gedeelte weg.

Je kunt deze spullen uiteraard gewoon bewaren, maar niet in je lokaal. Wanneer je er geen geld aan hebt uitgegeven (dit geldt bijv. vaak voor de loose parts) en het zo weer met een oproepje aan ouders in je klas zou kunnen krijgen zou ik de spullen zeker weg doen.

Het opslaan van alle spullen neemt anders echt teveel plek in beslag.

Je zou ook kunnen rouleren met andere groepen binnen je school.


Tip: Plaats de spullen die je weg wilt doen en waar een ander mogelijk nog iets aan zou kunnen hebben eens op (Onderwijs)marktplaats. Van de opbrengst kun je weer investeren in andere materialen.


Tip: Heb je geen ruimte om de materialen buiten de klas te bewaren?

Bewaar ze dan in opbergboxen met een pictogram van een slot, een kruis of een stopteken erop en leg de kinderen uit, dat ze deze materialen niet mogen gebruiken. Zorg er wel voor dat de speelomgeving rustig blijft en beperk een overaanbod aan opgeslagen materialen, die in het zicht staan.




 

Vertrek vanuit de belevingswereld!


Bedenk hoe je de hoek eventueel bij het thema van de klas kunt laten passen.

Probeer via gesprekjes te ontdekken wat er op dit moment bij kinderen leeft.

Welke vragen stellen ze zichzelf of aan jou? Probeer los te komen van je eigen aanbod en vertrek vanuit de interesses van de kleuters. Bij een goed gekozen thema valt heel veel te spelen. Als je niets kunt bedenken voor je hoeken kun je jezelf dus afvragen of je het thema wel goed gekozen hebt.


Las daarnaast ook eens een periode in waarbij er geen thema is, zodat je kunt observeren wat kinderen dan zelf kiezen om te spelen. Kinderen zijn namelijk heel goed in staat om zelf te bepalen wat ze gaan spelen, ook zonder kapstokjes zoals een thema of opdracht.

Observeer dingen zoals: Wat spreekt hen aan? Waar grijpen ze steeds weer naar terug?

Het is overigens ook niet nodig om iedere hoek bij je thema te betrekken en aan te passen en de hoeken hoeven ook niet steeds helemaal op hun kop; een kleine aanpassing kan ook al voldoende. Een ander uiterste en een gemiste kans is dan weer dat je bij ieder thema alleen de themahoek verandert en de rest onveranderd laat.

 

Bedenk welke doelen je wilt verwerken!


Bedenk welke doelen je met het spel in de hoeken wil bereiken.

Stel jezelf daarbij vragen zoals:

  • Wat is mijn bedoeling met dit aanbod?

  • Waarom breng ik dit in?

  • Wat vind ik belangrijk in deze hoek?

  • Welk spel wil ik uitlokken?

  • Heeft mijn hoek ruimte voor gericht en vrij spel?

  • Heeft mijn hoek een duidelijke leerfunctie?

  • Waaruit bestaat mijn begeleiding dan precies?

  • Voor welke kleuters is begeleiding echt nodig?

  • Sluit mijn hoek aan bij het thema?

  • Heeft mij hoek voldoende afwisseling?

  • Of kan het ook op een andere manier, met een kleinere groep of met een andere werkvorm?


Besef je wel dat doelen vooral in jouw hoofd zitten en niet in het hoofd van de kinderen.

Het is een verwachting van jezelf. Verwachtingen hebben is goed.

Het betekent dat je oefent in het herkennen van interesses, behoeften en het niveau van kinderen. Verwachtingen mogen alleen geen opdrachten worden, want dan heb je geen spel meer. Als kinderen spelen zijn ze eigenlijk doelloos bezig, dan gaat het meer om het proces, niet om het eindproduct. Spel is vrij van opdrachten en je verwachtingen opleggen is vergelijkbaar met een opdracht. Je moet verwachtingen dus ook weer durven loslaten en er niet van uitgaan dat de kinderen met jouw doel voor ogen spelen. Focus je dus niet op resultaten. Het spelen in hoeken is niet hetzelfde als ‘oefenen voor een toets’.

Je kunt doelen hooguit uitlokken door voorwaarden aan te reiken. Als kinderen niet spelen wat jij had verwacht dan is dat ook helemaal niet erg. Spel is namelijk altijd goed als het aan twee voorwaarden voldoet. Ten eerste moet je respectvol met elkaar omgaan.

Ten tweede moet je materialen die heel moeten blijven ook heel laten.

Dus stenen in de zandbak gooien is prima, stenen tegen iemands hoofd gooien niet.

 

Zoek een geschikte ruimte!


Spelen neemt letterlijk ruimte in beslag. Zorg daarom voor voldoende ruimte.

Kinderen ervaren een activiteit als spel, wanneer zij zich vrij door de ruimte kunnen bewegen. Op een stoel aan een tafel wordt er minder makkelijk gespeeld.

Vaak zijn hoeken veel te klein.

Maak de hoek zo groot mogelijk en laat er zeker 3-4 kinderen in spelen.


Zorg ervoor dat de hoek goed en veilig afgebakend is (bijvoorbeeld met kasten, een klamboe, panelen, een vloerkleed en/of lappen). Deze grenzen duiden de eigenheid van een hoek aan en maken de kinderen los van het "klasgevoel". Daarnaast creëren ze een speelplek waar kinderen zich veilig kunnen voelen en diep betrokken kunnen raken, omdat er dan niets is dat de aandacht afleidt. Maak de afscheidingen bij voorkeur laag of doorschijnend, zodat je zicht hebt op het spel in een hoek.

Met verplaatsbare afscheidingen kun je de hoek eventueel vergroten of verkleinen.


Kleuters spelen ook graag op de grond. Dit komt voort uit hun natuurlijke beweegdrang. Maak dus ook voldoende speelplekken op de vloer.


Gebruik eventueel een pictogram om de functie van de hoek visueel te maken, eventueel aangevuld met een pictogram hoeveel kinderen er mogen spelen.

 

Zorg voor een goede basis!


Bij het inrichten van een hoek heb je allereerst een goede, vaste (veilige) basis nodig.

De basisinrichting moet kinderen minimaal 20 minuten actief aan het werk kunnen houden.

Zorg daarbij voor stevig materiaal. Kapotte materialen lokken geen goed spel uit en kun je dus het beste eruit halen. Zorg voor zachte speeloppervlakken door tapijt of vloerkleed neer te leggen. Dit is warm, uitnodigend en werkt ook geluiddempend.

Zorg ook voor rustgevende stoffen en kleuren. Maak waar mogelijk gebruik van natuurlijke materialen; daarmee maak je de ruimte aangenamer. Denk ook aan het oproepen van sferen, door middel van kleuren, beelden, mooie materialen en bijzondere voorwerpen.


Zet de materialen zoveel mogelijk in of bij de hoeken waar ze gebruikt worden.

Gebruik ook verrijdbare kastjes voor de materialen die bij verschillende speelplekken gebruikt kunnen worden


Bij het inrichten van je hoek is het belangrijk om in de gaten te houden of er spelmogelijkheden zijn voor alle spelniveaus. Zorg ervoor, dat er in iedere hoek altijd voldoende materialen aanwezig zijn om sensopathisch spel en hanterend spel mee te spelen. Jonge kinderen, die nog veel hanterend spel spelen, spelen bovendien graag naast elkaar. Ze doen graag hetzelfde. Zorg daarom voor meerdere exemplaren van dezelfde spullen, zodat de kinderen elkaar kunnen imiteren. Zo kun je bij manipulerend spel denken aan een pan met bijvoorbeeld pasta. Een manipulerende handeling is roeren in de pan of de pasta uit de pan scheppen. Manipuleren draait vooral om handelend bezig zijn en om herhaling. Ook voor de al wat meer rol gebonden handelingen kun je hulpmiddelen om een rol mee te typeren toevoegen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een pet voor de conducteur of een stethoscoop voor een dokter. Zorg daarnaast ook voor voldoende materialen, waarmee kinderen hun eigen, illusieve wereld kunnen creëren. Kinderen, die samen rollenspel spelen (of samen iets bouwen of construeren), spelen meer in overleg. Ze kunnen spullen delen.


De hoeken moeten spel uitlokken door gebruik van herkenbaar materiaal.

Wanneer kinderen iets niet herkennen zullen ze ook niet weten wat ze ermee kunnen spelen.

Daarnaast moeten er ook multifunctionele spullen in staan, die tot de verbeelding spreken en de kinderen uitdagen om hun fantasie de vrije loop te laten, zodat de kinderen er zelf een betekenis aan kunnen geven. Bij kant-en-klaar speelgoed hoeven kinderen zelf niet meer te bedenken wat ze kunnen gebruiken. Dat is jammer, want daarmee ontnemen we kinderen de kans om creatief te zijn, om zelf te fantaseren. Originaliteit en variatie zijn nu net belangrijke kenmerken van goed spel.


Onder open spelmaterialen verstaan we: materialen, die op diverse manieren gebruikt kunnen worden. Ze kunnen steeds weer voor iets anders worden ingezet.

Onder open spelmaterialen verstaan we zowel ongevormde materialen (zoals zand en klei) als gevormde materialen (zoals lappen, dozen, eikels, wasknijpers en doppen).

Met open spelmaterialen kunnen kinderen doen wat ze willen. Ze kunnen eraan voelen, ze kunnen er steeds een andere betekenis aan geven, ze kunnen het materiaal gebruiken als substituut binnen hun spel en… ze kunnen er ook iets van maken!


Zorg er ook voor dat dat de materialen overzichtelijk opgeborgen kunnen worden, zodat de kinderen weten waar ze iets kunnen vinden en het ook weer netjes kunnen opruimen. Investeer in goede stevige opbergbakken, het liefst in dezelfde maat, zodat je ze makkelijk kunt stapelen. Bewaar de materialen liever niet in een gesloten kast of bak.

Kinderen onthouden nog niet goed welk materiaal er is, wanneer ze het niet kunnen zien.

De kans is ook klein dat de kinderen gesloten bakken vanzelf zullen openen.

Plaats de materialen daarom liever in open kasten, halfhoge, doorzichtige bakken of bakken met een etiket erop, zodat kinderen de materialen ook weer zelfstandig kunnen opruimen.

Laat de deksels ook van de dozen en voorkom het stapelen van materialen. Zo kunnen de kinderen de werkjes beter zien en zullen zij deze eerder uit de kast halen.

Voeg bijvoorbeeld in je bestekbak de eerste letter van het object toe (de L van Lepel) en je pikt direct weer een taaldoel mee. Dit maakt ook het opruimen eenvoudiger.

Als dat niet mogelijk is, maak dan foto's van het materiaal dat in een kast of la te vinden is en plak deze op de materialen. Foto's zijn ook handig om te laten zien welke spullen op welke plek bewaard moet worden en hoe een hoek opgeruimd moet worden.


Grote opbergers, zoals (verkleed)kisten, opbergbankjes, of grote manden, zijn voor kinderen vaak onoverzichtelijk en ontoegankelijk, omdat geordend opbergen niet mogelijk is.

Kleine 'themamandjes' kunnen een welkome aanvulling zijn op het ordenen van materialen. Wanneer kinderen willen spelen dat er iemand jarig is, pakken ze een ander mandje met spullen dan wanneer ze willen spelen dat er iemand ziek is. Ook in de bouwhoek of bij andere activiteiten kan aanvullend materiaal op deze manier geordend worden.


Kleine ladekastjes op wielen kunnen een uitkomst bieden en zijn vanwege de verplaatsbaarheid flexibel te gebruiken.

 

Vul de basis aan!


Wanneer de vaste veilige basisinrichting er is kun je de hoeken gaan aanvullen met specifieke materialen, die je steeds wisselt, zodat er regelmatig nieuw spel kan ontstaan.

Zorg voor materialen met een helder ontwikkelingsdoel, die aansluiten bij je beredeneerde aanbod. Bouw een hoek ook stap voor stap op, bied dus niet alles in een keer aan.


Realistisch speelgoed en echte materialen, helpen kinderen om op verhaal te komen. Daarnaast zijn, voor het optimaal stimuleren van de spelontwikkeling, open materialen onmisbaar. Dat zijn alle materialen waaraan kinderen een eigen bedoeling kunnen geven. Denk bijvoorbeeld aan dozen, lappen, blokjes, ijsstokjes, schelpen, takken, een pot met kralen. Kinderen kunnen hier hun eigen betekenis aan geven. Ze gebruiken het materiaal op een manier die past in hun spel, geven er hun eigen invulling aan.


Zorg ervoor dat er voor alle kinderen herkenbare en aantrekkelijke materialen en voorwerpen aanwezig zijn in de speelleeromgeving: houd daarbij rekening met culturele diversiteit en verschillen in belangstelling en voorkeuren. Denk bijvoorbeeld aan een theehoekje in Marokkaanse stijl, verkleedkleren die verschillende culturen vertegenwoordigen, diverse materialen in de keuken (zoals eetstokjes) of variatie in muziek.


Zorg dat er altijd mogelijkheden zijn om verschillende materialen met elkaar te combineren. Dat leidt tot rijker spel. Leg bijvoorbeeld in de blokkenhoek ook eens materiaal neer waarmee de bouwwerken verder versierd kunnen worden, zoals mooie steentjes, of lapjes. Of voeg wereldspelmateriaal toe, zodat rollenspel kan ontstaan. Wil je de focus op het construeren houden, zet het wereldspelmateriaal dan juist niet in de bouwhoek neer.

Of leg natuurlijke materialen neer zoals korte stokken, takken of boomschors die in het bouwwerk verwerkt kunnen worden en tot nieuwe bouwtechnieken leiden.

Zorg ook voor groot ruitpapier, liniaal en potloden, zodat kinderen plattegronden kunnen maken (vooraf of achteraf) of ontwerpen kunnen tekenen. Juist door verschillende materialen in een hoek te kunnen combineren, wordt de fantasie en het denken geprikkeld. Kinderen kunnen op deze manier meerdere ervaringen in samenhang opdoen.

Geef kinderen ook de gelegenheid om materialen uit andere hoeken te gebruiken als dit past bij hun spel.


Zorg dat kinderen binnen hun spel ervaringen op kunnen doen met schrijven en lezen, met schema’s of met rekenen. Afhankelijk van hun ontwikkeling doen kinderen dat op hun eigen manier, of al veel meer zoals volwassenen dat doen. In de dierenwinkel wordt een lijst bijgehouden van welk dier wat eet en hoeveel. De dokter schrijft met behulp van pictogrammen recepten voor de apotheek. In het ziekenhuis moeten kinderen gewogen en gemeten worden. In de schoenenwinkel zijn schoenmaten en prijskaartjes nodig.

In de bloemenwinkel kunnen klanten gelukwensen of beterschap schrijven op een kaartje. De bushalte heeft een tijdschema en routekaart. In de bouwhoek komen kinderen in aanraking met plattegronden en schematische bouwtekeningen.

In elke hoek zijn labels en pictogrammen die aangeven wat waar moet staan.


Laat kinderen zoveel mogelijk materialen zelf maken. Vaak zijn ze dan ook voorzichtiger met het materiaal. Maak hier foto's van en verzamel deze in een portfolio. Op die manier kun je de verplichte knutselwerken bij thema's ook laten vervallen.


Ook in de omgang met en mogelijkheden van de materialen in de hoeken hebben kinderen instructie nodig. Laat nieuwe spullen daarom altijd eerst in de kring zien en bespreek wat de kinderen ermee kunnen doen. Laat het manipulatieve spel eerst voordoen (bijvoorbeeld vegen met een bezem). Bespreek ook welke rollen daarbij nodig zijn.

Een schoonmaker moet bijvoorbeeld vegen, stofzuigen, stoffen en ramen zemen.

Laat al deze handelingen aan bod komen, en benoem ze. Als je tijdens het spelen een bezoek brengt aan een hoek, refereer je aan deze uitleg. Wat deed de schoonmaker ook al weer? Laat kinderen na het speelwerken hun ervaringen met het nieuwe materiaal vertellen. Dit brengt de andere kinderen ook weer op nieuwe ideeën.


Spel ontwikkelt zich van klein naar groot. Dit betekent dat een kleuter aanvankelijk wellicht wel graag het spel in de hoek wil onderzoeken, maar daarin bijvoorbeeld nog niet alle losse elementen van een hoek weet te verbinden. Niet iedere inrichting van een spelplek is daardoor passend voor ieder spelniveau dat gebruik gaat maken van deze plek.

Je kunt er in je aanbod wel op inspelen. Hoe jonger het geobserveerde spelgedrag van een kind is, hoe minder materialen je aanbiedt, zodat kinderen eerst flink kunnen oefenen met een kleine selectie aan materialen. Bied dus eerst een kleine hoek aan en werk toe naar het spel in de grote hoek. Teveel materiaal kan sowieso verlammend werken en leidt eerder tot rommelen dan tot spelen.

Vraag je dagelijks af of materiaal het spel van kinderen uitlokt en ondersteunt.

Wanneer je nieuw materiaal toevoegt, kan er dan ook materiaal weg?


 

Bekijk het vanuit het kleuterperspectief!


Bij het verrijken van een omgeving is het van belang dat je de hoeken vanuit het perspectief van de kleuter bekijkt. Bestudeer hiervoor de ruimte vanaf ongeveer een meter hoogte, door op je knieën te gaan zitten.

  • Is vanuit dit oogpunt de ruimte nog steeds overzichtelijk of maak je dan andere keuzes?

  • Zijn alle materialen goed toegankelijk?

  • Valt belangrijke visuele informatie in het oog?

Voer eventueel belangrijke aanpassingendoor.

 

Bouw de hoek verder uit!


Ook al heb je de hoek met aandacht ingericht, kijk toch nog eens kritisch naar de materialen die je erin hebt gezet. Wanneer kinderen steeds rommel maken staat er misschien te veel. Staat er echt niet te veel kijk dan kritisch of de materialen wel open genoeg zijn, waarbij de creativiteit en fantasie van kinderen geprikkeld wordt.


Kleuters houden van routines, omdat ze dan weten waar ze aan toe zijn, waardoor ze controle ervaren en kunnen groeien in hun zelfvertrouwen.

Routines kunnen echter ook hun kracht verliezen met als gevold dat kinderen verveeld raken. Dit zie je direct terug in het gedrag en het spel van kinderen.

Een speelleeromgeving is pas uitdagend voor kinderen als er een variatie aan materialen aanwezig is en blijft uitdagend als deze materialen regelmatig worden aangepast.


Plan dus doelgericht afwisseling in. Als leerkracht neem je dagelijks de tijd om te observeren of de hoeken, en met name de materialen, nog uitdagend genoeg zijn.

Belangrijke aandachtspunten zijn: Spelen kinderen graag in de hoek en welke materialen zijn dan favoriet? Lokken ze voldoende betrokkenheid uit? Zit er ontwikkeling in het spel?

En groeien kinderen in hun spel? Is het aanbod nog toereikend? Heb je kinderen gevraagd naar hun ideeën? Welke materialen lijken nu overbodig?


Wat wel en niet werkt in de inrichting van je klas, leer je het beste door het uit te proberen. Als bepaalde materialen of een inrichting uitdagend zijn voor kinderen, dan behoud je dat. Materialen die kinderen niet gebruiken, vervang je weer (wacht hier wel mee totdat de kinderen voldoende kans hebben gehad om het materiaal te gebruiken).

Het is een valkuil om, wanneer de hoek niet goed loopt, nog meer materialen toe te voegen. Kinderen gaan niet rijker spelen door meer materialen en vervallen juist vaak eerder in rommelend manipulerend spel als er teveel ligt.


Door kritisch te blijven kijken en te reflecteren transformeer je de hoeken steeds in levendige, veelzijdige hoeken. Het inrichten van uitdagende hoeken is eigenlijk nooit klaar. Het is een constant testen, kijken wat werkt, aanpassen, observeren, evalueren en verder uitbouwen.

 

Een krap budget?


De inrichting van een kleuterklas is vaak een ondergeschoven kindje. Als dit bij jou op school ook het geval is, is het helemaal niet gek inzicht in de financiën en de verantwoording hiervan te vragen en je leidinggevende duidelijk te maken dat de materialen in de hoeken van wezenlijk belang zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Het zal je ook alleen maar helpen beter te begrijpen waarom er misschien even geen budget is.

Dat er nu geen budget is wil overigens ook niet zeggen dat het geld er nooit gaat komen.

Zo'n gesprek met je directie kan ruimte geven voor aankopen in de toekomst.

Elk schooljaar is er weer een nieuw budget en wellicht kan de aanschaf opgenomen worden in dat nieuwe budget.


Wanneer je de spullen zelf gaat betalen houd je dit systeem ook alleen maar in stand.

Doe dat dus niet! Op die manier is het voor een directie onmogelijk een beeld te krijgen van wat er nodig is aan budget en maak je het probleem dus ook niet zichtbaar.

Op die manier voorkom je ook dat een school de materialen niet kwijtraakt als jij de school verlaat. Soms is het niet anders, hoe graag je ook zou willen, er is geen of weinig budget.


Soms is het niet anders, hoe graag je ook zou willen, er is geen of weinig budget.

Gelukkig is het niet helemaal onmogelijk om met weinig budget je hoeken in te richten, maar het zal je wel meer tijd en energie kosten en je zult bewuste keuzes moeten maken, en op zoek moeten naar materialen die anderen over hebben. Denk hierbij aan ouders, grootouders, Marktplaats, de kringloopwinkel en Facebookgroepen.

En mocht je toch meteen iets willen aanschaffen zoek dan naar andere creatieve manieren, zoals een sponsorloop, fancy fair, de verkoop van zelfgemaakte werkjes, koekjes enz.

Met een duidelijk doel willen ouders vaak wel een kleinigheidje bijdragen. Je zou ook oude spullen binnen de school kunnen opruimen en verkopen of geld aan de Ouderraad kunnen vragen. Soms is daar een potje over en zoekt de OR daar een goede bestemming voor.

Het zou natuurlijk niet zo moeten zijn dat je steeds op deze manieren geld bij elkaar moet sprokkelen.

 

Inrichting en gedrag


De inrichting van een ruimte geeft overigens ook richting aan het gedrag van kinderen.

Bij de inrichting kun je keuzes maken, die dat gedrag positief beïnvloeden.


Uit onderzoeken is bijvoorbeeld gebleken dat:

  • Goed licht een enorme invloed heeft op het welbevinden van mensen. Kies daarom zoveel mogelijk voor natuurlijk daglicht of (dimbare) sfeerverlichting.

  • De natuur en haar patronen, kleuren en geuren een stress verlagende invloed heeft. Elementen uit de natuur naar binnen halen heeft dezelfde uitwerking.

  • Kleuren ook veel invloed hebben. Vanuit de natuur hebben mensen geleerd signalen uit kleuren te halen. Zo zijn er kleuren die we associëren met signalen van gevaar, zoals rood, geel en oranje. Iets om rekening mee te houden bij het inrichten van je lokaal.

  • Mensen ook instinctief op de indeling van een ruimte reageren. Dit zie je bij kinderen ook. Wanneer zij bijvoorbeeld naar een grote ruimte zoals de speelzaal gaan, dan nodigt dit uit tot rennen en gillen. ook in gangen hebben kinderen vaak de neiging om te gaan rennen. Mocht je in jouw kleutergroep dus gedrag observeren dat eerder passend is bij buitenspel dan is dat zeer waarschijnlijk directe feedback op de inrichting.

  • Wanneer er in een ruimte veel zaken om kinderen heen gebeuren dit vaak afleidt, waardoor kinderen vaak moeite hebben om hoog betrokken aan de slag te gaan. Plaats daarom de hoeken op rustige plekken zonder al teveel afleiding en teveel verschillende activiteiten.

 

Hoe lang laat je een hoek staan?


Het meest ideale is om een hoek een week of zes te laten staan, zodat je genoeg tijd hebt om de hoek samen met de kinderen te laten ontstaan, te laten groeien, doelgericht te kunnen werken en op het einde ook geleidelijk kan afbouwen. Ook kun je de hoek door een kleine aanpassing laten overvloeien in een andere hoek.

 

Op zoek naar meer?


Boekentips:























Kijk ook eens op de volgende websites:


Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën in een reactie op deze blog te delen!



.

.




2.732 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page