Zoeken

De huishoek: Fasen van rollenspel

Bijgewerkt: nov 9

Rollenspel verloopt in verschillende fasen. Jonge kinderen hebben daarom op verschillende momenten in hun ontwikkeling behoefte aan verschillende spelactiviteiten. Om te weten hoe je de spelontwikkeling het beste kunnen begeleiden, moeten je goed op de hoogte zijn in welke fasen die ontwikkeling nu precies verloopt. In deze blog vertel ik je er meer over.

Fase 1: Manipulatief spel

Alle kinderen starten ergens tussen 2-3 jaar met manipulatief spel.

Dit houdt in dat ze voorwerpen handelend gaan verkennen: ze rijden bijvoorbeeld met een auto en stapelen blokken. Het kan ook zijn dat ze voorwerpen niet gebruiken zoals ze bedoeld zijn: de blokken belanden bijvoorbeeld als eten in de pan. In dit manipulatieve spel oefenen ze hun motoriek, leggen ze contact met anderen en leren ze taal gebruiken.

Fase 2: Eenvoudige symbolische handelingen

Al handelend koppelen de kleuters, meestal tussen 3-4 jaar, steeds meer betekenis aan hun acties (bijv. roeren in een kookpot, op en af rijden met een auto…).

Het zijn nog korte, eerder eenvoudige scripts, waar nog weinig verder plan achter zit. Benoemen waar je mee wil spelen en wat je wil spelen, lukt hierin steeds beter.

Fase 3: Eenvoudig rollenspel

Het eenvoudige symbolische spel verandert ergens tussen 4-5 jaar in eenvoudig rollenspel, waarin kinderen bijvoorbeeld de dokter, mama of een piraat worden, steeds gerichter materiaal gaan kiezen en bepaalde regels gaan gelden. In dit eenvoudige rollenspel doet het kind alsof het iets is, neemt het een aanzet tot samenspel, imiteert het spel van anderen, breidt de taal zich uit en worden er relaties gelegd tussen voorwerpen en rollen.

Fase 4: Scriptgericht spel,

In deze fase staat de dialoog centraal: rollen staan steeds meer in relatie tot elkaar, er wordt taal gebruikt, kleuters stemmen met elkaar af, ideeën borduren op elkaar voort en er worden plannen gemaakt! Dit interactieve rollenspel ontstaat echter niet automatisch.

Veel kinderen blijven op dit punt steken. En dit terwijl deze fase juist zo belangrijk is voor de ontwikkeling van het kind; hier wordt namelijk een beroep gedaan op de sociale gevoeligheid en vaardigheid. Of kinderen klaar zijn voor deze fase, hangt van veel factoren af. Kinderen zijn daarin vooral afhankelijk van hun sociale omgeving.

Wordt er thuis dezelfde taal gesproken als op school? Wordt er gespeeld in de vrije tijd? Stimuleren ook andere volwassenen het spel?

Als kinderen niet tot deze laatste fase van spel komen, is het belangrijk dat de leraar ingrijpt. Misschien is dit soms al nodig bij eerdere vormen van spel.

Fase 5: Uitgebreider rollenspel

Het rollenspel wordt vanaf 5-5,5 jaar steeds meer uitgebreid en het samenspelen neemt toe. De kinderen moeten hiervoor met elkaar overleggen, elkaars spelideeën aanhoren en begrijpen. De voorbereiding van het spel neemt een steeds grotere rol en zowel fantasie-elementen als verhalen uit de ‘echte wereld’ kunnen inspireren voor het verdere verloop.

Samen spelen en ruzie maken

Bij hele jonge kinderen lukt samenspelen nog niet.

Dit leren kinderen pas gaandeweg hun kleuterjaren. Ruzie maken hoort daar ook bij.

Veel volwassenen denken vaak dat ruziemaken niet goed is en dat je dat zo veel mogelijk moet vermijden. Er wordt vaak te snel ingegrepen.

Kinderen moeten echter leren ruziemaken en hoe kan dat anders dan door het te doen?

Door middel van ruzie leren ze:

  • Hun grenzen aan te geven en op te komen voor zichzelf

  • Dat mensen van mening kunnen verschillen

  • Te luisteren naar anderen en zich in te leven

  • Rekening te houden met anderen

  • Hun hart te luchten.

Wanneer de leerkracht moet ingrijpen, dan laat hij/zij beide partijen aan het woord en zorgt hij/zij ervoor dat ze elkaar hierbij niet onderbreken.

Het belangrijkste is dat elk kind gehoord wordt, kan nadenken over het conflict en leert onderhandelen. Kinderen zijn meestal zelf creatief genoeg om tot een oplossing te komen en als dat echt niet lukt dan kan de leerkracht enkele hints geven.

Rollenspel en de rol van zelfsturing

Bij de ontwikkeling van rollenspel is zelfsturing een belangrijk aspect. Het is de motor voor kwalitatief rollenspel. Wanneer een kind nog weinig zelfsturing heeft zal zijn rollenspel kwalitatief ook minder goed zijn. Het is dus belangrijk om deze zelfsturing te stimuleren.


Onder zelfsturing wordt verstaan:


Kiezen:

Geleidelijk aan groeit bij de kleuter een duidelijker beeld van het spel dat hij wil spelen.

Wat aanvankelijk nog toevallig ontstaat, wordt steeds meer een doelbewust gekozen.


Scenario:

Aanvankelijk is er nog weinig sprake van planmatigheid: wat gebeurt, dat gebeurt.

Het script of de verhaallijn krijgt vervolgens meer aandacht: de kleuters kijken bij anderen, roept eigen ervaringen op of herinneren zich stukjes uit een verhaal, dat gaan ze naspelen. Er komen steeds meer stappen die op elkaar gaan volgen en het spel wordt complexer. Vooral het openstaan voor ideeën van andere kinderen, betekent een hele impuls in het verder bedenken en uitvoeren van steeds uitgebreidere plannen.


Afstand nemen:

Nadenken over het spel is aanvankelijk nog beperkt. De kleuter handelt gewoon.

Afstand nemen gebeurt dan ook eerder achteraf, terugblikkend. Er is een groei naar ook meer kunnen vooruitblikken. De openheid en flexibiliteit om ook andere ideeën mee te nemen en je eigen plan hierop bij te sturen, groeit mee.


Wil en doorzetting:

De korte, eenvoudige handelingen, vragen nog weinig doorzetting en handelingen wisselen elkaar dan ook snel af. Naarmate het spel rijker wordt, zien we dat de rol en de bijhorende regels een stimulans is om langer in het spel te blijven. Vooral ook in de samenwerking met anderen zit weer een hele grote uitdaging en oefening om niet op te geven als anderen niet meedoen wat jij wil. Via het spel wordt de kleuter uitgedaagd om vol te houden in te zoeken naar oplossingen.

Kijk goed naar de samenstelling!

Wanneer kinderen in een hoek zich in een andere fase van de spelontwikkeling bevinden, kan dit stimulerend werken, maar ook frustrerend zijn.

Hierdoor kunnen zich problemen in het spel voordoen. Het ene kind wil dan bijvoorbeeld rollenspel spelen, maar krijgt de andere kinderen niet mee en dat kan erg frustrerend zijn.

Kijk dus goed naar de samenstelling van de kinderen die in de hoeken spelen.

Spel in groep 3

Spel is niet alleen belangrijk voor kleuters.

Rond de leeftijd van zes of zeven jaar gaat het lerend spelen misschien wel over naar bewuste leeractiviteiten. Dit neemt echter niet weg dat ook deze kinderen nog veel kunnen en willen leren in spel. Als leerkracht van groep 3 is het erg verleidelijk om niet in de valkuil van overvraging te trappen en volledig in te gaan op kinderen die enthousiast zijn om te gaan leren lezen, schrijven en rekenen aan een eigen tafel. Je mag van kleuters niet verwachten dat ze direct bij de start van groep 3 het ‘lerend spelen’ verleerd zijn in zes weken zomervakantie. Daarnaast kent groep 3 vaak ook nog een aantal hele jonge herfstleerlingen, die je zonder spel tekort zou doen. Een meer vloeiende overgang vanuit de kleutergroepen en voortbouwen op die actieve, spelende manier van leren zoals dat in de kleutergroepen wordt ingezet is een beter idee. Voor veel leerlingen is de overgang van groep 2 naar groep 3 een grote stap. Als leerlingen ook spelend leren in groep 3 verloopt de overgang soepeler. Het verbindt de kleuter dus juist met het schoolkind.


Het is ook voor groep 3 een krachtige vorm van leren. De betrokkenheid van de kinderen is erg groot bij spel en dit stimuleert een actieve leerhouding.

Spel betekent namelijk betekenisvol leren, doordat het geleerde functioneel is.

Dit is ook van grote waarde voor groep 3. Rekenen bijvoorbeeld moet functioneel zijn, dat wil zeggen dat kennis en vaardigheden die opgedaan worden, bruikbaar moeten zijn om te kunnen functioneren in de maatschappij. Rekenvaardigheden zijn niet zozeer technisch van aard, maar vooral adequaat en zelfstandig in te zetten in praktische, dagelijkse situaties.

Hiervoor is nodig dat kinderen in deze situaties rekenwiskundige aspecten herkennen.

Ze weten welke acties ze moeten ondernemen, passen hun handelen aan en reflecteren vervolgens op hun handelen. Wanneer je als leerkracht te abstract met bijvoorbeeld het rekenen start, sla je die begripsvorming namelijk te snel over.

Dit geldt natuurlijk ook voor andere vaardigheden en vakken.

Spel is voor alle leeftijden.

Wanneer het kind ouder wordt, dan zie je dat de prestatiedrang groter wordt.

Kinderen willen dan heel graag spel waarbij ze kunnen winnen. Winnen is immers zichzelf bevestigd weten, weten dat je goed bent, dat je in iets kan uitblinken.



Kijk voor meer informatie over spel ook eens bij mijn andere blogs over spel onder het tabblad spel op deze website of op mijn Pinterest.

Heb je aanvullingen op deze blog? Laat dan een reactie achter!




© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com