Zoeken
  • Juf Angelique

Het kleuterbrein wil spelen

Het kleuterbrein is nog volop in ontwikkeling. Door te begrijpen wat er in het brein van kleuters gebeurt, kun je jouw handelen nauwkeuriger afstemmen op wat kleuters nodig hebben. In deze blog vertel ik je er meer over.



Het kleuterbrein wil spelen


Jonge kinderen zijn intrinsiek gedreven. Zij willen het liefst direct handelend actief aan de slag gaan met de dingen in het hier en nu die hun interesse wekken.

Jonge kinderen leren door te kijken en imiteren, ontdekken en doen en te herhalen en oefenen. Hun jonge brein heeft honger naar nieuwe kennis en ervaringen.

Voor jonge kinderen is spel daarom bij uitstek de activiteit waar hun specifieke eigenschappen van leren en intrinsieke motivatie samenkomen.

 

De ontwikkeling van het brein


Door te begrijpen wat er in het brein van kleuters gebeurt, kun je je handelen nauwkeuriger afstemmen op wat kleuters nodig hebben.


De ontwikkeling van het kinderbrein is enorm fascinerend. Het is als een computer in wording, waarvan de hardware tussen 0-6 jaar wordt opgebouwd.

Die hardware wordt gevormd door de primair sensorische hersengebieden en bestaat uit het vermogen tot aandachtig kijken en luisteren. Verder wordt het spraakvermogen geactiveerd en wordt een geheugen opgebouwd. Bovendien bestaat de hardware uit motorische vaardigheden die het mogelijk maken om de complexe vaardigheden van sporten en schrijven te kunnen uitvoeren.


Pas als het kind de hardware heeft opgebouwd (vroeger heette dat schoolrijpheid) kan aan de installatie van de softwarepakketten worden begonnen, kortom alle schoolvakken.

Dan krijgt de tweede fase in de breinontwikkeling vorm: de ontwikkeling van de associatie gebieden ( tot ongeveer 12 jaar).


Daarna volgt het puberende brein, waarin de prefrontale cortex zich uit ontwikkelt en het waarden en normen systeem zich interneert.

Deze zijn bij kleuters dus nog nauwelijks ontwikkeld.


Als je een kijkje in het brein neemt, dan zie je allerlei verbindingen tussen de verschillende hersendelen. Opvallend hierbij is dat er, met name in de eerste levensjaren, enorm veel verbindingen bijkomen. Zo rond de leeftijd van 2 à 3 jaar zijn er meer verbindingen dan bij een volwassene! Dit komt doordat vanaf de leeftijd van ongeveer 10 jaar het aantal verbindingen weer af gaat nemen tot aan de volwassen leeftijd. Verbindingen die minder of niet efficiënt zijn worden namelijk verwijderd. Super slim dus, dat kinderbrein. Zo gaat een dreumes van een wankelend loopje met veel overbodige bewegingen naar een zekere looppas. Van uitproberen, vallen en opstaan, naar efficiëntie.


Onderzoeken naar het kinderbrein laten zien dat de ontwikkeling van het brein doorgaat tot ongeveer het vijfentwintigste levensjaar. Hersenonderzoek laat ook zien dat je door het mogen ervaren van driedimensionale eigenschappen op jongere leeftijd dieper leert en de synaptische activiteit in de hersenen een blijvende band zal creëren (in tegenstelling tot wanneer je iets op een oppervlakkige manier leert). Met andere woorden, spelen en driedimensionale eigenschappen mogen ervaren, zal een blijvend pad in de hersenen creëren en een dieper begrip.

 

Schools leren past niet bij een kleuter!


Helaas leven we in een maatschappij waarin de speelmogelijkheden voor jonge kinderen steeds verder afnemen en waarbij de functie van spel bij het leren vaak wordt onderschat en het schoolse leren vaak erg wordt overschat.


Er worden bij kleuters nog te vaak werkvormen ingezet die niet passen bij jonge kinderen, zoals werkbladen, tweedimensionale schermen, klassikale lesjes in de grote kring en toetsen, in plaats van dat zij op een speelse manier driedimensionale sensorische ervaringen op mogen doen. Lerend spelen is op veel plekken ook eerder spelend leren geworden: een manier om kleuters opbrengstgericht letterkennis, cijferkennis en dergelijke bij te brengen via begeleid spel. In deze settingen leren jonge kinderen echter vooral nadoen wat de juf of meester voordoet. Dit past echter niet bij de breinontwikkeling van jonge kinderen.

De inhoud ervan gaat vaak aan hen voorbij en van echte ontwikkeling is dan bij de meeste kinderen geen sprake. Werkbladen of activiteiten die direct gericht zijn op het volgen van de instructies van de leerkracht komen het jonge kind dus niet ten goede.

Dat jonge kinderen die abstracte werkbladen en leerkracht gestuurde werkjes toch maken, is omdat ze nieuwsgierig zijn naar het materiaal, het imiteren van een voorbeeld hen blij maakt of ze afhankelijk zijn van de waardering die het hen oplevert.


Het is een wijdverbreid misverstand dat kinderen alles zo vroeg mogelijk moeten leren.

Jonge kinderen laten zich namelijk leiden door een innerlijke groei. In een proces, dat over alle eeuwen hetzelfde is, ontwikkelen kinderen zich volgens een vast patroon: van kruipen naar lopen, van brabbelen tot spreken, van spelen tot leren en van voorgelezen worden tot leren lezen en schrijven. Deze processen doen kinderen in hun eigen tempo en zijn van buitenaf nauwelijks te beïnvloeden. Kneden of dwingen helpt niet.

Ouders en leerkrachten kunnen niet meer doen dan, passend bij het temperament van het kind, de voorwaarden scheppen, waardoor het de gelegenheid krijgt zich te ontwikkelen.

De voorwaarden liggen in het creëren van speelmogelijkheden.


Wanneer de software wordt geïnstalleerd, voordat de hardware zich goed heeft kunnen vestigen, loopt de computer bovendien voortdurend vast.

 

Spel is voor alle leeftijden


Spel is overigens niet alleen belangrijk voor kleuters. Spel is voor alle leeftijden!

Rond de leeftijd van zes of zeven jaar gaat het lerend spelen misschien wel over naar bewuste leeractiviteiten. Dit neemt echter niet weg dat ook deze kinderen nog veel kunnen en willen leren in spel. Als leerkracht van groep 3 is het erg verleidelijk om niet in de valkuil van overvraging te trappen en volledig in te gaan op kinderen die enthousiast zijn om te gaan leren lezen, schrijven en rekenen aan een eigen tafel. Je mag van kleuters niet verwachten dat ze direct bij de start van groep 3 het ‘lerend spelen’ verleerd zijn in zes weken zomervakantie. Daarnaast kent groep 3 vaak ook nog een aantal hele jonge herfstleerlingen, die je zonder spel tekort zou doen. Een meer vloeiende overgang vanuit de kleutergroepen en voortbouwen op die actieve, spelende manier van leren zoals dat in de kleutergroepen wordt ingezet is een beter idee. Voor veel leerlingen is de overgang van groep 2 naar groep 3 een grote stap. Als leerlingen ook spelend leren in groep 3 verloopt de overgang soepeler. Het verbindt de kleuter dus juist met het schoolkind.


Het is ook voor groep 3 een krachtige vorm van leren. De betrokkenheid van de kinderen is erg groot bij spel en dit stimuleert een actieve leerhouding.

Spel betekent namelijk betekenisvol leren, doordat het geleerde functioneel is.

Dit is ook van grote waarde voor groep 3. Rekenen bijvoorbeeld moet functioneel zijn, dat wil zeggen dat kennis en vaardigheden die opgedaan worden, bruikbaar moeten zijn om te kunnen functioneren in de maatschappij. Rekenvaardigheden zijn niet zozeer technisch van aard, maar vooral adequaat en zelfstandig in te zetten in praktische, dagelijkse situaties.

Hiervoor is nodig dat kinderen in deze situaties rekenwiskundige aspecten herkennen.

Ze weten welke acties ze moeten ondernemen, passen hun handelen aan en reflecteren vervolgens op hun handelen. Wanneer je als leerkracht te abstract met bijvoorbeeld het rekenen start, sla je die begripsvorming namelijk te snel over.

Dit geldt natuurlijk ook voor andere vaardigheden en vakken.


Wanneer het kind ouder wordt, dan zie je dat de prestatiedrang groter wordt.

Kinderen willen dan heel graag spel waarbij ze kunnen winnen. Winnen is immers zichzelf bevestigd weten, weten dat je goed bent, dat je in iets kan uitblinken.


 

Op zoek naar meer?


Boekentips:




































Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!


.


13 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven