Zoeken

Geletterdheid: Woordkaarten

Bijgewerkt: nov 4

Woordkaarten zijn uitermate geschikt om een thema in te leiden.

Ze vergroten o.a. de woordenschat en gespreksvaardigheid en brengen de kinderen in aanraking met letters. Er zijn echter nog veel meer activiteiten mogelijk met de woordkaarten. Hier volgen een aantal suggesties per ontwikkelingsgebied.

Spelontwikkeling

Uitbeelden:

  • Gebruik de woordkaarten om de afbeeldingen door de kinderen uit te laten beelden.

Auditief waarnemen

Rijmen:

  • Laat de kinderen rijmwoorden verzinnen bij een woordkaart.


Auditief geheugen:

  • Oefen het auditief geheugen van de kinderen door bijvoorbeeld twee, drie, vier of vijf woordkaarten hardop te benoemen, laat de kinderen deze reeks woorden vervolgens herhalen en daarbij de genoemde kaarten in de juiste volgorde neerleggen.

  • Leg een reeks van een aantal kaarten neer en noem er eentje niet op. Welk woord is er niet genoemd?

  • Geef elk kind een woordkaart. De kinderen bestuderen hun kaart en leggen deze daarna omgekeerd onder hun stoel. Noem nu steeds een kaart op. Het kind met de genoemde kaart gaat bij het horen van zijn kaart staan. Het wordt lastiger als je de kinderen een aantal keer van kaart of van plaats laat wisselen.

  • Leg niet teveel kaarten in een volgorde en vertel een verhaal waarin je de woorden verwerkt. Elke keer als de kinderen het woord horen, gaan ze staan. Je kan ook een woord vergeten. De kinderen moeten dan raden welk woord er niet is genoemd.


Beginklank/eindklank:

  • Laat een woordkaart zien en horen. De kinderen benoemend de beginklank. Je kunt dit eenvoudiger maken door de keuze te beperken en te vragen: Begint het wel met de “S” of niet? Vraag de kinderen welke letter ze vooraan of achteraan horen.

  • Noem een beginklank en laat de kinderen een woordkaart zoeken die daarbij hoort.


Analyse/synthese:

  • Klap de woorden op de woordkaarten in lettergrepen en laat de kaarten bij het juiste aantal leggen. Dit kunnen bijvoorbeeld dopjes of cijferkaarten zijn. (of houd het simpeler en laat ze sorteren op lange of korte woorden). Draai het ook eens om en vraag om een kaart waarbij je twee keer moet klappen.

  • Hak de woorden in klanken (lettergrepen of letters) en laat de kinderen raden om welk woord het gaat. Gebruik hier klankzuivere woorden voor.

Visueel waarnemen

Visueel geheugen:

  • Print de woordkaarten dubbel uit, plastificeer ze en maak er een memoryspel van.

  • Kimspel: Welke is weg? Leg drie of meer kaarten neer. De kinderen bekijken deze kaarten goed. Daarna doen ze hun ogen dicht en haal je een kaart weg. De kinderen proberen te raden welke kaart ontbreekt.


Detail/geheel:

  • Houd je hand op de helft van het plaatje en vraag de kinderen of ze weten wat het is.

Taalontwikkeling

Woordenschat:

  • Omschrijf een woordkaart zonder deze te laten zien. De kinderen proberen door middel van de omschrijving te raden wat er op de woordkaart staat. Draai de rollen ook eens om en laat een kind de afbeelding beschrijven.

  • Speel het spel Wie/wat ben ik? Bevestig de woordkaart op een hoofdband en laat het kind die deze hoofdband op heeft door middel van vragen erachter komen wat er op de woordkaart staat.

  • Welk lidwoord hoort er voor het woord op de woordkaart?

  • Laat de kinderen echte voorwerpen bij de woordkaarten zoeken om er nog meer betekenis aan te geven.

  • Speel het spel Mag ik van jou? Geef ieder kind een woordkaartje. Zorg ervoor dat ze dit kaartje goed zichtbaar voor hun buik houden, zodat iedereen het plaatje kan zien. Herhaal zo nodig op het begin even alle plaatjes, zodat iedereen weer weet, wat zijn of haar woord is. Eén kind heeft geen kaartje. Dat kind vraagt n... (naam), mag ik van jou…het lammetje?” Nu stelt het kind zonder kaartje en ander kind een soortgelijke vraag. Gaat dit spel klassikaal goed, dan kun je het ook in kleinere groepjes spelen, zodat de kinderen sneller aan de beurt zijn.


Zinsbouw:

  • Laat de kinderen een zin bedenken bij het woord op de woordkaart.

  • Ieder kind heeft een woordkaartje in de hand. De leerkracht verzint een verhaal met de woorden van de woordkaartjes. Zodra hij/zij een woord noemt wat bij iemand op het kaartje staat, moet diegene het kaartje in de lucht steken.

Beginnende geletterdheid

Letters:

  • Laat de woordkaarten sorteren op beginletter. Alle woorden met dezelfde beginletter worden bij elkaar gelegd. Als je met een letter van de week werkt kun je de woordkaarten ook alleen op deze letter laten sorteren. Alle kaarten met bijv. de S vooraan komen dan in de hoepel en de rest niet.

  • Laat de kinderen een woordkaart zoeken die met dezelfde letter als zijn/haar naam begint.

  • Maak met de kinderen een slinger van de woordkaarten bij het thema. Begin bijv. met het woord aap. Vraag de kinderen welke letter je bij aap achteraan ziet. Zoek nu een woordkaart, die met deze letter begint en ga zo steeds verder.

  • Verstop woordkaarten in een bak met zand, nootjes of iets dergelijks. Laat de kinderen de kaarten op beginklank sorteren.

Woorden:

  • Laat de woordkaarten op een blad met voldoende stempelruimte nastempelen en maak er eventueel een stempelboekje van door de bladen te bundelen. De kinderen doen op deze manier ervaringen op met letterherkenning. Leer de kinderen hierbij aan dat ze links beginnen en begin met korte woorden.

  • Print de kaarten dubbel uit, plastificeer ze en knip van één set de woorden los van de kaarten. De kinderen zoeken de juiste woordjes weer bij de plaatjes. Maak het moeilijker door de losse woorden en woordkaarten verder uit elkaar te leggen. De kinderen mogen de woordjes dan niet meenemen (hiermee doe je nog meer een beroep op het visueel geheugen). Voor kinderen die al kunnen lezen laat je de set met de woorden eraan vast achterwege. Zij zoeken het woord bij de plaatjes door de woorden te lezen.

  • Print woordkaarten uit waar alleen de woorden op vermeld staan.

  • De kinderen tekenen het juiste plaatje erbij.

  • Laat de woordkaarten na leggen met bijv. magnetische letters of de letterdoos.

  • Laat de woordkaarten naschrijven op een whiteboard.

  • De kinderen leggen woorden van dit thema met allerlei verschillende spullen die in de klas te vinden zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld ook eens aan schelpen, glaskralen, steentjes, nootjes, knopen, fiches, takjes en andere loose parts enz.


Beginnende gecijferdheid

Tellen:

  • Laat de kinderen tellen uit hoeveel letters het woord op de woordkaart bestaat. Is het een lang of kort woord? Welk woord is het langste? Welke woorden zijn even lang? Welk woord is net zo lang als je naam?

Logisch denken

Sorteren:

  • Leg een aantal afbeeldingen (associaties) bij elkaar en vraag de kinderen waarom ze bij elkaar liggen. Draai de rollen ook eens om en laat de kinderen twee kaarten zoeken die bij elkaar horen. Kunnen de kaarten ook nog anders gesorteerd worden?

  • Je kunt ook een rijtje maken van een aantal kaarten waarvan er één kaart niet bij hoort.

  • De kinderen vertellen welke kaart er niet bij hoort en waarom niet.


Op mijn Pinterest vind je nog meer inspiratie rondom woordkaarten.

Ik ben benieuwd wat jij met woordkaarten doet!



© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com