Zoeken

Gecijferdheid: Getalkaarten en getalsymbolen

Bijgewerkt: apr 10

Getalkaarten zijn erg handig om de getalsymbolen te leren kennen en om het koppelen van getallen aan hoeveelheden te oefenen. In deze blog geef ik je suggesties voor activiteiten met de getalkaarten/-symbolen, die bij ieder thema te gebruiken zijn.


Kringactiviteiten met getalkaarten

In de juiste volgorde in de kring:

Nodig: Iedereen krijgt een getalkaartje.

De kinderen krijgen de opdracht om in de kring te komen zitten op de juiste volgorde.

Getal 1 moet naast de juf zitten, daarnaast 2, dan 3 etc. en het laatste getal, getal nummer... zit ook weer naast de juf. De kinderen zullen naar je toe komen om te vragen waar ze moeten zitten. Vertel ze dat ze hulp mogen vragen van klasgenootjes. Jij zegt niks.

Er zullen altijd kinderen zijn die gaan regelen. Als iedereen zit vertellen de kinderen één voor één welk getal ze hebben en steken dit omhoog. Zitten we allemaal goed? Zo niet, welke kinderen moeten nog wisselen? Speel het spel nog een keer.


De getallenrij:

Nodig: Getalkaarten.

De kinderen zitten in de kring. Jij hebt de getalkaartjes vast. Je laat een willekeurig kaartje zien en legt dit kaartje in de kring. Daarna laat je het volgende kaartje zien. Waar zou dit kaartje moeten liggen. Maak samen een getallenrij van alle kaartjes in de kring.


Hoeveelheden koppelen aan getallen:

Nodig: Getalkaarten, allerlei voorwerpen.

Koppel hoeveelheden aan de getallen. Leg een aantal getalkaartjes in de kring en leg hier voorwerpen bij. In de herfst leggen de kinderen eikels bij de getallen, met Sinterklaas pepernoten en met Pasen paaseieren.


In de juiste volgorde?

Nodig: Getalkaarten.

Leg de getallen in de juiste volgorde in de kring. De kinderen doen de ogen dicht.

Haal een getal weg of verwissel twee getallen. Kunnen de kinderen ontdekken wat er niet goed is? Speel dit spel ook een keer met alleen de even of de oneven getallen.


Wat is bedekt/weg?

Nodig: Getalkaarten, een handpop.

Leg de getallen in de juiste volgorde in de kring. Gebruik een handpop waar de kinderen aan vertellen welke getallen ze zien. De handpop speelt een verstopspelletje met de kinderen. Hij gaat op één of meerdere getallen liggen. Welke getallen zijn bedekt?

Variatie: De kinderen doen de ogen dicht. De handpop pakt een getalkaart weg.

De kinderen mogen weer kijken. Welk getal is weg?

Maak het spel moeilijker door meerdere getallen weg te halen.


Spring!

Nodig: Getalkaarten.

Maak een stapeltje van de getalkaartjes. Flits de getalkaartjes. De kinderen zeggen welk getal ze zien. Spreek met de kinderen af dat het getal van de week het kaartje is waarbij ze mogen springen. Wanneer de kinderen het 'spring' kaartje zien, springen ze hoog de lucht in. Bijvoorbeeld elke keer als de kinderen de 5 zien, springen ze de lucht in.


Getallenmemory:

Nodig: Print de getalkaartjes twee keer uit.

Leg ze op de kop in de kring en speel memory.

Het is ook leuk om memory met de getallen en de bijbehorende hoeveelheden te spelen. Stop de getalkaartjes van de getallen 1 t/m 10 onder een bekertje en stop hoeveelheden, bijv. fiches onder bekertjes. Zoek het getal bij de juiste hoeveelheid.


Zoek je maatje:

Nodig: Print de getalkaartjes twee keer uit.

De kinderen zoeken het kind met hetzelfde getal en gaan naast elkaar in de kring of op de grond zitten. Variatie: Gebruik de getalkaartjes en kaartjes met daarop het getalbeeld (bijv. stippen of vingers die een aantal aangeven). De kinderen zoeken het getal bij het getalbeeld. Laat de kinderen ook eens van kaartje wisselen en speel het spel dan opnieuw.


Verstoppertje:

Nodig: Getalkaarten

Dit spel is vooral leuk wanneer de afbeeldingen op de getalkaartjes zich voor verstoppertje lenen, bijv. het verstoppen van paaseieren, de sprookjeskaartjes met daarop de 7 geitjes etc. De kinderen zitten in de kring en hebben hun getalkaartje zichtbaar in de hand. De getallen staan in de juiste volgorde. De kinderen doen de ogen dicht. Jij tikt één kind aan. Dit kind verstopt zich met het kaartje. Dan mogen de kinderen weer kijken. Welk getal is verdwenen? De kinderen moeten gaan tellen of naar hun eigen getal kijken en verder-/terugtellen om dit te weten te komen. Wanneer de kinderen een getal noemen kijken we of dit getal terug komt. Wordt het juiste getal genoemd, dan komt het kind dat dit kaartje heeft weer in de kring zitten. Breid dit uit door meerdere kinderen in één ronde aan te tikken.

Zij verdwijnen en wanneer hun getal genoemd wordt, komen ze terug in de kring.


Het geheime getal:

Nodig: Getalkaarten.

Jij neemt een getal in gedachten. In dit voorbeeld 18. De kinderen gaan allemaal op hun stoel staan, met hun getalkaartje zichtbaar in de hand. Ze mogen het geheime getal raden. Als een kind 20 raadt, zeg jij 'lager' en moeten alle kinderen die 20 of hoger dan 20 hebben gaan zitten. Nu raadt een kind 5. Jij zegt 'hoger' en alle kinderen die 5 of lager hebben gaan zitten. Wie raadt het getal? Je kunt het spannend maken door te zeggen dat de kinderen het getal moeten raden, voordat er nog maar één kind over is. Wanneer er nog maar één kind staat, heeft dit kind natuurlijk het juiste getal vast. Dan heb jij gewonnen.

Raden de kinderen het getal eerder, dan wint de klas. Zorg ervoor dat de kinderen hun getal goed zichtbaar vast blijven houden. Zo kunnen de kinderen de telrij en getalsymbolen tijdens dit spel goed oefenen.


Kaartjes terugleggen:

Nodig: Getalkaarten.

De kinderen zitten in de kring (op volgorde van de getallen) en hebben hun getalkaartje vast. Jij noemt een getal. Dit kind mag zijn/haar getalkaartje in de kring komen leggen. Wanneer een kind zijn getal niet herkent of niet reageert, zullen de buren dit misschien wel opmerken. Je kunt immers tellen wie welk getal heeft.


Raad het getal:

Nodig: Getalkaarten, een afbeelding/knuffel/handpop van twee personages die bij het thema passen.

Leg de getallenlijn in de kring. Zorg ervoor dat alle kinderen aan de goede kant zitten (en het spel dus niet op z'n kop zien). Leg het ene personage aan het begin van de getallenlijn (voor de 1) en het andere aan het eind (achter de 10 of 20). Neem een getal in gedachten. De kinderen mogen raden. Vertel of het geraden getal te hoog of te laag is. Verplaats het ene personage naar rechts wanneer het getal meer moet zijn en verplaats de andere naar links als het getal minder moet zijn. Bijv. Jij hebt 7 in gedachten. Een kind raadt 4. Dit is te laag. Verplaats het ene personage, schuif hem over de 1, 2, 3 en 4. De getallen tussen de twee personages kunnen nog geraden worden. Nu wordt 8 geraden. Dit is te hoog. Verplaats de andere personage naar de 8. De getallen tussen 4 en 8 blijven over.

Ga zo verder. Wie raadt het getal?


Rara, waar ben ik?

Nodig: Getalkaarten, een afbeelding, passende bij het thema.

Verstop een afbeelding onder één van de kaartjes. De kinderen raden waar deze ligt.

Ze moeten het getal eerst juist benoemen en dan mogen ze kijken.


Getalsymbolen koppelen aan getalbeelden 1:

Nodig: Schrijf de cijfers één tot en met vijf elk op een notitieblaadje. Schrijf op andere stukjes papier getalbeelden: de dobbelsteenstructuur, het turfbeeld, opgestoken vingers. Ook van één tot en met vijf.

Verdeel de briefjes onder de kinderen. Vertel dat de kinderen met een briefje waar een cijfer op staat op zoek moeten naar de kinderen met het getalbeeld behorend bij dit cijfer.

De kinderen lopen door de kring en gaan bij het juiste kind staan. Wanneer iedereen zijn cijfer gevonden heeft, controleer je of het klopt.


Getalsymbolen koppelen aan getalbeelden 2:

Nodig: 12 dezelfde voorwerpen, passende bij het thema. Nummer deze van 1 t/m …

Leg de voorwerpen in de juiste volgorde en tel ze.

Tel verder vanaf een bepaald getal, tel terug, tel met sprongen.

Gooi vervolgens met 2 dobbelstenen. Kijk wat je gegooid hebt en pak het desbetreffende voorwerp.


Hoger / lager:

Nodig: Getalkaarten

Neem een stapeltje Getalkaarten en schud ze goed.

Draai de eerste kaart om. Vraag de kinderen welk getal hierop staat.

Laat de kinderen nu raden of er op de volgende kaart een hoger of lager getal staat.

Draai de volgende kaart om. Is het hoger of lager? Ga zo verder. Geef elk kind een kaart. Laat één van de kinderen de naam van een ander kind noemen.

Heeft hij een hoger of lager getal op zijn kaart staan?


Kringactiviteiten zonder getalkaarten:

Stappenpad:

Nodig: Een rubberen puzzelmat in de klas waar cijfers op staan.

Hier kun je een stappenpad van leggen van 1 tot en met 9. Dit is een leuke activiteit om met de jongsten te doen. Maak samen het stappenpad en laat de kinderen eroverheen lopen, terwijl ze tellen.

Activiteiten met getalkaarten buiten/in de speelzaal

Rennen naar getallen:

Nodig: Getalkaarten

Hang enkele getalkaartjes zichtbaar op. Noem een getal of laat een hoeveelheid zien (bijv. door te flitsen met je vingers of door een getalbeeld op een grote dobbelsteen te laten zien). De kinderen rennen naar het getal dat ze zien.


Groepjes maken:

Nodig: Getalkaarten.

De kinderen lopen door de speelzaal. Jij laat een getal zien.

kinderen vormen groepjes gelijk aan het getal dat ze zien.


Cijferspeurtocht:

Nodig: Nodig: Getalkaarten, eventueel een bingokaart.

Ga op cijferspeurtocht in of rondom de school. Hang overal cijfers op. Geef de kinderen eventueel ook een bingokaart mee met getal symbolen erop, zodat zij deze kunnen afstrepen als ze een getal hebben gevonden.


Algemene cijferkaarten vind je o.a. hier:

Twinkl: Digitcards 0-100


Stop de kaartjes in de cijfermuur of leg ze op de cijfertafel of in de rekenkast.

Meer achtergrondinformatie over gecijferdheid op deze website vind je hier.

Kijk ook eens op mijn Pinterestbord!

Heb jij zelf ook nog leuke suggesties? Laat het in een reactie weten!

© 2019 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com