Zoeken
  • Juf Angelique

Gecijferdheid en muziek bij kleuters

Bijgewerkt op: 12 mei

Als je rekenen met muziek combineert, dan wordt rekenen ineens veel leuker.

Kinderen worden meer gemotiveerd en een gemotiveerde leerling leert meer én sneller.

Muziek nodigt uit tot regelmatig herhalen, waardoor gecijferdheid in een muzikale context ook beter blijft hangen en de kennis inslijt. Door vakoverstijgend met muziek en gecijferdheid bezig te zijn worden bovendien verschillende delen van de hersenen tegelijk aangesproken (bijvoorbeeld de gebieden voor zang en muziek, voor tellen en voor beweging) en is de ontwikkeling op al deze gebieden ook veel effectiever.

En als dat dan ook nog eens interactief (met elkaar) wordt gedaan, dan wordt het leerresultaat nóg groter…In deze blog lees je er meer over.



Muziek is leerzaam!


Muziek is leuk, maar muziek is daarnaast ook van groot belang voor ieder kind in de basisschool. Het is de sleutel tot de brede ontwikkeling van een kind: ontwikkeling van kennis, vaardigheden en inzichten.

Terwijl de kinderen plezier beleven aan muziek vindt er ook ontwikkeling plaats op motorisch, sociaal, emotioneel, cognitief, creatief en zintuiglijk gebied. Muziek is dus niet als zodanig waardevol, maar ook omdat het verbonden is met de andere vakgebieden.


Dit positieve effect heeft te maken met het moeten samenwerken van de beide hersenhelften bij het maken van muziek. In de linker hersenhelft wordt de spraak en intellect geregeld. De rechter hersenhelft regelt de gevoelstoestand.

Door het maken van muziek raken deze hersenhelften meer en sterker met elkaar verbonden dan bij kinderen die geen muziek maken, omdat de neuronen worden geactiveerd en hierdoor minder neuronen afsterven. Dit maakt de verbindingen beter en dat heeft weer invloed op het IQ van je kind. Muziek maakt dus slimmer!

 

Rekenen is de grondslag van muziek!


De verbinding tussen muziek en getallen kent een lange historie.

Toen Pythagoras in 530 voor Christus zijn getallenleer uitwerkte in getalsverhoudingen, werd de grondslag voor muziekwetenschap gelegd. Pythagoras, een geoefend lierspeler, werkte zijn getallenleer in muziek uit en ontdekte zo boventoonreeksen, toonladders en intervallen (do-re-mi-fa-sol). Vanuit zijn leer kon hij verklaren waarom sommige tonen mooi bij elkaar passen of juist niet bij elkaar passen. Sinds de vroege middeleeuwen behoort muziek tot de vier mathematische disciplines, bestaande uit:

  • Rekenkunde

  • Meetkunde

  • Muziek

  • Astronomie

 

Muziek en gecijferdheid


Wanneer je muziekonderwijs aanbiedt ben je als het ware al aan het rekenen. Kinderen doen tijdens muziek namelijk al vanzelf allerlei ervaringen rondom gecijferdheid op.


Ruimtelijk inzicht en tijd

Door kinderen te stimuleren zoveel mogelijk van de ruimte gebruik te maken, wordt een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke oriëntatie en (door bepaalde opdrachten) ook aan het ruimtelijk geheugen. Het kunnen oriënteren in de ruimte en die ruimte kunnen visualiseren, is tevens een voorwaarde voor bijvoorbeeld rekenen of meetkunde. Hetzelfde geldt voor het toepassen van ruimtelijke begrippen als achter-voor, boven-onder, links-rechts, naast, tegenover, tussen, vooraan-achteraan of ver weg-dichtbij. Deze begrippen hóren bij muziek en beweging! Een stap naar voren, naar achteren, naar rechts, naar links, of het lopen in een kring, het vormen van een rechte lijn of juist een driehoek of een ovaal… het zijn allemaal ruimtelijke grootheden, die de kinderen bij bewegen op muziek op een speelse, fysieke manier kunnen beleven.


Kinderen raken door middel van zingen ook vertrouwd met tijd, zoals klankduur (snel-langzaam). Muziek is bovendien een vorm van kunst in tijd.

Luisteren naar muziek gaat altijd gelijk op met het verstrijken van de tijd. Bij luisteren naar muziek kun je, in tegenstelling tot bij lezen, niet even een stukje terugbladeren, want de muziek gaat door en elk moment is de muziek weer anders. Al die momenten samen vormen een totaalindruk van de muziek, denken in tijd. Door het beluisterde in het geheugen in te delen of te verbeelden kan er door de tijd en de klankvoorstelling worden genavigeerd. Kinderen kunnen bijvoorbeeld herkennen waar een muziekfragment, zoals een tussenspel, in een bepaald nummer thuishoort. Door te memoriseren waar dat gedeelte in het muziekstuk voorkomt (de structuur) wordt het vermogen gestimuleerd om in de tijd te navigeren (wat klinkt er voor het tussenspel en wat erna; verleden, heden, toekomst).


Gecijferdheid

Muziek is wiskundig te verdelen in tellen. Deze telling is een goed hulpmiddel bij het maken en het aanleren van een lied, muziekstuk of een choreografie.

Gecijferdheid en muziek houden zich beide ook bezig met:

  • Ordening: Bij muziek kom je dat bijvoorbeeld tegen in patronen. Een lied of muziekstuk is een geheel dat kan worden geanalyseerd in eenheden, die een bepaalde relatie met elkaar hebben. Het zijn herhalende, variërende of contrasterende eenheden.

  • Schatten: Schatten heeft ook van alles te maken met muzikaal improviseren. Bij improvisatie is het altijd zo dat dit binnen een vaste structuur gebeurt, bijvoorbeeld ‘vraag-antwoord’. De vraag duurt bijvoorbeeld één maat van vier tellen lang, het antwoord (de improvisatie) moet ook binnen een maat van vier tellen passen. De kinderen improviseren het antwoord en moeten dus precies binnen de vier tellen het antwoord inschatten.

  • Abstraheren (abstract-symbolisch denken): Muziek komt net als gecijferdheid tegemoet aan het vermogen tot abstractie of symbolisch denken. Denk daarbij vooral aan het lezen en noteren van muziek.

  • Generaliseren: Generaliseren gaat over het bedenken hoe een klank zal zijn. Het ontwikkelen van een klankvoorstelling heeft daar van alles mee te maken. Een kind bedenkt vooraf hoe iets moet gaan klinken. Vervolgens probeert een kind dit voorgestelde uit een bepaald instrument te halen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het afmaken van een melodie of aan het samenstellen/componeren van een muziekstuk.


Cognitieve ontwikkeling

Dansen en muziek houden je lichaam en je hersenen jong en gezond.

Dansen en muziek zijn de ultieme breintraining. Het stimuleert het cognitieve vermogen en zorgt ervoor dat kinderen gemakkelijker schakelen tussen de twee hersenhelften, waardoor ze beter complexe opdrachten kunnen uitvoeren. Het is onvoorstelbaar hoeveel gebieden in de hersenen er worden geprikkeld, aangesproken en geactiveerd bij het bewegen op muziek. Kinderen leren hierdoor ook meerdere dingen tegelijk te doen (multitasken).

Tijdens het zingen en muziek maken moeten ze bijvoorbeeld tegelijk opletten dat ze het lied én de rest van de klas blijven volgen.


Laten we dus een goede gewoonte maken van muziekonderwijs binnen de basisschool en het de plek geven die het verdient!

 

De voordelen van vakoverstijgend werken


Een hobbel die leerkrachten vaak moeten nemen om aan muziek in de klas te beginnen is het volle rooster. Muziekonderwijs verdwijnt vaak naar de achtergrond, omdat de andere taken nog niet helemaal af zijn gekomen. Door vakoverstijgend te benaderen kun je deze problemen tackelen. Muziek is een ontwikkelingsgebied op zich, maar daarnaast ook een prachtig middel om meerdere ontwikkelingsgebieden te combineren in één activiteit.

Muzikale doelen zijn bij uitstek geschikt om te combineren met doelen van andere leergebieden, zoals gecijferdheid.

Je kunt de rekentaak bijvoorbeeld ook in de vorm van een liedje doen.


Vakoverstijgend werken kent nog veel meer voordelen dan tijdwinst.

Leren is niet alleen een rationeel proces, maar vooral ook een emotioneel proces.

Denk daarbij aan betrokkenheid of intrinsieke motivatie.

Muziek is een vak waar kinderen in het algemeen met heel veel plezier mee bezig zijn. Rekenen krijgt door het in muziek te beleven een veel meer fysiek doorleefde ervaring.

Daarnaast is rekenen voor veel kinderen niet het uitdagendste vak op school.

Door onderdelen of vaardigheden van het vak rekenen binnen muziek aan bod te laten komen of terug te laten komen, wordt de motivatie en het leereffect versterkt.


Leerinhoud die in een muzikale context wordt aangeboden blijft daarnaast ook beter hangen. Een andere heel belangrijke cognitieve functie is muziek als middel om rekenkundige reeksen te automatiseren. Muziek nodigt namelijk uit tot regelmatig herhalen, waardoor kinderen automatiseren en de kennis inslijt. Door een lied te leren wordt de tekst geautomatiseerd. Het lied (tekst, ritme en toonhoogte) vormt in dit geval een anker voor kennis die in het langetermijngeheugen ligt opgeslagen. Muziek is daarbij het kompas voor het opdiepen van de opgeslagen informatie uit het geheugen, zodat het in het werkgeheugen kan worden gebruikt.


Door vakoverstijgend met muziek bezig te zijn worden ook verschillende delen van de hersenen tegelijk aangesproken (bijvoorbeeld de gebieden voor zang en muziek, voor tellen en voor beweging) is de ontwikkeling op al deze gebieden ook effectiever.


Er zijn vele mogelijkheden om muziek als middel in te zetten in de rekenles.

Als leerkracht hoef je niet over grote muzikale vaardigheden te beschikken, om met muzikaal rekenen aan de slag te gaan.

Je moet wél beschikken over de durf, om met deze aanpak te gaan experimenteren, want omdat muziek moet klinken, zal het minder stil zijn in je klas! En je moet beschikken over de overtuiging, dat deze muzikale aanpak van gecijferdheid tot resultaat zal leiden.

 

Activiteiten rondom lichaamsbesef


Bewegend zingen:

Je hebt nodig:

-

Laat de kinderen in verschillende houdingen zingen. Laat ze bijvoorbeeld hun armen strekken en tijdens het zingen langzaam van links naar rechts en van voor naar achter bewegen, kleine rondjes met hun romp draaien (vanuit het bekken), hun schouders naar boven en beneden te doen, met hun hoofd (vanuit de nek) naar hun arm bewegen of met de neus bewegen (Hierdoor worden de aangezichtsspieren geactiveerd.)

Giet deze bewegingen in een verhaaltje, bijvoorbeeld: Er gaat een vliegje op je neus zitten en je neus beweegt heen en weer.


Bodysounds:

Je hebt nodig:

-

Verken met je kinderen eens welke geluiden ze allemaal met hun eigen lijf kunnen maken.

Laat in de kring steeds iemand een geluid verzinnen en dit door de andere kinderen (eventueel ook met de ogen dicht) laten nadoen. Daarna is de volgende aan de beurt.

Je kunt ook een kort ritme maken van vier tellen met een bodysound cirkel.


Ik speel op mijn lijf en dat klinkt zo:

Je hebt nodig:

-

Dit spel is een ritmische variant van ‘Ik ga op reis en ik neem mee’.

Je zegt: ‘Ik speel op mijn lijf en dat klinkt zo.’ Vervolgens maak je één body-sound.

De kinderen doet dit na. De volgende in de kring zegt vervolgens weer die zin, herhaalt eerst jouw geluid en voegt er een nieuwe klank aan toe. Zo ga je verder...


Klip, klak, stamp:

Je hebt nodig:

-

De kinderen staan in een kring. Een kind maakt een geluid met zijn lichaam, zoals knippen met de vingers, klakken met de tong of stampen met de voeten. De anderen doet dit na.

Zo wordt de kring rondgegaan.


Muzikale gevoelens:

Je hebt nodig:

- Muziekinstrumenten

Geef enkele kinderen een muziekinstrument, zoals een trommel, triangel en een tamboerijn. Noem de vier basisgevoelens: boos, bang, blij en verdrietig.

Alle kinderen uit de klas beelden het gevoel al lopend uit, terwijl de muzikanten het gevoel versterken met hun instrumenten.


Lichaamsdelen:

Je hebt nodig:

- Muziek

Laat kinderen dansen met afzonderlijke lichaamsdelen: voeten, schouders, heupen enzovoort. Laat ze lekker experimenteren. Wat kan je lichaam allemaal? Ontdek en probeer.


Klaas Vaak:

Je hebt nodig:

- Een slaapmuts

- Een rustig muziekje

Zet een slaapmuts op of doe een pyjamajasje aan en speel dat je Klaas Vaak bent.

De kinderen staan verspreid in de ruimte. Start een rustig muziekstuk. De kinderen dansen op hun plek op de muziek. Klaas Vaak loopt rond en tikt lichaamsdelen van de kinderen aan. Deze lichaamsdelen vallen in slaap en bewegen niet meer. Bijvoorbeeld: Een been wordt aangetikt. Het kind danst verder, maar zijn ene been staat stil. Zo worden steeds meer lichaamsdelen in slaap gebracht. Alle kinderen eindigen slapend op de grond.


Stopdans:

Je hebt nodig:

- Muziek

De kinderen staan verdeeld in de ruimte en mogen vrij bewegen als de muziek aanstaat, maar zodra de muziek stopt, staan ze stil: ze bevriezen (freeze). Als dit principe duidelijk is, maak je de opdracht iets moeilijker. Vertel vóór de muziek aangaat waar de freeze aan moet voldoen, bijvoorbeeld: één arm in je zij, op je knieën zitten, je handen voor je ogen houden. Gebruik uitnodigende muziek die aanzet tot beweging.


In mijn blog Bewegen op muziek met kleuters vind je nog meer suggesties.

 

Activiteiten rondom visueel waarnemen


Iemand de mond snoeren:

Je hebt nodig:

-

Vraag alle kinderen de ogen te sluiten. Tik iemand aan die de kinderen de ‘mond mag snoeren’. Alle kinderen openen de ogen. Kies een kind dat in het midden van de kring gaat zitten. De kinderen zingen een lied. Het kind dat is aangetikt kijkt een kind aan en knippert een keer met de ogen. Als het andere kind dit opmerkt, brengt hij zijn handen naar zijn mond en stopt met zingen. Op deze manier wordt bij steeds meer kinderen ‘de mond gesnoerd’. Kan het kind dat in de kring zit ontdekken wie dit veroorzaakt?


Kiekeboe!

Je hebt nodig:

- Gebruik een stokpopje (zo eentje, die in en uit de koker kan piepen).

Als het stokpopje verdwijnt, dan verdwijnt ook het geluid en stoppen de kinderen met zingen en gaat de leerkracht verder. Als het poppetje weer verschijnt, dan gaan ze weer verder met zingen. Zo kan je ze stukjes laten zingen die ze al kennen, maar de zinnen die nog te moeilijk zijn zelf zingen.


De dirigent: Je hebt nodig:

-

Laat de klas een applaus geven. Jij dirigeert: breng je je handen dicht bij elkaar, dan is het applaus heel zacht. Zijn je handen ver uit elkaar dan is het heel hard. Verzin ook een stilte-teken. Als het principe duidelijk is, mogen er ook kinderen dirigeren.

Om het moeilijker te maken kun je de klas verdelen in twee (of meer) groepen en de dirigent geeft elke groep andere aanwijzingen.


De muziekdoos:

Je hebt nodig:

- Zorg voor een doos met een deksel dat je open kunt klappen. Dit is de muziekdoos.

- Instrumenten

Neem de doos op schoot en geef elk kind een instrument. Vertel dat je op zolder een doos vond. Toen je hem openmaakte, kwam er muziek uit en toen je hem dicht deed stopte de muziek. Zou hij het in de klas doen? Oefen het reageren op het open- en dichtklappen van de muziekdoos een aantal keer en laat hierna een kind de muziekdoos bedienen.


Een vormen- of kleurenpartituur:

Je hebt nodig:

- Instrumenten

- Een cirkel, vierkant, driehoek en rechthoek.

Leg deze vormen in de kring en neem de instrumenten erbij. Overleg met de kinderen welk instrument bij welke vorm past. Bekijk de instrumenten die gekozen zijn. Heb je er hier meer van? Leg deze erbij. Verdeel de instrumenten over de kinderen en vraag of ze weten welke vorm hun instrument vertegenwoordigt. Leg met de vormen een reeks in de kring.

Dit is jullie vormenpartituur. Speel deze partituur vorm voor vorm.

Het instrument dat bij de aangewezen vorm is gekozen, speelt. Op een later moment kunnen de kinderen in groepjes hun eigen vormenpartituur maken en spelen.

* Variatie: Vervang de vormen door gekleurde cirkels

 

Activiteiten rondom ruimtelijk inzicht


Symmetrie:

Je hebt nodig:

-

Kies een canon uit die de kinderen goed kennen. Zing de canon en laat de kinderen er bewegingen bij maken. Studeer de bewegingen in. Zing het lied in canon met de bewegingen erbij. ‘Zing’ vervolgens zonder geluid in canon, maar laat de bewegingen wel (in de maat) uitvoeren.


Spiegelen:

Je hebt nodig:

- Kies rustige muziek uit

Laat de kinderen daar in tweetallen op bewegen. Een van de twee kinderen neemt het initiatief, de ander is het spiegelbeeld en doet alles exact (in spiegelbeeld) na.


Er zijn natuurlijk nog veel meer mogelijkheden, om de vakken rekenen en muziek met elkaar te combineren. Als je ermee aan de slag gaat, dan zal je die mogelijkheden vanzelf ook gaan tegenkomen.

 

Activiteiten rondom tijdsbesef


Een knuffel doorgeven:

Je hebt nodig:

- Een knuffel.

Laat de kinderen tijdens het liedje een knuffel doorgeven, die voor het einde van het lied weer bij de leerkracht moet zijn. Kinderen ontwikkelen zo gevoel voor 'hartslag van de muziek', het puls gevoel.


Timer:

Je hebt nodig:

- Zet een muziek op.

Zo lang de muziek klinkt, mogen de kinderen een opdracht uitvoeren. Als de muziek klaar is, moeten ze ook klaar zijn. Goed timen dus!

Voorbeeldopdrachten:

  • Door het lokaal lopen en weer op je stoel gaan zitten.

  • Op je allermooist een tekening of je naam in de lucht schrijven.

  • Een handdans maken en je handen op je benen leggen.

  • Een lied zingen waarin bewogen wordt.

  • Een kind loopt door het lokaal en zorgt ervoor dat hij terug in de kring is voordat het lied is afgelopen.


Geef de klank door:

Je hebt nodig:

- Voor ieder kind een instrument

De kinderen spelen een voor een op hun instrument, zo gaat de klank de kring rond.

Pas als het ene instrument volledig is uitgeklonken, mag het volgende kind op zijn instrument spelen. Het ene instrument klinkt heel lang en het andere juist kort.

De kinderen worden zich zo bewust van de verschillende klanken van de instrumenten en moeten voor deze opdracht heel geconcentreerd luisteren.


De slak en de bij:

Je hebt nodig:

- Langzame muziek en snelle muziek (bijv. "Flight of the bumblebee")

Vraag de kinderen om zo langzaam te bewegen als een slak die van zijn moeder naar bed moet. Of zo snel als een bij die te laat is op zijn afspraak met de bijenkoningin. Hierdoor leren kinderen zich snel en langzaam te bewegen en krijgen ze hierbij een rijke ondersteuning in taal, verhaal en verbeelding.

 

Activiteiten rondom gecijferdheid


Teldans:

Je hebt nodig:

- Muziek (niet te snel)

Bij dansen op muziek tellen we altijd tot 8.

Tel samen met de kinderen heen en terug te tellen op de maat van de muziek of tel met sprongen van 2 of meer zo te doen.