Zoeken
  • Juf Angelique

Floddertje: Bouwhoek (werkles)

Bijgewerkt op: 16 jan.

In deze blog geef ik je ideetjes voor de bouw-/constructiehoek bij het thema Floddertje.



Inrichting/materialen


Richt de hoek bij voorkeur samen met de kinderen in.

Inventariseer wat er nodig is en laat de kinderen dit zoveel mogelijk zelf meenemen of maken. Het is misschien tijdrovender, maar het verhoogt de betrokkenheid enorm.

Denk bij het inrichten van de hoek, naast het basismateriaal ook eens aan het gebruik van andere materialen. Vul de hoek bijvoorbeeld aan met:



Een ondergrond/achtergrond:

Denk hierbij aan:

  • Een stuk karton (eventueel met een omtrek erop getekend, waarop de kinderen moeten bouwen)

  • Een lap

  • Gekleurd papier

  • Zeil

  • Een stuk tapijt

  • Een spiegel

  • Een achtergrond

  • Kleed de hoek aan met prenten uit het boek.


Personages: Floddertje, Smeerkees, moeder, vader, de dokter, de zuster, de brandweer, de schilder, de bruid en bruidegom, de fotograaf, de bakker, de kinderen, de kikker, de burgemeester, de voorbijgangers, de kapper en tante

  • Maak gebruik van knuffels, handpoppen, vingerpoppetjes of plastic poppetjes

  • Plastificeer afbeeldingen en bevestig deze op wc rolletjes of blokken.

  • Leg verkleedpakken van neer om rollenspel te stimuleren.


Materialen waarmee de kinderen de leefomgeving van Floddertje kunnen nabouwen:

Denk hierbij aan:

  • Afbeeldingen uit het boek op blokken

  • Badeenden

  • Bezem

  • Emmer

  • Fles badschuim

  • Lintje

  • Mixer

  • Schoonmaakspullen

  • Servies

  • Soepblik

  • Sponsjes

  • Tafelkleed

  • Tuinslang (stukje)

  • Verfpotten

  • Wasmiddelpak

 

Zonder impressie geen expressie!


Constructief spel begint met inspiratie om de kinderen te prikkelen en om creativiteit op te roepen. Bij jonge kinderen start inspiratie altijd vanuit hun eigen interesse, belevingswereld en ervaring. Door ervoor te zorgen dat je hoek daarbij aansluit, krijgt deze meer betekenis bij de kinderen. Onderzoek het onderwerp Floddertje daarom van tevoren met de kinderen, om hun voorkennis op te frissen of te verrijken.

Laat zien welke (nieuwe) materialen er in de hoek staan en vraag eens wat je ermee kunt doen. Probeer de kinderen uit te dagen met zoveel mogelijk suggesties te komen.

Vertel wat er in de hoek gedaan kan worden en laat de kinderen ook zelf ideeën aanreiken. Demonstreer het spel. Bekijk visueel materiaal en geef deze een plekje in je hoek.

Denk hierbij aan:

  • Afbeeldingen

  • Bouwtekeningen

  • Bouwvoorbeelden (ook van de kinderen zelf)

  • Boeken

  • Hoogtekaarten

  • Maquette

  • Plattegronden

  • Praatplaten

  • Posters

  • Schematische bouwvoorbeelden

  • Een tablet met foto's en filmpjes

  • Een inspiratieboek over Floddertje met afbeeldingen, voorbeelden van werken en foto's van werken van de kinderen zelf.

  • Laat kinderen met de iPad door middel van foto’s van hun werk een stappenplan voor iemand anders maken, zodat andere kinderen het gebouw kunnen nabouwen en beperk het aantal foto's wat ze mogen maken (bijv. maximaal drie).

Gebruik beeldmateriaal vooral ter inspiratie en verrijking.

Laat de kinderen zoveel mogelijk zelf bouwen in plaats van namaken.

 

Uitdagingen


Spel is vrij van opdrachten. Wanneer we spreken van leren door te spelen, bedoelen we dat kinderen het geleerde moeten verwerken tijdens het spel, voor ze zich de nieuwe kennis en vaardigheden eigen maken en in een andere situatie kunnen gebruiken.

Alleen vrij spel is dus nog geen onderwijs; het wordt pas onderwijs doordat de leerkracht invloed uitoefent op dat vrije spel en daarmee voorwaarden aanreikt om leerdoelen uit te lokken. Uitlokken betekent echter niet hetzelfde als ervan uitgaan dat de kinderen deze leerdoelen ook oppikken. Als kinderen niet spelen wat jij door het toevoegen van deze voorwaarden had verwacht dan is dat helemaal niet erg. Die doelen en verwachtingen zitten vooral in je eigen hoofd en niet in het hoofd van de kinderen.

Als kinderen spelen zijn ze eigenlijk doelloos bezig, dan gaat het meer om het proces, niet om het eindproduct. Je moet je niet focussen op de resultaten en je verwachtingen, het kind altijd zoveel mogelijk zelf laten onderzoeken en ontdekken en datgene wat je probeert uit te lokken ook weer durven loslaten.


Wanneer kinderen daar in hun ontwikkeling aan toe zijn en doelgerichter constructief spel laten zien, kun je ze stimuleren door een bouwprobleem of een uitdaging te introduceren. Hiermee spreek je het oplossingsgericht denken van kinderen aan.


Deze problemen en uitdagingen kunnen ook geïntroduceerd worden met een brief, verhalen en/of prentenboeken. Of vertel met een handpop een verhaal met een opdracht erin en vraag wie er wil helpen. En maak dan achteraf als beloning de foto met de handpop erbij. Bijvoorbeeld: Floddertje heeft een nieuw bad nodig. Kunnen de kinderen haar helpen?


Maak de problemen en uitdagingen wel het liefst zo min mogelijk visueel, omdat het kind dan al in een bepaalde richting geduwd wordt.

Maak liever opdrachtkaarten/kaartjes en vertel het kind wat erop staat.

Print deze opdrachtkaartjes uit en lamineer ze of hang ze op.


Uitdagingen die je zou kunnen toevoegen binnen dit thema zijn:

  • Bouw een personage uit het boek (liggend of staand). Kleur deze eventueel in met gekleurde dopjes of stukjes mozaïek.

  • Bouw een huis voor Floddertje (met kamers, deuren, ramen, verdiepingen, een dak). Hoe groot moet het worden als Floddertje erin moet passen?

  • Bouw een bad.

  • Bouw een nieuwe taart voor de bruid en bruidegom. Versier deze met Loose Parts.

  • Bouw een ladder.

  • Bouw een trap.

  • Bouw een tafel en een stoel (en dek deze voor de bruiloft).

  • Bouw een bed voor moeder die ziek is.

  • Bouw een fornuis, waarop Floddertje soep kan koken.

  • Bouw een wasmachine.

  • Bouwen met sponzen.


Koppel het bouwen aan motoriek:

  • Verstop de blokken in de zandtafel of een bak met water of (scheer)schuim. De kinderen gaan op zoek en doen daarbij allerlei sensorische ervaringen op. Gebruik je water? Leg er dan een pollepel bij om de blokken uit het water te scheppen.


Koppel het bouwen aan taal/geletterdheid:

  • Voeg materialen toe die taal en geletterdheid uitdagen, zoals schrijfmaterialen, een whiteboard, letters, letterblokken, letterkaarten, woordkaarten, wereldspelmateriaal, materialen die rollenspel uitdagen en (afbeeldingen van) het boek.

  • Gebruik de bouw-/constructiematerialen om een verteltafel rondom Floddertje in te richten.

  • Laat de kinderen voor elke letter in een woord een blok neerleggen.

  • Plak letters op blokken en laat de kinderen er Floddertje-woorden mee bouwen. Je kunt ook kant en klare letterblokken gebruiken.

  • Laat de kinderen woordkaarten uit het thema in hun constructieve spel gebruiken. Wanneer zij bijvoorbeeld een bad bouwen, dan kunnen zij de woordkaart 'het bad' op hun bouwwerk plakken. Ze kunnen deze met papier, schrijfgerei en plakband natuurlijk ook zelf schrijven en opplakken.


Koppel het bouwen aan digitale geletterdheid:

  • Voeg materialen toe die digitale geletterdheid uitdagen, zoals: een tablet, Bee Bot en ‘kraak de code’-kaarten.

  • Laat de kinderen een foto van hun bouwwerk maken en hang deze op in de hoek of doe de foto in een inspiratiemap.

  • Laat de kinderen foto's van het bouwproces maken, zodat er een stappenplan ontstaat.

  • Bouwmaterialen lenen zich ook uitstekend voor het maken van stopmotion filmpjes. De kinderen maken dan eerst een bouwwerk die ze als achtergrond kunnen gebruiken. Daarna gaan ze een verhaal bedenken. Stel hierbij vragen als: Wat gebeurt er eerst? Hoe gaat het verhaal verder? En hoe loopt het af? Dan is het tijd om te beginnen met het maken van het stopmotion filmpje. Hierbij kun je een stopmotion app gebruiken. Zorg ervoor dat de tablet stevig staat en niet van zijn plaats kan komen. In de app maak je een foto van elke opstelling. Vervolgens verschuif je de poppetjes of diertjes een klein stukje en maak je weer een foto. Zo ga je door, tot je het verhaal klaar is. De app zet alle foto’s achter elkaar. Als je dan op afspelen drukt, zie je het hele filmpje achter elkaar.


Koppel het bouwen aan visueel-/ruimtelijk waarnemen:

  • Voeg materialen toe die de visueel-/ruimtelijke ontwikkeling uitdagen, zoals: vormenkaarten, kleurenkaarten, een kleurendobbelsteen, een kompas, een vergrootglas, bouwvoorbeelden, bouwtekeningen, plattegronden, hoogtekaarten, een whiteboard, een fundament en spiegels.

  • Maak samen een identiek bouwwerk.

  • Maak van elke kleur blokken een eigen ladder. Benoem steeds welke het hoogst is, en welke het laagst.

  • Oefen de ruimtelijke begrippen met bouwmaterialen. Het kind bouwt een bad en krijgt daarna opdrachten met Floddertje: Zet deze in, op, achter het bad enz... Je kunt ook twee kinderen naast elkaar zetten met een schot ertussen en elkaar opdrachten laten geven.

  • Bouw een voorbeeld vanaf een foto of bouwtekening na. Dit kan een ruimtelijk werk zijn, maar ook een platte op een grondplaat (bijv. mozaïeken met Lego).

  • Koppel het bouwen aan het maken van een bouwtekening of plattegrond. Verderop in deze blog lees je daar meer over.


Koppel het bouwen aan gecijferdheid:

  • Voeg materialen toe die gecijferdheid uitdagen, zoals: cijfers, cijferblokken, cijferkaarten, dobbelstenen en hoogtekaarten.

  • Bouw een trap voor de schilder van 20 blokken.

  • Maak een bordspel van een grondplaat van Duplo of Lego en blokken. Laat de kinderen er een huis op bouwen en leg een pad van blokken neer. Iedere blok is een stapje vooruit. Gebruik personages uit het boek als pionnen. Laat de kinderen met een dobbelsteen gooien. Wie bereikt als eerste de finish? Variatie schrijf op sommige vakjes een + met een cijfer en een – met een cijfer. Als een speler daarop komt moet hij nog zoveel plekken vooruit (+) of achteruit (-)

  • Geef de kinderen cijferkaarten (met of zonder de visuele ondersteuning van blokken) of laat ze met twee dobbelstenen rollen en laat ze ladders voor de schilder bouwen die even hoog zijn

  • Tel met hoeveel blokken je bouwwerk gebouwd is. Laat het kind het cijfer op een klein stukje papier schrijven en op het bouwwerk plaatsen. Een ander kind kan dan controleren of het klopt.

  • Rol met een dobbelsteen en leg blokken neer. Wie heeft na 3x gooien de hoogste ladder? Of wie is er het eerst bij 20?

  • Maak op een grondplaat met Legostenen een raster van 3x3 vakken. Speel daarna 3 op een rij (boter kaas en eieren). Iedere speler krijgt een eigen personage uit het Floddertje boek om mee te spelen.


Koppel het bouwen aan tijdsbesef:

  • Voeg materialen toe die tijdsbesef uitdagen, zoals: een stopwatch, klokken, een stappenplan.

  • Maak foto's tijdens het bouwen en orden deze daarna. Maak er een stappenplan van. Deze kun je ophangen of in een boek met andere stappenplannen bewaren.


Koppel het bouwen aan logisch denken:

  • Voeg materialen toe, die logisch denken uitlokken, zoals een centimeter, een duimstok, een liniaal, een waterpas, een meetlint, een rolmaat, stroken en een weegschaal.

  • Meet je bouwwerk met allerlei meetmaterialen

  • Leg een meetstrook neer en geef kinderen de opdracht een ladder te maken, die even hoog is als de strook. Je kunt ook stukken tape op de muur plakken en kinderen vragen een bouwwerk te maken dat even hoog is.

  • Bouw een bad waar je zelf in past.

  • Bouw een ladder, die kleiner is dan jezelf. Of juist groter. Of even groot.

  • Wie bouwt de langste ladder? Hoe meten we dat?

  • Bouw ladders van laag naar hoog.

  • Bouw een ladder voor de schilder naar de tafel. Hoe kun je de constructie stevig maken?

  • Bouw twee torens en klem een vel papier tussen de torens. Beschijn deze van achter met een zaklamp om een schaduwtheater te creëren. Laat de kinderen het verhaal van Floddertje naspelen met poppetjes. Maak de schaduwpoppen van papier, die je op een satéprikker plakt.

Koppel het bouwen aan techniek:

  • Voeg materialen toe die techniek uitlokken, zoals: magneten, metselspullen en alternatieve bouwmaterialen, zoals dozen, rolletjes, (ijslolly)stokjes, bekers, wasknijpers, speelkaarten, rietjes enz.

  • Maak een schaduwtheater. Bouw twee torens en klem een vel papier tussen de torens. Beschijn deze van achter met een zaklamp om een schaduwtheater te creëren. Laat de kinderen het boek naspelen met poppetjes. Maak de schaduwpoppen van papier, die je op een satéprikker plakt.


Je kunt de kaarten hier downloaden.

 

Bouwtekeningen en plattegronden


Koppel het bouwen aan een bouwtekening of plattegrond om kinderen te laten oefenen met het nabouwen vanaf een voorbeeld op het platte vlak.

  • Hang foto's van bouwwerken, hoogtekaarten of schematische voorbeelden op om kinderen uit te dagen deze na te bouwen.

  • Hang bijvoorbeeld een whiteboard in je hoek, zodat de kinderen eerst een bouwtekening/ontwerp kunnen maken. Of zet een schildersezel in je hoek met voldoende grote tekenvellen en schetsmateriaal.

  • De kinderen kunnen hun ontwerp ook op (ruitjes)papier maken met tekenmaterialen, vouwblaadjes of omtrekken van blokken (vooraf of achteraf).

  • Je kunt de kinderen ook laten bouwen op een omtrek (getekend of met tape geplakt) of plattegrond. Om het nabouwen van een plattegrond iets makkelijker te maken, kun je samen met de kinderen een grondplaat maken met dezelfde indeling als die van de plattegrond, zodat de kinderen hun blokken (of sponsjes) daarop kunnen leggen. Zet er eventueel ook cijfers in, zodat ze kunnen lezen hoe hoog ze moeten bouwen.

  • Misschien zijn er ook al wel kinderen die zelf een plattegrond van hun eigen bouwwerk kunnen maken.

  • Laat kinderen ook eens samen werken en aan elkaar uitleggen waar de blokken moeten komen zonder op de kaarten te kijken.

Je kunt deze ontwerpformulieren en de voorkant voor een ontwerpmap hier downloaden

 

Inspiratie voor de bouwhoek


Meer bouw- en constructievoorbeelden van Floddertje vind je o.a. op: Pinterest.

 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën als reactie op deze blog te delen!



81 weergaven0 opmerkingen