top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

De speel-/werkles

Bijgewerkt op: 4 mrt.

Spel is belangrijk voor de ontwikkeling van jonge kinderen.

Maar hoe organiseer je een speel-/werkles bij kleuters? In deze blog lees je er meer over.



De rol van de leerkracht


Wanneer we spreken van leren door te spelen, bedoelen we dat kinderen het geleerde moeten verwerken tijdens het spel, voor ze zich de nieuwe kennis en vaardigheden eigen maken en in een andere situatie kunnen gebruiken. Alleen vrij spel is dus nog geen onderwijs; het wordt pas onderwijs doordat de leerkracht invloed uitoefent op dat vrije spel. Om kansen te pakken en te creëren om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren, zorgt de leerkracht voor de juiste inbreng vooraf, tijdens en na het spelen.


Hoe je het spelen organiseert (en begeleidt) heeft alles te maken met jouw eigen visie op spel. Betekent spelen voor jou zelf bijvoorbeeld kiezen of in opdracht ergens aan de gang gaan? Betekent spelen voor jou doelvrij bezig zijn of vind je dat een leerkracht er ook best een opdracht bij mag geven? Vind je het proces belangrijker of het eindproduct?

Geef je opdrachten of suggesties? Wat als je om een kasteel hebt gevraagd en de kinderen bouwen een boerderij? Mogen de kinderen van jou zelf een betekenis geven aan de materialen waarmee ze spelen of geef jij die? Kortom...wat is jouw definitie van spel?

Het is belangrijk om daarbij stil te staan, omdat je er in jouw organisatie (en begeleiding) anders zomaar voor zou kunnen zorgen dat spel werken wordt en dat je dan aan je eigen doel voorbij gaat.

 

Spel organiseren


De inbreng van de leerkracht vooraf kan bestaan uit:


Kennis opdoen:

Een leerkracht die kennis heeft van de verschillende ontwikkelingsfasen van spel, kan beter inspelen op de behoeften van ieder kind en de zone van de naaste ontwikkeling.


De hoeken inrichten

Als leerkracht maak je spel mogelijk door te zorgen voor een veilige, uitnodigende, gevarieerde en overzichtelijke speelplek met krachtig spelmateriaal, waar kinderen steeds iets nieuws kunnen ontdekken. Hoe rijker de leeromgeving hoe eerder een leerling tot spel komt. Probeer de hoeken dus zo in te richten dat kinderen er zelf voor kiezen. Het is jouw taak de kinderen naar de hoeken te 'lokken', zodat ze niet altijd voor hetzelfde kiezen.

Een andere voorwaarde om tot rijk spel te komen is dat de speelplek een afgebakende ruimte is, die groot genoeg is en niet bij drukke hoeken of looproutes ligt.


Spelprovocatie

Bij deze vorm van speldidactiek richt je de spelomgeving met een bepaald doel in. Dit doe je voor de start van het spelmoment. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan slingers die zijn opgehangen en een taart die is weggezet in een huishoek. Hiermee lok je spel over feest uit. Het doel kan louter gericht zijn op het uitnodigen tot spel, maar ook op het stimuleren van specifieke ontwikkelingsdoelstellingen.


Spelgedrag aanleren

Plan tijd in om kinderen spelgedrag aan te leren door een spel voor te spelen.

Bij het voorspelen leer je kinderen spelgedrag aan en geef je als leerkracht spelsuggesties, niet de opdracht om het spel letterlijk na te spelen.

Probeer bij ieder thema bijv. eens twee of drie situaties voor te spelen.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan het voorspelen van het spel in een winkel, waarin voor de kinderen duidelijk wordt welke taal en welk gedrag er bij een winkelier en een klant hoort.

Gebruik materialen uit de hoek en speel hiermee een situatie of verhaal voor.

Vertel de kinderen dat het overleggen over wie er wat gaat doen een belangrijke factor voor het succes van het spelverloop is. Bedenk van tevoren ook goed welke woorden je gaat toevoegen in je demonstratiespel. Laat de kinderen ook eens met dezelfde materialen in de kring hun eigen spel vormgeven.


Groepjes samenstellen

Zorg dat een activiteit in de hoeken altijd in een klein groepsverband plaatsvindt.

Spelen met andere kinderen betekent niet alleen leren met elkaar, maar ook van elkaar. Samenspel met andere kinderen zorgt ervoor dat er een uitwisseling van ideeën op gang komt en dat kinderen elkaar stimuleren tot verbreding of verdieping. Door onderling contact en samenspel worden leerlingen bovendien automatisch aangespoord te communiceren, taal te gebruiken en hardop na te denken.


Houd er wel rekening mee dat je ander spel zult zien als je een aantal kinderen bij elkaar zet die zich in dezelfde ontwikkelingsfase bevinden, dan kinderen die zich niet allemaal in dezelfde ontwikkelingsfase bevinden. Kleuters baseren hun spelkeuze vaak nog op basis van hun vriendjes, maar het is niet altijd zo dat deze 'vrienden' elkaar positief stimuleren en dat deze interacties (voldoende) bijdragen aan de ontwikkeling van een kind.

Als gevolg daarvan zie je ze bijvoorbeeld steeds met dezelfde kinderen van spelplek naar spelplek voortbewegen. Kleuters hebben een leerkracht nodig die hen aanmoedigt relaties aan te gaan met zoveel mogelijk verschillende kinderen. Om met elkaar te kunnen spelen moeten kinderen elkaar kennen en kunnen vertrouwen. Op die manier kunnen ze ervaren welke kinderen goede uitdagende spelpartners voor hen zijn binnen het diverse aanbod van spel.