Zoeken

Digitale geletterdheid

Bijgewerkt: mrt 15

In deze blog vertel ik je meer over wat digitale geletterdheid is en hoe je het een plekje kunt geven binnen je school en groep.

Van media-educatie naar digitale vaardigheden

Het begon in de jaren 90 met media-educatie; Het kritisch analyseren van kranten, tv-programma’s, films en tijdschriften. Na verloop van tijd, met de opkomst van nieuwe digitale media voldeed die term niet meer.

In 2005 werd vervolgens voor het eerst gesproken over mediawijsheid.

Mediawijsheid gaat over het begrijpen hoe mediaboodschappen tot stand komen, hoe ze geïnterpreteerd worden, en hoe je erdoor beïnvloed wordt; je moet ook weten hoe je zelf kunt deelnemen aan sociale netwerken en hoe je content maakt en gebruikt om je doelen te bereiken. Mediawijsheid gaat over denken én doen.

Met de toenemende digitalisering van de maatschappij dekte het concept mediawijsheid ook niet helemaal de lading meer. Het zijn immers niet meer alleen de media die gedigitaliseerd zijn (of worden); ongeveer alles om ons heen wordt digitaal (of is dat al).

Wat al die dingen precies doen, hoe je er het beste mee om kunt gaan, en begrijpen wat de risico’s en beperkingen zijn moet allemaal geleerd worden.

Mediawijsheid is echter niet te vervangen door digitale geletterdheid; het is zelfs meer nodig dan ooit. Er moest alleen nog een schepje bovenop worden gedaan.

Eigenlijk was er al een vak waarin de omgang met digitale technologie onderwezen werd, namelijk informatica, maar dat was een keuzevak en dringend aan vernieuwing toe.

Vanuit deze twee concepten, Mediawijsheid en informatica, ontstond het begrip digitale geletterdheid, waarbij breder werd gekeken naar digitale kennis en vaardigheden in het algemeen.


Wat is digitale geletterdheid?

Wie digitale geletterdheid wil implementeren in het onderwijs, moet weten wat dat begrip inhoudt en hoe het zich verhoudt tot het algemene concept van de 21e-eeuwse vaardigheden. De vier digitale vaardigheden die volgens SLO en Kennisnet samen de combinatie ‘digitale geletterdheid’ vormen zijn:


1. Informatievaardigheden:

Het kunnen zoeken, selecteren en verwerken van relevante informatie met digitale middelen. Dit kun je oefenen door samen met kleuters zoekopdrachten te bedenken.


2. Computational thinking:

Computational thinking is een hippe term voor programmeren: de taal van een computer leren begrijpen. Programmeren is één van de vaardigheden die in de toekomst nog belangrijker gaat worden. Tijdens het programmeren ontwikkelt de kleuter ook andere 21e -eeuwse vaardigheden, zoals het creatief denken, probleem oplossen en samenwerken.

Een computer denkt eigenlijk heel simpel. Als we willen dat een computer iets gaat doen dan moeten wij aangeven hoe de computer dat moet doen. Programmeren klinkt ook veel moeilijker dan het is. Je kunt het namelijk ook zonder computer of materialen.

Nadenken over welke stappen je bijvoorbeeld moet zetten als je je jas aan wilt trekken is ook al programmeren. Voor een kleuter is programmeren op een computer sowieso nog veel te abstract. Een kleuter oefent deze vaardigheid met concrete materialen. Bijvoorbeeld met hoepels die naast elkaar liggen en waarbij de kinderen elkaar opdrachten moeten geven om ergens te komen, kralenplankcodes of met bewegende robots die geprogrammeerd kunnen worden, zoals: de Bee-Bot, Ozobot, Blue Bot, de programmeerbare robot uit Gynzy en via apps zoals Turtle logic, Kodable of Run Marco.

Tip: Het activiteitenboek Hello Ruby (1) en Hello Ruby (2), rondom programmeren.


3. Mediawijsheid:

Dit gaat over hoe je wijs met digitale media omgaat. Gebruik van nieuwe media brengt veel met zich mee. Je brengt kinderen in aanraking met een digitale wereld waarin zij hun weg nog moeten vinden. Daarom is mediawijsheid een eerste vereiste om de enorme kracht van ICT daadwerkelijk voor het onderwijs te benutten. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bepalen of je informatie of een foto van jezelf wel of niet online plaatst.


4. ICT-basisvaardigheden:

Onder ICT-basisvaardigheden worden de kennis en vaardigheden verstaan die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen en om de mogelijkheden van digitale technologie te benutten. Een kleuter oefent deze vaardigheid wanneer hij een digitaal middel bedient. Denk hierbij bijvoorbeeld aan muisvaardigheden (of touchpad) en het verkennen van een toetsenbord.


Dit betekent dat iemand die informatievaardig is nog niet per se mediawijs of digitaal geletterd is. Een digitaal geletterde bezit de complete set aan ict-(basis)vaardigheden.

Deze vaardigheden werden eerder al benoemd door Kennisnet en SLO, in het kader van de 21e eeuwse vaardigheden.



Digitale vaardigheden zijn belangrijk!

Onze maatschappij wordt steeds digitaler en door al deze ontwikkelingen zullen de kinderen van nu banen gaan hebben waarvoor ze over goede digitale kennis en vaardigheden moeten beschikken. Banen waarvan we voor een deel het bestaan nu ook nog niet kennen. Dat kinderen digitaal geletterd worden, is dus heel belangrijk, om ze goed voor te bereiden op de toekomst. Kunnen lezen en schrijven, oftewel ‘geletterd zijn’ in traditionele zin, is niet meer genoeg. Veel scholen doen al wel hun best om leerlingen goed te leren omgaan met digitale media, maar digitale geletterdheid is op dit moment nog geen verplicht onderwerp in het onderwijs. Dus hangt het momenteel vaak nog af van de interesse van afzonderlijke leraren, of van de incidentele bevlogenheid van een schoolleider hier of een schoolbestuur daar. Structurele aandacht voor digitale geletterdheid in het onderwijscurriculum is nog beperkt. Structurele aandacht voor digitale geletterdheid in het onderwijscurriculum is nog beperkt. Vanaf 2022 gaat dat veranderen en moeten scholen wel in alle groepen verplicht aandacht aan gaan besteden. Het is verstandig om je daar als school nu alvast op voor te bereiden, door zelf al goed na te denken over wat leerlingen zouden moeten kennen en kunnen en daar al vast ervaring mee op te doen. De meeste kinderen en jongeren lijken weliswaar heel erg digitaal vaardig, maar meestal laat hun digitale kennis en vaardigheden in realiteit te wensen over.


Waar begin je?

Digitale geletterdheid omvat heel veel en het bijbehorende onderwijs kan op verschillende manieren ingericht worden. Dat vereist het maken van keuzes, die ook verantwoord moeten worden: wat ga je doen, en waarom ga je dat doen?

Aan de basis van al die keuzes staat: de visie. Die is zowel het uitgangspunt, op grond waarvan je keuzes maakt, als de toetssteen waarmee je je keuzes verantwoordt.

Deze visie kan voor iedere school anders zijn. Mediawijzer heeft een praatplaat ontwikkeld die je helpt om op een gestructureerde manier het gesprek aan te gaan over jullie visie.

Op deze pagina kun je de praatplaat en de instructie daarbij downloaden.

Kennisnet heeft ook een handig handboek ontwikkeld over digitale geletterdheid, boordevol tips en praktijkvoorbeelden. Bekijk het via deze link.

Als je hierop klikt opent een nieuw venster. Het handboek staat onderaan het artikel samen met andere handige downloads. Begin klein vanuit wat je al doet en waar je goed in bent. Kijk bijvoorbeeld naar je wereldoriëntatie en de taal- en rekenlessen.

Kun je binnen die context op een simpele manier aandacht besteden aan digitale aspecten?


Leerlijnen digitale geletterdheid

Om digitale geletterdheid echt structureel te implementeren op school, is er een duidelijke leerlijn nodig. Dit is de ‘kapstok’ waar alle lessen aan opgehangen worden.

Werken met leerlijnen maakt digitale geletterdheid structureel. De overheid stelt landelijke onderwijsdoelen vast, voor alle vakken en alle niveau’s op de basisschool en middelbare school.

Deze doelen zijn nog niet uitgewerkt: je zou er niet in de klas mee aan de slag kunnen omdat ze te vaag zijn. Hier komt Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) om de hoek kijken. Zij werken alle onderwijsdoelen uit in leerplankaders en leerlijnen.

Hierin staat wat leerlingen per doel moeten kennen en kunnen.

Het Ministerie van Onderwijs heeft samen met SLO al een voorbeeld leerplankader opgesteld voor digitale geletterdheid, ook al is het nog niet verplicht in het onderwijs.

In 2022 komen er verplichte onderwijsdoelen voor digitale geletterdheid.

Deze worden op dit moment vastgesteld binnen het Curriculum.nu traject.

Op deze website lees je er meer over. Wil je toch al aan de slag met een doorgaande lijn dan zou je nog vanuit de leerlijnen kunnen werken, zoals hier beschreven.

Digitale geletterdheid is overigens geen optelsom van relevante meetbare leerdoelen of het implementeren van een leerlijn. Het is ook: leren functioneren in de digitale wereld, en daar ‘een eigen ik’ ontwikkelen. Wat al een stuk lastiger in leerdoelen te vangen is.


Digitale vaardigheden van de leerkracht

Digitale ontwikkelingen gaan snel en zijn niet altijd bij te houden voor een leerkracht.

Bij digitale geletterdheid is het dan ook onvermijdelijk, dat de leerling met een vraag komt waar jij het antwoord niet op weet. Soms is het lastig je collega's of team mee te krijgen bij een verandering en voel je misschien zelfs weerstand tegen digitale geletterdheid.

Het nieuwe onbekende maakt veel mensen vaak bang, omdat ze er zelf te weinig van afweten om de touwtjes goed in handen te kunnen houden. Bij het doorvoeren van digitale veranderingen zou je het verandermodel van Kotter als hulpmiddel kunnen gebruiken.



Kijk voor het ontwikkelen van je eigen digitale vaardigheden eens mee met een collega die al wat verder is in digitale geletterdheid of vraag hem/haar je les mee voor te bereiden.

Of wijs een digi-team aan van kinderen die digitaal erg vaardig zijn en zouden kunnen helpen. Kinderen vinden het geweldig als zij de leerkracht eens iets uit kunnen leggen.

Je kunt ook kinderen uit een hogere groep voor je digi-team aanwijzen.

Misschien zijn er ook digitaal vaardige ouders die eventueel zouden kunnen ondersteunen.

Verder zou je bij je leidinggevende natuurlijk kunnen aandringen op een training.

Bij Futurenl geven ze ook een gratis workshop om het team wegwijs te maken in de digitale geletterdheid. Je kunt je hier aanmelden voor zo'n workshop.


Fouten maken mag!

Digitale geletterdheid is veel meer dan een optelsom van meetbare leerdoelen met een voorspelbare uitkomst. Het mooie bij digitale geletterdheid is: fouten maken mag!

De leerlingen mogen fouten maken, en jij als leerkracht ook!

Bij digitale geletterdheid draait het namelijk om telkens nieuwe manieren en oplossingen verzinnen, die vervolgens testen en evalueren.

Iets werkt niet? Geen probleem, verzin iets nieuws en kijk of dat wel werkt. Deze mindset wordt ook wel de 'growth mindset' genoemd, omdat mensen die deze mindset hebben, ervan overtuigd zijn dat je je kunt ontwikkelen door te leren of door nieuwe ervaringen op te doen. Daartegenover heb je de 'fixed mindset', als je denkt dat capaciteiten van een persoon vast zijn en onveranderlijk. Bij een 'fixed mindset' horen gedachten als 'ik kan het niet' en 'ik ben niet slim genoeg' als iets niet lukt. Psychologe Dweck deed onderzoek naar de effecten van deze twee typen mindsets. Zij concludeerde dat een 'growth mindset' zorgt voor motivatie, zin om te leren en doorzettingsvermogen. Een 'fixed mindset' zorgt juist voor onzekerheid, opgeven en kan zelfs leiden tot faalangst.

Een 'growth mindset' werkt het beste als je met digitale geletterdheid aan de slag gaat. Soms lukt iets niet gelijk: met een 'growth mindset' zie je dit niet als een mislukking. Je richt je op het positieve en denkt bijvoorbeeld 'ik kan hier hulp bij vragen' of 'als ik oefen word ik vanzelf beter'. Hier kun je de theorie van De Leerkuil voor gebruiken.


Deze poster is van Het Talentenlab en kun je hier gratis downloaden.

Hang hem bijvoorbeeld op in je klas als geheugensteuntje!


Heb jij nog andere leuke suggesties omtrent digitale geletterdheid, die je wilt delen?

Laat het me weten!

© 2019 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com