Zoeken
  • Juf Angelique

De speel-/verteltafel

Bijgewerkt op: 11 aug.

De verteltafel is een plaats waar boeken tot leven komen. Je bouwt de wereld van het boek in het klein na om er vervolgens mee te spelen. Verteltafels zijn belangrijk voor de geletterde ontwikkeling van kinderen. Door de verbinding van handelen, spelen, lezen en verhalen vertellen wordt de verbeelding gevoed en de inhoud van verhalen verdiept.

In deze blog lees je meer over het inzetten van een verteltafel.



Wat is een verteltafel?


In het taal- en leesonderwijs voor jonge kinderen spelen verhalen en boeken een grote rol. De verteltafel kan hierbij een goede ondersteuning geven.


Maar wat is dat nou precies? Een speel-/verteltafel?

Een speeltafel is iets anders dan een verteltafel.

Op een speeltafel kunnen de kinderen de wereld om hen heen op een driedimensionale verkleinde ruimte naspelen en vertellen.

De verteltafel is een plek met daarop voorwerpen waarmee de kinderen al handelend een voorgelezen en besproken (prentenboek-)verhaal op een driedimensionale verkleinde ruimte naspelen en navertellen en zodoende ter plekke tot leven brengen.

Het is dus een plek om hardop een verhaal te vertellen of uit te breiden.

Een verteltafel gaat uit van herhaling en betrokkenheid van kinderen.

De kinderen vervullen hierbij een andere rol binnen spel dan in de themahoek.

Zij zijn namelijk de regisseur van het spel, ook wel regisserend of metaspel genoemd.


Doordat de leerkracht het gekozen boek voor de verteltafel vaak voorleest en doordat het herhaaldelijk nagespeeld kan worden aan de verteltafel krijgen kinderen steeds meer grip op het verhaal en lukt het ze steeds beter de verhaallijn te volgen.


In heel wat kleutergroepen wordt de verteltafel inmiddels ingezet.

Toch is de geschiedenis van de verteltafel nog betrekkelijk jong.

In het boek "Kringactiviteiten" van Frea Janssen-Vos en Trudy Schiferli werd de verteltafel voor het eerst beschreven. Vanaf 1994 werd er onder leiding van Mariette Kruithof op een basisschool in Zaandam een methodiek ontwikkeld voor het toepassen van de verteltafel in meertalige groepen. Dit werd een groot succes. In 1996 werd deze methodiek op de Schakeldagen Jonge Kinderen gepresenteerd en daarna begon de verteltafel aan een reis door onderwijsland.

 

Wat leren kinderen van een verteltafel?


Waarom zou de verteltafel een vaste plek in jouw klas verdienen? Om veel redenen!

Er kunnen ontzettend veel SLO doelen worden geobserveerd als de leerlingen met een verteltafel spelen.


  • Het vergroot de woordenschat.

Als kinderen aan de verteltafel handelend omgaan met attributen die in het verhaal voorkomen, breiden ze spelenderwijs hun passieve en actieve woordenschat uit.

De verteltafel maakt taal namelijk functioneel, omdat de woorden die in de les zijn geleerd hier terugkomen in een betekenisvolle contextrijke omgeving.

Kinderen verwerven handelend en spelenderwijs nieuwe woorden die zich vastzetten in hun taalgeheugen en die ze van daaruit weer actief kunnen gaan gebruiken.

Herhaling is hierbij het toverwoord. Door de herhaling van woorden worden deze makkelijker opgenomen in het geheugen van de kinderen. Selecteer van tevoren bijvoorbeeld 15 themawoorden uit het boek wat je aanbiedt en gebruik deze tijdens de introductie van de verteltafel veelvuldig.


  • Het stimuleert de mondelinge taalontwikkeling

Het gaat bij een verteltafel echter niet alleen om de uitbreiding van de actieve woordenschat. Aan de verteltafel ligt het voor de hand dat er hardop wordt gedacht en gesproken. Hardop denken is een voorwaarde om woordbetekenissen en taalstructuren te internaliseren. Door het combineren van handelingen en hardop spreken verankert de taal sterk in hun gedachtewereld.

De onderlinge interactie tijdens het spel aan een verteltafel stimuleert daarnaast ook de communicatieve ontwikkeling. Het interactief oefenen met het spreken in zinnen en het vertellen van een samenhangend verhaal, alsook het kritisch luisteren naar elkaar geeft veel kansen tot taaluitingen en het leren van nieuwe woorden en taal.

De leerkracht kan bijvoorbeeld allerlei doordenkvragen stellen, zodat de leerlingen uitgedaagd worden in hun denken (bijv. Wat zou jij doen als dit gebeurde?).

Door spelenderwijs met elkaar en de leerkracht te praten oefenen kinderen ook met communicatief reageren op elkaar: Wanneer zeg je wat tegen wie?

Het fijne aan de verteltafel is dat de kinderen dit in een klein groepje kunnen oefenen, zodat leerlingen zichzelf ook durven te uiten. Zo kunnen ze taal als het ware ‘uitproberen’.

De leerkracht geeft feedback waar nodig (goed teruggeven van verkeerde uitingen, doorvragen etc.). Omdat kinderen het verhaal steeds herhalen, gaan ze ook steeds beter ingewikkelde taalstructuren begrijpen en zelf gebruiken.


  • Het stimuleert de boekoriëntatie

Kinderen leren met behulp van de verteltafel goed luisteren naar een verhaal.

Bovendien krijgen de kinderen met behulp van de verteltafel steeds meer zicht en grip op de opbouw en logische verhaallijnen van geschreven teksten. Ze leren door het spelen met een verteltafel dat illustraties en tekst samen het verhaal vertellen, dat een verhaal zich in een bepaalde omgeving afspeelt, dat er altijd een tijdsverloop is en wie de hoofdpersonages en minder belangrijke personages zijn.

Ga bij het aanbieden van het boek altijd dieper in op: over wie gaat het boek, wat er in het begin/midden/eind van het verhaal gebeurt, waar speelt het verhaal zich afspeelt, wat het probleem is en de oplossing? Ze leren ook hoe ze met een boek moeten omgaan: hoe je een boek vasthoudt, de bladzijden omslaat en hoe je ervoor zorgt.

Het spelen aan een verteltafel draagt daarnaast ook bij aan het vergroten van leesplezier. Hun geletterdheid ontluikt: Het lezen begint.


  • Het stimuleert de sociaal emotionele ontwikkeling:

Het opzetten van de verteltafel is een sociaal proces. Ieder kind kan hier een aandeel in hebben, bijvoorbeeld door te bedenken wat nodig is, iets van huis mee te nemen of een attribuut te maken. De verteltafel wordt zowel in de kring als in groepjes en tweetallen gebruikt. De kinderen zijn altijd samen aan het spelen en leren en leren hierdoor ook te luisteren naar elkaar en zich aan te passen. Ook worden eigen ervaringen aan de verteltafel uitgespeeld en verteld. Ze verplaatsen zich in de personages van het verhaal en kunnen hun emoties hierin uiten.


  • Het stimuleert de spelontwikkeling en zelfsturing.

De verteltafel ontwikkelt de spelontwikkeling. Kinderen kiezen rollen en spelen met elkaar, Tevens biedt de verteltafel een goede ontwikkeling bij kinderen waarbij het spel niet zelf op gang komt. Het stimuleert hun spel! Naarmate kinderen meer met de verteltafel werken, gaan zij het proces steeds meer zelf sturen. Ze kennen de te ondernemen stappen en denken hierin mee.


  • Het stimuleert de cognitieve ontwikkeling.

De verteltafel stimuleert cognitieve aspecten, zoals het auditief geheugen en oorzaak-gevolgrelaties. Ook kun je de verteltafel inzetten om rekentaal te stimuleren.

Daarover lees je meer verderop in deze blog.


 

Een boek uitkiezen



Kinderen spelen een verhaal aan de verteltafel niet zomaar na. Hiervoor is het nodig om te werken volgens een bepaalde opbouw en structuur. Daarom kent het werken met de verteltafel een zekere methodiek, alhoewel het woord methode niet te streng moet worden opgevat. Allereerst is er altijd een verhaal nodig. Daarom is de eerste stap het kiezen van een geschikt boek. Niet elk verhaal is namelijk even geschikt voor een verteltafel. Prentenboeken zijn vaak bruikbaar, omdat ze meestal een duidelijke structuur hebben en omdat de illustraties een verhaal vertellen. Je kunt zo'n boek ook lezen als je nog niet kan lezen. Als je een prentenboek voor een verteltafel uitkiest, is het wel van belang dat:

  • het aansluit bij de belevingswereld van de kinderen of een actueel thema dat goed past bij de belevingswereld van je doelgroep. Werken binnen een thema zorgt voor nog meer context en herhaling.

  • het boek veel herhaling, in gebeurtenissen of uitdrukkingen, kent.

  • je het als het ware kunt filmen. Dit wil zeggen dat als je alleen naar de illustraties zou kijken je het verhaal eigenlijk al zou moeten kunnen begrijpen.

  • het een voor kinderen relatief makkelijk te onthouden verhaal met een goede structuur is, waarin duidelijke dialogen, voldoende herkenbare handelingen, maar ook weer niet teveel scenes voorkomen, die naderhand goed kunnen worden uitgespeeld.

  • het boek in elk geval twee of meer, maar ook weer niet teveel hoofdpersonen kent, die door de kinderen kunnen worden gespeeld.

  • het boek niet te moeilijk van taal is of dat de moeilijke taal makkelijk vereenvoudigd kan worden.


Het is erg belangrijk dat de leerkracht het boek van tevoren grondig bekijkt en analyseert.

  • Sta van tevoren stil bij welke ontwikkelingsdoelen het boek te bieden heeft en hoe je de verteltafel zou kunnen verbinden aan andere activiteiten?

  • Uit welke scenes is het achtereenvolgens opgebouwd?

  • Is het taalniveau van het boek geschikt voor je groep of kun/moet je taal aanpassen?

  • Welke woorden zijn kernbegrippen in het boek en wil je aan bod laten komen? Welke woorden hebben de kinderen nodig om het verhaal te kunnen naspelen? En welke woorden zijn verder nog nuttig om te kennen en te herkennen? Maak daarbij onderscheid tussen makkelijkere en moeilijkere woorden (denk aan de zone van naaste ontwikkeling en differentiatie).

  • Denk na over differentiatie: Kunnen er verschillende kinderen volgens hun eigen ontwikkelingsbehoeften met de verteltafel bezig zijn?

  • Past het boek bij de hele groep of is het meer bestemd voor een klein groepje?

 

Vertellend voorlezen



Leid het boek in de grote kring op een leuke manier in zodat de kinderen nieuwsgierig en enthousiast raken over het verhaal. Bijvoorbeeld met een geheimzinnige koffer, waar iets uit komt wat met het verhaal heeft te maken of waar het boek of de hoofdpersonages uitkomen. Laat het boek zien. Praat met de kinderen over de voorkant van het boek en laat ze fantaseren waar het boek over zou kunnen gaan. Noem ook de titel en bekijk de kaft en de rug van het boek. Lees het boek vervolgens interactief en vertellend voor. In mijn blog Interactief voorlezen lees je hoe je dit aanpakt. Bij de eerste keren voorlezen is het misschien ook nodig om bepaalde woorden al vertellend uit te leggen, dit is goed voor de woordenschatontwikkeling van de kinderen. Maak echter niet de vergissing om in één keer alles uit te willen leggen, want dit gaat ten koste van het voorleesplezier en het luisteren.

Ga vooral in gesprek met de kinderen en bekijk de bladzijdes van het boek uitvoerig.

Het is belangrijk dat de kinderen praten, dus ga in op alle reacties en vraag bijvoorbeeld ook naar eigen ervaringen. Zinnen die in het verhaal steeds terugkomen worden speciaal benadrukt en er worden tijdens het voorlezen bijpassende attributen ingezet.

Plaat na plaat, bladzijde na bladzijde ontvouwt zich een verhaal.


Gedurende de rest van de week herhaal je het boek in de kleine kring.

Kinderen vinden herhaald voorlezen heerlijk en het is prima om de verteltafel gaandeweg tot stand te laten komen. De kinderen kennen de verhaallijn dan goed.

Maak daarbij gebruik van diverse vormen en middelen, zoals het gebruik van een handpop en vingerpoppetjes, een vertelkastje, het digibord of een digiboek. Bij een volgende keer voorlezen kun je aan de kinderen vragen om goed te luisteren en te onthouden over ‘wie’ het boek gaat. Het is goed om uit te leggen dat de hoofdpersoon of - personen ook dieren kunnen zijn. Daarna praat je met de kinderen over het verhaal zelf, waar gaat het verhaal over en op welke plek(ken) speelt het zich af? Maak hier een woordveld van. Houd gesprekken over de details in de tekst en platen, over het begin en de afloop, over eigen associaties, gevoelens en herinneringen.


Bespreek het boek met Wie-Wat-Waar kaarten na.

Je kunt de Wie-Wat-Waar kaarten hier downloaden.

 

Een verteltafel vorm geven



Vertel na het voorlezen dat we het boek ook kunnen naspelen. Bespreek op wat voor manieren dit kan. Stuur het gesprek naar de verteltafel. Overleg wat er nodig is om zo’n tafel in te richten. Welke personages en attributen komen in het verhaal voor en waar speelt het verhaal zich af? Als je al aardig lang bezig bent geweest in de kring is het wellicht verstandiger om op een ander tijdstip (bijv. ’s middags) met de leerlingen te bespreken wat er nodig is voor de verteltafel. Lees dan het boek weer voor en bespreek bij elke bladzijde of er iets nieuws is aan voorwerpen wat er nodig is.


Je kunt hiervoor zelf attributen meebrengen, maar geef ook de creativiteit van de kinderen de ruimte. Dit kost misschien wat meer tijd, maar dit verhoogt de betrokkenheid wel enorm en maakt de kinderen actief. Ontbrekende attributen kunnen van huis meegenomen worden, in de klas worden gezocht, maar vaak ook prima geknutseld worden en de kinderen hebben soms ideeën waar jij als leerkracht nog niet bij stil gestaan had.

Maak op een bord of een groot vel papier een lijstje met de benodigdheden en de namen van de kinderen die het meenemen. Voor de kinderen is het handig als u het voorwerp ook tekent, zodat ze het herkennen. Hang het vel op bij de deur zodat ook de ouders zien wat hun kind mee moet nemen. Je kunt ook het woordveld gebruiken om samen met de leerlingen de verteltafel vorm gaan geven. Het is handig om ook een lijstje op te hangen met dingen die gemaakt moeten worden. Om het project levend te houden bij de kinderen, is het wel van belang dat de verteltafel binnen een week gebruiksklaar is. Bespreek ook dagelijks de voortgang van de tafel. Het is jammer als het enthousiasme van de leerlingen wegzakt voordat ze met de tafel hebben kunnen werken.

De uitwerking van een verteltafel gebeurt bij voorkeur ook in de kleine kring, zodat alle kinderen op niveau kunnen worden aangesproken. Je kunt ook zelf al een kleine basis neerzetten en de kinderen (of een groepje kinderen) deze aan laten vullen.


Voor het inrichten van de verteltafel zijn een verhaal, ruimte, ondergrond, decor, hoofdrolspelers en attributen nodig. Bij het zoeken van deze spulletjes wordt het boek steeds geraadpleegd.


1. Het verhaal:

Voor het navertellen van het verhaal biedt de visuele ondersteuning van het boek of de prenten uit het boek de kinderen veel houvast. Enkele manieren:

  • Kopieer en lamineer een aantal prenten (4-6) uit het boek die het verhaal verduidelijken en hang deze boven de verteltafel. De platen kunnen gebruikt worden voor verhaalbegrip op meerdere manieren: de afbeeldingen op juiste volgorde leggen, beschrijven wat er op de plaat te zien is, het verhaal verder of terug vertellen met als ondersteuning de afbeelding en nog veel meer.

  • Zorg er ook voor dat het prentenboek steeds een aanwezige hulp is, zodat de kinderen het verhaal terug kunnen lezen. Zet het in een kookboekstandaard om te voorkomen dat het boek kapot gaat.

  • Teken het verhaal stap voor stap op een vel papier of laat dit door de kinderen doen.

  • Maak foto's van de belangrijkste scenes. De kinderen spelen het verhaal en de leerkracht of kinderen maken foto's van de belangrijkste scènes. Zo komt er als het ware een zelfgemaakt script te hangen bij de verteltafel.

  • Hang het woordveld of een mindmap naast de verteltafel.


2. De ruimte:

De naam verteltafel is een beetje misleidend. Het kan een tafel zijn, maar ook een hoek in de klas, zandtafel, een omgekeerde tafel met de poten omhoog of een gekantelde tafel, een stukje vensterbank, een dienblad, een (schoenen) doos, een deken aan een kast, een tent, de bouwhoek, de huishoek en zelfs een koffer wanneer je weinig ruimte over hebt in je klas. Het is in ieder geval een omgeving waar het verhaal van het boek zich kan afspelen. Door de attributen en de inrichting van de verteltafel maken de kinderen het verhaal aanschouwelijk en concreet en wordt een betekenisveld van samenhangende woorden en begrippen in het hier en nu tot leven gebracht. Het is belangrijk dat de verteltafel in ieder geval niet te hoog is, zodat kinderen er bovenop kunnen kijken.

Sommige kinderen hebben meer structuur en duidelijkheid nodig om tot spel te komen.

Zorg dan voor een duidelijk afgebakende, meer afgesloten ruimte.


3. De scene:

Bedenk waar het verhaal zich afspeelt en zorg voor bijpassende onder- en achtergronden. Dit kun je op veel verschillende manieren creëren:

  • Met lappen of vilt.

  • Met papier.

  • Met een grasmat

  • Met een stukje tapijt

  • Met een spiegel

  • Met een plattegrond, bijv een omtrek waarop ze iets moeten bouwen.

  • Met gekopieerde platen uit het boek.

  • Met tekeningen, schilderijen of knutselwerken.

  • Met online onder- en achtergronden. Kijk bijvoorbeeld eens op de website van Kinderspeelmatten voor onder-/achtergronden.


4. De hoofdrolspelers:

En natuurlijk mogen de hoofdrolspelers niet ontbreken. Bedenk welke personages je echt nodig hebt om het verhaal na te kunnen spelen. Zorg ervoor dat je met deze personages ook kunt spelen bij de verteltafel. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld:

  • Knuffels, plastic speelfiguren, handpoppen en/of vingerpoppetjes

  • Houten kegeltjes (peggdolls), die je beschildert

  • Playmobile

  • Gescande figuren uit het boek, print ze uit, lamineer ze en bevestig ze daarna op rolletjes, blokjes, lepels of stokjes. Om de figuren te kunnen laten staan, kun je ze ook op een stukje karton zetten of een rechthoek uit de rest van het lamineerplastic knippen en in zowel de rechthoek als het figuurtje een sneetje maken. Door dat in elkaar te schuiven, blijven de figuurtjes staan.


5. De attributen:

Vraag je af welke attributen/materialen je echt nodig hebt om het verhaal uit te kunnen spelen. Want als je een scene hebt en een personage leeft het verhaal nog niet.

Attributen maken het verhaal letterlijk hanteerbaar. Bovendien kunnen de kinderen zich door de attributen nog meer identificeren met de personages uit het verhaal.

Dat verhoogt hun mondelinge taalvaardigheid en betrokkenheid bij geschreven teksten.

Denk hierbij aan een boom, plantje, huis, auto etc. eventueel gemaakt van bouw-/constructiemateriaal, zoals Duplo en Playmobil.

Kijk ook eens op de website van Credu voor attributen voor op je verteltafel.


Sta er bij het inrichten van de verteltafel ook eens bij stil of je verbindingen of uitbreidingen kunt maken met andere hoeken/activiteiten, leergebieden (zoals beginnende geletterdheid of gecijferdheid) of leerdoelen?


Blijf de verteltafel gedurende je thema uitbreiden. Nodig de kinderen bijvoorbeeld uit om iets van thuis toe te voegen aan de verteltafel of laat hen zelf iets maken.

Benoem de attributen en voeg ook steeds nieuwe informatie toe.

Hierdoor werk je verder aan de uitbreiding van de woordenschat.


 

Spelen aan de verteltafel



Het spelen aan de verteltafel valt onder geleid spel en kent een organische groei: van leerkracht gebonden spel naar zelfstandig spel.

Wanneer alle voorwerpen en karakters uit het boek zijn nagemaakt en het verhaal een aantal keren is voorgelezen en er in de groep meerdere keren over het boek is gepraat, zodat de kinderen de verhaallijn steeds beter gaan herkennen, wijd je de verteltafel feestelijk in en vertel en speel je als leerkracht eerst het verhaal in een kleine kring voor. De leerkracht staat hierbij model en neemt hierbij alle rollen en handelingen voor eigen rekening en zet de verhaallijn duidelijk neer. Daarna kan dat nog eens gebeuren, maar dan samen met een taalvaardig kind, die het verhaal goed kent.


Geef de kinderen tijdens de spel-/werkles voldoende gelegenheid om met z'n tweeën of drieën met de verteltafel en attributen te spelen en alles te verkennen (ontdekken en experimenteren). Vervolgens laat je ze het aangeboden verhaal naspelen. Dit kan eventueel ook in de kleine kring. Het is de bedoeling dat de kinderen het verhaal in eerste instantie naspelen, zodat ze het begrijpen. Het is belangrijk dat je tijdens dit spelen kijkt naar wat de kinderen al kunnen.


Bij sommige kinderen is het nodig het spel bij te gaan sturen; anderen hebben minder begeleiding nodig waardoor je meer kind volgend bezig kunt zijn. Kinderen die baat hebben bij extra ondersteuning kun je uitnodigen met jou en een ander kind bij de verteltafel te spelen. Je kunt dan goed zien in hoeverre ze het verhaal begrijpen, kunnen ze de verhaallijn volgen? Weten ze welke attributen er nodig zijn? Kennen ze bepaalde uitdrukkingen die in het boek gebruikt worden? Je kunt het spel dan in fasen bijsturen en je rol verandert geleidelijk aan.

  1. Eerst is de leerkracht voorspeler, iemand die laat zien hoe het vertellen gaat en die model staat.

  2. Daarna wordt de leerkracht een medespeler: iemand die de voortgang van het verhaal bewaakt en reacties uitlokt. De leerkracht kruipt dan in de rol van regisseur en leest voor uit het boek, terwijl de kinderen spelen of leerkracht en kind samen een dialoog spelen. In deze spelfase staat de leerkracht dus nog steeds model, maar lokt de kinderen uit tot meespelen en samenspelen.

  3. In een volgende fase verdwijnt de leerkracht stapje voor stapje steeds meer naar de zijlijn en springt hij/zij alleen in als dat nodig is. De kinderen voeren het verhaal steeds meer zelf uit en de leerkracht ondersteunt de kinderen in hun spel door vragen te stellen over de volgorde van gebeurtenissen (Bijvoorbeeld: "Waar ging muis nu naar toe?"). De rollen kunnen, afhankelijk van de taligheid van de kinderen ook worden omgedraaid: De kinderen ‘lezen’ het boek en de leerkracht voert de handelingen uit. Je kunt daarbij de nadruk te leggen op de woordenschat uitbreiding, samenspel, verhaalbegrip of de spelontwikkeling. Kies in ieder geval altijd een doel dat past bij de ontwikkeling van het kind/de kinderen. Geef feedback door foute taaluitingen altijd goed terug te geven (leerling: “Auto rijden daar”, leerkracht: “Ja, de auto rijdt daar.”)

  4. Uiteindelijk, wanneer het spel aan de verteltafel soepel verloopt, spelen de kinderen zelfstandig en wordt de leerkracht een toeschouwer. De kinderen spreken af wie wie speelt en wie "leest", en beginnen bij het begin van het verhaal. Het is ook mogelijk dat de rollen en teksten worden verdeeld, waarbij de kinderen spelen wat ze vertellen/lezen. Er kan ook een rol van filmer worden toegevoegd. Voeg tijdens het spel eventueel spelimpulsen toe.

  5. Verbreed bij kinderen die de taal al beter beheersen het spel bij de verteltafel. Laat de kinderen zelf kiezen welke materialen toegevoegd moeten worden om het verhaal verder uit te kunnen spelen. Je kunt het spel verdiepen door ze zelf personen of elementen aan het verhaal toe te laten voegen. Laat ze ook eens een alternatief einde bedenken en spelen of een vervolgboek maken en deze naspelen. Op die manier verwoorden ze hun eigen ervaringen of fantasieën.

Ondanks dat je de verteltafel stapsgewijs binnen je onderwijsaanbod hebt geïntroduceerd kan het zijn dat het spel niet loopt of niet loopt zonder jouw meespelen.

Wanneer dat het geval is kun je deze kinderen meer structuur bieden door gebruik te maken van rollenkaarten. Bekijk het prentenboek en check welke rollen er allemaal in het verhaal zijn. Zet deze afbeeldingen op een rollenkaart. Zo geef je elk kind de verantwoordelijkheid voor een deel van het verhaal. Zijn er weinig rollen in het verhaal? Dan kun je altijd nog de rollen van verteller of filmer toe voegen. Wissel dan wel regelmatig van rol.


Koppel taalvaardige kinderen aan minder taalvaardige kinderen en kinderen die al eerder bij de verteltafel hebben gespeeld aan kinderen die daar nog niet hebben gespeeld.

Het is voor een beginner aan de verteltafel erg prettig om steun te ervaren van een kind dat al wat verder is of al eens eerder aan de verteltafel heeft gespeeld.

Dan kan zo'n beginner de volgende keer ook weer iemand anders helpen.


Je kunt in plaats van een "voorlezer" het verhaal overigens ook inspreken.

Dit geeft vooral de jongste kleuters iets meer houvast. Je zou dan op de pc een stukje tekst in stukjes in kunnen spreken. Bij de meeste versies van Windows is een geluidsrecorder bijgeleverd. Deze kun je vinden onder: start – bureau accessoires – entertainment - geluidsrecorder. Deze stukjes worden als wave-bestand op de pc opgeslagen.

Deze bestandjes kunt je vervolgens op een cd branden en afspelen. Opnemen via de geluidsrecorder op een telefoon of tablet is natuurlijk ook een optie.

 

Een vervolg