Zoeken
  • Juf Angelique

De sociaal-/emotionele vaardigheden van slimme kleuters

Bijgewerkt op: 12 jun.

Als leerkrachten van groep 1-2 zich zorgen maken over kleuters met een ontwikkelings-voorsprong, dan betreft dat over het algemeen vaak sociaal-emotionele aspecten.

Ze lijken vaak sociaal-emotioneel zwak, maar vaak is dat helemaal niet het geval.

In deze blog geef ik meer informatie over de relatie tussen de cognitieve ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling.


Theory of mind


Het denken en het waarnemen zijn sterk van invloed op het sociale gedrag van mensen.

Om sociaal vaardig te kunnen handelen, moet je over genoeg verstand beschikken.

Theory of Mind (ToM) is een populaire term binnen de psychologie en beschrijft hoe goed een persoon in staat is tot empathie en tot begrip van het perspectief van andere mensen. Dit vermogen brengt het besef mee dat de eigen opvattingen, verlangens en emoties verschillen van die van een ander. Binnen het concept van Theory of Mind worden drie stadia onderscheiden, die bepalend zijn voor het invoelend vermogen van een kind.


Stadium 1:

In het eerste stadium binnen het concept van Theory of Mind (gemiddeld van 0-3 jaar) staan drie ontwikkelingstaken centraal:

  1. Perceptie en imitatie

  2. Emotieherkenning

  3. Het doen-alsof spel

Kinderen ontwikkelen in dit stadium het vermogen om zich denkbeeldige situaties voor te stellen. Het doen alsof je bijvoorbeeld een onzichtbaar taartje eet is, is de eerste vorm van je kunnen inleven in een ander. Met de opgedane concrete ervaringen is een kind gemiddeld met vier jaar in staat om zich te verplaatsen in de positie van een ander.


Stadium 2:

Tijdens het tweede stadium (gemiddeld van 4-6 jaar) ontwikkelen kinderen het zogenoemde First Order Belief. Dit is het vermogen om je iets te kunnen voorstellen in relatie tot de ander (bijv. ik denk dat jij een muts op hebt, omdat je het koud hebt).

Rond het zesde jaar ontwikkelen kinderen het zogenoemde False Belief.

Dit is het vermogen om te kunnen inschatten, dat iemand die niet over dezelfde informatie beschikt als jij, dus ook anders zal handelen dan jij.


Stadium 3:

In het derde stadium (gemiddeld tussen 7-8 jaar) ontwikkelen kinderen het vermogen om zich een voorstelling te kunnen maken over de gedachten van een ander (bijv. ik denk dat jij denkt dat ik boos ben). Kinderen ontwikkelen in dit stadium ook het vermogen om complexe humor te begrijpen.

 

Kleuters en sociale relaties


Parallel aan en onder invloed van de ontwikkeling van de Theory of Mind ontwikkelt het gedrag van het kind bij het aangaan van sociale relaties.


Gemiddeld tussen 0-3 jaar:

Wordt het kind zich bewust van anderen. De sociale relaties met andere kinderen blijven beperkt tot het spelen in een gezamenlijke ruimte, zonder dat het daadwerkelijk tot samenspel komt. Kinderen zijn zich bewust van anderen, maar er is geen sprake van een relatie, gebaseerd op enige mate van wederkerigheid.


Gemiddeld tussen 3-7 jaar:

Treedt in dit gedrag een verandering op. Deze fase, ook wel het egocentrische stadium genoemd, is de periode waarbij het samenspelen beperkt blijft tot naast elkaar spelen.

In deze periode is een kind ook nog beter in het starten van een communicatie dan in het luisteren naar of het reageren op de ander.

In deze fase zoeken kinderen vriendschappen, die in een bepaalde behoefte voorzien.

De ander moet in dit spel van het kind van pas komen, anders telt zijn/haar aanwezigheid nog niet echt mee. Het spel en de relatie zijn in dit stadium nog gestuurd door het moment. Kinderen roepen in deze fase vaak dat een kind een beste vriend is en dat hij/zij met degene wil afspreken, maar dat kan morgen weer heel anders zijn.

Rond het zesde jaar is een kind in staat om zaken vanuit meerdere perspectieven te bekijken en zie je meer wederkerigheid in vriendschappen.

 

Slimme kleuters


Een belangrijk kenmerk van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong is dat zij een (cognitieve) voorsprong hebben op hun leeftijdsgenootjes.

Zij hebben in de voorschoolse periode vaak al een versnelde ontwikkeling doorlopen. Sommige kinderen hebben daarbij stadia overgeslagen en zijn bijvoorbeeld meteen gaan lopen, zonder eerst te gaan kruipen. Andere kinderen hebben geen stadia overgeslagen, maar hebben er wel minder tijd voor nodig gehad om tot een volgende stap te komen.


Deze kinderen beschikken vaak over een aantal voor hen kenmerkende leer- en persoonlijkheidseigenschappen.

  • Ze hebben een grote algemene kennis

  • Ze zijn erg leergierig en nieuwsgierig

  • Ze hebben een grote woordenschat, zijn vaak verbaal sterk en in staat om te spelen met taal

  • Ze vertonen een doelgerichtheid en een hoge concentratie bij het werken aan een taak.

  • Ze beschikken over een zeer goed geheugen

  • Ze zijn in staat om grote denkstappen te maken

  • Ze kunnen op een bijzondere manier tot oplossingen komen, waarbij ze vaak buiten de gebruikelijke kaders denken.

  • Ze nemen scherp waar.

  • Ze hebben een ruime fantasie

  • Ze beschikken over een bijzonder gevoel voor humor

  • Ze nemen vaak de leiding

Er zijn ook veel hoogbegaafde kinderen, die om verschillende redenen onderpresteren. Hierdoor is het voor een leerkracht moeilijk om deze kinderen te herkennen.

Ze verraden zich vaak door wisselend schoolwerk. Ze zijn mondeling beter dan schriftelijk.

 

Een sociaal emotionele voorsprong


Alles bij elkaar lijkt aan alle randvoorwaarden te zijn voldaan, om te mogen veronderstellen, dat hoogbegaafde kinderen bij uitstek voldoende sterk zijn toegerust, om zich tot sociaal vaardige mensen te ontwikkelen. En toch wordt dit in de praktijk niet altijd zo ervaren.

In de praktijk zien we vaak dat deze kinderen niet goed tot samenspel komen en vaak ruzie hebben. Regelmatig komen deze kinderen klagen dat de anderen hen pesten, of dat zij zich niet aan de afspraken houden. Het lijkt erop dat deze kinderen het zelf niet kunnen oplossen en vaak problemen hebben met samen werken en samen spelen. Dat klopt allemaal, en toch is de gedachte dat slimme kleuters sociaal onhandig zijn de grootste fabel die er over hoogbegaafde kinderen bestaat!


Slimme kleuters zijn over het algemeen juist veel verder ontwikkeld in hun sociaal-/ emotionele inzicht:

  • Ze herkennen emoties bij anderen

  • Ze vertonen een hoge mate van onafhankelijkheid en zelfontplooiing.

  • Ze beschikken over een goed voorstellingsvermogen

  • Ze hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

  • Ze doorzien sociale patronen.

  • Ze beschikken over een goed inlevingsvermogen.

  • Ze hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel.

  • Ze weten al dat ze vooraf iets moeten overleggen.

  • Ze snappen dat je je aan afspraken moet houden en die afspraken kunnen ze ook al goed onthouden.

  • Ze zijn al in staat tot wederkerig gedrag en kunnen een echte vriendschap sluiten, waarbij je over en weer iets voor elkaar over hebt.

  • Ze zijn al behoorlijk rolvast in hun spel. Ook zijn ze vaak al toe aan regelspel, en kunnen ze zich aan spelregels houden. Dat verwachten ze dan ook van anderen.

 

Op een ander spoor


Hoewel ze verder zijn in hun ontwikkeling, snappen ze vaak nog niet dat dat bij een ander niet het geval is, waarom andere kinderen zich bijvoorbeeld nog niet aan afspraken houden, zomaar van spel wisselen, of vals spelen bij een dobbelspelletje. Ze zitten vaak op een compleet ander spoor dan hun leeftijdsgenoten, belanden daardoor vaak in conflicten, voelen zich gepest of buitengesloten en vinden snel iets oneerlijk.

Daardoor lijken ze behoorlijk sociaal onhandig, maar dat zijn ze niet.


Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong zijn en voelen zich vaak ook anders dan de anderen. Ze hebben vaak al op jonge leeftijd door dat ze anders zijn dan andere kinderen.

Het kind heeft dan de keuze: het kan zich aanpassen aan de rest van de groep óf het kan zichzelf blijven. Wanneer het kind meegaat met de groep, dan komt hij/zij vaak in de knoop met zichzelf, met zijn/haar eigen ideeën. En gaat het kind zijn/haar eigen gang, dan kan de groep hem/haar gaan buitensluiten, waardoor het kind zich erg eenzaam en gepest kan gaan voelen. De communicatie met leeftijdsgenoten vormt vaak een probleem, omdat het taalgebruik van hoogbegaafde kinderen te moeilijk is. Ook hebben ze andere interesses dan hun leeftijdsgenoten en kunnen ze betweterig overkomen.


Dé hoogbegaafde leerling bestaat overigens niet. Er zijn namelijk ook hoogbegaafde kinderen, die helemaal geen sociaal-emotionele problemen ondervinden.

Over het algemeen geldt: hoe intelligenter het kind is, hoe groter de kans is op sociaal-emotionele problemen. Tegelijkertijd hoeven de geschetste sociaal-emotionele moeilijkheden natuurlijk niet specifiek te zijn voor hoogbegaafden, want ook "gewone" kinderen kunnen uiteraard gepest worden, depressief raken, faalangstig zijn of onderpresteren. Wat belangrijk is, is dat je als leerkracht bekend bent met het feit, dat hoogbegaafde kinderen wel het risico lopen met een bepaalde sociaal-emotionele problematiek te maken te krijgen.

 

Begeleiden


Het is van groot belang, dat hoogbegaafdheid in een vroeg stadium herkend wordt.

Hoe eerder, hoe beter! Niet zozeer omdat het zonde is van het talent van deze kinderen, maar omdat hoogbegaafde kinderen, die niet worden uitgedaagd, emotionele problemen kunnen ontwikkelen. Denk hierbij aan een negatief zelfbeeld, faalangst en zelfs depressiviteit. Ook bestaat er de kans, dat ze gedragsproblemen ontwikkelen.

Ze kunnen bijvoorbeeld agressief worden of problemen krijgen met hun werkhouding.

Ook kunnen ze slaapproblemen krijgen. En er kunnen zelfs lichamelijke klachten (zoals buikpijn) optreden. Terwijl hoogbegaafde jongens vaak gedragsproblemen gaan vertonen, passen hoogbegaafde meisjes zich eerder aan. Bij gedragsproblemen heeft de omgeving er last van. En bij emotionele problemen heeft het kind zelf er last van.

En dat kind laat niet altijd duidelijk merken, dat het er zelf last van heeft!

Om deze reden wordt hoogbegaafdheid bij jongens vaker ontdekt dan bij meisjes, waardoor het lijkt of er meer hoogbegaafde jongens zijn dan hoogbegaafde meisjes.

Het is dus van belang, om niet alleen oog te hebben voor gedrag dat erg opvalt in de klas, maar juist ook voor teruggetrokken en stil gedrag.


De begeleiding zou in deze gevallen niet gericht moeten zijn op het sociaal vaardiger maken van een kind. Het sociaal zwakke gedrag wat je ziet, is het gevolg van de situatie.

De leerkracht zou het kind moeten laten zien dat het bij samenspelen noodzakelijk is, dat het kind leert af te dalen naar een lager niveau en de andere kinderen juist moeten laten zien, dat zij ook oog zouden kunnen hebben voor de invalshoek van het kind met een voorsprong. Je helpt het kind ook enorm door zijn gevoel te erkennen en tegelijkertijd het gedrag van leeftijdsgenoten voor hem te ondertitelen.


Een kind met een voorsprong heeft vaak een voorkeur voor zelfstandig werken.

Omdat leeftijdsgenootjes het kind niet begrijpen, werkt hij/zij sneller en beter alleen.

Voor zijn/haar sociale vaardigheden is het echter beter om niet altijd alleen te werken, maar ook eens te moeten samenwerken met andere kinderen!

 

Ontwikkelingsgelijken


Voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong is het van levensbelang ook contact te hebben met ontwikkelingsgelijken.

Vaak zie je ook dat slimme kleuters ervoor kiezen te spelen met kinderen die ouder zijn dan zijzelf. Wat betreft spelniveau en spelbeleving hebben ze vaak een betere match met oudere kinderen dan met leeftijdsgenoten.

Je ziet ook regelmatig dat binnen een kleutergroep de slimmere kleuters naar elkaar toe trekken. Zij delen naast overeenkomsten vaak ook dezelfde interesses.

Ook de vriendschapsverwachting sluit goed aan. Slimme kleuters zijn vaak heel trouw in hun vriendschappen en hebben hier hoge verwachtingen van. Je houdt je aan afspraken, deelt met elkaar en je helpt elkaar! Dit wijst op een voorsprong op het sociale vlak. Zolang een kind ontwikkelingsgelijken treft, kan het vaak goed zijn ei kwijt in het contact en in het spel. Of die ontwikkelingsgelijken nu leeftijdsgenoten zijn óf oudere kinderen. Het zijn dan voor beide partijen gezonde vriendschappen waarin je samen kunt groeien.


Af en toe zie je een slimme kleuter juist met jongere kinderen spelen. Dat uit zich soms in moederen over een jonge kleuter. Maar in andere gevallen komt het wat bazig over.

Als je zelf een grote fantasie hebt, een sterke wil en leiderschapskwaliteiten, dat is natuurlijk ook heel erg fijn als de andere kinderen precies doen wat jij wil.

Soms speelt het kind niet met oudere kinderen in de klas omdat het misschien zelf bij de oudsten in de groep hoort. Als het dan ook geen ontwikkelingsgelijken treft in de groep, zie je dat een kind soms moeilijk aansluiting kan vinden en/of vaak ruzie heeft.


Als begaafde kinderen niet alleen intellectueel uitgedaagd worden, maar als er ook aandacht is voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling, dan hebben deze kinderen een grote(re) kans van slagen in de maatschappij.

En daar kan de basisschool een belangrijke bijdrage aan leveren!

 

Op zoek naar meer?


Bekijk de volgende websites dan eens:

sociaal emotionele ontwikkeling Archieven - SlimmeKleuters

Sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen | Jongbegaafd

Sociaal emotionele ontwikkeling hoogbegaafd kind (ieku.nl)

Sociaal emotionele ontwikkeling - Senzai

Sociaal-emotioneel onvermogen - Specialist Hoogbegaafdheid

Sociaal emotionele ontwikkeling – Sterkbegaafd


Heb je zelf nog suggesties of aanvullingen op deze blog? Laat ze dan achter in een reactie!










87 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven