Zoeken

De Huishoek: Spelbegeleiding

Bijgewerkt: nov 9

Rollenspel is heel belangrijk voor de totale ontwikkeling, maar gaat niet vanzelf.

Dit moet je leren. Begeleiding van de leerkracht in de huishoek is dus heel belangrijk en gaat verder dan alleen de inrichting verzorgen. Als leerkracht observeer en begeleid je het spel en moet je kinderen soms helpen om het spel op gang te brengen en het spel op niveau te brengen en te houden.

Meer over de rol van de leerkracht in de huishoek lees je in deze blog.


Voorbereiden

Je taak als leerkracht in de huishoek begint al voordat er gespeeld wordt, met:

Kennis opdoen:

Een leerkracht die kennis heeft van de verschillende ontwikkelingsfasen van rollenspel, kan qua materialen en spel beter inspelen op de behoeften van ieder kind en de zone van de naaste ontwikkeling.

De huishoek inrichten:

Als leerkracht zorg je voor een veilige, uitnodigende, gevarieerde en overzichtelijke plek om te spelen, waar kinderen steeds iets nieuws kunnen ontdekken.

De kinderen inspireren:

Laat het spelen in de huishoek tijdens kringgesprekken regelmatig aan de orde komen. Tijdens de introductie van een nieuw thema kunnen bijvoorbeeld nieuwe materialen en spelideeën worden besproken. Verhalen en/of prentenboeken kunnen ook aanleiding zijn tot rollenspel.


Zorgen voor een passend activiteitenaanbod:

Bied attributen en activiteiten in de huishoek zorgvuldig aan. Vertrek vanuit de belevingswereld van de kinderen door je te verdiepen waar hun interesses liggen en vraag je daarbij steeds af welke leerervaring of welke ontwikkeling je op gang brengt.


Zorg voor voldoende speeltijd!

Een voorwaarde om te kunnen komen tot rijk spel in de huis/themahoek is zorgen voor voldoende speeltijd (minstens 50-60 aaneengesloten minuten). Als er te weinig tijd is, dan zijn kinderen vooral bezig om materiaal te pakken en weer op te ruimen, wat ook erg frustrerend kan zijn.

Groepjes samenstellen:

Zorg dat een activiteit in de huishoek altijd in een klein groepsverband plaatsvindt.

Door onderling contact en samenspel worden leerlingen automatisch aangespoord te communiceren, taal te gebruiken en hardop na te denken. Houd er rekening mee dat je ander spel zult zien als je een aantal kinderen bij elkaar zet die zich in dezelfde ontwikkelingsfase bevinden, dan kinderen die zich niet allemaal in dezelfde ontwikkelingsfase bevinden. Een kind dat al tot complexer rollenspel komt, heeft meer moeite om een kind dat nog manipuleert mee te trekken en dit kan soms ook frustrerend zijn.


Rollenspel voorspelen:

Een manier om kinderen te helpen met de spelontwikkeling en hen te inspireren is een rollenspel voor te spelen. Dit noemen we demonstratiespel.

Het taal geven aan een verhaal is voor sommige kinderen vaak nog erg lastig en een goed voorbeeld is dan ook een belangrijk hulpmiddel voor deze leerlingen.

Volwassenen zullen kinderen dus moeten leren spelen door voorbeelden te geven en zelf rollenspel voor te doen. Gebruik hierbij materialen uit de huishoek. Je kunt de situatie ook voorspelen door bijvoorbeeld de complete verteltafel in het midden van de kring te zetten.

Zorg ervoor dat je de verhaallijn van tevoren hebt doorgesproken met je eventuele spelpartner en maak dit ook duidelijk naar de kinderen. Maak duidelijk dat het overleggen over wie er wat gaat doen en waarmee, een belangrijke factor is voor het succes van het spelverloop. Door spel te demonstreren kunnen er ook nieuwe woorden worden geïntroduceerd. Je vangt dan twee vliegen in een klap, kinderen gaan beter spelen en gebruiken meer taal. Bedenk daarom van tevoren goed welke woorden je gaat toevoegen in je demonstratiespel of tijdens het meespelen.


Meedoen!

Leerkrachten geven vaak bewust aandacht aan de start van het spel (kiezen van rollen en de scenario’s bedenken) maar voor het inschatten en opvolgen hoe het spel verder verloopt (scenario’s uitvoeren, flexibiliteit, doorzetten, afstemmen op anderen) en het terugblikken is er vaak weinig tijd en aandacht. Wanneer de kinderen in de huishoek spelen zou de leerkracht zich echter bezig moeten houden met:

Observeren:

Als leerkracht observeer je het spel in de huishoek. Op die manier kun je beter aansluiten op de spelontwikkelingsfase van een kind en wanneer het spel niet verloopt zoals je zou willen, erachter proberen te komen wat het probleem is. Alle kinderen starten met manipulerend spel en ondernemen na verloop van tijd ook rol gebonden handelingen, maar het interactieve rollenspel ontstaat niet automatisch. Veel kinderen blijven op dit punt steken. En dit terwijl deze laatste fase juist zo belangrijk is voor de ontwikkeling van het kind; hier wordt namelijk een beroep gedaan op de sociale gevoeligheid en vaardigheid. Of kinderen klaar zijn voor deze fase, hangt van veel factoren af. Ze zijn daarin bijvoorbeeld vooral afhankelijk van hun sociale omgeving. Wordt er thuis dezelfde taal gesproken als op school? Wordt er gespeeld in de vrije tijd? Stimuleren ook andere volwassenen het spel?

Als kinderen niet tot deze laatste fase van spel komen, is het belangrijk dat de leraar ingrijpt. Misschien is dit soms al nodig bij eerdere vormen van spel.


Leg voor de observaties bijvoorbeeld eens een observatie schrift in de huishoek en schrijf hierin op welke kinderen in de hoek speelden, of ze hier zelf voor hebben gekozen, welk soort spel ze vertoonden en hoe lang, of dit past bij hun leeftijd, of er kinderen zijn die elkaars negatieve gedrag versterken en of dit beter gaat als ze met andere kinderen spelen?

Beschrijf ook wat ze deden en waar het mis ging. Bespreek dit ook met de kinderen! Probeer patronen te zoeken en kijk of je interventies invloed hebben.

Meespelen:

Een manier om de spelontwikkeling te stimuleren is meespelen.

Voeg je daarom regelmatig bij een groepje en toon interesse voor de activiteit.

Start met een korte observatie vooraf van het spel van de kinderen.

Dring jezelf vervolgens niet op, maar vraag of je mee mag doen.


Soms is het echter beter om niets te doen en het spel te laten gebeuren, omdat deze actie op dat moment niet ontwikkeling stimulerend is. Het vrij rollenspel is op zich ontwikkelingsrijk. Wanneer de betrokkenheid hoog is, is tussenkomen als leerkracht niet nodig. Geef de kleuters in dat geval de vrijheid en de verantwoordelijk om zelf creatief vorm te geven aan hun spel. Als de kleuters samen tot voldoende rijk rollenspel komen en in de flow van hun spel zitten dan kan een tussenkomst van de leerkracht dit zelfs verstoren.


Wanneer het rollenspel echter moeilijk op gang komt of kleuters blijven steken in hetzelfde spelscenario, dan ga je wel even meespelen. Uit onderzoek blijkt dat je het rollenspel op een hoger niveau kan tillen door zelf als leerkracht echt mee te stappen in het rollenspel. Begeef je als een improvisatiespeler in het spel: bouw voort op de ideeën van de kleuters. Je volgt als het ware wat de kleuters aanreiken en pikt daar op in, zonder het spel zelf in handen te nemen.


De leerkracht moet ervoor waken het spel niet te storen of ongewild over te nemen. Onderzoek toont aan dat een leerkracht die echt meespeelt en het spel niet overneemt , maar volgend meespeelt en de leiding bij het kind laat liggen, minder storend is voor het spel van de kinderen dan een leerkracht die naast het spel staat als ondersteunende volwassene. Vanuit je rol als medespeler kan je kleuters laten kennismaken met nieuwe spelscenario’s. Het is ook een goede manier om kleuters te betrekken die anders vaak uit het spel worden geweerd. Soms hebben kansarme of in hun ontwikkeling bedreigde kleuters het moeilijk met rollenspel omdat ze niet beschikken over de nodige bagage om het rollenspel op te baseren. Een meespelende juf of meester kan voor deze kinderen deuren openen.

Start vanuit het spiegelen van kinderen. Dit wil zeggen dat je begint met na te doen wat zij doen. Vervolgens kan je dan kleine stapjes verder zetten om het spel te verrijken. Ook bij rollenspel kan je op die manier meedoen door zelf als leerkracht een rol op te nemen die aansluit bij het rollenspel dat de kinderen spelen. Stel bijvoorbeeld vragen over de rollen die de kinderen hebben, benoem wat de kinderen met de materialen aan het doen zijn en vraag of je mee mag doen. Vraag je zelf vervolgens hardop af wat je allemaal nodig hebt.

Verval niet in het geven van opdrachten. Op die manier bereik je ook de kinderen die niet tot rollenspel komen.


Om ervoor te zorgen dat je even tijd hebt om mee te spelen en niet gestoord wordt door de kinderen in de andere hoeken kun je afspreken dat, wanneer je een ketting of sjaaltje om hebt, de kinderen even niet mogen storen.

Reflecteren:

Als leerkracht leer je kinderen reflecteren op hun spel door ze kritisch te laten kijken en ze te laten verwoorden waarom ze voor bepaalde oplossingen hebben gekozen. Met het reflecteren denken leerlingen na over de activiteit, de problemen die zich voordeden, de oplossingen die gevonden zijn en hoe zij op die oplossingen kwamen. Dit kan tijdens het spel. Als leerkracht voeg je jezelf bij een groepje. Geef aan wat je ziet gebeuren en stel open vragen, die uitnodigen tot redeneren en nadenken. Feedback op het spelproces is waardevoller dan op het eindresultaat zelf. Door kinderen te laten verwoorden waar ze mee bezig zijn wordt het beoogde speldoel (ook bij vrij spel) duidelijk. Help kinderen te analyseren waarom iets niet is gelukt. Ga ook in op wat je hoort tijdens het overleggen van de kinderen in hun spel.

Na het spelen in de huishoek

Reflecteer na het spelen in de huishoek ook regelmatig in de kring met alle kinderen wat er die dag gespeeld is en hoe dat is gegaan. Stel daarbij vooral vragen over het proces.

Hoe is het gegaan? Hoe is het aangepakt? Welke problemen kwamen zij tegen? Hoe zijn deze opgelost? Laat ze het rollenspel ook eens presenteren in de kring. Spreek dit wel van tevoren al af.


Hoe begeleidt jij het spel in de huishoek?

Inspireer collega’s door jouw ideeën en bevindingen als reactie op dit artikel te delen!


© 2020 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com