Zoeken

De fijne motoriek

Bijgewerkt: jun 5

Als we het hebben over de fijne motoriek, ook wel kleine motoriek genoemd, bedoelen we alle vaardigheden waarbij we nauwkeurig gebruik maken van de kleinere, fijnere bewegingen van de armen, handen en vingers. Daar is een goede oog-handcoördinatie en aansturing van de kleine lichaamsspieren voor nodig. Bij kleuters is de fijne motoriek nog volop in ontwikkeling. Naarmate een kleuter ouder wordt zie je dat de grove bewegingen steeds fijner en meer gecontroleerd worden. In deze blog vertel ik je er meer over.



De ontwikkeling van de fijne motoriek


Het lichaam maakt een ontwikkeling door van boven naar beneden en van binnen naar buiten. Van je hoofd naar je tenen en van je romp naar je ledematen dus.

Deze ontwikkeling verloopt volgens een prioriteit, die je hersenen aangeven.

Je hebt natuurlijk eerst de spieren nodig die er voor zorgen dat je je kunt voortbewegen en een goede coördinatie ontwikkelt. Daarna komen pas de spieren in je handen en je vingers. Dat betekent niet dat de handen zich als laatste gaan ontwikkelen.

Kijk maar naar een baby, deze grijpt met twee hele handen naar iets dat hij wil hebben. Peuters kunnen al veel bewuster sturen. Kijk maar hoe goed ze rozijntjes in hun mond kunnen stoppen. Het lijkt soms al wel op een pincetgreep, maar zo ver zijn ze nog niet.


In de praktijk zie je dat de beginsituaties van kleuter erg veel kunnen verschillen.

De ene kleuter die net op school komt heeft al een perfecte pengreep, terwijl de andere het potlood nog in zijn vuist vasthoudt. De laatste jaren zie je dat kleuters steeds vaker moeite hebben met fijn motorische handelingen, hoogstwaarschijnlijk door de toenemende digitalisering. Echter, stimulering van de fijne motoriek blijft ook in de digitale wereld waarin wij leven onmisbaar. In je hersenen gebeurt namelijk van alles wanneer je priegelt, punnikt en peutert. Er worden belangrijke verbindingen gelegd, die op latere leeftijd als goede basis dienen voor verschillende taken. In het kleuteronderwijs verdienen de volgende drie vaardigheden de meeste aandacht:

  1. Het vasthouden van materiaal (de pincetgreep)

  2. In één hand manipuleren van materiaal

  3. De bimanuele vaardigheid waarbij je twee handen gebruikt.

Uiteindelijk zijn er een aantal doelen die je aan het eind van groep 1/2 wil behalen.

De volgende ontwikkellijnen zijn hierbij een handig hulpmiddel.

Ze geven informatie over de vorderingen, die kinderen in de ontwikkeling van hun fijne motoriek maken, maar houden daarbij wel rekening met het eigen tempo en de bijzondere manier waarop zij zich ontwikkelen. De ontwikkeling van een kleuter verloopt namelijk niet lineair, maar met sprongen.


Over het algemeen bevinden kleuters zich wat betreft hun fijne motoriek in de volgende ontwikkelingsfase:


Halverwege groep 1:

  • Materialen hanteren: kan blokken nauwkeurig plaatsen

  • Knippen en plakken: knipt rechte lijnen en hoeken, knipt een blad door en kan kwasten hanteren bij plakken en verven

  • Vouwen: vouwt papier diagonaal

  • Zelfredzaamheid: kan een rits zelf dicht doen en veters in schoenen rijgen

  • Potloodhantering: Houdt een pen/potlood tussen duim en wijsvinger vast

Eind groep 1:

  • Materialen hanteren: kan borduren, rijgt grote kralen aan een koord en kan klein bouwmateriaal hanteren en nauwkeurig stapelen.

  • Knippen en plakken: kan kleine stukken papier scheuren, op een lijn prikken, een vierkant uitknippen en over denkbeeldige rechte lijn knippen

  • Vouwen: kan een rechte en schuine vouwen maken

  • Zelfredzaamheid: kan knopen open en dicht doen, strikken en zijn eigen rits dichtmaken

  • Potloodhantering: kan op een groot oppervlak verven, kleuren en tekenen, houdt het potlood met duim en wijsvinger vast en er is sturing vanuit de vingers.

Midden groep 2:

  • Materialen hanteren: kan kleine kralen aan een koord rijgen en met klein constructiemateriaal complexe figuren maken/leggen

  • Knippen en plakken: kan papier in reepsjes scheuren, een figuur prikken, langs een gebogen lijn knippen, voorgetekende figuren uitknippen uit karton, stof etc. en materialen aan elkaar plakken

  • Vouwen: kan vouwcombinaties maken (recht kruis, schuin kruis, 16 vierkantjes)

  • Zelfredzaamheid: kan fijne sluitingen open en dicht maken.

  • Potloodhantering: kan binnen de lijntjes kleuren, heeft de juiste potloodgreep tussen duim en wijsvinger, een voorkeurshand en maakt vloeiende doorgaande schrijfpatronen

Eind groep 2:

  • Potloodhantering: heeft een juiste zit-schrijfhouding, een goede potloodgreep tussen duim en wijsvinger, met een juiste spanning in de vingers, een soepel verlopende schrijfbeweging, dat wil zeggen: bewegingen van arm, de ellenboog, de pols, de hand, de vingers en de duim verlopen goed gecoördineerd, maakt schrijfpatronen, cijfers en letters die voldoen aan de criteria van regelmaat, ritme en vorm.

Onder het tabblad "Motoriek/Fijne motoriek" op deze website vind je meer achtergrondinformatie over de fijne motoriek van kleuters.

Daarnaast vind je allerlei praktische suggesties voor de fijne motoriek in mijn blogs op de diverse themapagina's.

Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!

26 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven