Zoeken
  • Juf Angelique

DCD: Behandelen en begeleiden

Bijgewerkt op: 28 jun. 2021

DCD staat voor Developmental Coördination Disorder, in het Nederlands vertaald coördinatie- ontwikkelingsstoornis. Kinderen met DCD hebben een achterstand in de ontwikkeling van motorische vaardigheden en moeite met het coördineren van de bewegingen, waardoor ze alledaagse taken minder makkelijk uit kunnen voeren dan leeftijdsgenoten. Kinderen met DCD worden vaak als “onhandig” omschreven.

In deze blog lees je meer over het behandelen en begeleiden van DCD.



Maatwerk


Hoe kunnen we op school een kind met DCD zodanig begeleiden dat het tot positievere ervaringen en resultaten komt? Dit hangt nauw samen met de mogelijkheden van het specifieke kind en hoe en in hoeverre het kind door de DCD gehinderd wordt.

Het bepalen van wat een kind met DCD nodig heeft is altijd maatwerk.

 

In de klas


Kinderen kunnen vaak moeiteloos wisselende situaties in hun omgeving in de gaten houden en daarop inspelen. Voor kinderen met DCD is dit lastiger. Voor hen is een goed overzichtelijke ruimte met routes zonder obstakels erg belangrijk, zodat hij zich daar zo min mogelijk voor hoeft in te spannen, zijn zelfstandigheid kan vergroten, zich op zijn gemak kan voelen en minder faalervaringen opdoet.


Voor alle kinderen geldt dat een affectieve relatie met de leerkracht, waarin je jezelf gezien, gehoord, begrepen en geholpen wordt, de basis is voor motivatie en leren, ook wanneer het wel eens mis gaat, maar voor een kind met DCD, die zich in een extra kwetsbare positie bevindt omdat het op school niet kan presteren, zoals dat eigenlijk wordt verwacht en heel erg afhankelijk is van extra tijd, zorg en aanpassing van de leerkrach, geldt dit in versterkte mate. Om een affectieve band op te bouwen met kinderen met DCD helpt het om primair de stoornis in de motorische coördinatie te blijven zien en het gedrag altijd te zien als een gevolg van dit onvermogen. Deze benadering vraagt extra geduld, tijd en een serieuze interesse voor het kind: Wat speelt er? Waardoor wordt dit gedrag veroorzaakt?

Wat heeft dit kind nodig? Op welke manier kan ik dat aanbieden?


Zorg ook voor eenduidige aanpakken en afspraken. Deze bieden veiligheid.

Voor kinderen met DCD zullen soms andere afspraken moeten worden gemaakt, die andere kinderen als 'oneerlijk' zouden kunnen opvatten. Maak dit op een eenvoudige manier helder, niet door verantwoording af te leggen, maar door een voorbeeld te zijn in het aandacht hebben voor en accepteren van individuele eigenschappen. Als leerkracht ben je hierin het voorbeeld en jonge kinderen nemen deze voorbeelden heel makkelijk over.


Bij kinderen met DCD is een intensieve samenwerking en duidelijke afstemming over verwachtingen en praktische mogelijkheden voor de begeleiding tussen leerkracht en ouders erg belangrijk.

 

Externe begeleiding


Omdat DCD grote invloed heeft op het dagelijks handelen, is kinderergotherapie de meest aangewezen vorm van externe therapeutische ondersteuning. Kinderergotherapeuten werken, vanuit een ergotherapiepraktijk, het ziekenhuis of een revalidatiecentrum, gericht aan de verbetering van de dagelijkse vaardigheden en zijn goed toegerust op het verbeteren van de fijne motoriek, sensorische informatieverwerking en de handelingsmotoriek. Doordat ergotherapeuten in aantal nog niet goed vertegenwoordigd zijn en ook kinderfysiotherapeuten steeds meer taakgericht zijn gaan werken kunnen kinderen met DCD ook door die laatste groep adequaat behandeld worden.


De therapie die specifiek gericht is op kinderen met sensorische informatieverwerkingsproblemen heet Sensorische Integratietherapie (SI-therapie).

Kinderen met DCD die problemen hebben met de sensorische informatieverwerking zullen goed geholpen kunnen worden door ergo-/fysiotherapeuten, die gebruik maken van SI-therapie. Echter, deze behandelmethode richt zich op het verbeteren van de onderliggende processen (de basis). Dit kan weliswaar de voorwaarden voor het uitvoeren van motorische vaardigheden verbeteren, maar er wordt nog niet aan het verbeteren van de vaardigheden zelf gewerkt. Daarom zal hier altijd een combinatie mee moeten worden gemaakt om de problemen die de kinderen in het dagelijks leven tegen te komen te leren beheersen en verminderen. Bij jonge kinderen kunnen onderliggende processen nog verbeteren, omdat deze ontwikkeling nog in volle gang is. Zij hebben baat bij SI-therapie, mits daar problemen zijn gezien. Bij oudere kinderen wordt er meer resultaat behaald uit het verbeteren van de manier waarop de vaardigheden worden uitgevoerd.


Een goede afstemming tussen school, thuis en therapie draagt bij aan het besef wat er wel/niet van een kind verwacht mag worden, op welke begeleiding een leerling goed reageert, een eenduidige manier van begeleiden en het in verschillende situaties toepassen van geoefende vaardigheden.

 

Een arrangement Cluster 3


Wanneer een kind met DCD ernstig wordt belemmerd in het volgen van het onderwijs kan er door school een arrangement Cluster 3 worden aangevraagd. Hiermee kan bijvoorbeeld ambulante begeleiding of extra ondersteuning door de leerkracht of Interne Begeleider worden bekostigd. Ook kunnen hiervan benodigde specifieke middelen, zoals: aangepaste schrijfmaterialen, lesmethodes, een documentenhouder, een ladekastjes en dergelijke, worden aangeschaft. Aangepast meubilair valt onder onderwijsvoorzieningen en kan worden aangevraagd bij het ministerie van Onderwijs.

 

Onder de tabbladen "Motoriek" en "Zorg: Motoriek" op deze website vind je meer achtergrondinformatie over de motorische ontwikkeling bij kleuters.

Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn:

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!



50 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven