site-verification=8adc2fc3d443365f5c3bc1b5d2d80d29
top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverJuf Angelique

Thema cijfer 7: Versjes

Bijgewerkt op: 6 apr.

In deze blog vind je een verzameling versjes over het cijfer 7.



Betje


Betje heeft een keldertje

Daar wonen zeven muizen

En onderaan de keldertrap

Daar zijn de muizenhuizen

Elk huisje heeft een muizendeur

En ook een muizenmatje

In ieder huisje staat een kast

En ook een muizenbadje

Er zit een bel bij elke deur

Maar dan een hele kleine

En achter ieder muizenraam

Daar hangen ook gordijnen

De muisjes staan vroeg op vandaag

En stappen uit hun huisjes

Want omdat Betje jarig is

Krijgen ze beschuit met muisjes

Bron: Onbekend

 

Betje heeft een winkeltje


Betje heeft een winkeltje

Het is elke morgen open

Je kunt in Betjes winkeltje

de gekste dingen kopen

Een onderbroek met gaatjes

een oliebol met kaas

Een doos met zeven muizen

een hoed van kippengaas

Betalen doe je niet met geld

maar met leuke dingen

Zo moet je voor een krentenbol

een kinderliedje zingen

En als de burgermeester komt

om zakjes snoep te kopen

Dan kost hem dat dus zeven rondjes

op zijn handen lopen

Bron: Onbekend

 

Bij de zeven dwergen


Bij de zeven dwergen is kabouter Cas

IJverig bezig met de kabouterwas

Zeven handdoeken en zeven pyjamabroeken

Zeven pyjamajassen en 21 zakdoeken

Hangen aan de lijn

Omdat de zeven dwergen

Snipverkouden zijn

Bron: Onbekend

 

De kabouterbruiloft


Een vrouwtje en een mannetje

Kabouters wel te verstaan

Die wilden met z'n tweetjes trouwen gaan

Een handje en een kusje

op het puntje van hun neus

en het was gebeurd, ja heus!

De burgemeester kwam erbij

met ringetjes van goud

Hij schoof ze aan hun vingertjes

toen waren ze getrouwd

Ze kregen 7 kindertjes

Kaboutertjes zoals je ziet

Weet jij waar ze nu wonen?

Ik weet het namelijk niet!

Bron: Onbekend

 

De kabouterwas


Bij de kabouters is kabouter Bas

IJverig bezig met de was.

7 Badhanddoeken

7 Pyjamabroeken

7 pyjamajassen

7 ruiten dassen

en 21 zakdoeken

hangen aan de lijn

omdat de 7 kabouters

snipverkouden zijn

Bron: Onbekend

 

Een vrouwtje en een mannetje


Een vrouwtje en een mannetje

Kabouters wel te verstaan

Die wilden met z'n tweetjes

Trouwen gaan

Een handje en een kusje

Op het puntje van hun neus

En het was gebeurd: ja heus!

De burgemeester kwam erbij

Met ringetjes van goud

Hij schoof ze aan hun vingertjes

Toen waren ze getrouwd

Ze kregen zeven kindertjes

Kaboutertjes, zoals je ziet

Weet jij waar ze nu wonen?

Ikke niet!

Bron: Onbekend

 

Een zeurende prinses


Een zeurende prinses van zes

die wou graag zeven zijn

Nog maar 1 dag was ze zes

en nu vond ze zes al te klein

Ze zeurde en ze zeurde:

Morgen wil ik weer zo'n feest!

Niet zeuren, zei de koning

Je bent net jarig geweest!

Dat feest gaat echt niet door,

zo sprak de koningin

Al ben je een prinses

je krijgt niet steeds je zin

en word je vaak verwend

ook voor jou duurt het een jaar

voordat je weer jarig bent

Ze bleef maar zeuren, die prinses

maar zeven werd ze niet

Ze was en bleef een heel jaar zes

die zeurende prinses

Bron: Onbekend

 

Er staan in een paleisje


Er staan in een paleisje

Zeven potjes op een rij

De koning zegt tevreden:

Die zijn allemaal van mij!

Ik heb ze op een morgen

Van de koningin gekregen

Zodat ik niet meer elke dag

Mijn potje hoef te legen

Het is ontzettend handig

Zo zie ik dus voortaan

Wat ik in een hele week

Zo'n beetje heb gedaan!

Bron: Onbekend

 

Er waren eens


Er waren eens zeven eendjes

Die zwommen in een sloot

Ze trappelden met hun teentjes

Het was een hele vloot

Ze waren nog maar pas uit het ei

En hadden gele veren

Moeder eend kwam er ook bij

Die moest ze zwemmen leren

Bron: Onbekend

 

Er waren eens...


Er waren eens zeven kaboutertjes

Dat waren zulke stouterdjes

De eerste stampte op de grond

En blafte als een kwade hond

De tweede had, ja heus!

Van het jokken, een hele lange neus

En nummer drie stond maar niet stil

Hij viel en gaf een harde gil

De vierde deed zijn benen wijd

En hield zijn armen allebei gespreid

De vijfde ging er maar bij zitten

Want hij had zo'n last van de hitte

En wat deed, denk je, nummer zes?

Hij nam stiekem een slokje uit de fles

En dan had je nog nummer zeven

Die zong heel hard: Lang zal ik leven!

En toen begonnen ze te gapen:

Welterusten, ga maar lekker slapen!

Bron: Onbekend

 

Er woonden zeven olifantjes


Er woonden zeven olifantjes in een dierentuin

De een was groen, de ander rood en de derde die was bruin

De vierde blauw, de vijfde geel, de zesde die was zwart

De zevende oranje en die vond dat heel apart

Maar het kleine zwarte olifantje vond het jammer dat

Hij niet zoals zijn vriendjes ook een vrolijk kleurtje had

Dus verfde hij zichzelf en na een uurtje was hij weer droog

En nu heeft hij alle kleuren van de grote regenboog

Bron: Onbekend

 

Esther


Esther is een moedertje

Van zeven babypoppen

Ze heeft een heel groot poppen bed

Waar ze ze in kan stoppen

Ze doet ze elke dag in bad

Dat vindt ze heel gewoon

En alle vieze billetjes

Maakt Esther keurig schoon

En als ze ergens heen wil gaan

Hoeft ze ze niet te dragen

Want Esther heeft, geloof me maar

Een super-wandelwagen

Bron: Onbekend

 

Gijs giraf


Gijs giraf ligt in zijn bed

Hij is ziek, wist je het?

Daar komt de dokter aan

Goedemorgen Gijs, wat scheelt eraan?

Ik zie het al, het is je keeltje

Dokter is een kleine aap en het is geen grapje

Om in Gijsjes keel te kijken, klimt hij op een trapje

Dokter schudt zijn wijze hoofd en schrijft wat op een briefje

Tjonge jonge dat is niet mals

Keelpijn in zo'n lange hals

De dokter zegt: Doe om je keel

Een das van zeven meter

Lepel zeven drankjes op

En een kilo zwarte drop

Dan word je snel weer beter!

Bron: Onbekend

 

In een heel klein muizenhuisje


In een heel klein muizenhuisje

Aten zeven broertjes muizen

Ieder een beschuit met muisjes

Want ze hadden er zo-even

Zeven zusjes bij gekregen

En dan eten zulke guitjes

Altijd muisjes op hun beschuitjes

Bron: Onbekend

 

In het groene weiland


In het groene weiland achter het huis van Hans

Zie je iedere avond vader en moeder Gans

Zeven ganzenkinderen spelen in de wei

Moeder zoekt naar eten

En vader helpt daarbij

Zeven ganzenkinderen maken samen pret

Maar gaat het maantje schijnen

Dan gakt moeder: Naar bed!

Kopjes in de veren

Pootjes in het gras

En dan heerlijk dromen

Hoe fijn het weiland was

Bron: Onbekend

 

In het oerwoud


In het oerwoud woont een slang

die is wel zeven meter lang

Als hij op visite gaat

is zijn kop meestal op tijd

maar zijn staart is steeds te laat

Bron: Onbekend

 

Kijk eens!


Kijk eens! Tuttebollekakkie

Zit te kliederen met klei

En ze maakt wel zeven muisjes

Zeven muisjes op een rij

Daarna gaat ze mama roepen

En ze zegt: Kom maar eens gauw!

Hier zijn zeven kleine muisjes

Ze zijn allemaal voor jou!

Mama komt en vindt ze prachtig

Totdat ze plotseling angstig zegt:

Het zijn geen zeven kleine muisjes

Het zijn er acht, dus eentje is er echt

En zodra ze dat gezegd heeft

Rent opeens een muisje weg

En hij piept naar al zijn vriendjes:

Wat een aardig grapje zeg!

Bron: Onbekend

 

Met zijn nieuwe kleurpotloden


Met zijn nieuwe kleurpotloden

Tekent Stijn een reus

Met grote handen

Zeven scherpe tanden

Een dikke rode neus

En benen, oh zo lang

Stijn wordt van die reuze reus

Haast zelf een beetje bang...

Bron: Onbekend

 

Op het strand


Op het strand van Ameland liggen zeven schelpen

Nummer 1 is groen

Nummer 2 is rood

Nummer 3 is klein

Nummer 4 is groot

Nummer 5 heeft ribbels

Nummer 6 heeft snibbels

Nummer 7 is een vlug dingetje

En ze liggen met z'n allen in een kringetje

Bron: Rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos - Han Hoekstra, Amsterdam: Meulenhoff, 1952, p.77: Op het strand van Ameland


 

Ridder zonder vrees


Oh, ridder zonder vrees

wil jij de zeven draken

een kopje kleiner maken?

Prinsesje Pimpelmees

ik zal de draken even

doen sudderen en beven!

Oh, ridder zonder vrees

als jij hun vuur kunt blussen

zal ik jou zeker kussen!

Bron: Onbekend

 

Schitterende namen


Bron: Versjes voor het slapengaan - Marianne Busser en Ron Schroder,

The House of Books BV, 2009






 

Zeven kabouters


Zeven kabouters, moet je eens horen!

Hebben vannacht hun baard afgeschoren

Zomaar eraf, met een knip en een haal

Nu zijn hun kinnetjes helemaal kaal

Stilletjes staan ze een beetje te wiebelen

Gek! Hoe hun baardjes niet meer kriebelen!

Het is wel wat leeg en het is ook wat fris

Nu daar die lange baard niet meer is

Zeven kabouters, zie ze eens lopen

Helemaal diep in hun jasje gekropen

Niemand ziet nu nog een stukje van hun kin

Tot aan hun neusje zit alles erin

Zijn jullie ziek? Vragen zachtjes de spinnetjes?

Nee, de kabouters verstoppen hun kinnetjes

Oh, wat schamen ze zich, het is me toch iets

En daarom zeggen ze niets...

Nu zitten de kabouters tezamen

In hun huisje en dicht zijn de ramen

De deur dicht en de grendel ervoor

Nu kan niemand er nog door

Daar zitten ze wat kribbig en kriegeltjes

Met hun hele kleine spiegeltjes

Dan kijken ze: Groeit er al wat?

Nee, hun kin is nog helemaal glad!

De kabouters moeten lang wachten

Het duurt nog dagen en nachten

Er is heel wat tijd mee gemoeid

Voordat een baardje weer is aangegroeid

De kabouters, het zit in hun snappertje

Spelen nooit van hun leven nog kappertje

Als dat baardje straks weer zal staan

Komen zij er nooit meer aan!

Bron: Onbekend

 

Zeven kleine beren


Zeven kleine beren, dronken uit een fles

Eentje nam een slok teveel, toen waren er nog zes

Zes kleine beren, waren heel erg stijf

Eentje kon niet meer lopen, toen waren er nog vijf

Vijf kleine beren, zagen een vreemd dier

Eentje trok er stiekem aan zijn staart, toen waren er nog vier

Vier kleine beren, krabden aan hun knie

 verloor zijn evenwicht, toen waren er nog drie

Drie kleine beren, renden naar benee

Eentje ging er weer naar boven toe, toen waren er nog maar twee

Twee kleine beren, voelden zich alleen

 is er vandoor gegaan, toen was er nog maar een

Een klein beertje, huilde maar heel even

Hij schreeuwde luid: Kom snel terug!

Toen waren er weer zeven.

Bron: Onbekend

 

Zeven knuffels


Zeven knuffels zitten netjes op een rij

eentje fluistert zachtjes: Knuffel je met mij?

Zes knuffels zitten netjes op een rij

eentje fluistert zachtjes: Knuffel je met mij?

Vijf knuffels zitten netjes op een rij

eentje fluistert zachtjes: Knuffel je met mij?

Vier knuffels zitten netjes op een rij

eentje fluistert zachtjes: Knuffel je met mij?

Drie knuffels zitten netjes op een rij

eentje fluistert zachtjes: Knuffel je met mij?

Twee knuffels zitten netjes op een rij

eentje fluistert zachtjes: Knuffel je met mij?

Een knuffeldiertje, helemaal alleen

Als iemand hem nu weghaalt

Dan staat er mooi geen een!

Bron: Onbekend

 

Zeven muisjes op een rij


Bron: Versjes voor het slapengaan - Marianne Busser en Ron Schroder,

The House of Books BV, 2009







 

Zeven spinnen


Zeven spinnen liepen in een rij

De achtste was er niet meer bij

Die had, ach wee, bij het oversteken

Niet links en rechts, niet uitgekeken

Zo kwam het dat hij viel

Onder het spinnenwiel

Zeven spinnen liepen in de rouw

Hun kleur was zwart, maar de hemel was blauw

Bron: Onbekend

 

Zeven zeer gemene heksen


Zeven zeer gemene heksen

komen elke nacht bijeen

Ze zitten in een grote cirkel

om een warm vuurtje heen

Met hun harde, schelle stemmen

zingen zij een heksenlied

Roepen, schreeuwen, in het duister

Abracadabra, acrabiet!

Ze nemen om de beurt een slokje

van een bitterzoete brij

Die zo goed is voor het vliegen

en voor al hun tovenarij

Tegen vieren gaan de heksen

op hun bezems er vandoor

Op het plekje waar ze zaten

zie je nu geen enkel spoor

Als de herfst is aangebroken

komt er opeens iets uit de grond

Zeven, bruine paddenstoelen

groeien keurig in het rond

En hoe noemen wij zo'n ding?

Juist, dat is een heksenkring!

Bron: Onbekend

 

Zeven zoete zuurtjes


Zeven zoete zuurtjes zaten in een fles

Maar eentje rolde in de goot. Nu zijn er nog maar...

Zes zoete zuurtjes, daar kwam een heel oud wijf

Die heeft er eentje weg gepikt. Toen waren er nog...

Vijf zoete zuurtjes. Toen kwam mijn nicht Marie,

Die heeft er twee gekregen. Toen waren er nog...

Drie zoete zuurtjes. Toen kwam de kruidenier

Die bracht voor mij een zuurtje mee. Toen waren er weer...

Vier zoete zuurtjes en toen kwam tante Mien

Die deed zes zuurtjes in de fles. Toen waren het er...

Tien zoete zuurtjes, ik at ze op alleen

Nu is het flesje leeg, nu heb ik er geen een

Bron: Ziezo - Annie Mg Schmidt, Amsterdam: Querido, 1988, p.242: Rekenen op rijm



 


Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties? Laat dan een reactie achter!


.

.

82 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page