Zoeken
  • Juf Angelique

Boeken: Opening & afsluiting

Bijgewerkt op: 15 mei

Het is belangrijk, om tijdens het plannen van een thema, als leerkracht goed na te denken over de startactiviteiten. Startactiviteiten moeten ervoor zorgen dat de kinderen enthousiast worden voor een thema. Het is dan ook belangrijk dat de activiteiten, die je kiest pakkend en betekenisvol zijn en nieuwsgierigheid opwekken.

Wanneer kinderen zelf enthousiast zijn voor een thema, zullen zij meer tot leren komen.

Ook zijn de startactiviteiten belangrijk om de voorkennis te activeren en leervragen voor het thema op te stellen. Door het opstellen van de leervragen en het maken van een plan kan vervolgens de rest van het thema worden vormgegeven.

Thema’s kunnen op veel verschillende manieren gestart en afgesloten worden.

In deze blog geef ik je suggesties om het thema boeken te openen en/of af te sluiten.



Thematafel


Richt een thematafel in. Denk hierbij aan:

  • Allerlei boeken

  • Lettermaterialen/letters

Maak tijdens je thema foto's van de activiteiten en hang deze op.

Creëer hiervoor een stukje projectmuur. Op die manier kun je met de kinderen terugkijken op een thema en kunnen ze elkaar vertellen over hun activiteiten en elkaar inspireren.

 

Aankleding van de klas


Breng je lokaal in de sfeer van het thema. Denk hierbij aan:

  • Een raamschildering: Beschilder de ramen of hang grote geplastificeerde A3 afbeeldingen op. Gebruik raamverf of krijtstiften. Krijtstift kan je gemakkelijk van de ramen afvegen met alleen een nat doekje. Voor het opzetten vergroot je een afbeelding onder het kopieerapparaat en plak deze aan de andere kant van het raam. Trek deze vervolgens over.

  • Richt diverse uitnodigende boekenhoeken in, met verschillende soorten boeken. Denk bijvoorbeeld aan informatieve boeken, prentenboeken, leesboeken, stripboeken enz.

 

Voorwerpen


Haal allerlei voorwerpen de klas in, die met boeken te maken hebben en waarmee je de nieuwsgierigheid van de kinderen kunt opwekken.

De kinderen komen de klas binnen en zien deze voorwerpen liggen.

Vervolgens zal een gesprek ontstaan over deze voorwerpen. Wat zijn dit voor voorwerpen? Wat kunnen we met deze voorwerpen doen?

  • De kinderen vinden een boekenspoor in de klas. Van wie zou dit kunnen zijn? Iedereen denkt mee en maakt er een tekening van. De volgende dag wordt er een tipje van de sluier opgelicht met behulp van een brief of filmpje of een andere hint. Langzamerhand wordt gedurende het project duidelijk van wie het voorwerp is.

  • De voorwerpen kunnen in een doos of koffer geplaatst worden. Deze geheimzinnige doos staat in de klas als de kinderen binnen komen. Iedere keer komt er wat uit de doos tevoorschijn. Wat is het? Wat kunnen we er mee doen? De kinderen zullen op ideeën komen en nieuwsgierig zijn naar de rest van de voorwerpen.

  • De kinderen nemen hun lievelingsboek mee en vertellen erover.

  • Organiseer een boekverkiezing en laat elk kind zijn lievelingsboek meenemen. Bepaal samen in welke genres de boeken horen. Uit elk genre wordt het boek met de meeste stemmen door jou voorgelezen. Welk boek krijgt de meeste stemmen?

 

Een verhalend ontwerp


Start het thema met een verhalend ontwerp. Dit betekent dat je een thema uitwerkt aan de hand van een verhaal of een verhaallijn, die de rode draad voor je lessen vormt en waarbij leerlingen actief meedoen en zelf ontdekkend leren, door op zoek te gaan naar oplossingen. Enkele variaties:

  • Er komt een boekenwurmhandpop of een bekend prentenboekfiguur op visite. Hij heeft een vraag of probleem.

  • De kinderen ontvangen een brief van een bekend boekenfiguur, waarin hen om hulp wordt gevraagd bij een probleem. De kinderen bedenken zelf een oplossing voor het probleem en kiezen met welk materiaal ze dit gaan doen. Ze kunnen bijv. bouwen in de bouwhoek, iets maken van constructiematerialen, iets knutselen enz...

  • Een handpop probeert letterlijk een boek binnen te stappen om er zelf de hoofdrol in te spelen en is erg teleurgesteld als hij hoort dat het boek helemaal niet over hem gaat. Om de handpop toch nog een rol te gunnen bedenken de kinderen zelf een boek met hem in de hoofdrol. Bespreek waar dit verhaal in de hoofdlijnen over zal gaan. De handpop luistert mee en vertelt wat hij ervan vindt. Hij kan ook nieuwe ideeën geven. Daarna werken de kinderen allemaal een stukje van het verhaal uit. Het boek wordt tenslotte voorgelezen aan de handpop.

 

Drama


Drama kan op diverse manieren worden ingezet bij het openen/afsluiten van een thema. Enkele variaties:

  • De leerkracht komt als een bekend kinderboekenpersonage de klas binnen.

  • De leerkracht beeldt samen met een aantal leerkrachten een boek uit.

  • Iedere leerkracht komt verkleed als een hoofdpersonage van een boek op. Aan de kinderen de taak om te raden uit welk boek dat personage komt. De boeken zelf presenteer je bijvoorbeeld op een tafel of op het digibord. Bij elk boek staat een letter. En in de goede volgorde vormen al die letters bij elkaar een woord (of een zin), dat/die uiteraard met het thema boeken te maken heeft!

  • Een poppenkastvoorstelling over een boek.

  • De kinderen kunnen zelf een voorstelling verzorgen.

 

Een boek


  • Start het thema met het voorlezen van een boek.

  • Vraag kinderen uit de hogere groepen om (in groepjes) te komen voorlezen.

  • De kinderen presenteren hun lievelingsboek.

  • Houd een boekverkiezing. Leg een collectie van boeken aan. Vraag hiervoor kinderen om boeken mee te nemen van thuis, duik in de schoolbibliotheek en leen boeken bij de openbare bibliotheek. Laat de kinderen in de boeken snuffelen en houd dan een verkiezing. Wat is het beste boek?

  • Laat de kinderen samen een boek maken. Stel groepjes samen van ongeveer vier kinderen. De kinderen maken bijvoorbeeld een boek over een monster, een piraat, een prinses enz. Neem de tijd om aan het boek te werken. Reserveer bijvoorbeeld gedurende een week elke dag een uur om aan het boek te werken.

Dag 1: Bekijk eerst samen een bestaan prentenboek. De jongste kleuters kunnen de wie- en waar-vragen beantwoorden. Iets oudere kinderen kunnen een onderscheid maken in ‘begin’, ‘midden’ en ‘eind’ van het verhaal en op zoek gaan naar het ‘probleem’ dat zich vaak afspeelt in de verhalen en de bijbehorende oplossingen.

Dag 2: Wanneer de kinderen een prentenboek beter hebben bekeken gaan ze zelf aan de slag. Ze bedenken eerst hoe de hoofdpersoon uit hun boek eruit ziet en hoe hij zich gedraagt. Ze geven hem een naam en bedenken waar hij woont. De kinderen gaan daarna aan de slag met verschillende teken-, schilder- en knutselmaterialen en maken de hoofdpersoon.

Dag 3: Vervolgens bedenken ze een begin voor hun prentenboek. Op de eerste bladzijde van een prentenboek wordt uitgelegd over wie het verhaal gaat en waar deze persoon woont. De karaktereigenschappen van de hoofdpersoon worden soms ook al duidelijk. Wanneer je merkt dat de kinderen niet goed verder komen, kunt je voorstellen de verhaallijn van een bestaand prentenboek te gebruiken.

Dag 4: Vandaag wordt het midden van het verhaal gemaakt. Dit kunnen meerdere pagina's zijn. In het midden ontstaat een probleem. Wanneer de kinderen het moeilijk vinden, laat je ze naar bestaande prentenboeken kijken.

Dag 5: De kinderen maken de laatste bladzijde(n) van het verhaal, waarin het probleem opgelost wordt. Laat ze ook nu weer kijken naar bestaande prentenboeken. Laat de kinderen controleren of de teksten kloppen en of alle

afbeeldingen in de goede volgorde liggen. Laat ze het verhaal eens van begin tot eind hardop te lezen, om te controleren of het goed klinkt.

Dag 6: Het boek krijgt een kaft met een titel en een titelblad waarop de naam van de kinderen staan die aan het boek gewerkt hebben.

Dag 7: De kinderen mogen hun prentenboek presenteren. Je kunt de zelfgemaakte boeken daarna ook in je leeshoek leggen of laten rouleren.

  • Het is ook bijzonder leerzaam om met kinderen een boek te maken waarin ze zelf de hoofdrol spelen. Laat de kinderen nadenken over een interessant onderwerp. Voor kleuters is het handig om beeldmateriaal als uitgangspunt te nemen. Laat de kinderen foto’s of kopieën meenemen naar school. Ze bepalen eerst de volgorde van het verhaal dat ze willen vertellen. Welke foto komt aan het begin van het boek en welke als laatste? De foto’s kunnen leidend zijn voor het verhaal dat ze willen vertellen. Laat de kinderen beschrijven wat ze op de foto’s zien en schrijf de tekst erbij. Eventueel kunnen er nog tekeningen bij gemaakt worden. Als laatste maken de kinderen de kaft. Deze moet in één oogopslag laten zien dat het boek over dat ene kind gaat. Als alle boeken klaar zijn, kan er een boekpresentatie zijn. Plan twee keer per dag kort een moment waarop de kinderen hun boek aan de rest van de groep presenteren. Op die manier kunnen ze de keuzes die ze gemaakt hebben verantwoorden. Daarnaast kunnen de kinderen met hun boek ook anderen inspireren. Laat het een boek worden waar ze echt trots op zijn.

 

Een speurtocht


Organiseer een speurtocht in of rondom de school.

Enkele variaties:

  • Een aantal leerkrachten/volwassenen verkleden zich als een bekend kinderboekenpersonage en lopen in en om de school heen. De kinderen zoeken de personages op. Het personage geeft ze vervolgens een letter of een deel van een plaatje. Nadat alle personages gevonden zijn, wordt de naam of het plaatje in elkaar gepuzzeld.

  • In de klas, school of rondom de school hangen overal afbeeldingen van boeken. De kinderen zoeken deze. Bij iedere afbeelding vinden ze bijvoorbeeld een stukje van een puzzelplaatje.

  • De kinderen volgen een spoor van boekkaften of letters. Onderweg moeten zij allerlei opdrachten uitvoeren. Aan het eind wacht een boekenwurm (een volwassene die verkleed is en klaar zit) met een mooi prentenboek om voor te lezen.

 

Een gast


Nodig eens een gast uit, die de kinderen meer kan vertellen over dit thema.

Laat de kinderen van tevoren leervragen bedenken.

Denk bij dit thema eens aan:

  • Een medewerker van de bibliotheek

  • Een auteur

Bedenk samen met de kinderen vragen, zoals:

  1. Hoe word je een ....

  2. Wilde u altijd al ... worden?

  3. Wat is er leuk aan?

  4. Wat is er niet zo leuk aan?

  5. Waar moet je goed in zijn ?

  6. Hoe kom je als auteur op ideeën?

  7. Hoe verzin je een verhaal?

 

Een uitstapje


Maak eens een uitstapje. De kinderen kunnen het thema dan al direct van dichtbij beleven en ervaren en er later verder over praten.

Denk bij dit thema eens aan:

  • Een bibliotheek

  • Een boekenwinkel

  • Een drukker

 

Een leergesprek


Bij het opstarten van een thema is het belangrijk dat de voorkennis wordt geactiveerd.

Deze kan bijvoorbeeld geactiveerd worden door een leergesprek.


Inventariseer wat de kinderen al weten en nog willen leren over boeken.

Daarna kan er een woordveld worden gemaakt of kunnen de weetjes op stroken worden genoteerd en opgehangen bij: wat weten we al?

Dit woordveld wordt gedurende het thema verder aangevuld . Als dit met een andere kleur gebeurt kunnen de kinderen hun eigen proces ook zien.


Stel vervolgens samen met de kinderen leervragen op. Ga in op wat ze zich afvragen.

Noteer deze vragen op (stroken op) de vragenwand: Wat willen we nog leren?

Vertel dat jullie gedurende het thema zoveel mogelijk van die vragen gaan proberen te beantwoorden. Laat de vragen zoveel mogelijk uit de kinderen komen en stimuleer ze met startvragen zoals:

  • Waarom...?

  • Hoe...?

  • Welke...?

  • Wanneer....?

  • Wat als...?

  • Waar...?

  • Hoe kun je...?

  • Als....dan....?

Bespreek hoe we de antwoorden op deze vragen zouden kunnen vinden?

Deel ze eventueel daar op in:

  • Wat kun je opzoeken in een boek of op internet?

  • Wat kun je navragen bij een ouder of deskundige?

  • Wat kun je zelf gaan onderzoeken?

  • Waar kun je iets voor ontwerpen?

Maak ook een opzoekhoek bij de vragenmuur. Zet daar bijv. boeken over boeken en tablets, waarop de kinderen bijv. video's kunnen kijken.


Naarmate de kinderen meer over boeken leren, kunnen ze deze vragen vervangen door de feiten. Verplaats deze stroken dan naar: "Dit zijn we te weten gekomen".

 

Een praatplaat


Je kunt ook een leergesprek voeren aan de hand van een praatplaat.

Laat de kinderen vertellen wat zij daarop zien. Stel ook vragen, zoals: waar zie je...?

Wat doet... ? Hoeveel... zijn er? enz.

Als afsluiting kun je een leuk spelletje doen, zoals "Ik zie, ik zie wat jij niet ziet" of raadsels bedenken over dingen op de praatplaat.

 

Een quiz


Organiseer een quiz over boeken.

Wat weten ze al of nog van het onderwerp af?

 

Een feest


Sluit het thema eens feestelijk af.

  • Laat de kinderen verkleed als een boekpersonage naar school komen. Organiseer een modeshow. Laat de kinderen verkleed over een rij van tafels of een rode loper hun verkleedkleding showen. Speel zelf de omroeper of laat een kind vertellen over de outfits van je klas.

  • Organiseer een boekenbal, waar de kinderen aan hun ouders kunnen laten zien wat ze hebben gedaan. Ze kunnen als echte schrijvers of boekfiguren hun boeken presenteren, voorlezen uit eigen werk en de boeken signeren die ze zelf hebben geschreven. De bibliotheekhoek kan worden opengesteld, een voorstelling geven aan de verteltafel, een toneelstukje opvoeren en dansen op kinderboekenmuziek. Er kunnen affiches en uitnodigingen worden gemaakt.

  • Organiseer een kinderboekenpersonage-photoshoot.

  • Ga sjoelen. Je kunt het gewone sjoelen omtoveren in boek-sjoelen door iedere sjoelsteen te versieren met een plaatje van een kinderboekenfiguur of door deze op de puntentelling te plakken

  • Speel bingo, maar in plaats van getallen staan er plaatjes van kinderboekpersonages op de bingokaart. Je kunt deze heel simpel zelf maken. Zoek naar 30 leuke plaatjes en verwerk 15 plaatjes in meerdere bingokaarten. Zet alle plaatjes op een andere plek en op de ene kaart staan weer een paar andere plaatjes dan op de andere. Zo voorkom je dat je hele klas tegelijk bingo heeft. Doe de 30 bijbehorende plaatjes in een zakje en trek steeds een plaatje.

  • Boek lopen: Kinderen lopen een bepaalde afstand, met een boek op hun hoofd, zonder daarbij de handen te gebruiken. Als het boek valt, moet het kind opnieuw beginnen. De tijd wordt genoteerd met een stopwatch. Er kan ook een wedstrijd tegen elkaar worden gelopen.

  • Boeken gooien: Een variant op blikken gooien. Maar nu staan er (oude, versleten) boeken op het tafeltje in plaats van blikken. Hoeveel boeken vallen er om met drie ballen?

  • Boeken stappen: Elk kind krijgt drie (oude, versleten) boeken. Opdracht: de kinderen moeten zo snel mogelijk naar het andere eind van de gang lopen, maar ze mogen hun voeten alleen op een boek zetten. De drie boeken die ze gekregen hebben, kunnen ze hiervoor gebruiken. Wie is het snelst?

  • Boeken dragen: Aan één kant van de gang ligt een stapel (oude, versleten) boeken. Die boeken moeten allemaal naar de andere kant van de gang worden gebracht. Om de beurt brengt een kind zo veel boeken naar de andere kant van de gang als hij/zij kan dragen. Bij terugkomst tikt hij/zij het volgende kind aan. Welk groepje maakt de beste tijd?

  • Houd een boekenruilmarkt. Laat alle kinderen een boek van thuis meenemen en laat ze hun eigen boek ruilen met die van een ander kind.

  • Organiseer een sponsorloop voor de aanschaf van nieuwe boeken.

 

Koken/bakken


Bekijk met de kinderen een kookboek en maak er samen een recept uit.

 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën als reactie op deze blog te delen!

gif


197 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven