Zoeken
  • Juf Angelique

Beredeneerd spelen

Bijgewerkt op: 11 jul.

Wanneer je helder hebt hoe kinderen het beste tot lerend spelen kunnen komen, kun je vervolgens gaan bepalen wat ze moeten leren. Door je aanbod beredeneerd aan te bieden en zo goed mogelijk aansluiten bij het instapniveau van de kinderen uit jouw groep leg je een sterk fundament voor de verdere schoolloopbaan. Je leest er meer over in deze blog.



Doelgericht spelen


Waar vroeger veel ruimte was voor het spel van kinderen, wordt er nu steeds meer van leerkrachten verwacht dat ze zich focussen op het behalen van de doelen.

Spel lijkt hierdoor steeds meer naar de achtergrond te verdwijnen. Ik denk dat spelend leren en doelgericht werken allebei waardevolle items bezitten, die je gecombineerd kunt gebruiken om tegemoet te komen aan de behoeften van jonge kinderen.


Wanneer leerkrachten de leeromgeving doelbewust als leermethode inrichten en de leerlingen gelegenheid bieden om zich te oriënteren, te mogen ontdekken en te experimenteren en daarna vooral te mogen oefenen en te herhalen kan spel ook een grote bijdrage leveren aan opbrengstgericht werken.

 

Aansluiten bij de schoolpopulatie


Om beredeneerde keuzes te maken ten aanzien van leerinhouden en doelen stellen is het allereerst belangrijk om naar de schoolpopulatie te kijken en daarop aan te sluiten.

De interne begeleider van de school beschikt vaak over relevante gegevens, zoals de referentieniveaus voor taal en rekenen (deze geven aan of de kinderen voldoende op die gebieden hebben geleerd). Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de schoolweging. Deze wordt berekend door het CBS op basis van een aantal sociaaleconomische kenmerken. Daarbij geldt hoe lager de schoolweging, hoe minder groot het risico op onderwijsachterstanden. De schoolweging van jouw school kun je vinden op www.onderwijsinspectie.nl Uit de analyse van de schoolpopulatie en weging kun je bewuste keuzes maken om bepaalde leerlijnen expliciet aan te gaan bieden.


Daarnaast wegen de ervaringen en bevindingen van de leerkracht natuurlijk ook mee in het vinden van een passend aanbod. Deze schetsen soms een ander beeld dan de schoolweging en de referentieniveaus doen verwachten. Het is dus zaak deze bevindingen naast elkaar te leggen en waar nodig het aanbod te herzien.


Daarnaast kunnen kind gebonden problematieken het leerproces doen vertragen, zoals bijvoorbeeld zwakke executieve vaardigheden, motorische achterstanden en taalspraakproblematiek. Wanneer de middenmoot van de schoolpopulatie bij aanvang een of meerdere van deze problematieken heeft, dan dienen er dus doelstellingen aan het aanbod te worden toegevoegd, die gericht zijn op het omgaan met deze problematieken.

 

Werken vanuit leerlijnen


Het aanbod voor kleuters is grofweg opgebouwd uit de ontwikkelingsdomeinen:

  • Taal

  • Rekenen

  • Sociaal emotioneel

  • Motoriek

Deze domeinen beslaan leerlijnen met tussendoelen. De SLO heeft concrete leerlijnen en doelen beschreven: Doelen jonge kind - SLO . Deze leerlijnen verlopen lineair in de zones van de naaste ontwikkeling. Je biedt deze dus niet door elkaar aan, maar na elkaar.

Leerlijnen en doelen kun je ook halen uit het kindvolgsysteem van jouw school.

Kennis van de leerlijnen en tussendoelen is belangrijk om beredeneerd te kunnen gaan werken.


Om tot de juiste leerinhouden te komen passende bij jouw schoolpopulatie kijk je eerst naar

het instapniveau van jouw groep. Dit instapniveau kan per schoolpopulatie dus zeer verschillend zijn. Daarna bekijk je de einddoelen voor jouw groep.

Deze einddoelen beslaan alle kennis en vaardigheden die er minimaal nodig zijn om aan te sluiten bij de volgende groep. Wanneer je die start- en einddoelen helder hebt, kun je gerichte keuzes maken in de leerlijnen met daarin de tussendoelen die jouw basisaanbod gaan bepalen.


Dit doe je door de tussenliggende leerlijnen naast elkaar te noteren en op te delen 5 periodes (van vakantie tot vakantie) van in totaal 40 weken per leerjaar, met daarin evenredig verdeeld aanbod. Dit noem je de focusdoelen.

Dit zijn de doelen die, wanneer deze niet behaald zijn, ervoor zorgen dat het kind een aanzienlijk kleinere kans heeft om in het volgende leerjaar succesvol te zijn.


Gebruik hiervoor een periodeplanner. Op dit formulier zijn zowel alle doelen als alle leerlingen te vinden, die de afgelopen periode aan de doelen hebben gewerkt, te zien.

Per leerling geef je bijvoorbeeld met een kleur aan of het doel wel, bijna of niet is bereikt. Aan het eind van iedere periode analyseer je deze gegevens.

Niet en bijna gehaalde doelen worden sleepdoelen, die je meeneemt naar de volgende periode. Het is namelijk niet de bedoeling dat je kinderen gaat overvoeren op doelen en doelen gaat opstapelen. Noteer de doelen (in plaats van activiteiten) ook in je dag-/weekplanning om het doelgericht denken vast te houden.


Doelenoverzicht en themaplanning
.docx
Download DOCX • 53KB


Maak de doelen ook visueel herkenbaar in het lokaal. Werk bijvoorbeeld met een doelenbord. De doelen moeten ook terug te zien zijn aan de inrichting van je hoeken en kasten. Zet bijvoorbeeld alleen materialen in je kast die een link hebben met de doelen in de periodeplanner.


Besef je wel dat doelen vooral in jouw hoofd zitten en niet in het hoofd van de kinderen.

Het is een verwachting van jezelf. Verwachtingen hebben is goed.

Het betekent dat je oefent in het herkennen van interesses, behoeften en het niveau van kinderen. Verwachtingen mogen alleen geen opdrachten worden, want dan heb je geen spel meer. Als kinderen spelen zijn ze eigenlijk doelloos bezig, dan gaat het meer om het proces, niet om het eindproduct. Spel is vrij van opdrachten en je verwachtingen opleggen is vergelijkbaar met een opdracht. Je moet verwachtingen dus ook weer durven loslaten en er niet van uitgaan dat de kinderen met jouw doel voor ogen spelen. Focus je dus niet op resultaten. Het spelen in hoeken is niet hetzelfde als ‘oefenen voor een toets’.

Je kunt doelen hooguit uitlokken door voorwaarden aan te reiken. Als kinderen niet spelen wat jij had verwacht dan is dat ook helemaal niet erg. Spel is namelijk altijd goed als het aan twee voorwaarden voldoet. Ten eerste moet je respectvol met elkaar omgaan.

Ten tweede moet je materialen die heel moeten blijven ook heel laten.

Dus stenen in de zandbak gooien is prima, stenen tegen iemands hoofd gooien niet.

 

Aansluiten bij de methodes


Veel scholen gebruiken een methode om de leerlijnen veilig te stellen en een goede doorgaande lijn op te zetten voor de gehele basisschool.

De methode zorgt ervoor dat er een opbouw is in het niveau en dat de leerstof passend is bij de ontwikkeling van een kind en dat de leerstof van de vorige of volgende groep aansluit.

Wanneer je vanuit de methodes werkt, bekijk je welke doelen de komende periode aan bod komen. Wanneer er veel doelen passend zijn, is het belangrijk om een keuze te maken op welke doelen je de nadruk gaat leggen. De andere doelen kunnen alsnog in het spel wel aan bod komen, maar daar werk je niet doelgericht aan. Kinderen krijgen bij deze doelen meer de kans om te ontdekken, te proberen en te ervaren. Na de keuze van de doelen, maak je ook een keuze voor de materialen. Later kun je het spel uitbreiden door materialen toe te voegen aan het spel. Zo kun je naast het doelgericht aanbieden van de leerstof door middel van spel, ook de mogelijkheid geven om andere leerdoelen te ontdekken en ervaren.

 

Doelgericht thematisch werken

Wanneer je de doelen hebt vastgesteld kies je activiteiten en materialen die daarbij passen.

Al deze activiteiten staan vervolgens in dienst van het behalen van de gestelde doelen.


Werk je thematisch? Houd dan wel in je achterhoofd dat thematisch werken een middel is en geen doel. Kortlopende thema's kunnen mogelijkerwijs ook de focus op je doelen bedreigen. Met langer lopende thema's houd je die focus vaak wel.

Vraag je ook steeds af of het thema helpend is om de doelen te stimuleren.

Draai het bijvoorbeeld eens om en bestudeer eerst de doelen van een periode eens voordat je een thema plant. Voorkom zoveel mogelijk dat je aanbod gaat wegzetten in je hoeken dat thematisch misschien de hoofdprijs wint, maar niemands zone van naaste ontwikkeling raakt.


In tegenstelling tot activiteiten gestuurd aanbod staan bij beredeneerd aanbod de doelen in plaats van de activiteiten centraal. Het aanbod sluit hierbij aan op het ontwikkelniveau, de onderwijsbehoeften en de talenten van de kinderen. Aan de hand van de gekozen doelen, kun je bijvoorbeeld ook de keuze maken voor de inhoud van de hoek.

Hoe doe je dat? Schrijf er vooraf, bij je themaplanning, al ideeën over op, kies materialen waarbij je bepaalde spelactiviteiten in gedachten hebt en observeer wat kinderen daarmee doen om het spel te begeleiden.


Stel bij je aanbod vragen zoals:

  • Wat is mijn bedoeling met dit aanbod?

  • Waarom breng ik dit in?

  • Wat vind ik belangrijk in deze hoek?

  • Welk spel wil ik uitlokken?

  • Heeft mijn hoek ruimte voor gericht en vrij spel?

  • Heeft mijn hoek een duidelijke leerfunctie?

  • Waaruit bestaat mijn begeleiding dan precies?

  • Voor welke kleuters is begeleiding echt nodig?

  • Sluit mijn hoek aan bij het thema?

  • Heeft mij hoek voldoende afwisseling?

  • Of kan het ook op een andere manier, met een kleinere groep of met een andere werkvorm?


Doelgericht ga je dan het spel sturen naar deze doelen en daarnaast is het waarschijnlijk dat de kinderen ook in aanraking komen met de andere doelen en geef je hen de mogelijkheid om dit te ontdekken en ervaren.

Als je opdrachten in een hoek weglegt, zal je daar vrijwel geen vrij spel zien.

Dit betekent overigens niet dat je geen opdrachten mag geven.

Bedenk alleen dat als je vrij spel wilt zien, je dan geen gesloten materialen moet neerleggen, maar op zoek moet naar materialen met een open einde.



 

Op zoek naar meer?


Kijk voor meer suggesties ook eens op mijn Pinterest

Heb je zelf ook nog leuke suggesties?

Inspireer dan collega’s door jouw ideeën in een reactie op deze blog te delen!




379 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven