Zoeken

Oorzaken van autisme

Bijgewerkt: 13 aug 2019

Er wordt nog steeds veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van autisme en er zijn in de loop der tijd al veel oorzaken geopperd. Er zijn echter nog maar weinig wetenschappelijk goed onderbouwde conclusies. Naargelang het vakgebied van de onderzoekers kan de omschrijving van autisme ook behoorlijk verschillen.

In deze blog vertel ik meer over de verschillende theorieën die er zijn.


Theory of Mind

Normaal gesproken ontwikkelen kinderen vanaf een jaar of vier een zogenaamde “Theory of Mind” (ToM). Dit betekent dat ze zich dan geleidelijk beginnen te beseffen dat anderen in hun omgeving iets anders kunnen denken of voelen dan zij zelf en op basis hiervan doen zij steeds meer inzichten op over de intenties, gevoelens en plannen van anderen waardoor zij zich steeds beter leren te anticiperen op het gedrag van anderen.

Deze “Theory of Mind” is bij kinderen met autisme niet of slecht ontwikkeld. Bij hen worden er door een storing in de spiegelneuronen namelijk minder ervaringen opgeslagen in de hersenen en hierdoor herkennen zij gezichtsuitdrukkingen en gevoelens en emoties van andere personen lastiger. Ze nemen ze visueel gezien wel waar, maar de hersenen koppelen er onvoldoende betekenisvolle informatie aan, waardoor zij sociale situaties minder goed kunnen lezen. Zonder ToM kan je alleen vanuit jezelf denken en waarnemen.

Dat heeft grote gevolgen voor de omgang met anderen. Zo kunnen mensen met autisme bijvoorbeeld lastig liegen en zijn ze geneigd eerlijk te vertellen wat ze ervaren.

Mensen met een normale intelligentie kunnen hun problemen met de "Theorie of Mind" gedeeltelijk compenseren met hun verstand. Deze theorie biedt echter geen volledige verklaring voor al het autistische gedrag, want voordat een “Theory of Mind” tot ontwikkeling komt, zijn bij hele jonge kinderen ook al autistische kenmerken aanwezig.



Centrale Coherentietheorie

Deze theorie uit 1989 van Frith is tot nu toe het belangrijkste en meest omvattende model en stelt dat kinderen met autisme ernstige problemen hebben met het betekenisvol integreren van wat zij waarnemen. Kinderen met autisme zijn in hun waarneming meer gericht op de details dan op het geheel.

Zij kunnen moeilijk onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. Het niet goed kunnen samenvoegen van deze losse fragmenten heeft tot gevolg dat de betekenis van de aangeboden informatie niet goed wordt onderkend en dat er vaak een verkeerde conclusie wordt getrokken of een onjuist verband wordt gelegd, waardoor de kans op misverstanden groot is. Kinderen met autisme leven hierdoor in een chaotische, onsamenhangende en onvoorspelbare wereld en hebben veel behoefte aan duidelijkheid, dezelfde routines en voorspelbaarheid. Veranderingen en onbekende situaties voelen voor hen zeer beangstigend. Het gebrekkige vermogen om samenhang aan te brengen heeft ook grote gevolgen voor de interactie, communicatie en het leerproces van kinderen met autisme.


The absent self-theorie

In deze theorie van Uta Frith wordt de verminderde aanwezigheid van een innerlijke directeur bij mensen met autisme beschreven.

De coördinator, de regisseur, degene die de grote lijnen bewaakt en ingrijpt als de werkzaamheden dreigen fout te lopen, doet zijn werk niet goed, of is zelfs afwezig.

Als je het vergelijkt met een fabriek, dan gaat alles goed zo lang het de dagelijkse routine betreft, maar als er onverwachte dingen gebeuren, ontstaat er al snel paniek.

Er is onvoldoende sturing van binnenuit en sprake van verminderd zelf organiserend vermogen en zelfmanagement. Als de innerlijke regisseur ontbreekt, is het moeilijk om zaken te reguleren, het overzicht ontbreekt, besluiten worden genomen op detailniveau, waardoor het moeilijk is om op koers te blijven en er al snel extreem gedrag ontstaat.

Executive functioning theory

Deze theorie uit 1995 van Ozonoff stelt men dat kinderen met autisme moeite hebben met het zelf plannen, organiseren, volgen en bijsturen van hun gedrag en het zelf monitoren van hun vorderingen. Zij hebben moeite met het geheel van hun handelen en de gevolgen daarvan te overzien. Hun taakaanpak is vaak erg star. Ze denken erg concreet en zijn niet erg flexibel in het zoeken naar oplossingen. Er is sprake van gebrekkige mentale schakelvaardigheden.


Theorie van Greenspan

Waar de voorgaande theorieën de verschillende symptomen vanuit één theoretisch model proberen te verklaren kiest de theorie van Greenspan voor een andere benaderingswijze. Volgens Greenspan kunnen er verschillende oorzaken ten grondslag liggen aan autistisch gedrag. Ieder gedrag, dus ook autistisch gedrag is een samenspel van verschillende ontwikkelingsdimensies. Greenspan onderscheidt de volgende dimensies:

- Het verwerken van auditieve informatie en taal.

- Het komen tot motorische activiteiten en handelingen (executieve functies).

- Visueel ruimtelijke informatieverwerking.

- Sensorische (on)gevoeligheden.

- Emotioneel en sociaal functioneren.

Aan autisme kunnen problemen op één of meerdere van deze dimensies ten grondslag liggen.

Waar sommige kinderen met autisme heel gevoelig zijn voor aanraking en geluid, reageren anderen juist onvoldoende op de wereld om hen heen.

Weer anderen zijn voortdurend op zoek naar nieuwe ervaringen.

Sommigen nemen wel beeld, maar geen geluid in zich op. Anderen wel geluid, maar geen beelden. Al deze verschillende vormen van informatieverwerking leiden tot een andere vorm van autisme. Ieder kind met autisme is uniek en bij ieder kind ziet het samenspel van deze dimensies er weer anders uit. Greenspan spreekt daarom liever niet van autisme, maar over “Multi System Developmental Disorder” (MSDD).

De essentie van het ontwikkelingsprobleem van kinderen met autisme is volgens Greenspan een biologisch veroorzaakt tekort aan het vermogen tot het verbinden van emoties of intenties aan motorische handelingen, gebeurtenissen in de tijd en symboolvorming.

En juist het koppelen van emoties aan gebeurtenissen is een essentiële en motiverende factor van de ontwikkeling van kinderen, omdat ze door het aangaan van lange wederkerige reeksen van affectieve interacties creatief en abstract denken, evenals hogere niveaus van sociale vaardigheden ontwikkelen. Greenspan ziet het op gang brengen van de emotionele ontwikkeling als de belangrijkste aanpak bij kinderen met autisme.

Door problemen met de ontwikkelingsdimensies blijven kinderen met autisme vaak in een vroege fase van de emotionele ontwikkeling steken.

Autisme en opvoeding

Vroeger werd gedacht dat autisme werd veroorzaakt door een verkeerde, kille opvoeding of door mishandeling en verwaarlozing. De theorie dat autisme wordt veroorzaakt door een kille of zogenaamde koelkastmoeder geldt inmiddels echter als achterhaald.

Ouders worden nu gezien als een deel van de oplossing in plaats van als het probleem.

Zij hebben een essentiële rol bij het leren omgaan met autisme en kunnen ook een (positieve of negatieve) invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen met autisme. De omgevingsinvloeden bepalen dus wel mede de ernst en de vorm van autisme, maar zijn niet de oorzaak. Wel kunnen kinderen die in een vroege levensfase individuele aandacht ontberen of verwaarloosd worden, symptomen ontwikkelen die sterk lijken op die van autisme.


Autisme en aanleg

Er is geen verband gevonden tussen complicaties tijdens de geboorte (zoals zuurstofgebrek) en het ontstaan van autisme. Erfelijke factoren lijken echter wel een belangrijke rol te spelen in de oorzaak van autisme. De kans dat iemand autisme heeft is 50-100x groter wanneer nog een andere persoon binnen het gezin dat heeft. Veel kinderen met autisme hebben anderzijds ouders waarbij nauwelijks kenmerken van autisme aanwezig zijn.

Hoe groter het aantal mensen met autisme binnen een familie, hoe groter de kans dat er nog meer kinderen komen met autisme of autist form gedrag.

Hierbij speelt het proces meiose (het delen van cellen) een belangrijke rol. Welke (combinatie van) genen dat zou zijn, is echter nog onduidelijk. Hoe groter het aantal mensen met autisme binnen een familie, hoe groter de kans dat er nog meer kinderen komen met autisme of autist form gedrag.

Bij meiose worden de chromosoomparen gesplitst en wel zo dat van ieder paar één vertegenwoordiger naar een dochtercel gaat. Hierdoor wordt, per cel, het aantal chromosomen gehalveerd, terwijl ieder kenmerk (gen) toch nog aanwezig blijft.

Wat de informatie voor elk kenmerk inhoudt, wordt louter door het toeval bepaald.

Naast het toevalsproces voor wat betreft de kenmerken, vindt er een tweede toevalsproces plaats. In dit tweede toevalsproces worden er in het DNA op een willekeurige manier stukjes weggelaten (deletie), toegevoegd (duplicatie), verplaatst (translocatie) en omgedraaid (inversie). Dit proces leidt tot meer genetische verschillen tussen mensen en verklaart waarom zelfs een eeneiige tweeling genetisch niet 100% identiek is.

Het probleem van het tweede toevalsproces is, dat er genetische fouten kunnen ontstaan rond de conceptie. Door met name de deletie en de duplicatie kunnen chromosomen korter of langer worden of er kan een compleet extra chromosoom ontstaan.

Als dit gebeurt rond de conceptie, ontstaat er uit deze eerste cel een mens met een genetische variatie. Dit kan zowel positief als negatief uitvallen.

In positieve gevallen ontstaat er een mens uit met een bijzondere vaardigheid, die positief wordt beoordeeld, bijvoorbeeld een vaardigheid op het gebied van sport of wetenschap.

In negatieve gevallen kan er sprake zijn van een syndroom, ernstige handicap, maar ook van schizofrenie of autisme. Er zijn dus in de meiose stukjes te veel of stukjes te weinig in het DNA ontstaan op een specifieke locatie.


Autisme en de hersenen

Autisme wordt tegenwoordig door veel onderzoekers beschouwd als een aangeboren ontwikkelingsstoornis met een neurologische oorzaak. De hersenen van mensen met autisme zouden anders functioneren en hierdoor bestaan de waarnemingen uit veel losse fragmenten zonder verband. Delen van de hersenen ontwikkelen zich eerder en andere delen juist weer later dan bij anderen. Onderzoeken hebben aangetoond dat bij jongeren met autisme een latere toename van de grijze hersencellen plaatsvindt en dan met name in de linker prefrontale cortex. In 2011 kwamen onderzoekers erachter dat het bij autisme niet om een defect gaat, maar om een vertraging in de ontwikkeling die zich met name uit op het gebied van sociale interactie, communicatie en repetitief gedrag. Dit is belangrijk om te benadrukken, want dit betekent een verandering in de manier hoe je om kan gaan met een kind met ASS. Anderen zullen met deze kennis eerder geneigd zijn het kind te stimuleren in de ontwikkeling in plaats van het erbij te laten. Autisme wordt ook vaak in verband gebracht met stoornissen in de affectieve beleving van prikkels uit de omgeving. Deze zouden verband kunnen houden met een structureel defect van gebieden in het limbische systeem. Bij hersenonderzoeken in het begin van de 21e eeuw wordt echter een sterker accent gelegd op de connectiviteit, dat wil zeggen de verbindingspatronen in de hersenen.

Met name de verhouding tussen het aantal korte en lange verbindingen in de hersenen zou daarbij van belang zijn. Bij het overheersen van het aantal korte verbindingen zijn lokale functies (bijvoorbeeld het geheugen, waarnemen van gezichten) intact, maar ontbreekt het vermogen een verband te leggen met andere functies, zoals emotie of het herkennen van de emotionele expressie van een gezicht. Andere onderzoeken suggereren dat zowel de korte als de lange verbindingen in de hersenen van personen met autisme minder goed functioneren. Dit zou kunnen wijzen op een afname in functionele connectiviteit.



Voeding:

Autisme gaat vaak (in meer dan 50% van alle gevallen) gepaard met lichamelijke aandoeningen, zoals de Ziekte van Crohn of dikke darm ontstekingen.

Dit komt waarschijnlijk omdat het lichaam de gluten en caseïne niet goed kunnen verteren, waardoor er onvolledig verteerde (en daarom giftige) proteinen in het vaatstelsel lekken. Deze zouden zich vervolgens ook binden aan opioïde receptoren in de hersenen. Deze spelen een belangrijke rol in motivatie, emotie, hechting, de reactie op stress en pijn en de controle van voedselinname. ergeren. Dit komt waarschijnlijk omdat het lichaam de gluten en caseïne niet goed kunnen verteren, waardoor er onvolledig verteerde (en daarom giftige) proteïnen in het vaatstelsel lekken. Deze zouden zich vervolgens ook binden aan opioïde receptoren in de hersenen. Deze spelen een belangrijke rol in motivatie, emotie, hechting, de reactie op stress en pijn en de controle van voedselinname.

Ook is uit deze onderzoeken gebleken dat gluten en caseïne in de hersenen van autistische kinderen helpen om bepaalde stoffen aan te maken die ervoor zorgen dat deze kinderen verslaafd kunnen raken aan gluten en caseïne rijk voedsel. Lang niet alle onderzoekers zijn hier echter van overtuigd. Een gluten- en caseïne-vrij dieet is wel zeer populair geworden onder ouders van kinderen met autisme. Veel ouders melden opmerkelijke verbeteringen in de concentratie, (agressieve) gedrag en het aangaan van oogcontact na het verwijderen van gluten en caseïne. Er is op dit moment nog veel onderzoek gaande op dit gebied, maar voorlopig lijkt er dus geen direct bewijs dat een glutenvrij dieet autistische kenmerken kan verminderen.


Vitaminen

Autistische kinderen hebben vaak een tekort aan: Calcium, Selenium, Magnesium, Zink, Foliumzuur, Taurine, Vitamine C en E en verschillende aminozuren.

Dit kan uit bloedonderzoek, onderzoek naar de ontlasting en uit aminozuurtesten blijken. Wanneer je deze vitaminen met voedingssupplementen gaat aanvullen is het verstandig dit langzaam te doen en niet alle supplementen in een keer toe te voegen, maar te beginnen met eentje, dit een poosje vol te houden (het is een langdurig proces waaraan het lichaam zich moet aanpassen en wat tijd vergt) en vervolgens goed te letten op wijzigingen in het gedrag van het kind alvorens een ander supplement toe te voegen.

In een in 2013 verschenen Noors onderzoek onder moeders die tijdens de zwangerschap wel of niet Foliumzuur hadden gebruikt, bleek dat de gebruiksters minder kinderen hadden gekregen met autisme. De onderzoekers stellen hierbij wel duidelijk dat er nu niet een oorzaak is gevonden voor het ontstaan van autisme maar dat er een mogelijke samenhang is vastgesteld.


Hormonen

Eén van de theorieën die nog worden onderzocht, is dat stoornissen in spiegel neurosystemen met autistische verschijnselen samenhangen.

Bij mensen met autisme werd een lagere hoeveelheid oxytocine aangetroffen, hetgeen suggereert dat dit hormoon het onderkennen en begrijpen van sociale codes bevordert. Behandeling met oxytocine blijkt autistische personen inderdaad socialer te maken ten opzichte van autistische personen die met een placebo werden behandeld.

Afwijkingen in het gen dat codeert voor de oxytocinereceptor zijn in verband gebracht met een verhoogd risico op autisme.


Vaccinaties

Er circuleerden eind jaren ’90 ook berichten dat autisme mede veroorzaakt zou worden door de BMR vaccinatie. Het artikel in The Lancet uit 1998 dat aanleiding was tot die conclusie, is na een lang onderzoek in 2010 door dezelfde Lancet echter ingetrokken.

In 2004 hadden tien van de oorspronkelijke dertien auteurs van het artikel al publiekelijk afstand genomen van de suggestie dat er een verband zou bestaan tussen de gewraakte vaccinatie en autisme. Gebleken was dat van die berichtgeving niets klopte.

In 2011 werd zelfs bekend dat de auteurs van het artikel de medische gegevens van de 12 onderzochte kinderen op geraffineerde wijze vervalst hadden.


In deze blogs lees je meer achtergrondinformatie over autisme:

De geschiedenis van autisme

Wat is autisme?

Autisme en informatieverwerking






0 keer bekeken

© 2019 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com