Zoeken

Wat is autisme?

Bijgewerkt: 13 aug 2019

Het is belangrijk dat jij als leerkracht de kenmerken van autisme herkent.

In deze blog vertel ik je er graag meer over.


De term ASS

Autisme is een levenslange pervasieve ontwikkelingsstoornis, waarmee iemand wordt geboren en die zich doorgaans openbaart in de eerste drie levensjaren van een kind.

Met ‘pervasief’ wordt ‘diep doordringend’ bedoeld. Autisme zie je niet aan de buitenkant, maar het heeft een grote invloed op alle levensgebieden. Inmiddels is autisme geen strikt afgebakende stoornis meer. De term ASS staat dan ook voor Autismespectrumstoornis; een verzamelnaam die een groot scala aan vormen en gradaties van autisme omvat.

Autisme kent namelijk veel gezichten. Ieder kind met autisme laat dat op een andere unieke manier zien en neemt zijn eigen plaats in binnen dit grote spectrum.

HET kind met ASS bestaat niet, de kenmerken gelden nooit allemaal en ook niet in dezelfde mate. Elk kind heeft een andere mix van sterke en zwakke kanten. Bovendien zijn veel kenmerken niet constant en verschillen deze bij ieder individu ook weer per levensfase.

De meeste mensen blijven in hun pogingen om autisme te begrijpen, autisme helaas ophangen aan bepaald gedrag en mythes, zoals dat mensen met autisme geen gevoel voor humor zouden hebben, minder behoefte hebben aan sociaal contact, minder emoties hebben, allemaal goed zijn in wiskunde, introvert zijn, slim zijn, geen fantasie hebben, van orde en netheid houden, verstrooid zijn en/of alles precies op tijd willen hebben.

Dit is echter onmogelijk, want geen enkel gedrag is exclusief voor autisme. Het gaat bij autisme ook niet om vreemd gedrag, maar om normaal menselijk gedrag in extreme mate.


Een regenboog aan kleuren

Kinderen ontwikkelen hun vaardigheden meestal volgens een redelijk vast patroon.

De ontwikkeling van kinderen met autisme wijkt daar echter van af.

Zij ontwikkelen zich vaak in een andere grillige volgorde en in een ander tempo.

Autisme is volgens de Nederlandse bio psycholoog Martine Delfos ook eerder een vertraging in de ontwikkeling dan een beperking. Sommige functies en vaardigheden ontwikkelen zich trager, andere juist weer veel sneller dan bij leeftijdsgenoten. Daardoor kan iemand met autisme soms veel jonger lijken dan leeftijdsgenoten, en soms juist weer veel ouder. Dit wordt ook wel een 'regenboog aan leeftijden binnen één persoon' genoemd. Dit betekent dat één kind vele ontwikkelingsleeftijden tegelijk in zich verenigt.

Ieder mens met autisme heeft een regenboog aan leeftijden in zichzelf.

Een kind met autisme van 8 jaar kan bijvoorbeeld spelen als een kind van 3 jaar, motorisch gedrag laten zien dat correspondeert met de kalenderleeftijd en rekenen als een kind van 12 jaar. Kinderen met autisme plaatsen hierdoor anderen vaak voor raadsels.

Om de mogelijkheden van het kind met autisme te ontwikkelen en hem niet te onder- of overvragen, is het van essentieel belang om aan te sluiten op waar het kind in zijn eigen ontwikkeling is en het verschil tussen onkunde en onwil te zien door vast te stellen welke mentale leeftijd bij het gedrag van het kind hoort en daarop aan te sluiten.


Autisme en IQ

Autisme wordt gezien op alle intelligentieniveaus. Vroeger dacht men dat alleen mensen met een verstandelijke handicap autistisch konden zijn.

Daarna werd voor een lange tijd aangenomen dat 70 tot 80% van de personen met een autismespectrumstoornis ook verstandelijk beperkt was. Tegenwoordig wordt autisme als grotendeels onafhankelijk van de intelligentie beschouwd. Recentere studies laten zien dat de verhouding personen met een verstandelijke beperking eerder opschuift naar 30 tot 50%. De grootste groep heeft dus een normale tot hoge intelligentie.

De diagnose autisme in combinatie met een normale of hoge intelligentie zorgt echter wel vaak voor verwarring in het signaleren van autisme, omdat deze mensen hun autisme vaak lang kunnen camoufleren en compenseren. Hoe intelligenter iemand is, hoe subtieler het autisme vaak aanwezig is. Wanneer mensen ondanks hun autisme redelijk lijken te functioneren spreek je van hoog functionerend autisme (HFA). HFA is niet apart vermeld in het handboek voor de psychiatrie; de DSM, omdat intelligentie niet tot de criteria van een autistische stoornis horen. HFA is ook een ietwat verwarrende term, aangezien de meeste mensen met HFA wel degelijk problemen vertonen in hun functioneren.

Gaandeweg hun leven lopen ze meestal wel tegen hun autisme aan, bijvoorbeeld in de vorm van een burn-out. “Hoog” slaat dan ook op een vergelijking met de andere personen met autisme (“laag functionerend autisme”, of autisme met verstandelijke beperking).



Algemene kenmerken van Autisme

Hoewel mensen met autisme onderling enorme verschillen laten zien, lijken zij in de kern wel op elkaar en laten zij binnen het totale spectrum autisme een aantal gemeenschappelijke kenmerken zien.

Voor de invoering van de DSM-V in 2013 (het meest gebruikte handboek voor psychiaters dat grotendeels tot stand is gekomen op basis van verworven wetenschappelijke inzichten, waarin alle psychiatrische diagnoses en de criteria die daarvoor gelden beschreven staan) sprak men van beperkingen op drie domeinen, de zogenaamde triade.


Deze drie domeinen waren:

1. Sociale interactie.

2. (Non-)verbale communicatie.

3. Een beperkt, repetitief of stereotiep gedragspatroon.


Sinds de invoering van de DSM-V in 2013 spreekt men echter van beperkingen op twee domeinen, namelijk:

1. Sociale communicatie en interactie

2. Repetitief gedrag en specifieke interesses

Ook is er vaak sprake van over- of onder gevoeligheid voor zintuiglijke prikkels, al is dit geen formeel kenmerk van ASS. Deze kenmerken worden meestal zichtbaar voor het derde levensjaar. Gedurende de levensloop veranderen de problemen en komt een aantal van de kenmerken meestal minder op de voorgrond te staan. De problemen met de sociale interactie blijven meestal het opvallendst, ook bij volwassenen. Autisme kan daarnaast ook sterke kanten met zich meebrengen. Zo zijn mensen met autisme vaak analytisch, eerlijk en hebben ze een goed oog voor detail. De kenmerken van autisme zijn ook geen op zich alleenstaande kenmerken, maar hangen met elkaar samen. Mensen met autisme hebben vaak het gevoel dat ze de diagnose autisme moeten rechtvaardigen aan de hand van de kenmerken. Een bekend verschijnsel is dat buitenstaanders vragen gaan stellen en ieder kenmerk dat wordt genoemd gaan bagatelliseren. Aan ieder kenmerk kan ook een andere uitleg worden gegeven waardoor het geen autisme lijkt. Een kenmerk op zich hoeft inderdaad ook niet te betekenen dat er sprake is van autisme, maar andersom kan ook ieder kenmerk als autisme worden beschouwd. Het is daarom erg belangrijk dat het geheel wordt bekeken. Het totaalplaatje en samenhang van de verschillende kenmerken moeten in kaart worden gebracht om een diagnose te kunnen stellen. Ieder mens heeft ook wel bepaalde kenmerken van autisme in zich, maar dat betekent zeker niet dat we allemaal autistisch zijn.


Hoe vaak komt het voor?

Het is lastig aan te geven hoe vaak autisme precies voorkomt. De cijfers variëren nogal per studie. Deze verschillen in resultaten hebben onder meer te maken met het opzet van de studie, de grootte van de steekproef en de strengheid waarmee de diagnostische criteria worden gehanteerd. Recente cijfers die uitgaan van de diagnose autismespectrumstoornis geven aan dat autisme bij ongeveer 1 op de 100 mensen voorkomt.

Als deze schatting correct is dan zijn autisten dus één van de grootste minderheden ter wereld. In de tijd dat men enkel het klassiek autisme als echt beschouwde, werd aangenomen dat het bij circa 1 op de 2200 mensen voorkwam. Er is op dit moment echter geen enkel bewijs dat autisme vaker voorkomt dan vroeger, al kan dit anderzijds ook niet helemaal uitgesloten worden. De hogere cijfers, in vergelijking met vroeger, zijn waarschijnlijk vooral te verklaren door een uitbreiding van de definitie autisme en verbetering van de diagnostiek. Vooral bij personen met een normale of grensnormale begaafdheid wordt autisme nu bijvoorbeeld beter onderkend.


ASS bij meisjes

Wat in de loop der tijd wel steeds relatief ongewijzigd is gebleven, is de verhouding jongens/meisjes met autisme, die wordt geschat op 4:1 (met uitzondering van het RETT-syndroom dat alleen voorkomt bij vrouwen).

Vooral in de groep van normaal tot hogere begaafden met autisme lijken jongens met een geschatte verhouding van 9:1 oververtegenwoordigd te zijn.

Bij de groep met een ernstige verstandelijke beperking is die verhouding naar schatting nog maar 2 jongens op 1 meisje. Het is nog niet helemaal duidelijk waarom dit zo is. ‘

De onderzoekers verklaren dit verschil door de hersenstructuur, die bij jongens en meisjes sterkt verschilt. Volgens onderzoekers bezitten meisjes met autisme de vrouwelijke aspecten van het brein (die voornamelijk gericht zijn op hun sociale omgeving), maar ook een deel van het mannelijk brein (die voornamelijk gericht zijn op logische problemen).

Het vermoeden dat het vrouwelijk chromosoom een beschermende rol speelt bij autisme of het mannelijke hormoon testosteron juist een schadelijke rol speelt zijn nog niet afdoend bewezen. Doordat vrouwelijke hersenen meer gericht zijn op hun sociale omgeving, hebben ze in het geval van autisme vaak ook een groter compenserend vermogen op dat vlak. Doordat hun conceptvermogen slecht geautomatiseerd is, moeten ze echter wel alles op bewuste denkkracht doen. Dit is erg uitputtend en hierdoor ervaren ze vaak heel veel chaos in hun hoofd.


De voornaamste verschillen tussen meisjes en jongens met ASS zijn

Een andere verklaring voor de verschillen tussen jongens en meisjes met ASS is dat onze cultuur van meisjes andere dingen verwacht dan van jongens.

Door de druk die dit onbewust geeft en omdat meisjes gevoeliger zijn voor sociale acceptatie gaan meisjes met ASS vaak extra moeite doen om hun gebrekkige vaardigheden te compenseren of te maskeren. Ze laten sneller aangepast gedrag zien en doen dit door anderen te observeren en vervolgens te imiteren. Vaak worden ze omschreven als naïef of lief, terwijl hun gedrag eigenlijk ook gebrekkige sociale vaardigheden laat zien.

Vooral de intelligente autistische meisjes zullen hierin slagen. Meisjes voelen zich ook al snel een klager en hebben soms ook moeite om hun klachten goed uit te leggen doordat ze te veel in details treden of lange onsamenhangende verhalen vertellen, omdat ze moeite hebben met hoofd en bijzaak te scheiden. Zijn laten in combinatie met ASS vaak meer internaliserende problemen zien, terwijl jongens meer externaliserend gedrag laten zien.

Bij meisjes dienen we, anders dan bij jongens, dus meer naar hun klachten te kijken in plaats van naar de problemen die hun omgeving ervaart. Autisme wordt daarnaast vaak nog grotendeels gerelateerd aan typisch mannelijke kenmerken. Autisme bij vrouwen past minder bij het beeld wat mensen van autisme hebben en wordt daardoor ook vaak minder snel herkend. Vaak wordt er bij autisme nog steeds als eerste gedacht aan een jongen die communicatief niet goed is, op zichzelf is en een buitensporige interesse heeft voor bijvoorbeeld zijn treinverzameling. Autisme wordt bij meisjes vaak pas onderkend, wanneer het echt niet meer gaat. Door alle energie die meisjes kwijtraken aan camoufleren en/of compenseren ontwikkelen ze vaak andere klachten zoals extreme vermoeidheid, extreme teruggetrokkenheid om bij te tanken, angst- en paniekklachten, depressies, burn-out, stressreacties en lichamelijke klachten. Pas als deze klachten zich aandienen komen ze bijvoorbeeld bij een huisarts of psycholoog terecht en worden deze klachten vaak aangepakt, maar de werkelijke reden van deze klachten wordt vaak pas later achterhaald. Sommige meisjes hebben ook al diverse andere diagnoses en behandelingen gehad, die steeds niet helpen voordat ze de juiste diagnose krijgen.

De problemen van meisjes met ASS ontwikkelen zich vaak razendsnel vanaf de brugklas, doordat ze bijvoorbeeld vastlopen op het gebied van schooltaken organiseren, het tempo bijhouden, planning en overzicht. Daarnaast lopen meisjes met ASS in de brugklas vaak vast in sociale structuren. Ze willen meestal wel contact met leeftijdsgenoten, maar dit lukt ze niet (goed). Sociaal contact kost hen veel energie. Vaak hebben ze geen vriendinnen of worden ze ook gepest. Sommige meisjes besteden overmatig veel tijd aan hun huiswerk en vertonen een extreem perfectionisme ten aanzien van hun schooltaken.

Er zijn echter ook meisjes die huiswerk weigeren. Vaak hebben ze moeite met open vragen, reflectieopdrachten, hulp vragen, het starten en stoppen met opdrachten, de weg vinden in de school en vragen beantwoorden in de klas. Ze beschikken vaak ook over beperkte oplossingsvaardigheden. Pauzes en tussenuren zijn vaak moeilijk voor ze. Het komt ook vaak voordat er op school niets te merken is en de uitbarstingen pas thuis komen.


In deze blogs lees je meer achtergrondinformatie over autisme:

De geschiedenis van autisme

Autisme en informatieverwerking

Oorzaken van autisme


0 keer bekeken

© 2019 by juf Angelique. This website has been designed using resources from Freepik.com